Triomf van de stad

Tijdens de eerste bijeenkomst zoomen we in op het thema ‘verstedelijking’. Het aantal inwoners en bezoekers in steden neemt explosief toe en bewoners van de stad worden steeds jonger. Welke gevolgen heeft dat voor ons? Een verkenning.

voorwoord

‘Het brengt een enorme energie teweeg’

Met de reeks Fonds on tour bereiden we ons samen met de sector voor op de nieuwe beleidsperiode 2021-2024. Vier jaar geleden organiseerden we deze bijeenkomsten ook. In de voorbereiding op de huidige kunstenperiode wisten we toen beter waar we aan toe waren: minister Jet Bussemaker zette in op rust in de tent en we wisten dat er geen extra geld beschikbaar zou worden gesteld. Nu is er is een nieuw kabinet en het goede nieuws is dat er meer geld voor cultuur beschikbaar is. Toch weten we minder goed waar we aan toe zijn dan vier jaar geleden. Minister Van Engelshoven constateert grote ontwikkelingen in de samenleving. Die grote veranderingen spelen voor alle domeinen, maar hebben ook effect op onze sector. Het vraagt om een cultuurbeleid dat dicht bij de mensen staat, om op de vragen die spelen een antwoord te kunnen formuleren. Dat doen we dan ook met deze bijeenkomsten. We vinden het als Fonds Podiumkunsten belangrijk om samen met de sector in gesprek te gaan: wat betekenen die veranderingen voor ons?

Steden groeien

In de eerste bijeenkomst van Fonds on tour staat ‘de triomf van de stad’ oftewel de verstedelijking in Nederland centraal. Die explosieve groei van steden heeft natuurlijk effect op hoe we op cultureel niveau ons land inrichten. Gaan we denken in steden, provincies, stedelijke regio’s of zelfs natiestaten? Wat is de juiste schaal? Daarbij kunnen we niet voorbijgaan aan de verstedelijking van de wereld: hoe verhouden we ons internationaal? Minister Van Engelshoven ontvangt dit najaar de plannen van misschien wel zestien stedelijke regio’s. Op dit moment vinden gesprekken plaats met alle spelers uit het veld en dat brengt een enorme energie teweeg. Aan de basis ligt de vraag wat nu precies zo’n stedelijke regio is. Daarom vind ik het ook zo belangrijk om onze reeks landelijke bijeenkomsten met dit onderwerp te starten: om te luisteren, elkaar te bevragen en misschien wel te confronteren. Ik hoop dat het energie oplevert en dat we die kunnen vasthouden. In dit magazine leest u ‘de oogst’ van de eerste bijeenkomst.

Henriëtte Post, directeur Fonds Podiumkunsten

keynotes

‘De stadstaat: zegen voor de kunst en cultuur?’


Neem een imposante locatie (Temporary Art Centre in Eindhoven), twee inspirerende sprekers (Zef Hemel en Marjo van Schaik) en een zaal vol belangstellenden (mensen uit de podiumkunsten en politiek, bestuurders en beleidsmakers) en je hebt een middag die vibreert in hoofd en hart.

Zef Hemel, Professor Urban and Regional Planning, trapt de middag af. Hij stelt dat de verstedelijking in Nederland een exponentiële groei doormaakt. “Het is een urbane wereld waarin we ons bewegen. In lichtsnelheden begeven we ons van de ene plek op aarde naar de andere”, legt hij uit. Nederland zelf beweegt zich volgens Hemel echter in de verkeerde richting: in plaats van te luisteren naar het internationale OESO-rapport en een stedenstrategie te ontwikkelen, investeert de Nederlandse overheid vooral in het platteland, in de regio. “Een risico, want met de enorme vergrijzing in het vooruitzicht krimpt Nederland op deze manier”, aldus Hemel.

Nederland als stad

Wat te doen? Er zijn er volgens Hemel twee scenario’s mogelijk. Het eerste: maak van Nederland het Singapore van Europa, één grote, krachtige stad. Volgens Hemel bewegen steeds meer agenda’s, ook die van kunst en cultuur, in deze richting. “Er worden snelle verbindingen tussen steden gelegd om voornamelijk campussen, hoogopgeleiden en toeristen met elkaar te verbinden”, legt hij uit. Hierin schuilt volgens Hemel een gevaar: “Wij zijn geen Singapore en door een te grote economische drijfveer krijgen sociale en verbindende aspecten te weinig aandacht.”

