‘Niet in míjn achtertuin!’

Soms heeft landelijk beleid veel lokale gevolgen. ‘Prima hoor’, roepen omwonenden vaak, ‘maar niet in míjn achtertuin!’ Wat doe je dan als Rijksoverheid? Vier (school)voorbeeldprojecten. Over de gevolgde aanpak en lessen voor de toekomst.

Wind op Zee

Casus

De voorgenomen plaatsing van windmolens in de Noordzee, onder andere 20 kilometer voor de kust van Monster/Kijkduin, riep aanvankelijk veel weerstand en emoties op. Strandliefhebbers waren bang voor aantasting van de ‘ongerepte zee’ en voor horizonvervuiling. Maar ook was er angst voor het wegblijven van toeristen en een daling van de huizenprijzen. Wat te doen? De antwoorden van Jan Jelle van Hasselt (adviseur Communicatiepool) en Ellen Bouwhuis (online adviseur bij EZK).

Aanpak

In de communicatie over Wind op Zee speelde onder andere onderzoek naar feiten en beleving een grote rol. In de communicatie is veel aandacht besteed aan beeld (animaties) en onderzoek (flitspeilingen). Centraal stond het steeds verbreden van inzichten, thema’s en doelgroepen.

Lessons learned

  1. Verbreed de discussie. Onderzoek de negatieve frames en zet er positieve frames tegenover.
  2. Laat in samenhang en binnen alle thema’s het begrip duurzaamheid terugkomen.
  3. Focus niet op tegenstanders die altijd kritiek hebben, maar zoek mensen die wel in gesprek willen.
  4. Verbreed je blik door onderzoek. Zo bleken de grootste ergernissen op het strand rommel en herrie en niet direct windmolens op zee.  Dan kan het slim zijn daar (ook) iets aan te doen. Plaats feiten dus tegenover emoties.
  5. Zet animatie in (bijvoorbeeld een simulatie met GISviewer). Breng het doel op een realistische manier in beeld, als tegengeluid wanneer partijen met onjuiste weergaven komen. Zorg dus voor reframing met beeld.
  6. Zoek steun uit onverwachte hoek en zet deze in. Kijk wel uit dat het anderen niet vervreemdt en dat iedereen zijn rol behoudt.

Ruimte voor de Rivier

Fotografie: Werry Crone

Casus

Met het programma Ruimte voor de Rivier van Rijkwaterstaat is op ruim dertig plekken met 19 partners (zoals IenM, EZ, RWS, provincies, aantal gemeenten en waterschappen) samengewerkt aan de waterveiligheid van Nederland. In Nederland is er namelijk steeds meer kans op overstromingen en de waterstand in de rivieren moet dus omlaag. Daarvoor hebben rivieren letterlijk meer ruimte nodig. Dat zorgt natuurlijk voor behoorlijke ingrepen in het landschap. Hoe vertel je zo’n boodschap aan omwonenden? Vic Gremmer (bewoner Noordwaard), Jorien Douma (afdelingshoofd bij RWS) en Ralph Gaastra (projectleider bij RWS) over hun ‘lessons learned’.

Aanpak

Centraal in de aanpak stond het betrekken van omwonenden, voor het eerst is echt ‘de andere kant’ van het verhaal verteld. En met succes. Trots overheerst: velen hielpen het verhaal te vertellen. Ruimte voor de Rivier werd daarmee een sterk merk, waarmee partijen zich graag associeerden.

Lessons learned

  1. Een snelle beslissing geeft duidelijkheid.
  2. Doe aan verwachtingsmanagement: vertel wat wel en niet kan. Vertel een heldere boodschap.
  3. Zorg dat anderen je verhaal vertellen en faciliteer dit. Dit voedt de boodschap én toont trots.
  4. Wisselgeld is belangrijk. Door aan de doelstelling ‘hoogwaterbescherming’ ook de doelstelling ‘ruimtelijke kwaliteit’ te koppelen, zijn er maatregelen getroffen die het gebied ook verfraaiden.
  5. Zorg dat je goed contact hebt met een aantal sleutelpersonen, zoals een altijd bereikbare omgevingsmanager, rond de projecten. Die weten precies wat er bij bewoners speelt.
  6. Er is een dijkwerkers-community voor collega’s bij RWS opgericht om elkaar op de hoogte te houden en kennis te delen. Ook is er voor omwonenden een online community opgericht die daar hun verhalen – ongecensureerd –  konden delen.
  7. Blijf open staan voor kritische geluiden van anderen. Juist bij complexe opgaven is het belangrijk om er samen uit te komen, elkaar serieus te nemen en duidelijkheid te scheppen.

