De doelgroepen

De groep kwetsbare ouders is divers. De kwetsbaarheid kan komen door een verstandelijke beperking, een verslaving, psychische problemen of doordat ouders zelf nog kind zijn. Hoe met deze factoren om te gaan?

Ethisch accent in Handreiking Kinderwens

Bemoeizorg via het aanbieden van hulpverlening, onderzoek naar de opvoedingssituatie en monitoring is te rechtvaardigen bij ouders met een verstandelijke beperking. Dat staat in de Handreiking kinderwens en anticonceptie bij mensen met een verstandelijke beperking.

In de Handreiking komen onder meer ethische en juridische aspecten aan de orde. Een voorbeeld van zo’n ethische vraag is bijvoorbeeld of je mensen met een verstandelijke beperking mag ontmoedigen in hun kinderwens. Of dat je hen gedwongen anticonceptie mag opleggen. Een juridisch aspect is bijvoorbeeld de rol van de wettelijk vertegenwoordiger in dit soort trajecten. Deze handreiking is opgesteld door de Nederlandse vereniging van artsen voor verstandelijk gehandicapten (NVAVG) en is een herziening van de richtlijn van 2005.

Ondersteuningsbeleid

Andere aspecten die aan bod komen in de Handreiking zijn het vaststellen van wilsbekwaamheid van mensen met een verstandelijke beperking en hun ouderschapscompetenties. ‘Ontmoedigingsbeleid moet worden vervangen door een ondersteuningsbeleid, gericht op het in dialoog met de cliënt onderzoeken van toekomstperspectieven in brede zin inclusief gezinsvorming, gericht op een positieve levensinvulling met haalbare doelen’, stelt de NVAVG in de Handreiking.

Intercollegiaal

De Handreiking pleit voor een multidisciplinaire werkwijze, intercollegiaal. Laat instanties daarbij samen de ouderschapscompetenties en risicofactoren in kaart brengen. De professionele oordeelsvorming over anticonceptie, wilsbekwaamheid, de kinderwens en ouderschapscompetenties, inclusief de adviezen van derden, worden in het medische dossier schriftelijk vastgelegd.

Voor artsen zelf geldt dat het belangrijk is om echt in gesprek te gaan met hun cliënten en aan te sluiten bij het woordgebruik dat de cliënt zelf gebruikt, om misverstanden te voorkomen. ‘Dat betekent dat je af en toe uit je doktersrol moet stappen’, aldus de Handreiking.

Meer weten? Download hier de Handreiking.

Meldpunt zwanger en verslaafd

Het ongeboren kind is bij geboorte al beschadigd als de moeder al tijdens de zwangerschap alcohol, cannabis of harddrugs gebruikt. Uit onderzoek is gebleken dat het gebruik van alcohol of drugs kan leiden tot een miskraam, laag geboortegewicht, vroeggeboorte, loslating van de placenta en doodgeboorte. Het Meldpunt Zwanger en Verslaafd begeleidt zwangere vrouwen om het kind zo gezond mogelijk ter wereld te laten komen.

Bij het Meldpunt Zwanger en Verslaafd komen meldingen binnen van zwangere vrouwen zelf, maar ook vanuit de omgeving van de zwangere vrouw. De verslavingen lopen uiteen van zwaar tot minder zwaar, van incidenteel blowen tot harddrugsgebruik.

Het meldpunt is ontstaan uit een convenant van Erasmus Medisch Centrum, Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) en de Raad voor de Kinderbescherming. Er zijn korte lijntjes met huisartsen, ggz en wijkteams, zodat snel opgetreden kan worden.

Twee typen vrouwen

Er zijn grofweg twee typen verslaafde vrouwen. Het ene type is zich ervan bewust dat alcohol en drugs slecht zijn voor het ongeboren kind en staat open voor behandeling. De motivatie is hoog en met de juiste begeleiding komt de baby doorgaans gezond op de wereld. Bij het andere type ontbreekt die motivatie en blijft gebruik een rol spelen tijdens de zwangerschap. Dan is ingrijpen noodzakelijk en wordt in overleg met andere instanties bepaald of er bijvoorbeeld gedwongen behandeling nodig is.

Voorgeschiedenis

Veel van de vrouwen die in aanmerking komen met het Meldpunt hebben een belaste voorgeschiedenis. Zorg voor moeder en kind ná de geboorte is cruciaal. Uit onderzoek van Antes blijkt dat 300 vrouwen die zich meldden bij het meldpunt 232 baby’s kregen. Met de juiste begeleiding zijn moeders vaak te motiveren tot opvoedvaardigheden. Van de 232 baby’s staat 87 procent nog wel onder toezicht. Bij 21 procent is het ouderlijk toezicht beëindigd omdat moeder niet in staat bleek tot goed ouderschap.

Het is voor het welzijn van het kind belangrijk om verslaafde zwangere vrouwen in beeld te krijgen. “We moeten de keten doorbreken en niet als vanzelf de problemen van ouder naar kind laten overgaan”, stelt Famke Trommels, gz-psycholoog en coördinator van het meldpunt.

Meer weten?

Platform maakt seks bespreekbaar

Praten en denken over seks, anticonceptie of abortus. Het zijn onderwerpen die op de website Sense.info heel toegankelijk zijn gemaakt voor tieners. Want verbetering van kennis is nodig om ongewenste tienerzwangerschappen te voorkomen.

