Platform

Ze komen uit dezelfde sector, zijn allemaal betrokken bij het onderwerp kwetsbaar ouderschap. Kunnen ze elkaar snel vinden als je ze tegenover elkaar zet? Zes professionals hebben een blind date. Elkaar aftasten, kijken waar ze elkaar wat te bieden hebben. En: is er een date?

Liane de Haan, student biomedische wetenschap Radboud UMC
George Damhuis, verpleegkundig specialist, Erasmus MC – Sophia

‘We moeten elkaar elke keer weer leren kennen’

Lianne: “Voor een studieproject moesten wij een ethisch dilemma in de gezondheidszorg uitwerken. Zo kwamen we in contact met wethouder De Jonge. De maatschappelijke relevantie van kwetsbaar ouderschap spreekt mij heel erg aan.”

George: “Ik werk al jaren op de afdeling neonatologie - een intensive care voor veel te vroeg geboren baby’s. Behalve het uitvoerende werk doe ik casemanagement. Er lopen bij ons veel artsen rond. Dat patiënten hen elke keer hetzelfde verhaal laten vertellen, is niet echt wenselijk. Die rol van intermediair neem ik dan deels op me. Prematuriteit is belastend voor moeders: ze willen trots rondlopen met hun dikke buik, maar dat wordt ze ontnomen. Dat zorgt voor psychische problemen.”

“Je kunt nooit alle wensen van een patiënt vervullen”

Lianne: “Soms komen ze al binnen met problemen. Hoe zorg je dan voor verbinding met andere hulpverleners? Want misschien hadden die vrouwen al psychische problemen.”

George: “Dat is lastig. Wij moeten samen zorgen voor korte lijnen. We gaan uit van medische dossiers. En zij – huisartsen, wijkteams, maatschappelijk werk, ggz – moeten ons weten te vinden. Maar wie op welk moment waarvoor verantwoordelijkheid neemt, die vraag speelt telkens.”

Lianne: “Ik liep een ministage bij een huisarts die onderzoek deed naar patiëntgerichtheid. Hij gebruikte het ICF-systeem. Huisartsen, medisch specialisten, onderzoekers, paramedici, verpleegkundige en fysiotherapeuten kunnen aangeven welke fysieke en psychische problemen mensen ervaren die het dagelijks leven beïnvloeden.”

“Lotgenotengesprekken zouden kunnen helpen”

George: “Mooi voorbeeld. Richt jij je bij je opleiding vooral op onderzoek?

Lianne: “Zeker. Maar ook op patiëntcontact. Wat mij aanspreekt is het effect van het praten op gelijk niveau. Lotgenotengesprekken zouden kunnen helpen bij het verwerken. Vrouwen gaan door een heftige situatie. Misschien hebben ze wat aan elkaar.”

George: “Jaloersmakend hoe die opleidingen zijn veranderd. Ik denk ook niet dat wij het beter weten. We – hulpverlener en patiënt - moeten elkaar elke keer weer leren kennen en verwachtingen afstemmen op elkaar. Wat is nodig voor die ene patiënt in begeleiding? En tegelijkertijd moeten we duidelijk maken dat we nooit alle wensen van de patiënt kunnen vervullen. Hoe frustrerend ook.”

Dirk Rombouts, stafmedewerker Free Clinic, Antwerpen
Angela Ansems, casusbegeleider Bureau Frontlijn Rotterdam

‘In Antwerpen hebben we Connie nodig’

Angela: “Sinds een paar maanden draait nu in Rotterdam het project van Connie Rijlaarsdam en het werpt nu al vruchten af. We vinken niet alleen maar af, maar komen bij de vrouwen echt op het onderwerp anticonceptie terug. Zo bouw je een langdurige relatie op.”

Dirk: “Dat is inderdaad belangrijk. Veel projecten bij ons zijn ad hoc; een langer traject is nodig om de vertrouwensband te versterken. Misschien hebben we in Antwerpen ook een project als dat van Connie nodig.”

