Wat kunnen wij in onze processen en dienstverlening doen om de klant echt centraal te stellen en het voor hem eenvoudiger en duidelijker te maken? Vier benaderingen.

Discussie over de eigen bijdrage

Gemeenten kunnen met de eigen bijdrage aansluiten bij gemeentelijk armoede- en zorgbeleid. Maar het gaat over kwetsbare burgers. In combinatie met de technische complexiteit maakt dat de discussie over de eigen bijdrage best lastig. De gemeente Ede deed ervaring op in een traject waarbij burgers én de gemeenteraad zorgvuldig werden betrokken.
 
Signalen van 'zorgmijding' spelen in de discussie over de eigen bijdrage nogal eens rol. Maar het is lastig het probleem in kaart te brengen. Ede ging erover in gesprek met 20 inwoners. Waarom zagen ze af van zorg? Konden ze het niet betalen, maar hadden ze zorg wél nodig? Kwamen ze in de problemen of vonden ze op eigen kracht een alternatief? Om wat voor zorg ging het eigenlijk? Dat maakt immers nogal wat uit voor het in te zetten beleid.
 
Flapovers en post-its
Ook de gemeenteraad kreeg een actieve inbreng. Op basis van vooraf vastgelegde uitgangspunten en kreeg de raad vijf alternatieven voorgelegd. Op flapovers en met post-its gingen gemeenteraadsleden met elkaar in gesprek over de voor- en nadelen van de verschillende mogelijkheden om de eigen bijdrage aan te passen.
Al met al een intensief traject dat wél zijn vruchten afwierp. Na acht maanden kwam het gedragen en goed onderbouwde voorstel zonder probleem door de gemeenteraad.
 
Inventarisatie CAK
Hoe verhoudt Ede zich tot het landelijke beeld? Uit een inventarisatie van het CAK blijkt dat 14 procent van de gemeenten de paramaters voor de eigen bijdrage naar beneden bijstelt (omhoog mag niet). Daar tegenover staat 86 procent van de gemeenten. Zij volgen de landelijk vastgestelde paramaters. Geen enkele gemeente ziet helemaal af van de eigen bijdrage. Wel heeft 7,7 procent van de gemeenten de eigen bijdrage voor een specifieke vorm van ondersteuning afgeschaft. Bijvoorbeeld voor begeleiding of dagbesteding.
Wat kan een gemeente bereiken met een aangepast eigen bijdrage beleid? Gemeenten kunnen de laagste inkomens een steuntje in de rug geven. Maar een gemeente kan er ook voor kiezen de parameters zo aan te passen dat juist de midden- of hogere inkomens worden ontzien. Tot slot kun je ook vasthouden aan de standaard parameters, maar in bijzondere situaties iets apart voor de klant regelen.

MEER WETEN?

  • Een toelichting op de werking van de parameters in deze animatie
  • Meer landelijke cijfers uit het onderzoek van het CAK en een overzicht van de mogelijkheden en effecten van de eigen bijdragen in vier overzichtelijke profielen vindt u in de presentatie.
Wat vind ik ervan?
Maarten Boxem beleidsadviseur Wmo gemeente Groningen

Weer op de rit door vroeg-signalering

In de gemeente Nijmegen werken verschillende partners samen om mensen met schulden in een vroeg stadium op te sporen, vriendelijk te benaderen en snel weer op de rit te krijgen. En dat werkt.
De pilot vroeg-signalering startte in 2016. Gemeente, woningcorporaties, energiebedrijf, waterschap en zorgverzekeraar CZ leveren hun gegevens aan bij de Vindplaatsschulden (VPS) van het BKR. Het BKR geeft door aan de gemeente welke mensen een betalingsachterstand hebben van maximaal 100 dagen. Zijn er bij meerdere partners achterstanden, dan onderneemt de gemeente actie, ook namens de andere partners. In verband met de privacy krijgen de partners geen informatie over betalingsachterstanden bij de andere partners.

