circulaire economie

Tijdens de laatste bijeenkomst van Fonds on tour nemen we het thema ‘circulaire economie’ onder de loep. Volgens sommigen staan we aan de vooravond van een van de grootste transities van de laatste decennia. Wat zijn hiervan de gevolgen? Welke rol spelen wij daarbij als sector? We tastten op een maandagmiddag in Arnhem de randen af. In dit e-zine leest u de oogst.

voorwoord

‘Elkaar met respect en compassie bevragen’

Wat betekent circulaire economie eigenlijk? Gaat het over het behoud van de weidevogels, over het stijgende water, elektrisch rijden? Gaat het over een wereld waarin fossiele grondstoffen opraken, en waardoor de koopkracht niet meer stijgt? Eén ding is zeker, er staat iets op het spel; deze transitie raakt alle facetten in de samenleving. We kunnen over dit onderwerp wel een week praten, maar we gaan proberen in één middag de koe bij de horens te vatten. De vraag die centraal staat: hoe verhoud je je als maatschappij, en specifiek als kunstensector, tot deze grote transitie?

Sprekers Derk Loorbach (directeur DRIFT) en Ingrid Zeegers (programmadirecteur Circulair Friesland) schetsen hun perspectief op deze veranderende wereld, en doen aanbevelingen. Daarover gaan we vervolgens met elkaar in gesprek. Ik kijk met plezier terug op de afgelopen bijeenkomsten van Fonds on tour waarin alle aanwezigen elkaar met compassie en respect bevroegen. Steeds was het een gesprek zonder concrete oplossingen, maar het leverde wel nieuwe denkrichtingen op. Zoals moderator Ruben Maes het al eerder mooi verwoordde: ‘Het is mentale yoga op de maandagmiddag.’ Hoe de uitkomsten van die gesprekken precies terugkomen in ons beleid weten we nog niet, maar het krijgt hoe dan ook een plek, dat staat vast.

Ik wens u veel leesplezier met deze laatste editie.

Henriëtte Post, directeur Fonds Podiumkunsten

keynotes

‘Wees de verandering die je wilt zijn’


Sprekers Derk Loorbach en Ingrid Zeegers trappen de middag af in Musis in Arnhem en voeden de deelnemers met hun visie op de impactvolle transitie die we nu doormaken naar een circulaire economie.

“We hanteren de term ‘regime’ voor hoe we als mensen gewend zijn te werken, te denken en te organiseren. Het is de collectieve comfortzone”, vertelt Derk Loorbach, professor socio-economische transities en directeur van het Dutch Research Institute for Transitions (DRIFT). Zo’n regime zien we terug in alle domeinen, ook in die van de kunsten. Hij vervolgt: “Zo’n regime functioneert op zich prima, maar op een gegeven moment komt het in een schoksgewijs veranderingsproces terecht, en dat in een relatief korte tijd. We zitten bijvoorbeeld al langer in de energietransitie, maar nu pas komen we in de fase terecht dat het spannend begint te worden.”

Regime zet zich vast
Hoe beginnen die grote transities nu? Dat heeft er volgens Loorbach mee te maken dat op een gegeven het regime zich vastzet. Tegelijkertijd is het moeilijk om ineens iets compleets anders te doen. Meestal gebeurt het gaandeweg. Loorbach onderscheidt hierbij drie typen veranderingen:
1. De samenleving verandert, dat leidt tot een ander soort eisen aan het regime.
2. De kramp die dat veroorzaakt binnen dat regime. Er ontstaat existentiële twijfel, concurrentie tussen partijen.
3. Langzaam treedt er een dynamiek van versnelling op. Mensen vinden elkaar, er ontstaan nieuwe netwerken. Eigenlijk komt er een nieuw regime.

Wie zijn wij?
“Dat samen zorgt voor transitie, voor een nieuw soort structuur. Bij transitiemanagement onderscheiden we aan de ene kant een perspectief op de lange termijn, en op de korte termijn moeten we accepteren dat dingen complex zijn”, legt Loorbach uit. Daarom moeten we volgens hem strategisch experimenteren met de lange termijn. Hoe? Door nieuwe netwerken en verbindingen te leggen. Loorbach: “En het vraagt om het vermogen om op jezelf te reflecteren. Waar sta je zelf? Ben je niet ook onderdeel van het regime?”

