‘In coproducties kunnen Nederland en Vlaanderen elkaar vinden’

[ DEELSESSIES ]

Vaak wordt bij een expositie iedereen normaal betaald, behalve de kunstenaar. Onderzoeksbureau SiRM onderzocht voor Beeldende Kunst Nederland de honoreringspraktijk voor beeldende kunstenaars. Een omstreden thema, dat de discussie doet oplaaien.

 

Wat was er eerder, de kip of het ei? Vul die vraag in voor kunstenaars en musea, en het antwoord is ineens kraakhelder. “Zonder kunstenaar geen museum. Als er geen kunst is, kun je het ook niet tentoonstellen!”, roept een deelnemer vol onbegrip over de lage kunstenaarshonorariums.

 

‘Kunstenaars krijgen enorm rendement als zij mogen tentoonstellen’, is het tegengeluid. Vooral voor een beginnend kunstenaar is die bekendheid bijzonder waardevol en het podium dat een museum hem biedt, is een beloning op zich. ‘Onzin’, roept de kunstenaar. Een kunstenaar moet van zijn vak kunnen leven. En eigenlijk weet de hele zaal wel dat er iets moet veranderen. Maar hoe? En waar moet het geld vandaan komen?

 

Musea willen verandering

Een landelijk kader voor het kunstenaarshonorarium ontbreekt nu nog. Een dergelijk kader is niet alleen in het belang van kunstenaars, ook vanuit musea is er behoefte aan verandering. Ester Fabriek (Nederlandse Museumvereniging): “Musea worden heel ongelukkig van onderhandelingen met kunstenaars. Er zijn nu alleen verliezers.” Museummedewerkers willen goede transparante afspraken. Een soort keuzemenu waardoor zij kunstenaars beter begrijpen en vice versa.

 

De kern van het probleem is ‘gedrag’. Iedereen vindt de huidige gang van zaken normaal. Wat nu nodig is: richtlijnen. ‘Als we hier te vrijblijvend over nadenken, dan worden kunstenaars over tien jaar nog steeds veel te weinig betaald.’

 

Vaste fee

Annie Fletcher (Abbemuseum): “Er moet een gescheiden honorarium zijn. Een vaste fee is ontzettend belangrijk.” Hoe bepaal je dat? ‘Kijk eerst naar best practices’, zegt een deelnemer. Stel vast wat reëel is en onderscheid de prestaties en gebruiksrechten van de kunstenaar. Dan kun je een eerlijke afweging maken voor wat er voor de kunstenaar tegenover moet staan.

 

Misschien moeten we denken aan een minimumloon voor kunstenaars, oppert Fabriek. “Ik zou daar wel mee aan de slag willen.” Een deelnemer uit de museumwereld tipt: ‘Maak een standaardcontract en zet het op je website.’ Een ding is zeker; een uur was lang niet genoeg voor deze discussie. Maar alle hoofden zijn wel weer aan het malen. Nu is het een kwestie van doorpakken.

 

'Europe by people, the future of every day living' is de titel van het cultureel programma tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EU, begin 2016. Jonge kunstenaars, ontwerpers en makers zoeken antwoorden op de urgente vraagstukken van deze tijd.

 

The Wall, Fabcity, On Stage en Brussel. Het zijn de vier pijlers van het culturele programma dat hoort bij het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie, gedurende de eerste helft van 2016. Egbert Fransen, samen met Marjo van Schaik en Frans de Vries cultureel intendant tijdens dat Nederlandse EU-voorzitterschap, licht het programma toe.

 

The Wall: “The Wall is een off- en online programma van kunstinstallaties en voorstellingen. Alle bijeenkomsten vinden plaats op het Marine-terrein in Amsterdam. Dat ligt achter een 450 meter lange muur aan de Kattenburgerstraat. In die muur zelf mag nog geen spijker worden geslagen, maar vóór die muur maken we een canvas wand. Daarop leveren we zes maanden lang nieuwe bijdragen: van jonge journalisten, bloggers en kunstenaars. Twintigers, allemaal.”

 

Fabcity: “Elf weken lang komt er een campus voor stedelijke innovaties op Java-eiland. Daar wonen 400 studenten, professionals, kunstenaars en creatieven. Zij bouwen een stad die inspeelt op de uitdagingen van deze tijd; een stad die duurzaam, circulair en zelfvoorzienend is. Een ode aan de menselijke maat. Er komen 50 installaties of paviljoens.”

 

On stage: “Dat is een reeks aan voorstellingen. Eén licht ik uit. Theatermaker Lucas de Man reisde door zeven landen in een zoektocht naar ‘Europa’.”

 

Brussel: “Het is traditie dat de voorzitter van de EU ook een programma in Brussel organiseert. Dus doen we dat.”