Schuldencarrière voorkomen
Volgens projectleider Maria Buur van de gemeente Nijmegen stapt de pilot in het gat tussen het reguliere invorderingssysteem van bedrijven een zwaar traject zoals de wanbetalersregeling. “Dus op het moment dat er niet wordt gereageerd op herinneringen of aanmaningen, maar vóórdat iemand al maandenlang zijn rekeningen niet betaalt. Het heeft zin om in die fase bij mensen aan te kloppen met de feitelijke gegevens die we hebben: dat er een betalingsachterstand is geconstateerd. En dat we samen met hen willen zoeken naar een oplossing, want de rekeningen moeten toch worden betaald.” In de pilot, die in vijf wijken speelt, krijgen mensen de folder ‘Op de rit’, ze worden gebeld of iemand komt bij hen langs. Belangrijk element van de pilot is dat lopende invorderingstrajecten van de partners on hold worden gezet. Buur: “Dit geeft rust om naar duurzame oplossingen te zoeken. Pas als mensen niet betalen, komen de reguliere incassomaatregelen van de betreffende partners weer in beeld. Dan stopt onze interventie.”
Nieuwe armen
Manager debiteurenbeheer Manuel van der Hoek van CZ stelt dat we zeker niet alleen aan arme mensen moeten denken. “We treffen veel zogeheten ‘nieuwe armen’ aan, mensen die in de problemen zijn geraakt door scheiding, werkeloosheid of ander onheil. Zij weten minder makkelijk de weg te vinden in de hulpverlening en zijn vaak ook niet bekend bij de gemeentelijke loketten.”
Volgens Buur en Van der Hoek is dit project geslaagd wanneer iemand weer aan zijn betalingsverplichtingen voldoet. Buur: “Je plant een zaadje, maakt mensen bewust dat rekeningen betaald moeten worden. Het feit dat we dit in samenwerking doen, betekent dat er maar één instantie aan de deur klopt en mensen niet bedolven raken onder brieven en aanmaningen van meerdere instanties.”
 
Landelijk uitrollen
En wat is de ambitie? Van der Hoek: “Ik zou dit dolgraag uitrollen over heel Nederland. Het werkt namelijk. Niet alleen voor ons, maar voor meerdere partners. En het is zeker zinvol voor de schuldenaars met wie we werken; oplopende schulden en grotere problemen worden voorkomen. Het is wel belangrijk dat er een landelijk protocol komt, want wij kunnen niet met alle gemeenten om de tafel zitten voor maatwerk. Gelukkig is dat ook niet nodig. Met hoe we het nu in Nijmegen hebben vormgegeven, is het juridisch en administratief solide. Doodzonde als op andere plekken het wiel opnieuw wordt uitgevonden.”

‘Geef elkaar in de preventie de hand’

Welk effect heeft de eigen bijdrage op de betaalbaarheid van de zorg? Hoe stem je het beleid van gemeente en van de zorgverzekeraar op elkaar af? Om gemeenten hierbij te ondersteunen, ontwikkelen gezondheidseconoom Xander Koolman en bestuurskundige Duco Bannink van het Talma Zorgprogramma van de Vrije Universiteit een spel: ‘Eigen bijdrage; het spel en de spelers’.

 

Verschillende rollen, verschillende belangen
In dit rollenspel krijgen betrokkenen een algemene beschrijving en een persoonlijke rol. Verschillende rollen zoals gemeenteraadsleden, wethouders, bezorgde burgers en inkoopmanagers bij zorgverzekeraars voeren het gesprek met elkaar over de preventie in de zorg. Naast een gemeenschappelijk belang, heeft iedereen ook een eigen belang. Hoe verhoudt de inrichting van de zorg zich tot deze eigen belangen? Onder welke voorwaarden zijn zorgverzekeraars bijvoorbeeld bereid om verantwoordelijkheid te nemen voor preventie? Wat kunnen gemeenten de zorgverzekeraars op dat gebied bieden om te helpen in preventie?
Consensus
In de tweede ronde van het rollenspel moeten de betrokken partijen nadenken over de vraag wat zij een andere partij te bieden hebben. Hoe kunnen we meer verbinden? In veel gevallen komt daar een bepaalde mate van consensus uit. Soms niet met alle partijen, maar wel in kleinere coalities. De gedachte dat we samen sterker staan, krijgt in elk geval meer prioriteit. Partijen kijken bijvoorbeeld of bepaalde zorg dubbel wordt betaald aan de klant en hoe zorgverzekeraars goed met gemeenten in gesprek kunnen raken. Koolman: “In de preventie zouden partijen elkaar de hand kunnen geven. Want besef goed dat zorgverzekeraars net zo afhankelijk zijn van gemeenten als andersom.”
Wat vind ik ervan?
Monique Claassen, beleidsmedewerker gemeente Goirle
Klanten in de langdurige zorg beschikken over beperkte keuzemogelijkheden om te komen tot passende zorg. Onze uitdaging: hoe zorgen we dat de klant in de Wlz de regie heeft en snel en correct wordt geïnformeerd met zo laag mogelijke administratieve lasten? Daaraan wordt gewerkt in het actieprogramma iWlz.
Eduard Renger, programmamanager actieprogramma iWlz