Positief perspectief
Circulaire economie wordt vaak gezien als bedreigend. “Als je de potentie van de transitie niet ziet geeft het natuurlijk ook onrust,” aldus Loorbach. Hoe verhoudt zich dit tot onze sector? Loorbach heeft de antwoorden niet, maar kan wel een richting geven: “Help om het positieve perspectief te creëren. Vertel je publiek dat verandering ook ruimte kan scheppen. En dat het de verantwoordelijkheid van mensen is om hieraan bij te dragen.”

Gezond-verstand-economie
Elk product, dienst of voorstelling is volgens Ingrid Zeegers, programmadirecteur van Circulair Friesland, begonnen met een idee en vervolgens een ontwerp. “We moeten samen leren dit ontwerpproces op een nieuwe manier in te richten, waarbij het belangrijk is om het ‘in de tijd’ te ontwerpen; hoe gaan we nu en in de toekomst positieve impact creëren?”

“We weten al heel erg veel en we zijn al slim genoeg om consequenties in te zien, nu moeten we de discipline ontwikkelen om aan de voorkant van het ontwerpproces meerdere invalshoeken en kanten mee te nemen. Een circulaire economie noem ik dan ook liever een gezond-verstand-economie”, aldus Zeegers. Vanuit haar ervaring met innovatieve en duurzame projecten bij Philips en Circulair Friesland duidt Zeegers een aantal ontwerpprincipes die daarbij van belang zijn. Denk bij het ontwerpen niet alleen aan de levensduur van je product, maar ook aan dat het geen negatieve effecten heeft voor de natuur. Werk dus met een gesloten kringloop. Maar er is meer. Redeneer door wat de consequenties zijn van je ontwerp, houd rekening met biodiversiteit, met wat om je heen leeft, bekijk het product vanuit verschillende perspectieven en zorg voor wederkerigheid in de keten.

Leren reflecteren
Zeegers sluit af: “Als je de natuurwetten van het ontwerp volgt, komt er uiteindelijk een duurzaam ontwerp uit. Maar de allerbelangrijkste natuurwet is: ‘wees de verandering die je wilt zijn.’ Het is belangrijk dat je leert reflecteren, je kleine stappen zet, en doorzet. Een kleine verandering bewust doormaken geeft je al zoveel inzichten.”

Nog meer weten? Beluister hier de aanbevelingen van de twee sprekers.
debat

4 ULTIEME VRAGEN

De verhalen van de twee sprekers gaven genoeg stof tot nadenken. Vier vragen van deelnemers uitgelicht:

1. Moeten wij als kunstenaars hier iets mee?
De vraag leeft of een kunstenaar zich nog gewoon met kunst kan bezighouden, zonder dat het maatschappelijk relevant is. Eigenlijk is het antwoord hierop simpel: is kunst niet altijd maatschappelijk relevant? Het gros van het publiek vindt dat we verbeelding nodig hebben om je als maatschappij deze grote transitie voor te kunnen stellen. Daar hebben we kunstenaars, onderwijs en wetenschap hard bij nodig. Geloof in de kracht van een positief denkend perspectief. Hoe krachtig maak ik dat beeld, en hoe maak ik openingen in het hart om anderen ook mee te nemen?

2. Wat is het fundament van dit verhaal?
Na de verhalen van de twee sprekers rijst de vraag op wat het krachtenveld is waarmee we te maken hebben. Wat is het fundament? Er ontspint zich de discussie of een transitie eigenlijk een fundament heeft. Natuurlijk moeten we de belangen fundamenteel herschikken, maar dat doen we hier in Nederland evolutionair, simpelweg omdat we niet willen dat er een burgeroorlog uitbreekt. Om die transitie voor elkaar te krijgen is doorzettingsvermogen nodig. Anderen zijn uitgesprokener: dit vraagt om een revolutie. Een sterke leider die ons de weg wijst. Of misschien een sociaal cultureel wonder, zoals een basisinkomen?

3. Gaat het niet ook over verlies?
Het antwoord op die vraag is ‘ja’. Bij zo’n grote transitie gaat het ook altijd over verlies, van bijvoorbeeld je autonomie. De jongere generatie ziet echter ook kansen. Je moet ook plaats maken, je verlies nemen. Ruimte maken voor een nieuwe trend die opkomt of voor nieuwe mensen op belangrijke posities. Dat hoeft niet van de ene op de andere dag. Als de context verandert, gaat het gros van de mensen daar gewoon in mee. Maar je moet een duidelijk punt zetten: hiermee gaan we stoppen, en hier gaan we naartoe. Verlies moet je dus begeleiden. Hoe? De negatieve kant kan iedereen zich wel voorstellen, maar de utopische kant is vaak niet behapbaar genoeg, te wollig. Herframe voortdurend de casus, vind er een andere taal voor: ook daar ligt een mooie taak voor de kunstenaar.

