AO2A7011

Nieuwe vrienden?!


Willen we meer halen uit de ‘lange systemen’ die nu de levens van onze huurders beïnvloeden, dan moeten we op zoek naar ‘nieuwe vrienden’. Dat begint met een kennismaking en een eerste uitwisseling van gedachten. En als dat dan bevalt is er wellicht meer mogelijk. Twee tweegesprekken van amper tien minuten uitgelicht, opgetekend tijdens de jaarconferentie van De Vernieuwde Stad. Aanknopingspunten voor meer?

‘We proberen het simpeler te maken’



Anne Wilbers, bestuurder Mooiland
Betty Bannink, sectormanager Bouwen, Wonen en Milieu, gemeente Leeuwarden


Betty Bannink
: “We werken al heel lang samen met corporaties: voor prestatieafspraken, rond huisuitzettingen en we betrekken de huurdersbelangenverenigingen bij plannen. Het is voor mij ingewikkelder om bínnen de gemeente erachter te komen hoe het sociale domein werkt. We proberen het simpeler te maken; het denken in lange systemen helpt dingen inzichtelijk te maken.”

Anne Wilbers: “Afgelopen jaar vroeg ik een wethouder wonen: ‘Hoe zit het met jullie schuldhulpverlening?’ Dat wist ze niet. Ik wil namelijk maatwerk in huurbeleid op een veel breder terrein dan wonen. Ik hoor ook niets meer van de wijkteams, terwijl wij juist als opdracht hebben om meer in de wijken te zitten. De prestatieafspraken die we afsluiten met de gemeente gaan vooral over wonen, niet over andere domeinen.”




Bannink
: “Dat doen we in Leeuwarden breder: bij die ‘20 procent’ zit iemand vanuit het sociale domein aan tafel. Bij de andere ‘80 procent’ is dat ingewikkelder, omdat de urgentie minder hoog is.”

Wilbers: “De wethouder wonen zou eigenlijk moeten zeggen: ‘Ik haal mijn collega van het sociale domein erbij’.”

Bannink: “Je moet ook je mensen de ruimte geven en zeggen dat maatwerk is toegestaan. ‘Maar dan schep je een precedent’, zeggen ze dan. Maar als je goed kunt verantwoorden waarom je iets doet, is er geen probleem.”

Wilbers: “We moeten beginnen met op een andere manier naar die ’20 procent’ te kijken. Dan krijg je enthousiasme binnen de organisatie om ook zo met de ’80 procent’ om te gaan. Daarnaast zou er een functie moeten zijn van iemand die de buurt goed kent, beter geworteld is en zo eerder signalen opvangt. Die kan mensen stimuleren andere huurders te helpen.”

Bannink: “Zo is onze wijkaanpak nu al: er lopen mensen in de buurten die iedereen kennen. Die enthousiasmeren mensen om anderen in de wijk te helpen.”

‘Corporaties hebben de contacten al’



Evert van den Eshof, adviseur Huurdersvereniging Amsterdam
Egbert de Vries, directeur Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties

 

Egbert de Vries: “De discussie over wederkerigheid is wel een uitdaging voor woningcorporaties. Hoe zorg je ervoor dat wederkerigheid niet wordt gezien als een verslechtering.”

Evert van den Eshof: “Het is ook lastig voor ons. Je hebt zittende huurders die al jaren in een huis wonen met een relatief lage huur. Maar ook heel andere groepen. Net onder de inkomensgrens. Net erboven. Studenten op een campus. Het is vooral die eerste groep die lid is van huurdersverenigingen.”

De Vries: “Ik ben wel klaar met het argument dat huurders van corporatiewoningen wat terug moeten doen voor de maatschappij, omdat zij zo goedkoop wonen. Met zaken als lesgeven, of vrijwilligerswerk. Goedkope woningen aanbieden is precies de reden waarom corporaties er zijn.”

 




Van den Eshof
: “Een groot aantal mensen heeft geen toegang tot corporatiewoningen. Vraag is hoe je zoveel mogelijk toegang kunt realiseren voor de groepen die het echt nodig hebben. Je kunt wel met je huurders in gesprek gaan. ‘Ken uw huurder’ is sowieso een goed idee. De corporaties zeggen zelf trouwens dat ze dat al doen.”

De Vries: “Een man die in zijn eentje in een grote woning woont, daar kan je het gesprek mee aan. Of hij niet kleiner wil gaan wonen, omdat er gezinnen met weinig geld zijn die behoefte hebben aan zo’n grotere woning. Maar het zijn ingewikkelde discussies.”

Van den Eshof: “Het ligt voor de hand corporaties meer te laten aanhaken bij sociale wijkteams. In een aantal gemeenten zitten ze al in die teams. Schuldhulpverlening lijkt me ook een logische nieuwe vriend voor corporaties.”

De Vries: “Precies. Corporaties kunnen het signaleren als het niet goed gaat met de huurder, bijvoorbeeld als de huur slecht wordt betaald of bij overlast. Als we dit goed bespreken met maatschappelijke dienstverleners en zorginstellingen kan de huurder beter worden geholpen en wordt mogelijk gedwongen huisuitzetting voorkomen.”

Van den Eshof: “Bij schuldhulpverlening kan ik me voorstellen dat incassobureaus en deurwaarders meedoen. Corporaties hebben die contacten al, ze hoeven ze alleen maar anders in te zetten. Meer preventief en meer huurdergericht.”

Scroll to Top