Vraag & antwoord

 
Met welke vraag loopt u rond in het domein van zorg en welzijn? Drie professionals stellen hun vraag, en op elke vraag geven drie andere professionals antwoord. 

3 x antwoord op de vraag van 

Cathy Venselaar, beleidsadviseur gemeente Wijk bij Duurstede
Te hoog

“Wij krijgen die signalen: mensen vinden die eigen bijdrage vaak te hoog, waardoor ze geen aanvraag meer doen. Ze krijgen de rekening en zeggen: ‘Ik hoef het niet meer’.”
Eudia Antonius, dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten gemeente Den Haag

Andere oplossingen

“Bij ons komen ook zulke signalen binnen; via mails, telefoontjes en mensen aan de balie. Wanneer ze bijvoorbeeld van het CAK een beschikking krijgen voor huishoudelijke hulp krijgen. Ze schrikken dan van de maximale periodebijdrage . Dan proberen ze  via andere kanalen hulp te krijgen.”
Frans Beumer, financieel medewerker gemeente De Bilt

Geen idee hoe vaak
“Ik dénk dat het gebeurt, maar ik heb geen idee hoe vaak dat voorkomt. Mensen maken de afweging, zeker als ze niet veel te makken hebben. Ik ben ook nieuwsgierig of het daadwerkelijk gebeurt.”
Han Huizinga, beleidsmedewerker VGN

3 x antwoord op de vraag van 

Agnieta van Velzen, helpdeskmedewerker iWlz Zorg en Zekerheid

Eenduidig en helder
“Ik begrijp dat de nieuwe regering voor de Wmo met een inkomensonafhankelijk model wil gaan werken. Voor een bepaalde groep is het lastig die eigen bijdrage op te hoesten, hoe klein ook. Ik denk dat het vooral belangrijk is dat er eenduidigheid komt, dat klanten weten wat ze moeten betalen en waarvoor ze betalen.”
Andrea van Bodegom, teammanager backoffice Wmo gemeente Den Haag

Kosten laag houden
“Ik ben niet voor afschaffing van de eigen bijdrage. Je moet je inwoners duidelijk maken dat zorg geld kost. Tegelijkertijd moet je zorgmijding te allen tijde zien te voorkomen. Daarom heeft onze gemeente de eigen bijdrage voor begeleiding in mei dit jaar verlaagd naar 17,50 euro per maand per huishouden.”
Jeffrey van Meer, beleidsmedewerker Sociaal Domein gemeente Woensdrecht

Zorg op maat
“Welke kant het ook opgaat, je moet altijd denken vanuit het perspectief van de klant. Weet die goed hoe hoog de eigen bijdrage is en wat hij daarvoor krijgt? Mocht deze te hoog zijn voor een klant, dan moet je die bijdrage per individueel geval naar beneden toe kunnen bijstellen. Maatwerk dus.”
Romy de Graaf, medewerker Zorg-Lokaal Sittard

3 x antwoord op de vraag van 

Carolien Streeder, Wmo-consulent gemeente Voorschoten-Wassenaar

Nieuwe brieven
“Als wethouder vind ik het belangrijk om bestuurlijk lef te tonen, keuzes te maken en de consequenties daarvan te dragen. Als ik dat goed doe, geef ik professionals de ruimte om hun werk goed te doen. Dat is het duwtje of het steuntje in de rug wat ik kan geven aan onze mensen en aan het systeem. Daarnaast hebben we in Houten alle brieven van de gemeente tegen het licht gehouden. De nieuwe brieven zijn meer aangesloten bij de belevingswereld van onze inwoners en bieden duidelijke informatie. Ik denk dat we het sociaal domein daarmee meer toegankelijk hebben gemaakt.”
Jocko Rensen, wethouder gemeente Houten

Actief op zoek
“Niet iedereen meldt zich bij instanties. Daarom moet je actief op zoek naar deze klanten. Onderzoek waar mensen zich ophouden; bijvoorbeeld in de ouderensoos, buurthuis, bibliotheek of café. Of op straat natuurlijk. Ga het gesprek aan op plekken waar ze zich vertrouwd en thuis voelen. En investeer ook in de partijen waar deze mensen komen. Laat informatie achter bij de organisatie van de ouderensoos of bij de barman.”
Tonny van Hensbergen, senior beleidsadviseur Federatie Opvang