4. Zijn wij niet zelf ook het regime?
Hoe zit het met deze transitie in onze eigen sector? Vaak zijn we in de podiumkunsten enthousiast en bruisen we van de energie om wat we gaan programmeren. Maar we kijken wel tegen halflege zalen aan. Er gaat dus iets niet goed. Is dat het regime waarin we nog zitten? Daarover moeten we als sector (instituten en makers) het gesprek voeren: welke transitie willen we doormaken? Wat moet de nieuwe verhouding zijn tussen kunst en publiek? Dat we ons gebouw ook andere functies kunnen geven, en zo andere doelgroepen kunnen binnenhalen, ziet iedereen. Maar hoe vinden we weer publiek bij de gezelschappen? Antwoord van de sprekers: Wees de verandering die je wil zijn. Praat met mensen die je hoog hebt zitten. Neem je bestaande producten bij de hand en neem die goed door: volstaat het nog?

in beeld
De vierde bijeenkomst van Fonds on tour is onderzoekend en open. Een verslag in beeld.
reacties

Hoe verder?

Wat leverde het gesprek van vandaag deze vier deelnemers op? Wat nemen zij mee naar huis?

Herman Kossmann, creatief directeur KOSSMANN.DE JONG:

Verbeelding aan de macht

“Om deze enorme transitie op gang te brengen, is verbeelding nodig. En welke sector kan dat beter dan de podiumkunstensector? Hier is de verbeelding vanzelfsprekend aan de macht. Gebruik daarbij alle kunstdisciplines, ga op zoek naar spannende cross-overs. Want spannend is het. Bij voorgaande transities verging de wereld niet. Dat staat nu op het spel. Dus wie zich als kunstenaar geroepen voelt: doe mee, en ontwerp een positief beeld om de wereld in te sturen!”

Lieke Jordens, programmeur Theater, Stadsschouwburg Nijmegen/Concertzaal de Vereeniging:

Geen passieve zalenboer meer

“Als je je als theaterprogrammeur laat meevoeren door de waan van de dag en je je niet over dit soort maatschappelijke vraagstukken buigt, heb je voor je het weet een seizoen als ieder ander. In de praktijk zijn we toch vaak een passieve zalenboer en laten we ons leiden door het bestaande aanbod. Gelukkig zie je wel de beweging dat theaters steeds meer een eigen visie op tafel leggen en van daaruit programmeren. Daarvoor is het belangrijk anderen de ruimte te geven. Gun bijvoorbeeld een jongere jouw functie, maar laat ook andere groepen programmeren. Dan moet je wel de regie uit handen durven geven, ja.”

Piet van Wissen, gemeente Apeldoorn, projectontwikkelaar Cultuur:

Overheid moet stelling nemen

“Ook vandaag hoorde ik weer het geluid ‘als we er maar in geloven, dan komt het wel goed’. Maar dat denk ik niet. De vraag moet zijn hoe je deze grote maatschappelijke omwenteling collectief organiseert. Daarvoor is bijvoorbeeld een politieke partij of een vakbeweging nodig. Het adagium ‘laat het bij de burgers’ gaat hier niet op volgens mij. Daar heb je een overheid voor nodig die stelling neemt. Maar die is er niet, dit gaat nog een hele tijd duren.”

Kelsey Lampe, student en stagiair bij Paradiso Melkweg Productiehuis:

Gewoon gaan doen

“Eigenlijk dacht ik de hele tijd ‘hier zit het regime’. Als we blijven praten over wat die transitie voor ons behelst, vertraagt dat het proces enorm. We moeten het gewoon gaan doen! Hoe? Door jonge mensen op belangrijke plekken te zetten, maar ook door iets te veranderen aan de manier van werken. Je moet echt je organisatie​ ​(willen) veranderen. ​Als die intrinsieke motivatie er niet is, ga je ook niks veranderen. En ja, dan moet er soms iemand, die al twintig jaar op dezelfde plek zit, weg. Ook dat hoort bij een transitie.”