We vroegen steeds twee willekeurige deelnemers met elkaar in

gesprek te gaan op bijzondere stoelen. Wat geeft ruimte en wat is er nog nodig? Het resultaat? Vier boeiende gesprekken: een op hoog niveau, een bekentenis. Een prikkelend, en gelukkig ook een ontspannen gesprek.

  • In de biechtstoel

    WIE  Vevita Eichberger-Zandee (ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en Miranda van Drie (Nationaal Jeugd Orkest)

     

     

    Vevita:“Biecht maar op: wat betekent ruimte voor jou?”

    Miranda: “Nou… wat mij ruimte zou geven, is als ik eens ongestoord zou kunnen werken. Ik heb gewoon te weinig ruimte in mijn hoofd. Zo druk ben ik met randzaken.”

    Vevita: “Wat doet het Nationaal Jeugd Orkest eigenlijk?”

    Miranda: “Wij maken jongeren klaar voor een carrière in de muziek.”

    Vevita:

    ‘Kaders scheppen voor

    cultuurfondsen’

     

    Vevita: “Waar haal je die jongeren vandaan?”

    Miranda: “Bij de conservatoria.”

    Vevita: “Dat slokt zeker veel energie en, eh, ruimte op?”

    Miranda: “Ja, daar zijn we dag en nacht mee bezig. Maar wat doe jij eigenlijk?”

    Vevita: “Ik ga helpen bij het scheppen van kaders waarbinnen cultuurfondsen beleid kunnen maken.”

    Miranda: “Je geeft ze dus, eh, ruimte om zelf in te vullen…”

     

    Miranda:

    ‘Meer ruimte

    in mijn hoofd’

  • Een prikkelend gesprek

    WIE Danny Molenaar (Peen en Ui) en Dana Dorenbos (KBK)

     

     

    Danny: “Na dit congres denk ik: ‘Mooi, dit wisten we, nu op naar de volgende fase’. Als ‘verbeelder’ loop je toch altijd op de troepen vooruit.”

    Dana: “Dat herken ik wel. Vernieuwen doe ik altijd, gewoon van nature. Dat is inherent aan mijn vak als beeldend kunstenaar.”

    Danny: “Ja, wij makers zijn altijd op zoek naar ‘het nieuwe’.”

    Dana: “Soms vind ik het wel lastig mijn eigen pad te volgen. Tijdens de opleiding die ik momenteel volg, krijg ik eisen opgelegd waarin ik me niet per se herken.”

    Danny: “Maar zij beoordelen jou wel.”

    Danny:

    ‘Mooi, dit wisten we. Op naar de volgende fase.’

     

    Dana: “Ik kan dus nog niet helemaal autonoom werken. We staan hier nu met een gezamenlijk werk van medestudenten. Ik sta achter het idee, maar niet helemaal achter de uitvoering.”

    Danny: “Waar gaat het werk over?”

    Dana: “Dat we allemaal anti-socialer worden. We staren de hele dag naar onze telefoon.”

    Danny:  “Maar dat verhaal kennen we toch wel? Dat zegt mijn oma ook altijd.”

    Dana: “Ja, maar ik word me er steeds bewuster van. Ik ben pas 21 jaar, maar er is de laatste jaren zoveel veranderd op sociaal gebied. Mijn generatie zet bijvoorbeeld de telefoons alweer de hele avond uit om met elkaar te praten.”

    Danny: “Haha, ik merkte ook al dat steeds meer jongeren niet meer op Facebook zitten. Ik word oud.”

    Dana: “Denk jij dat alleen jonge mensen de vernieuwing kunnen aanzwengelen?”

    Danny: “Nee, helemaal niet. De oude, grijze massa moet ook veranderen. Meebewegen. En die behoefte is er ook vanuit henzelf.”

    Dana: “Vanuit mijn werk houd ik me ook veel bezig met deze groep. Het is een belangrijke doelgroep. Toch?”

     

    Dana:

    ‘Soms is het lastig mijn

    eigen pad te volgen.

  • Een gesprek op hoog niveau

    WIE Nicoline van Enter (directeur Slem-Waalwijk) en Sander Bersee (directeur Erfgoed en Kunsten, ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

     

    Sander: “Waar de ruimte zit voor cultuur? Lastige vraag. Niet in het versterken van de maatschappij. Dat kan niet. Cultuur is inherent aan de maatschappij. Misschien in het leggen van verbindingen.”

