Maatschappelijke scheidslijnen

Op maandag 25 juni vindt de tweede bijeenkomst plaats van Fonds on tour. Dit keer staat het thema ‘maatschappelijke scheidslijnen’ centraal. Wat betekenen die voor de podiumkunsten? 

voorwoord

‘Het gesprek hierover voeren móet’

‘Kunst moet van iedereen zijn en voor iedereen gemaakt worden.’ Eens. Natuurlijk. Maar toch is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. We streven allemaal al langer naar een inclusieve sector, maar het proces verloopt langzaam. We zien dat de maatschappelijke scheidslijnen in Nederland eerder sterker worden dan vervagen. Niet alleen als het gaat om culturele diversiteit, maar ook over de kansen die iemand krijgt op de arbeidsmarkt. We zien dat jongens die in Nederland zijn opgegroeid, tijdens het WK in het Marokkaanse voetbalelftal willen spelen. Waarom is dat? Ook de media zijn nu geen afspiegeling van de samenleving. Als mensen met een migratieachtergrond zich niet herkennen in de media, maar ook niet in voorstellingen, dan moet je daar als sector iets mee. Ik ben niet enkel somber gestemd; er zijn prachtige voorstellingen te noemen die juist deze thema’s aansnijden. Maar trekken die ook het publiek voor wie het bedoeld is? En zijn de bestuurders van de podia en festivals een afspiegeling van de maatschappij? Moet de gevestigde orde misschien een stap opzij doen en ruimte maken voor anderen? 

Het gesprek hierover voeren is lastig, alleen al omdat we niet altijd over het juiste vocabulaire beschikken. Maar het moet. Tijdens de tweede bijeenkomst van Fonds on tour doen we dat met zo’n 125 betrokkenen uit de sector. Hoe we dat doen? Open, uitgaande van de juiste intenties en bereid om naar onze eigen positie te kijken. Dan hebben we na deze bijeenkomst een basis om op voort te gaan. In dit e-zine een verslag van de inleidingen van sprekers prof. dr. Gloria Wekker en dr. Andries van den Broek, die de aanwezigen genoeg input gaven voor een sterk inhoudelijke discussie die daarop volgde. Wat ik eruit meeneem is dat het onderwerp voorlopig niet van onze agenda af kan. En misschien moeten we wel scherpere keuzes maken dan we voorheen hebben gedaan. Denkt u mee?”

Henriëtte Post, directeur Fonds Podiumkunsten

keynotes

‘diversiteit is een voorwaarde voor kwaliteit’


Prikkelen, uitdagen, duiden: sprekers Gloria Wekker en Andries van den Broek zetten tijdens de tweede bijeenkomst van Fonds on tour in Kunstlinie Almere Flevoland (KAF) in Almere de boel op scherp. Een impressie.

“Vaak zeggen witte mensen dat ras er voor hen niet toe doet, dat zij kleurenblind zijn,” vertelt prof. dr. Gloria Wekker, sociaal en cultureel antropoloog en schrijver van het boek ‘Witte Onschuld, paradoxen van kolonialisme en ras’. “Maar hoe is het mogelijk te denken dat de 400 jaar dat Nederland een koloniaal rijk is geweest, geen sporen heeft nagelaten?” stelt zij nadrukkelijk.

Cultureel archief
Wekker duidt hoe we volgens haar met diversiteit in onze samenleving omgaan. Ze gaat uit van een systeemanalyse waarvan zowel witte als gekleurde mensen deel uitmaken. We hebben volgens haar een cultureel archief (dat in ons hoofd en hart zit) dat een zekere ordening aanbrengt in rassen: met witte mensen aan de top, die allerlei kwaliteiten belichamen. Andere groepen moeten zich tot het witte ras verhouden. Tot welke klasse je behoort en wat dat voor betekenis heeft  leer je in je familie. Wekker: “Daar zijn we ons niet altijd bewust van. Iedereen moet zich daaraan ontworstelen. Over dat systeem durven we niet praten. Maar als we op een gelijkwaardige manier met elkaar om willen gaan, moeten we dat wel doen.”

Daar moet je volgens Wekker geen doekjes om winden. “We hebben alleen geen vocabulaire ontwikkeld om op een respectvolle en inclusieve manier hierover met elkaar te praten. Laat staan dat er een eerlijke discussie over mogelijk is. Ook vallen de kwaliteiten die op prijs worden gesteld samen met ‘wit’, ‘mannelijk’ en ‘middenklasse’. Kwaliteiten van vrouwen, of mensen met een kleur worden nauwelijks gezien”, aldus Wekker.

Voorwaarde voor kwaliteit
Volgens Wekker is diversiteit een voorwaarde voor kwaliteit en excellentie en duurzaamheid. Wat betekent dat voor de podiumkunsten? “In het centrum van de steden bedienen we een wit en aan de randen een zwart publiek. Willen we dat? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat publieksgroepen meer gemengd worden?” Daarnaast constateert zij dat er maar weinig zwarte acteurs zijn; die spelen bovendien voor een uitsluitend wit publiek. Dat maakt volgens Wekker eenzaam. 