Meer creativiteit
“Ik mis de creativiteit in de zorg en dat komt omdat we veel te veel gevangen zitten in de bureaucratie. Als we dat los kunnen laten en weer tijd en zorg aan mensen besteden in plaats van formulieren invullen, geven we het hele systeem een waardevol duwtje.”
Ferdi Barten, directeur zorgaanbieder Arckin B.V.

Tweegesprekken

 
Samen kom je tot meer kennis en creatievere oplossingen. Gemeenten, zorgaanbieders, verzekeraars en CAK gaan met elkaar in gesprek over actuele vraagstukken.

‘Gééf ons de ruimte’

Hoe kunnen we de dienstverlening voor mensen met een schuldenproblematiek verbeteren? De wethouders Gert Stam van de gemeente Meppel en Hans Freije van de gemeente Gorinchem gaan hierover met elkaar in gesprek.

Gert Stam: “Je zag dat vóór de transitie dat schulden als ‘one issue’ werden behandeld. Nu kijken we steeds breder, met andere instellingen, hoe we mensen echt kunnen helpen. Zo hebben we een schuldencoach. We kijken nu naar de mens in zijn geheel.”

Hans Freije: “Bij ons zit de sociale dienst in de sociale wijkdiensten met een schuldenhelpdesk. Ze hoeven niet meer in regeltjes te denken maar in oplossingen vanuit een coherent perspectief. Bij schulden is preventie, liefst vroegtijdig, belangrijk. In onze regio hebben we een formulierenbrigade van vrijwilligers, die zelf ook in de schulden hebben gezeten. Zij helpen cliënten met het invullen van formulieren. Ook besturen van sportverenigingen trekken aan de bel bij een ‘niet pluis’-gevoel.”

Stam: “De vraag is wel of je als overheid niet te dicht op de burgers gaat staan: mogen ze wel of niet scheiden, mogen ze wel of niet drugs gebruiken?”

Freije: “Een soort betutteling? Ja, maar als je het bekijkt vanuit rekenkundige benadering: door die benadering bereiken we nu wel 90 procent van de mensen die in aanmerking komen voor hulp.”

‘Laten we elkaar in een eerder stadium opzoeken’

Wat is ervoor nodig om gegevens snel, actueel en betrouwbaar uit te wisselen? Erma Kerkhof, medewerker Facturatie van zorgaanbieder Verian en Rini Lamboo, financieel medewerker Wmo bij de gemeente Harderwijk in een prikkelend tweegesprek.

Rini Lamboo: “We zitten in dezelfde regio en we hebben altijd goed contact gehad via de mail. Maar we zijn nooit met elkaar om de tafel gegaan.”

Erma Kerkhof: “Klopt, we hadden bij de afsluiting van nieuwe contracten of een aanbesteding elkaar al veel eerder kunnen opzoeken. Aan de voorkant dus. Er kan nog veel beter. Wij hebben bijvoorbeeld met veel verschillende gemeenten te maken en die gebruiken állemaal een ander Wmo-format: de manier waarop gegevens worden aangeleverd. Dat is veel extra werk voor ons.”

Lamboo
: “Daar ben ik me van bewust. Wij hebben als uitvoering dan weer te maken met bijvoorbeeld niet goed werkende ICT. Zo had onze softwareleverancier het pakket niet goed gemaakt, daar moeten we dan eerst oplossingen voor bedenken.”

Kerkhof:
“Toch kun je leren van elkaar. Er is bijvoorbeeld met de invoering van de Wmo een aantal gemeenten gelijk overgestapt. Er zijn ook gemeenten die daar nu pas aan toe zijn en die zich dan niet laten informeren door andere gemeenten. Een gemiste kans. Hoe zie jij dat: is de gemeente Harderwijk bereid te leren van haar buren?”