A4 Delft - Schiedam

Fotografie: Joop van Houdt

Casus

Dit stukje snelweg is de weg met de grootste weerstand. Lang wachtte Nederland op de aanleg van de A4 tussen Delft en Schiedam. Al in 1952 is de eerste verkenning gestart. Er volgden jaren van discussies met lokale partijen over het nut en de noodzaak, de aantasting van de natuur en overlast voor omwonenden. Niet alleen de bewoners waren in verzet, maar ook de automobilisten die elke dag in de file stonden. Tot er in 2004 vanuit het Rijk (opnieuw) opdracht wordt gegeven om de weg aan te leggen. Maar wat doe je dan? Jörgen van der Meer (omgevingsmanager bij RWS) en Nicole Wegman (communicatieadviseur en persvoorlichter bij RWS) delen hun overwegingen.

Aanpak

Het politiek besluit tot aanleg van de weg schiep eindelijk duidelijkheid. Door intensieve samenwerking is de snelweg aangelegd in een (half)verdiepte ligging, waardoor de weg vanuit het Midden-Delfland gebied nauwelijks te zien is. Deze bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving was voor de omwonenden erg belangrijk. Belangrijkste communicatiedoelstelling: werken aan acceptatie. Dat er veel ruimte was voor extra maatregelen, zoals een sportpark, een ecoduct en nieuwe fietspaden om het gebied aantrekkelijk te maken, hielp enorm.

Lessons learned

  1. Er was een omslag in het denken nodig: van verzet naar acceptatie. Zorg steeds voor een heldere boodschap over de fase en stand van zaken. Houd periodiek overleg met omwonenden.
  2. Creëer context: het is een van de zes projecten. Voorwaarde voor het uitvoeren van projecten is om de opdracht alleen aan te nemen als er ruimte en wisselgeld is. Er is een grens aan wat communicatie kan doen.
  3. Ga aan tafel met je criticasters. Zoek de weerstand op en zorg voor korte lijnen; dat kan zowel formeel als informeel. Spreek af: als er iets is, praat eerst met ons, dan pas met de krant.
  4. Onderhoud contact met de pers, ook als er tegenslagen zijn. Investeer in de persoonlijke relatie met journalisten. Speel geen mooi weer, maar wees eerlijk. Zeker als iedereen de emoties kent en ziet.  
  5. Organiseer de interne lijnen goed. Er lopen ook lijnen vanuit ‘de uitvoering’ naar Den Haag en niet alleen andersom.
  6. Zorg voor een informatiecentrum, evenementen en open dagen voor belangstellenden. In vier jaar tijd hebben ruim 30.000 mensen het project bezocht.

Antennebureau

Casus

Iedereen wil bellen, maar niemand wil een antenne of zendmast naast of bij zijn huis. Gevaar voor de gezondheid is een grote zorg, waarover de emoties soms hoog oplopen. Hoe zorg je ervoor dat er een gesprek over de feiten toch mogelijk blijft? Yvonne Trenning en Louwrens Wemekamp (beiden adviseur bij het Antennebureau) over hun aanpak.

Aanpak

Het Antennebureau van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat is hiervoor speciaal opgericht. Het communiceren over de risico’s en vooral de perceptie van de risico’s staat centraal. Het gaat er in de communicatie dus niet om wat een risico is, maar wat mensen als risico ervaren. In een persoonlijk gesprek probeert het Antennebureau de angel er bij de bezorgde burgers uit te halen. Begrip te creëren. Die voorlichting gebeurt op aanvraag, bijvoorbeeld op gezondheidsbeurzen of bij bewonersavonden van woningbouwverenigingen.

Lessons learned

  1. Wees transparant en geef feitelijke informatie, wees eerlijk over onzekerheden en open over besluitvorming. Neem iedereen serieus.
  2. Probeer mensen waar mogelijk te betrekken bij het proces. Tegenstanders krijg je niet om. Probeer niet te overtuigen.
  3. Houd de regie in handen door je kernboodschap voor ogen te houden. Op deze manier kun je snel terugschakelen vanuit gedetailleerde discussies.
  4. Maak gebruik van ‘de zaal’: felle tegenstanders worden soms door het natuurlijke gedrag van de zaal in toom gehouden.
  5. Omgaan met fake news is een uitdaging; er is geen succesformule. Houd voor ogen dat mensen afgaan op hun gevoel en niet op de feiten – probeer de discussie open te houden en geen loopgravenoorlog te ontketenen.
  6. In geval van antennes zien we vaak het NIMBY-effect: hier kun je met feiten mensen laten inzien dat er zonder antennes geen mobiele communicatie bestaat.

Elke project kent eigen lessen, maar welke 5 tips voor de praktijk moet iedereen kennen?