Is er een oplossing? “Ik vind dat er een deltaplan nodig is om een inclusief bestel te vormen”, stelt Wekker. “Het is echter niet aan mij om te zeggen wat er moet gebeuren, maar aan de sector zelf.” Toch heeft Wekker een aanbeveling: “Begin bij de opleidingen, haal meer mensen binnen die de samenleving weerspiegelen. Maar vooral moet de macht een stap opzij doen. Laat je je macht aanleunen of zet je deze in om veranderingen tot stand te brengen?”

Smaakvoorkeuren
Na dit vlammend betoog gaat dr. Andries van den Broek, politicoloog en werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau dieper in op welke mensen de podiumkunsten bezoeken en welke factoren daarin meespelen.

“Ten eerste speelt opleiding een belangrijke rol”, aldus Van den Broek. Laagopgeleiden bezoeken minder vaak een schouwburg of concertpodium, blijkt uit onderzoek. Van den Broek: “Daarbij moet je onderscheid maken tussen opleiding en inkomen; het blijkt dat dat laatste nauwelijks een rol speelt.” Een tweede aspect is leeftijd. De zalen bij klassieke muziek zitten nu nog vol, maar het publiek bestaat uit senioren en hoogopgeleiden. Dat leidt op termijn tot problemen. Mensen die hiervoor in de plaats komen zijn namelijk anders cultureel geprogrammeerd. Er volgt een generatie die een andere smaakvoorkeur heeft ontwikkeld; hoe trek je die nog naar de zalen? Ook afkomst is van invloed. Ieder individu heeft een eigen persoonlijke smaakvoorkeur, een eigen culturele programmering. “Het huidige aanbod sluit niet aan bij alle smaakvoorkeuren die er in de samenleving zijn, nu en in de toekomst”, stelt Van den Broek.

Kwaliteitsoordeel
De achilleshiel ligt volgens hem bij het expertoordeel en de kwaliteit. Komt het kwaliteitsoordeel wel op een juiste manier tot stand? Wie bepaalt de criteria, wie beoordeelt ze? Van den Broek: “Vaak zijn dat hoogopgeleiden witte mensen. Je moet de kwaliteit oprekken. In het huidige artistieke kwaliteitsoordeel speelt bijvoorbeeld vernieuwing een grote rol, maar in sommige culturen wordt traditie juist hoog gewaardeerd. Daar zou de verandering moeten beginnen.

De Commissie Diversiteit, onder leiding van prof. dr. Gloria Wekker, presenteerde op 12 oktober 2016 het eindrapport ‘Let’s do diversity’ (Nederlandse titel: ‘Diversiteit is een werkwoord’) aan de academische gemeenschap, de contactgroep en het College van Bestuur van de UvA. Lees hier de aanbevelingen.

 

Er moet iets veranderen, en sneller dan nu gebeurt, vinden sprekers andries van den broek en gloria wekker. daarbij is de sector zelf aan zet. Beluister hier hun aanbevelingen.
debat

‘you have to be part of the conversation’

De aanwezigen worden na de inleiding van de twee sprekers uitgenodigd hun ultieme vraag te stellen aan de zaal. Wat volgt is een enerverend debat.

1. Waarom willen we dit eigenlijk, die diversiteit in de podiumkunsten?
Moeten we wel iedereen binnen willen halen? Houdt de één niet gewoon van voetbal en de ander van musea? Je moet er volgens de aanwezigen voor zorgen dat ieder kind in elk geval in aanraking komt met de ‘hoge kunsten’. Daarna kan iemand op latere leeftijd zelf beslissen of ze nog eens een theater bezoeken. Henriëtte Post stelt dat subsidiënten publiek geld verdelen; dan moet in principe iedereen zich kunnen herkennen in wat er op die podia te zien is. Hoe? Dat heeft te maken met de inhoud van een voorstelling, maar ook of er voldoende plekken zijn waar een divers publiek op afkomt.

2. Heeft iets pas kwaliteit wanneer het diversiteit in zich heeft?
Volgens Gloria Wekker is diversiteit een voorwaarde om tot kwaliteit te komen. Er is in Nederland een dominante cultuur die de kwaliteitsnorm ‘bepaalt’. Als je die kwaliteit verbreedt, kunnen meer mensen zich er in herkennen. Het voorbeeld van het Nederlands Blazersensemble dat de wijken intrekt om samen met lokale muzikanten een programma te ontwikkelen, wordt gezien als een stap in de goede richting, maar roept tegelijkertijd vragen op. Hoe ziet het team van het ensemble eruit, is dat niet overwegend wit? Wat hebben de lokale professionals er zelf aan? Wie heeft het geld (en dus de macht)? Zou de aanvraag ook zijn gehonoreerd als de lokale professionals deze hadden ingediend? Kortom, zijn er in dit voorbeeld patronen te ontdekken waar we van kunnen leren?