Angela: “Doen!”

‘Het is altijd maatwerk’

Dirk: “Het Rotterdamse verhaal volg ik al langer, het Meldpunt Zwanger en Verslaafd is bijvoorbeeld bij jullie heel succesvol.”

Angela: “En vergeet Stevige Start niet.”

Dirk: “Soortgelijke aanpakken bestaan in België ook wel, maar het is goed om genuanceerd te blijven kijken. Het is eigenlijk te veel voor één aanpak. Het is altijd maatwerk. Je kunt niet in twee minuten anticonceptie bespreken, dat kost tijd en aandacht.

Angela: “Dat herken ik heel sterk. Wij werken ook echt náást de vrouwen. Hoe zit dat bij jullie?”

‘Denk alle schaamte weg’

Dirk: “Te vaak wordt er nog alleen naar het kind of alleen naar de moeder gekeken. Terwijl een gezamenlijke bekommernis essentieel is. Het is bij ons nog wel een moeizaam proces. Als hulpverleners houden we het taboe misschien ook in stand. Vraag is steeds of je wel mag ingrijpen in het persoonlijke levensdomein.”

Angela: ”Het is zoeken naar de juiste ingang. Ik heb wel gemerkt dat je alle schaamte weg moet denken, je heel open het gesprek over seksualiteit en anticonceptie moet aangaan.”

Dirk: ”Ja, je moet het gelijk op tafel leggen, al bij de eerste intake.”

Angela: “En herhalen. Steeds weer herhalen.”

Riet van der Meer, gezinsbegeleider Expertteam Amarant
Nel Nowee, teamleider Ambulant bij ASVZ

‘Heb humor en wees laconiek’

Riet: “We zitten beiden in de sector van verstandelijk beperkten, we delen alle levensfasen, hebben veel ambulant werk en doen beiden preventief werk. Al is anticonceptie bij ons nog een ondergeschoven kindje.”

Nel: “In de opleiding tot SPH is het niet eens een onderwerp. In onze tijd was de aandacht daarvoor heel beperkt. Dan kwam je op een afdeling waar patiënten openlijk masturbeerden; je wist als 17-jarige niet waar je moest kijken. Nu vind ik het belangrijk dat zo’n gesprek heel erg in vertrouwen plaatsvindt. Alleen van daaruit kun je over anticonceptie beginnen. Liefst op zó’n manier dat het lijkt alsof ze zelf op het idee komen.”

Riet: “Je moet het praktisch aanpakken. Zo’n gesprek is moeilijk, vindt vaak in een stresssituatie plaats…”

Nel: “…of familie zit erbij…”

‘Vertrouwen belangrijk voor lastig gesprek’

Riet: “Je hebt in veel gezinnen ook weerstand. Soms word je buiten gezet. Dan probeer je toch weer: ‘Over een week kom ik terug’.”

Nel: “Je hebt heel humor nodig en moet laconiek zijn. Niet te zwaar maken.”

Riet: “En andere manieren weten om het gesprek aan te gaan.”

Nel: “Goed om eens bij elkaar mee te lopen. Voor een frisse blik. Grote valkuil is namelijk een blinde vlek. Hoe doe jij dat?”

Riet: “Wij voorkomen die blinde vlek door met z’n tweeën bij een gesprek te zitten. Maar hoe doe jij dat met ‘alles eromheen’, waardoor je niet meer aan de klant toekomt?”

‘Je moet het praktisch aanpakken’

Nel: “Wij worden afgerekend op de doelen en hebben een light versie van een plan.”

Riet: “Nou, vroeger had ik vijf gezinnen, nu twaalf.”

Nel: “Bij ons werken medewerkers heel zelfstandig. We zijn eigenlijk ouderwets: je kunt gewoon je teamleider bellen bij sores.”

Riet: “Nou, volgens mij hebben wij wel een match.”