Verhalen uit de praktijk

Mensen die niet in staat zijn kinderen goed op te voeden. Bij wie kinderen het risico lopen op gezondheidsrisico’s. Of door wiens toedoen verwaarlozing, mishandeling en misbruik op de loer liggen. In rapporten komen al deze voorbeelden voor. Maar over wie hebben we het dan? Drie ervaringsdeskundigen vertellen hun verhaal.

‘Had ik maar...’
esmee-ketting.jpg

“Op mijn 14e ben ik begonnen met blowen, rond mijn 18e ging ik experimenteren met harddrugs en ontwikkelde ik een seksverslaving. Op z’n zachtst gezegd: Ik heb me niet altijd even netjes gedragen.

In 2010 ging het pas echt mis. Mijn moeder werd ongeneeslijk ziek en vanwege mijn drugsgebruik kreeg ik financiële problemen. Daarom werkte ik me helemaal te pletter. Om maar door te kunnen gaan, greep ik naar de cocaïne. Mijn depressie, waarvan ik al langer last had, bereikte een hoogtepunt en ik kreeg ook nog de diagnose borderline. In anderhalf jaar tijd verloor ik mijn moeder, mijn baan en mijn woning. Ik kwam terecht in de daklozenopvang. Eerst zes weken crisisopvang, daarna een vaste plek in de daklozenopvang. Ik belandde in een zorgtraject en daar heb ik voor het eerst openhartig verteld wat er allemaal aan de hand was.

‘Ik had wel wat anders aan mijn hoofd dan anticonceptie’

Vast protocol

Ik kreeg dus hulp, maar die verloopt via een vast protocol. Eerst uit de schulden en weer een woning, dat was de gangbare aanpak. Maar men vergat te kijken hoe mijn leven er verder uitzag; daarnaar werd niet gevraagd. In die tijd zat ik nog in een behoorlijk ongezonde relatie: mijn partner gebruikte ook. Ik had wel andere dingen aan mijn hoofd dan nadenken over anticonceptie. Later denk je: ‘Had ik toen maar…’.

En toen kwam ik bij het project van Connie Rijlaarsdam. Ik kreeg een standaard afspraak met haar, een medische check-up en vragen over anticonceptie. De pil gebruikte ik al tijden niet meer, maar ik was altijd de dans ontsprongen. We besloten een spiraaltje te laten zetten, maar ik moest Connie nog één ding vertellen: ik was overtijd. Een zwangerschapstest dus. Het spiraaltje bleek niet meer nodig, ik was zwanger. Vanaf dat moment ben ik definitief met mijn drugsgebruik gestopt. Ik heb een woning gekregen, mijn leven kreeg ik weer op de rit.

‘Begin het gesprek, wees open’

Geen spijt

Ik heb geen spijt en ben hartstikke blij met mijn dochter. Maar toch. Hulpverleners, durf over seksualiteit te praten. Iedereen weet, de ooievaar is niet bij de bevruchting geweest. Begin er dus over; het is vervolgens aan de persoon zelf om er wel of niet op in te gaan.”

‘De eenzaamheid was het ergst’
1-frienda.jpg

“Mijn ouders hebben allebei een IQ van ongeveer 70. Ze passen heel goed bij elkaar, daar bestaat geen twijfel over. Maar of ze kinderen hadden moeten krijgen, dat kun je je afvragen.

Tot mijn 23e wist ik niet wat er aan de hand is. Al jong voelde ik dat het bij ons thuis anders was. De boodschappenlijstjes van mijn moeder kon ik nauwelijks lezen, ik moest haar altijd verbeteren. Bij vriendjes en vriendinnetjes vroegen ouders hoe het op school was geweest. Dat deden de mijne nooit. Gaandeweg kom je erachter dat er meer dingen niet kloppen. Mishandeling, verwaarlozing. Je probeert te verbloemen wat zich thuis allemaal afspeelt. Daardoor ben ik zo ontzettend eenzaam geweest.

‘Ik neem het vooral de omgeving kwalijk dat er nooit is ingegrepen’

Nooit ingegrepen

Pas toen ik ging studeren kwam ik er via mijn opleiding achter dat mijn ouders verstandelijk beperkt waren. In die tijd werd mijn moeder nog een keer zwanger. Toen bleek dat mijn zusje zich goed ontwikkelde, dacht ik: ‘Dit gaan we niet nog een keer doen, mijn zusje mag niet hetzelfde meemaken als ik’.

Daarop is de diagnose gesteld en vielen dingen op hun plaats. Mijn ouders verwijt ik niets, die kunnen er niks aan doen. Ik neem het vooral de omgeving kwalijk dat er nooit is ingegrepen. Een buurvrouw heeft een melding bij het consultatiebureau gedaan toen ik pas zes weken oud was. Toch is er nooit ingegrepen. Dat is pijnlijk. Mijn familie kwam pas op de hoogte op mijn negentiende, toen ik bij hen introk; daarvoor was er te weinig contact om dit voor hen goed zichtbaar te maken.

Wees transparant

Mijn advies: wees transparant. Waarom? Ik denk dat er een grote handelingsverlegenheid was. En die zie ik nog steeds. Je hebt als hulpverlener een ethisch vak, maar een kind heeft er niet om gevraagd om in zo’n situatie geboren te worden. Vertel wat er aan de hand is. En wees niet bang de ouders af te vallen. Je doet het ter bescherming van het kind.

‘Er is een te grote hande­lings­ver­legen­heid’

Toen mijn zusje 9 jaar was, heb ik haar in huis genomen. Ze is nu 12 jaar en het gaat goed met haar. En met mij? Ik geef voorlichting over opgroeien bij verstandelijk beperkte ouders. Dit verhaal moet verteld worden. De mishandeling is heel heftig geweest, maar dat heb ik een plek weten te geven. De eenzaamheid en het isolement werken door tot op de dag van vandaag.”

‘Niemand zag de impact’

Roos heeft een vader en een moeder met een verstandelijke beperking. Zij gaf haar broertjes de verzorging die haar ouders niet konden geven. Totdat er nog een zusje zou komen. Bekijk hier haar verhaal.