3. Wie denken ‘wij’ wie ‘zij’ zijn?
Gaat diversiteit over mensen die niet wit en hoogopgeleid zijn? Of gaat het over mensen met een andere culturele achtergrond? Agrariërs? Jongeren? Voor sommige aanwezigen is ‘ze’ de omgeving waarin ze opereren, zoals de wijk. In bepaalde wijken in de grote steden heeft 70% van de inwoners een niet-westerse achtergrond. Je moet aansluiten bij je nieuwe markt, anders betekent dat simpelweg het einde van je podium. Een nuance wordt door een van de deelnemers gemaakt: ‘ze’ bestaat uit een groep individuen. Iemand kan tegelijkertijd van Turkse muziek, dans en Shakespeare houden. Iemands voorkeur is maar ten dele cultureel bepaald. Diversiteit gaat uiteindelijk altijd over wat er op het podium gebeurt, over de inhoud.

4. Waar staan we over vier jaar?
Er zijn veel instituties en instellingen in het huidige bestel en er is weinig doorstroming. Ook initiatieven moeten meer onderdeel worden van het bestel. Daarvoor moet de bestaande orde fysiek plaatsmaken. Bekijk als bestuurder je eigen rol, waar je staat en welke verantwoordelijkheden je hebt. De expertise die er is moet je niet overboord gooien, maar kijk of er nieuwe mensen mee kunnen lopen. Daarnaast is het essentieel dat er meer mensen die vanuit de niet-dominante positie redeneren, deel gaan uitmaken van het beleid. You have to be part of the conversation.

in beeld
De tweede bijeenkomst van Fonds on tour is open, scherp en betrokken. Een verslag in beeld.
reacties

Hoe verder?

Wat nemen de aanwezigen mee naar huis? Hoe komen zij zelf in beweging? Vier reacties uitgelicht.

Yolande Melsert, NAPK:

Naar jezelf kijken

“Ik ben al lang met dit onderwerp bezig, maar er veranderde pas echt iets toen ik naar mijn eigen rol durfde te kijken. Waarom doe ik de dingen zoals ik ze doe, hoe kijk ik zelf eigenlijk? Wat mij altijd heeft geprikkeld is de gedachte dat alles wat anders is mij verrijkt. Daar zijn de podiumkunsten een uitstekend middel voor. Ik ben zeker bereid naar de samenstelling van mijn team te kijken, en ook naar mijn eigen functie. De overheid heeft een stimuleringsbeleid voor meer vrouwen aan de top. Eenzelfde beleid zou zij kunnen voeren als het gaat om diversiteit. Het helpt gewoon.”

Marion Schiffers, Codarts Rotterdam:

Voorwaarde voor kwaliteit

“De stelling van Gloria Wekker dat diversiteit een voorwaarde moet zijn voor kwaliteit, excellentie en duurzaamheid zou eigenlijk hét motto moeten zijn voor de sector. Ook in het kunstvakonderwijs moeten we nog meer op zoek naar de verbreding van diversiteit. Niet alleen onze studenten moeten een afspiegeling zijn van de samenleving, ook de bestuurders. Ik ben er niet op tegen om plaats te maken, maar anderen moeten die plek ook pakken. Kúnnen pakken, want er moet ruimte voor zijn. Ik ben ongeduldig, maar ik zie progressie. Een aantal jaar geleden was er vaak een ‘extra potje’, nu zie je dat er op veel meer plekken er echt een intrinsieke behoefte is voor meer diversiteit.”

Roeland Dekkers, Theatergezelschap BonteHond:

Inspireren van kinderen

“We zetten al best grote stappen als het gaat om een meer inclusieve sector. Maar het is voortdurend zoeken naar de juiste balans. Dat is lastig, want het gaat over kunst. Je wilt volle zalen trekken en tegelijkertijd dat een kunstenaar de vrijheid heeft om te maken wat hij wil. Dat is een spanningsveld. Een kant-en-klare oplossing is er niet. Maar kijk eens naar het jeugdtheater. Door het spelen van schoolvoorstellingen bereikt jeugdtheater kinderen van alle achtergronden. Maak kunst weer een vast onderdeel van het curriculum op scholen, dan komen alle kinderen in aanraking met kunst. Vervolgens kunnen zij zelf de keuze maken wat ze ermee gaan doen.”

Hillechien Steenbruggen, Schouwburg Het Park Hoorn:

Smaakontwikkeling

“Wij werken met ‘persona’s’, verschillende archetypen die staan voor een groep met dezelfde normen, waarden en interesses. Binnen die verschillende ‘smaakgroepen’ zoeken we naar culturele ontwikkeling. Iemand die eerst alleen Jandino Asporaat bezocht, wil misschien daarna ook wel naar de finalist van het Leids Cabaret Festival Nabil of naar de voorstelling Melk en Dadels van Daria Bukviç. Binnen wat je aanspreekt, moet je dingen ‘proeven’ die je nog niet kent. Als theater kunnen we dit stimuleren, maar uiteindelijk moet iemand er voor open staan of hij of zij ook echt die andere smaken wil proberen.”