Demonteren

Er is echter een alternatief. De vorm waar Hemel voor pleit is om ‘het koninkrijk te demonteren’. Een heel beperkt aantal zaken moet je volgens hem centraal regelen, maar veel kun je in zogenaamde ‘stadstaten’ organiseren. Deze stadstaten hebben in zijn model een hoge mate van autonomie, met een eigen structuur en visie op de toekomst. Hemel vergelijkt ze met de kantons in Zwitserland. “Bovendien staan stadstaten dicht bij hun inwoners”, aldus Hemel. Door deze inrichting zijn ze gedwongen om te werken aan hun culturele, economische en duurzame kapitaal. De terugkeer van de stadstaat zou een zegen zijn voor de kunst en cultuur.

Veranderende infrastructuur

Tweede spreker van de middag is Marjo van Schaik, dr. Leisure Studies, creative producer en cultuurmanager. Zij promoveerde onlangs op de relatie tussen cultuurgebouwen en hun omgeving. Een van de conclusies van haar onderzoek is dat die iconische cultuurpaleizen niet altijd aansluiten op de behoefte van publiek, makers en de buurt. Van Schaik: “Architecten, vastgoedbedrijven en lokale overheden zien zo’n trendy cultuurgebouw vaak als een impuls voor de economie en het imago van de stad. Pas in een laat stadium worden er gebruikers bij gezocht: welk theatergezelschap heeft er nog huisvesting nodig én kan bijdragen aan die imagoverbetering?” De vraag is of die gebruikers en hun publiek wel behoefte hebben aan zo’n modern gebouw, en juist die plek. En past het wel bij de omgeving en haar bewoners?

Aan tafel

Haar advies? De vitaliteit van de sector is, in tegentelling tot wat nu vaak beweerd wordt, wel gebaat bij meer gebouwen. Het proces om dergelijke nieuwe plekken te ontwikkelen moet alleen anders. Van Schaik: “Nu is de tendens dat pas wanneer het gebouw er staat, het cultuurbeleid om de hoek komt kijken. Dat moeten we omdraaien. Wees je bewust van wat je voor ogen hebt als cultuurmanager en zorg dat je al in het beginstadium om de tafel zit met de architecten en stedelijke ontwikkelaars om ook jouw (artistieke en verbindende) belangen op tafel te leggen.”

Het boek ‘Culture of Spaces’ van Marjo van Schaik verschijnt dit najaar en is te bestellen via [email protected]. Bekijk hier alvast haar model.

Wat is de invloed van verstedelijking op kunst en cultuur? Sprekers Zef Hemel en Marjo van Schaik schetsen hun toekomstbeeld.
debat

5 ultieme vragen

De twee visies van de sprekers riepen genoeg vragen op voor het debat dat hierop volgde. Vijf vragen van deelnemers uitgelicht:

1. Wat betekent ‘demonteren’ voor de regio Eindhoven?
In Brabant kennen mensen elkaar; is dat netwerk in cultureel opzicht niet interessanter dan een groter agglomeraat? Het advies van Zef Hemel is om de stad Eindhoven dominanter te maken; waarin een avant garde kan opstaan. Acteer als stad in de wijde wereld en zoek daarbij de partijen die je nodig hebt. “Gun jezelf het idee dat je als Eindhoven een absolute wereldspeler wordt.”

2. Wat betekent het demontagemodel voor kleinere steden?
Kleinere steden hebben volgens sommige aanwezigen enkel bestaansrecht omdat ze maatwerk leveren voor hun stad. In het nieuwe model zou dat bestaansrecht vervallen. Dat roept de vraag op of dat model niet juist een grotere diversiteit bewerkstelligt en de kans vergroot dat toptalent op veel meer plekken dan nu opstaat. Volgens sommigen is dat onmogelijk, omdat kleine steden daar niet de middelen voor hebben. Dit levert geen eensluidende conclusies op, het scherpt wel de standpunten aan: moeten we dromen of pleisters plakken?

3. Wat is eigenlijk het verschil tussen een stedelijke regio en stadstaat?
De Raad van Cultuur heeft het advies uitgebracht om naast de Basisinfrastructuur en de fondsen ook te focussen op een derde component: de regionale culturele infrastructuur. Constant Meijers van de Raad van Cultuur vraagt zich af wat het verschil is met demonteren van het koninkrijk? Volgens Zef Hemel is een stedelijke regio een Haagse en economische term. Meijers stelt dat ook stedelijke regio’s zoeken naar een horizontale verbinding. Volgens hem liggen de termen ‘stedelijke regio’ en ‘stadstaat’ niet zo ver van elkaar vandaan.