Sense.info maakt deel uit van de Impuls Preventie Ongewenste Tienerzwangerschap (IPOT). Dit programma is opgezet door Rutgers, Soa Aids Nederland en Fiom in opdracht van het ministerie van VWS. De drie partijen geven aan welke leemtes er zijn in preventie van en begeleiding bij tienerzwangerschappen, en hoe bestaande activiteiten en middelen beter kunnen worden gebundeld en ingezet.

Onveilige thuissituatie

Voor IPOT zijn twee onderzoeken gedaan naar tienerzwangerschappen. Het ene richtte zich op ‘kwetsbare meiden’ die vóór hun twintigste een zwangerschap hadden meegemaakt. Het andere richtte zich op meiden met een lichte verstandelijke beperking (LVB).

Bij de ‘kwetsbare meiden’ geldt dat ze vaak een onveilige of onstabiele thuissituatie hadden, wat leidde tot lage eigenwaarde en lage weerbaarheid. Hun relaties waren veelal gewelddadig en ze hadden weinig kennis over veilige seks en anticonceptie.

Bij meiden met een lvb bleek dat ze vaak een (latente) kinderwens hadden, gebrek aan kennis over veilige seks en het eigen lichaam en dat ze bovendien het risico op een zwangerschap laag inschatten. Anticonceptie was vaak met een ander doel gestart, en de kennis over het juiste gebruik ervan bleek gebrekkig. Voor beide groepen gold dat ze een negatieve opvatting hebben over abortus.

Kans voor hulpverlening

Bij preventie bepleiten Fiom en Rutgers dat er meer aandacht komt voor afhankelijke relaties, eigenwaarde en weerbaarheid. Daar ligt een kans voor hulpverlening en jeugdzorg. Daarnaast is het belangrijk te anticiperen op seksuele contacten. Ook intensievere anticonceptie-begeleiding en hulp bij het maken van een passende keuze van anticonceptie (prikpil, spiraal) is belangrijk, oordelen de beide organisaties. Daarbij hoort ook het monitoren van het gebruik.

Herhaling

Herhaling in aandacht voor relaties, seksualiteit en veilige seks is essentieel om de boodschap goed te ‘laten landen’. En omdat – vooral bij meiden met lvb – er sprake is van een latente kinderwens, is aandacht voor (uitstel) van de kinderwens en goede timing van ouderschap belangrijk.

Meer weten?

  • Bekijk hier (pdf) het onderzoek In één klap volwassen, over tienerzwangerschap.
  • Het onderzoek naar Gezellig met zo’n buik, Tienerzwangerschap bij meiden met een lichte verstandelijke beperking vind je hier (pdf).

Er zijn al veel digitale middelen beschikbaar voor tieners over seksualiteit, anticonceptie en abortus.

Online tools voor preventie

Online interactieve games

Tools voor begeleiding tienerouder

Geen invloed van abortus

Een abortus leidt niet tot een verhoogd risico op psychische aandoeningen. Dat stelt Jenneke van Ditzhuijzen na vijf jaar onderzoek. Zij volgde in die periode 300 vrouwen na een abortus en keek naar aandoeningen volgens DSM 5. Haar conclusie betrof zowel 2,5 à drie jaar als vijf à zes jaar na de abortus. Zij zag veel vrouwen met een psychiatrisch verleden, waardoor hun proces moeizamer verloopt, maar abortus heeft geen invloed gehad.

Hulpverlening

Uit het onderzoek blijkt onder andere dat abortusartsen en verpleegkundigen relatief veel vrouwen zien met een psychiatrisch verleden, die niet aan abortus gerelateerd is. Bovendien is duidelijk dat kwetsbare vrouwen een moeizamer proces doormaken. Mogelijk is de abortuskliniek een plek om psychische problematiek te signaleren en vrouwen door te verwijzen. Maar ook een plek om zwangerschap, abortus en anticonceptie bespreekbaar te maken bij vrouwen uit kwetsbare groepen.”

Methodisch ingewikkeld

Het onderzoek was methodisch ingewikkeld doordat het lastig was om een controlegroep te vinden tegenover de vrouwen die een abortus ondergaan. Uiteindelijk zette ze de vrouwen tegenover een controlegroep die geen abortus/ongewenste zwangerschap heeft meegemaakt: Nemesis-2.

De startsituatie verschilde per groep: van de ‘abortusgroep’ had 68 procent al een psychische stoornis gehad, tegenover 42 procent van de andere vrouwen. Vrouwen met een geschiedenis van psychische aandoeningen krijgen blijkbaar meer te maken met onbedoelde zwangerschappen.

Verschillen vallen weg

Daarna keek Van Ditzhuijzen of de vrouwen die een abortus meemaakten ook vaker een psychische aandoeningen hadden na de abortus. Van Ditzhuijzen: “Vanwege de voorgeschiedenis en de risicofactoren zie je grote verschillen. Maar als je vrouwen bijvoorbeeld met dezelfde leeftijdsgroep en sociale status één op één koppelt aan vrouwen in de controlegroep, vallen die verschillen grotendeels weg. In de periode tot vijf tot zes jaar na de abortus is er geen verhoogd risico meer.”

Wel bleek dat en psychiatrische voorgeschiedenis sterk samenhangt met hoe vrouwen de abortus en de onbedoelde zwangerschap beleven en ermee omgaan. Vrouwen met eerdere psychische aandoeningen ervaren meer twijfel, emotionele last en negatieve emoties.

Het volledige onderzoek kunt u hier vinden.