Lamboo
: “Ik geef toe dat we vaak vergeten een kijkje te nemen in elkaars keuken. We opereren te vaak op eilandjes, werken niet genoeg samen. Daarnaast ligt het ook vaak aan de persoon zelf. Is iemand bijvoorbeeld erg star of durft iemand juist buiten de kaders te denken?”

Kerkhof
: “Er is dus ook te weinig sturing van bovenaf. Daar verbaas ik me over, moet ik zeggen.”

Lamboo
: “Snap ik. Wij krijgen vooral de meldingen binnen, nemen niet de besluiten.”

Kerkhof:
“Laten wij een stapje in de goede richting zetten. Voordat er contracten worden afgesloten moeten we al contact opnemen met gemeenten. Daar kunnen wij zelf ook meer het initiatief in nemen, hoor. Gaan we doen!”

‘Waarom allemaal het wiel opnieuw uitvinden?’

Hoe kunnen we elkaar helpen onze dienstverlening naar klanten te verbeteren? Linda Vonk, beleidsmedewerker Wmo van de Sociale Dienst Drechtsteden en Marlies Stokman, contractmanager in Lelystad gaan met elkaar het gesprek aan.

Marlies Stokman: “We kennen elkaar niet echt, maar hebben al weleens contact gehad. Toen wij onze structuur moesten opzetten, hebben we goed naar Drechtsteden gekeken. We hadden dezelfde visie op zorg, een vergelijkbare demografische opbouw en ook vergelijkbare contacten met ketenpartners. We hebben jullie brieven zelfs bijna exact gekopieerd.”

Linda Vonk:
“Dat is toch ook hartstikke slim? Waarom allemaal het wiel opnieuw uitvinden? Wij hebben in eerste instantie veel naar Leerdam gekeken, want zij waren verder. Waar je wel goed op moet letten is de schaalgrootte. Ik verkeek me iedere keer weer op hun bedragen. ‘Dat kan niet kloppen’, dacht ik iedere keer.”

Stokman
: “Wij hebben ons heel erg gefocust op goede toegang van de zorg. Mensen hoeven niet naar de spreekwoordelijke ivoren toren van het stadhuis, maar kunnen in hun eigen wijk terecht.”

Vonk:
“Hoe hebben jullie dat gedaan?”

Stokman
: “Er is veel geïnvesteerd om aanwezig te zijn in de gebouwen waar al multifunctionele activiteiten (MFA) plaatsvinden, zoals scholen, op het consultatiebureau, etc. Daar krijgen mensen veel informatie, want niemand is dol op brieven in de bus. We hebben bijvoorbeeld ook de gecontracteerde leverancier van de scootmobielen geadviseerd om regelmatig met een bus bij zo’n MFA-centrum te staan. Zo kunnen mensen makkelijk terecht met vragen of kleine reparaties.”

Vonk
: “Lokale samenwerking met iedereen in de keten, ook met aanbieders, is inderdaad heel belangrijk. Samenwerking en vertrouwen, dat zijn sleutelwoorden.”

Stokman:
“Op welk punt zie je daar goede resultaten van terug?”

Vonk:
“We hebben bijvoorbeeld heel intensief met de aanbieder voor huishoudelijke hulp om tafel gezeten. Wij hebben gekozen voor resultaatgerichte financiering; er wordt betaald voor een schoon en leefbaar huis en niet voor 2 of 3 contracturen. Wij denken namelijk dat dit een claimcultuur in de hand werkt. En het scheelt ons enorm veel werk aan calculaties en administratie. Het vraagt wel om creativiteit van de aanbieder en vertrouwen van beide kanten. Gelukkig is dat er volop.”

Stokman:
“En natuurlijk om duidelijke communicatie naar klanten.”


Vonk
: “Klopt. Nieuwe huishoudens vinden deze resultaatgerichte financiering heel vanzelfsprekend. Bij mensen die de overgang mee hebben gemaakt moesten we het meer uitleggen. Het scheelt natuurlijk dat mensen daadwerkelijk een schoon en leefbaar huis krijgen.”