4. Is de stad een verzameling gebouwen of een verzameling mensen?
Moet je niet beginnen te denken vanuit mensen, in plaats vanuit gebouwen? De infrastructuur van de podiumkunsten verandert immers, denk bijvoorbeeld aan de opkomst van nomadische gezelschappen en de populariteit van locatietheaters: heeft de sector nog wel gebouwen nodig? Volgens de aanwezigen is het cruciaal dat je verbinding zoekt met de ontmoetingsplekken rondom het gebouw, zie het podium als ‘hub’. Als je alleen uitgaat van de gebouwen van de stad, is er van verbinding geen sprake. Het advies voor subsidieverstrekkers: honoreer enkel nog plannen waar dat verbindende aspect in zit.

5. Hoe kom je als sector aan de stuurknoppen te zitten?
Marjo van Schaik: “Praat bij het proces van een nieuw gebouw als cultuurmanager met fondsen en (rijks)overheden. Weet wie je bent en wat je te bieden hebt, wees je bewust van het belang van de precieze locatie en de architectuur. Houd daaraan vast bij de gesprekken met gemeenteambtenaren. Maak je niet te klein en ga ervan uit dat de hele sector voor je idee staat. Je positie als sector moet zo zijn dat het normaal wordt dat je je stem uitbrengt.”

in beeld
Meer dan 80 aanwezigen, 2 sprekers, 1 vissenkomdebat en heel veel vragen om over na te denken.
Fonds on Tour in beeld.
reacties

Hoe verder?

Het gesprek van vandaag was niet uit op concrete oplossingen: het was een denkrichting, mentale yoga op de maandagmiddag. Wat leverde het deze vier deelnemers op? Wat nemen zij mee naar huis?

Jet Duenk, provincie Noord-Brabant:

Stedelijke regio

“De discussie van vandaag sloot naadloos aan bij waar we elke dag mee bezig zijn: het samen zoeken naar welke richting we opgaan. Het gesprek over demonteren en stedelijke regio’s vond ik verwarrend. In mijn optiek heeft demontage betrekking op de samenleving, maar niet direct op kunst en cultuur. De term ‘stedelijke regio’ die de Raad van Cultuur gebruikt, is naar mijn idee wel specifiek voor dit domein. Ik voel meer voor deze variant, zo hoeft ook niet het hele land op de schop.”

Rob van Steen, Theaters Tilburg:

Sector als hub

“Marjo van Schaik maakt in de relatie tussen cultuurgebouwen en hun omgeving onderscheid tussen verschillende typeringen van culturele plekken: ‘stand alone’, ‘satellieten’, ‘expansie’ en ‘hub’. Ik vind het een interessante vraag welke typering het beste past bij de podiumkunsten van de toekomst. Misschien wel het model van de ‘hub’: je kunt het als culturele plek niet alleen, je hebt die verbinding met andere ontmoetingsplekken en partners nodig.”

Jos van Hulst, Theatergroep Suburbia:

Stadsgezelschap

“Na het beluisteren van de gesprekken van vandaag, ben ik opnieuw blij dat ik in Almere werk. In die jonge stad stellen we met alle instellingen altijd de waarom-vraag: waarom maken we deze keuzes en hoe kunnen we de stad laten uitgroeien tot een volwaardige stad? Maar ook wij hebben wensen: in de huidige structuur hebben we te weinig ruimte om als stadsgezelschap te functioneren. Ik ben wel voor demontage. Anders gaan we ons weer aanpassen en dat is nooit goed.”

Esther Ledeboer, Residentie Orkest:

Dicht op de huid

“Binnenkort hebben we een bijeenkomst over onze nieuwe stedelijke projecten, de inzichten van vandaag neem ik daar zeker mee naartoe. Wat precies? Dat de plek waar je je vestigt heel belangrijk is in hoe je je verbindt met de mensen om je heen. Hoe gaan we ervoor zorgen dat we zo dicht mogelijk op de huid van mensen zitten? Dat we binnenkort met onze nieuwe concertzaal midden in het centrum zitten is geweldig: daar gebeurt het, daar ontmoeten we ons publiek.”