Doe mee(r) met taal

[ Paul Schnabel, Eerste Kamerlid en voormalig directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau ]

‘Aardig, vaardig en waardig in de samenleving’

Kritisch denken, verhalen vertellen, samenwerken, communiceren. Allemaal vaardigheden die nodig zijn om te kunnen meekomen in de huidige dynamische samenleving. Hiervoor zijn een solide basis van taalvaardigheid en algemene kennis over de samenleving onontbeerlijk, zegt Paul Schnabel, lid van de Eerste Kamer en voormalig directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Toen Schnabel eens in z’n eentje de weg zocht in een Chinese provinciestad ervaarde hij het zelf: hoe moeilijk het is om te leven in een wereld waarin je de taal niet kent en waarin je geen verbinding kunt leggen, omdat je niet weet wat er staat. “Je komt uit een andere wereld en je komt die nieuwe wereld ook niet makkelijk binnen”, realiseerde hij zich.

Kennis van de wereld

Schnabel was voorzitter van het Platform Onderwijs2032 dat, op initiatief van voormalig staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker, onderzocht hoe het onderwijs een andere inhoud kan krijgen. Wat moeten jongeren leren om verder te komen in een moderne samenleving? Het platform kwam met zes kernpunten voor een nieuw curriculum: taalvaardigheid, rekenvaardigheid, digitale geletterdheid, vakoverstijgende vaardigheden, kennis van de wereld en burgerschap. “Zorgen dat mensen aardig, vaardig en waardig in de samenleving staan. Daar gaat het feitelijk om.”

Zelfredzaamheid

De huidige complexe en snel veranderende samenleving vraagt om extra vaardigheden, zoals onderhandelen, communiceren, spreken en flexibiliteit. Een werknemer moet kritisch leren denken, problemen oplossen, een verhaal kunnen vertellen, rapporteren. Er wordt ook steeds meer teamwork gevraagd. Schnabel: “Veranderingen vragen een bepaalde souplesse. Zelfredzaamheid is ook enorm belangrijk. Dat is niet voor iedereen makkelijk. En bovendien: soms weten mensen niet eens wat dat woord betekent, zelfredzaamheid.”

‘Taligheid is voor sommigen geheimtaligheid geworden’

Fietskoerier

Schnabel laat zien welke waanzinnige onderwijsexpansie we in de afgelopen eeuw hebben doorgemaakt. Een veelvoud van vroeger volgt tegenwoordig voortgezet onderwijs of een universitaire opleiding. Die enorme verandering maakt ook verschillen in de samenleving groter. “Dat is een bron van zorg”, zegt Schnabel. “Het onderwijs is de reproductiefactor van sociale ongelijkheid. Als jij niet meekomt in het onderwijs zijn jouw kansen in de samenleving heel klein.”

Hij wijst daarbij ook op het feit dat veel hoogopgeleiden het werk doen van laagopgeleiden. Denk aan de bediening in de horeca of de fietskoerier. “Het is dus heel belangrijk om te werken aan scholing vanaf de onderkant. Wie niet meekomt, doet niet mee. Taligheid is voor sommigen geheimtaligheid geworden. Om iets te begrijpen moet je de context kennen. Die moeten we beter uitleggen aan mensen die niet begrijpend kunnen lezen, luisteren, praten, schrijven, tellen of meten.”

[ Machteld Huber, arts en onderzoeker bij Institute for Positive Health ]

‘Positieve gezondheid gaat over het hele leven’

“We zeggen wel gezondheidszorg, maar eigenlijk hebben we het over ziektezorg”, stelt Machteld Huber, arts en onderzoeker bij Institute for Positive Health. In de gezondheidszorg ligt de nadruk nog altijd op het lichamelijke aspect. Maar gezondheidszorg gaat volgens haar over zoveel meer.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is de definitie van gezondheid: een toestand van compleet welbevinden. Die formulering is volgens Huber vooral gebaseerd op de vroeger veel voorkomende infectieziektes. Maar tegenwoordig krijgen mensen vooral chronische ziektes. Behandeling daarvan is niet meer te betalen en chronische ziektes moeten dus vooral worden voorkomen. Daarom moet er volgens Huber meer geld naar preventie. “We moeten zelf proberen om niet ziek te worden.”

Definitie van gezondheid

Maar hoe doe je dat? Huber deed onderzoek naar wat gezondheid voor mensen betekent. Wat bleek? De respondenten verbonden gezondheid aan zes hoofdtermen: lichaamsfuncties, mentale functies, spiritueel, kwaliteit van leven, dagelijks functioneren en sociaal-emotioneel functioneren. “Zoals je ziet heeft eigenlijk nog maar één van de termen betrekking op het lichamelijke aspect”, legt Huber uit. “De andere termen gaan over het hele leven en zetten niet de ziekte, maar de patiënt centraal.”

‘Eenzaamheid is schadelijker dan hart- en vaatziekten’

Zingeving en invloed

Daarop bedacht Huber de term positieve gezondheid. Het gaat uit van de mens als geheel. Natuurlijk is gezonde voeding en beweging belangrijk, maar zingeving, het gevoel dat je ergens invloed op hebt en een sociaal netwerk zijn minstens zo belangrijk. Huber: “Eenzaamheid is echt schadelijker dan hart- en vaatziekten.” Als je van die nieuwe formulering van gezondheid uitgaat, moet je je patiënt ook op een andere manier begeleiden. Dan staat centraal hoe het op verschillende vlakken met iemand gaat, wat iemand zou willen veranderen en waarmee de arts de patiënt kan begeleiden. “Dat zou bijvoorbeeld hulp bij taal kunnen zijn”, legt Huber uit.

Schotten weg

Op deze manier naar de zorg kijken neemt bestaande schotten weg en zorgt voor een geïntegreerde blik. Huber: “De lichamelijke zorg en aandacht voor de sociale omgeving vormen één geheel.” Dat zie je volgens haar ook steeds meer terug in de praktijk: partijen als zorgverzekeraars sluiten zich aan bij deze visie en huisartsen werken meer samen met sociale wijkteams of vrijwilligersorganisaties. Huber: “Om mensen een veerkrachtig en betekenisvol leven te geven — in een gezonde omgeving — moeten we ons samen inzetten.” Als hulpmiddel ontwikkelde Huber de test Mijn Positieve Gezondheid (MPG). Mensen krijgen hiermee meer inzicht in hoe het met ze gaat en wat ze kunnen veranderen. Inmiddels is er ook een kinderversie beschikbaar, een versie voor laaggeletterden is in de maak.

Zelf de test doen?