    Nicoline: “Volgens mij ligt er ruimte voor cultuur in ondernemerschap. Je ziet een groot verschil tussen – wat ik hier maar noem – ‘highbrowcultuur’ en meer toegepaste kunst. Met Slem werken we op het snijvlak van educatie, commercie en cultuur. Dat financieren we grotendeels zelf.”

    Nicoline:

    ‘Kunstwereld kijkt te snel

    naar overheid voor subsidies’

     

    Sander: “Je kunt niet alle culturele instellingen vragen om zelf hun geld te genereren. Er is heel veel cultuur dat het niet redt zonder overheidsgeld. Denk aan operagezelschappen en orkesten.”

    Nicoline: “Toch vind ik dat in de kunstwereld snel naar de overheid wordt gekeken voor subsidie. Dan is de reflex: ‘Dat is een taak voor de gemeente. Dat is een taak voor het rijk.’ Daar stoor ik me aan.”

    Sander: “Er is toch niets mis mee dat de overheid geld uit de samenleving haalt om te investeren in cultuur? Dat doet ze ook bij andere zaken. Zo betaalt de overheid bijvoorbeeld onderwijs, tanks en stoeptegels.”

     

    Sander:

    ‘Overheid betaalt ook tanks en stoeptegels’

     

    Nicoline: “De kanteling dat kunstenaars zelf meer geld moeten genereren, vind ik wel goed. Tegelijkertijd heb je wel gelijk: cultuur is belangrijk voor een samenleving. Zeker voor gemeenten. Zonder cultuur in de stad, wil niemand daar wonen.”

    Sander: “Ik ben nauw betrokken geweest bij de verbouwing van het Rijksmuseum. Die kostte inderdaad heel veel geld. Maar als je ziet wat die investering Nederland nu oplevert, met die enorme bezoekersstroom… Het is een investering met een rendement waar heel wat bedrijven jaloers op zouden zijn.”

  • Een ontspannen gesprek

    WIE Justin de Kleuver (DSP-groep) en Ann Meijer (afdeling onderwijs van De VAK)

     

    Ann: “Ruimte betekent voor mij dat je tijd in je leven hebt, krijgt of maakt. Tijd waarin je om je heen kunt kijken en geniet van wat anderen creëren of wat je zelf creëert. Meer ruimte om boven praktische dingen zoals eten, drinken, economische zekerheid uit te stijgen en stil te staan bij het bijzondere in het leven. Muziek, cultuur, theater, gesprekken, filosoferen, plezier. De schoonheid van het leven vieren; dat is ruimte voor cultuur.

    Justin: “Op een dag als deze grijp je terug naar belangrijke vragen als ‘Wat vind ik mooi?’ en ‘Hoe zou ik willen dat we samenleven?’. Dat is ook cultuur. Je kunt zo opgaan in je werk en gericht zijn op efficiëntie, dat je vergeet wat eraan ten grondslag ligt. De culturele vragen.”

    Ann:

    ‘De schoonheid van het leven vieren’

     

    Ann: “Voor mij is cultuur ook ruimte geven aan zingeving. Eigenlijk is cultuur alles wat ons verbindt. Niet alleen plezier, maar ook loutering. Dingen of mensen in het leven waar je afscheid van moet nemen. Kunst is ook heel goed voor het verwerken van verdriet.”

    Justin: “Voor zulke gedachten moet meer ruimte zijn. Maar mensen zijn angstige wezens. Daar komt dat economisch denken vandaan, waardoor er weinig tijd voor is.

    Ann: “Wij dreigden een tijdje een no-nonsense-samenleving te worden. Onderwijs werd ook minder creatief, maar de wereld vraagt juist om creativiteit.”

     

    Justin:

    ‘Mensen zijn angstige wezens’

     

    Justin: “Ja, dat vind ik ook. Onze samenleving is gericht op efficiëntie. Kinderen worden in het onderwijs opgeleid om een bepaald beroep uit te oefenen. Heel rationeel bedacht, maar wij zijn geen rationele wezens. We hebben behoefte aan contact, schoonheid ervaren. Verbindingen leggen is de essentie van het leven.”

    Ann: “Ik denk dat we meer geïnteresseerd moeten zijn in andere culturen. Die nieuwsgierigheid verbindt. Iedereen maakt dezelfde dingen mee in het leven. Als je dat verbindt, krijg je meer empathie.”

‘Hoe geef jij ruimte aan cultuur?’