 

Meer weten? http://www.europebypeople.nl

 

In februari 2016 loopt BesteBurenForever af. Stopt daarmee ook de culturele samenwerking met onze Belgische buren? Een Vlaams-Nederlands panel gaat in discussie.

 

Een jaar van talloze projectvoorstellen in de meest uiteenlopende kunstdisciplines. Van dans tot literatuur, van circus tot theater. Uitmondend in een aantal mooie projecten in het teken van de samenwerking tussen Nederland en België. Wat valt op? Wat kunnen wij leren van onze zuiderburen?

 

Vlaamse scherpte

Eddie Guldolf (C Mine) ziet ‘scherpte’ als de grootste uitdaging voor de Vlaamse kunstsector. Om de autonomie van de kunstenaar te bewaken, kun je niet altijd een breed publiek aanspreken. “Reflecteer, los van alles om de kunst heen en stel je productie zo scherp mogelijk.” “Kritisch blijven is essentieel”, vindt Veerle Mans (De Werf). “Dat betekent: niet alleen maar mensen plezieren.”

 

Guldolf merkt daarnaast op dat kunstenaars aan hun publiek moeten laten zien dat wat ze doen ook echt van hen is. “Wij willen geen eiland zijn binnen de stad, maar een glazen huis waarbij iedereen op afstand kan zien wat er gebeurt en zo naar binnen kan lopen.”

 

Verschil in kwaliteit

Wat zijn de grootste verschillen tussen de Nederlandse en de Vlaamse kunstsector? Een voorbeeld: in Nederland loopt subsidie door tot het einde van je tournee; in Vlaanderen stopt de subsidie echter de dag na de première al. Dat maakt het heel aantrekkelijk om in Nederland voorstellingen te maken. Een groot verschil in het voordeel van België zit volgens Mans in de scherpe keuzes waar Guldolf het eerder over had. “Ik denk dat het binnen de Nederlandse kunstsector minder draait om het gevoel van keuzevrijheid en scherp maken. Dat is jammer, want daardoor sneeuwt de visie onder.”

 

“Dat is eigenlijk gewoon Vlaamse diplomatiek”, merkt een deelnemer scherp op. “Belgische cultuurcentra kiezen ervoor om Nederlandse voorstellingen niet te produceren. Zijn Nederlandse voorstellingen dan inhoudelijk niet interessant genoeg?” Met de Nederlandse keuzevrijheid staat het er niet zo slecht voor als Mans denkt, brengt Henriëtte Post (Fonds Podiumkunsten) in.

 

Samen ontwikkelen

Hoe zal de toekomstige Nederlands-Vlaamse kunstsamenwerking er na februari uitzien? “Ik denk dat BesteBurenForever vooral een pleidooi is om al in de ideeënfase samen te zitten. Ontwikkel samen”, stelt moderator Piet Menu. “Als het gaat om coproducties, dan kunnen Nederland en Vlaanderen elkaar vinden. Niet in de vorm van export en import, maar in netwerkorganisaties.”

‘Er zijn nu alleen verliezers’

Een muur vóór

een muur tijdens EU-top

Scherpe keuzes maken

BESTEBURENFOREVER

EUROPE BY PEOPLE

HET KUNSTENAARSHONORARIUM: RICHTLIJN OF IEDER VOOR ZICH?

:

:

:

REACTIE DEELNEMER

 

Hugo Woesthuis

Royal Haskoning

Maatschappelijke uitdagingen

“Goed om te zien hoe ze in het culturele programma alle maatschappelijke uitdagingen aan elkaar knopen. En dan is zo’n Europese top natuurlijk een heel mooie plek om dat te laten zien. Ook vanuit mijn professie is het interessant. Ik ben geïnteresseerd in wat de oplossingen inhoudelijk betekenen voor de mensen die ze gaan gebruiken.”

REACTIE DEELNEMER

 

Lodewijk Reijs

Het Reijsbureau

"Nu proberen we theaterproducties in België te slijten, terwijl ze er daar blijkbaar niet op zitten te wachten. Het panel laat zien dat het veel vruchtbaarder is om samen iets te maken, dan om zomaar dingen over de schutting te gooien.”

REACTIE DEELNEMER

 

Helene van ’t Hoen

Beleidsadviseur

Kunst & Cultuur

Verkeerde prioriteiten

“Het kunstenaarsloon is niet laag doordat het geld op is, maar doordat de prioriteiten verkeerd liggen. Het publiek geeft kunst weinig waarde. Van de politiek moeten kunstenaars hun eigen broek ophouden, maar ook burgers stonden als één man achter de bezuinigingen in de cultuursector. In Londen stond ik urenlang in de wachtrij voor een museumkaartje van vijftig euro, maar in Nederland loopt publiek weg bij een prijsverhoging.”