Aan tafel over
vormgeven in de stad

op naar een nieuwe vormgevingscultuur

Ruim baan voor experimenten met ‘tijdelijkheid’

Valt er nog wel iets vorm te geven in een stad die al zo mooi is? Zeker. Want Leiden is groter dan de historische binnenstad. En er komt een forse verstedelijkingsopgave aan. Vergeet bovendien het vraagstuk van klimaatadaptatie niet. Genoeg te doen dus voor architecten en andere vormgevers van de stad. Maar hoe?

Wie door de ogen van architecten en andere vormgevers naar de stad kijkt, ziet al snel overal gemiste kansen. Neem de Catharijnesteeg. Mooi opgeknapt, dat zeker. Maar wel een tikkeltje karakterloos: zo’n straatje had net zo goed in Rotterdam gepast. Of neem anders de stoplichten die nu overal vervangen worden in de historische binnenstad. Prachtig. Maar waarom doen we dat niet meteen ook in de buitenwijken?

Genoeg te doen
Zelfs in een alom gewaardeerde prachtige historische binnenstad als Leiden is nog genoeg te doen dus, voor vormgevers van de stad. Binnen en buiten de ‘singels’. Zeker als je kijkt welke opgaven er nog op ons afkomen. Zo ligt er een verstedelijkingsnoodzaak die er niet om liegt: Leiden moet komende jaren fors woningen gaan bouwen. Bovendien is er het urgente vraagstuk van klimaatadaptatie: hoe maken we van de stad een grote spons? En dan hebben we nog het Diamantplein, stadsdeel Zuid-West en, niet te vergeten, het Lammermarktplein: allemaal locaties waar architecten en vormgevers hun rol kunnen pakken. Moeten pakken zelfs.

Naar een nieuwe vormgevingscultuur
Maar wat is dan die rol? En hoe dan? Nu is immers de praktijk nog dat architecten achteraan in het proces zitten, als een soort saus over het hoofdgerecht. Terwijl er veel meer ‘fusion’ mogelijk is en juist aan het begin van opgaven de ontwerpkracht van architecten verbindend kan werken. Juist als je nog niet weet waar je precies naartoe wilt. Het stadsbestuur zou bijvoorbeeld veel vaker ideeën kunnen ophalen uit de markt, als startpunt van een discussie. Zo creëer je met elkaar een nieuwe vormgevingscultuur.

Kwaliteit hard nodig
Aan architecten en andere vormgevers de opdracht die rol ook zelf proactief op te pakken. Tijdens de crisis gebeurde dat haast vanzelf: velen gingen de boer op met plannen die verder gingen dan bouwen alleen, en namen ook de sociale context mee. Maar nu de economie weer booming is, lijkt dat weer te verdwijnen. Terwijl kwaliteit juist hard nodig is. De opgave moet toch ook ‘verkocht’ worden aan de stad? Architecten en vormgevers zijn daarbij onmisbaar.

> Lees door bij: Hoe nu verder?

Zij zaten aan tafel

Borg van Hunensteijn – goudsmid
Jelle Verheijen – architect
Jos Agasi – (grafisch) vormgever
Karin van Iterson – (grafisch) vormgever
Merijn Tinga – beeldend kunstenaar
Michelle de Roo – landschapsarchitect
Patrick Colly – architect
Piet Breebaart – bewoner van de stad
Martine Leewis – wethouder in Leiden
Yvonne van Delft – wethouder in Leiden
Mirjam Flik – cultuurmakelaar

tekentafelen

dat dus!

Een selectie van de meest prikkelende quotes van de avond.

“Ontwerpkracht kan heel verbindend zijn. Je kan iets voorstellen waar iedereen mee verder kan.”
“Leiden heeft een forse verstedelijkingsopgave. Dat kan alleen goed uitpakken als je dat met kwaliteit doet en de buitenruimte aantrekkelijk maakt.”
“Waarom sneuvelt groen vaak in plannen? Nu is het vaak de Parmezaanse kaas over de spaghetti.”
“Waarom zit de architect vaak achterin het proces? Omdat zijn werk minder ‘beleefbaar’ is. Het is geen festival met een begin en een eind, een prijs en een ticket.”
“In Leiden wordt vaak versnipperd gewerkt. Een bordje hier, een foto daar. Als we de krachten bundelen kunnen we aan citydressing doen en een groot gebaar maken.”
“Kleine ingrepen kunnen een gebouw of gebied al een impuls geven. Het gaat niet altijd om groot. Het gaat ook om slim.”
“We moeten cultuur de ruimte geven. Maar het ook niet permanent willen maken. Cultuur is namelijk vloeibaar en verandert constant.”
“Ga oefenen. Ga experimenteren. Als gemeentebestuur moet je daar dan wel een beetje soepel mee omgaan en de stad de ruimte geven.”
“Vroeger kreeg je een plek waar je je kunstje mocht doen. Nu moet je nadenken wat interessant is voor de stad. Er moet urgentie zijn.”
“Hoe ga je de verdichting van de stad uitleggen? Daar kunnen wij een rol in spelen.”
“Een tijdelijke ingreep kan helpen om in gesprek te gaan, om een debat uit te lokken. En het is veilig, want het verdwijnt ook weer.”

hoe nu verder?

Dat vereist dat vormgevers en architecten  laten zien dat zij die ambitie hebben, zich ook echt als vormgevers gaan profileren. Hoe? Met gerichte kleine ingrepen bijvoorbeeld. Het hoeft niet altijd groots en meeslepend. Neem de oude vuilverbranding, waar nu brouwerij Pronk zit. Een vrijblijvend aangeleverd idee om dat gebouw met een simpele ingreep geschikt te maken voor de nieuwe eigenaar, werd gehonoreerd. Een pro-actieve actie met resultaat.

Experimenteren met tijdelijkheid
Wat ook kan: guerrilla-achtige ingrepen, de stad aan het denken zetten via experimenten met ‘tijdelijkheid’. Met simpele middelen zou je bijvoorbeeld een hangplek kunnen maken waar mensen uit een wijk elkaar ontmoeten en hun ideeën kenbaar kunnen maken over hoe hun woonomgeving verder moet worden vormgegeven. Een paar fikse lampen, wat groen en een paar eenvoudige bankjes kan al genoeg zijn. De architect profileert zich dan als directeur van de ontmoetingsmaatschappij.

Smaakvolle statements
Karaktervolle, smaakvolle statements kunnen wellicht ook die makersrol van de architect accommoderen. Wat te denken van een tijdelijk satellietkunstwerken als ‘So Let love grow’ van Jan Kleingeld, reusachtige glijbanen, swingschommels, een rijdende tribune of een hangmattenhotel? En als we dan toch iets moeten met het Lammermarktplein, waarom zetten we daar dan niet reusachtige steigers op, met een groen dak, waar we met elkaar over de stad kunnen uitkijken?

Kansen inkoppen
De tijd lijkt er rijp voor. Zo zet het nieuwe Leidse college in op ‘uitnodigingsplanologie’. ‘Dit is het idee dat wij hebben, maar heb jij zelf een beter idee, dan ruilen wij het onze daar graag voor in’. Bovendien wil de wethouder die in Leiden gaat over participatie een stadsdebat. Aan architecten en vormgevers de uitnodiging daar een zinvolle invulling aan te geven. En dan is er nog die 1 miljoen euro impuls, voor kunst in de openbare ruimte. Stuk voor stuk kansen die architecten en vormgevers van de stad keihard moeten inkoppen.

Twitter
Facebook