LOF2017

header

9X LOF

 

Van Impulsklas tot Virtual Reality en van ToekomstTaal tot leren aan zit-statafels. Tijdens LOF2017 stond de schoolloopbaan en de persoonlijke ontwikkeling van de leerling centraal. Negen LOF-sessies uitgelicht.

ToekomstTaal

‘Programmeren? Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen’

Ik en mijn media

Hoe leren leerlingen programmeren, het zogenaamde computational thinking? “Om dat te kunnen, moeten zij eerst goed leren analyseren”, meent Saskia ten Houten van BplusC. Daarom ontwikkelden BplusC en Technolab voor het project ToekomstTaal een aantal visuele modellen voor in de klas.

In de Leidse Bibliotheek zitten zo’n twintig leerkrachten ingespannen gebogen over een aantal visuele modellen. Blokjes, schema’s, plaatjes. Opdracht: probeer het zelf maar uit. Deze modellen zijn gemaakt om het denkproces van leerlingen op gang te brengen en om goed te leren samenvatten en communiceren. “Allemaal vaardigheden die nodig zijn om problemen aan te pakken en op te lossen”, legt Ten Houten uit. “En die heb je echt nodig om later een website te kunnen bouwen.”

Detail vergeten
De docenten openen gespannen een luikje, nadat ze elkaar precies hebben verteld hoe hun bouwwerk eruitziet. Hebben ze de opdracht goed uitgevoerd? Helaas. Het ziet er toch net iets anders uit. “Vaak zien we dat leerlingen, maar dus ook docenten, een detail vergeten te vertellen aan de ander, waardoor het blokje op een andere plek komt te staan”, glimlacht Marco van Dijk van Technolab. “Het valt ook niet mee om goed te communiceren!”

Beginnen bij de basis
Ook de andere opdrachten die bijvoorbeeld een appèl doen op leren categoriseren en logisch nadenken, zijn volgens de deelnemers bruikbaar voor hun lessen. “Het is misschien vooral ontwikkeld voor jongere kinderen, maar het is belangrijk om bij de basis, bij de kleuters dus, te beginnen”, aldus een van de docenten.

Het project ToekomstTaal is dit jaar gestart en draait nu als pilot op basisschool Lucas van Leyden. “Maar het is natuurlijk de bedoeling dat alle Leidse scholen hier in de toekomst gebruik van gaan maken”, sluit Ten Houten bevlogen af.

Dit vind ik ervan!
Jesper Zijlstra, De Dukdalf:

Communiceren, communiceren’

“De werkvormen van vandaag die leerlingen voorbereiden op 21e eeuwse vaardigheden gaan over goed communiceren, samenwerken en het aanleren van verschillende denkstrategieën. Ze zijn vooral geschikt voor de onderbouw, maar ik kan ze wel vertalen naar mijn lessen. Vooral met het goed leren communiceren kan ik wat, daar ben je als docent natuurlijk elke dag mee bezig. Na vandaag ben ik me weer meer bewust dat goede communicatie van wezenlijk belang is voor vaardigheden van de toekomst.”

Samen aan de slag met gedrag

Impulsklas: kijken naar wat goed gaat!

Ik en mijn ouders

Sommige leerlingen hebben zodanige gedrags- en werkhoudingsproblemen dat ze hun eigen leerontwikkeling en die van andere leerlingen in de weg staan. Voor die kinderen is er nu de ‘impulsklas’.

In heel Nederland wordt er met de van origine Deense impulsklas gewerkt. In Leiden jaarlijks door vier groepen voor oudere leerlingen en twee groepen voor jongere leerlingen, georganiseerd door basisschool De Vlieger. Wat is het idee? “In kleine groepen gaan twee professionele begeleiders aan de slag met het gedrag van kinderen”, legt begeleider Désirée Keijzer uit. “Dat doen we niet alleen. We doen het samen met de school én de ouders.” Met elkaar stellen zij maximaal drie doelen op waar het kind de komende tijd aan gaat werken. Op vier momenten per dag scoort de leerling zichzelf op een zogenaamde doelenkaart. De docent geeft direct daarna feedback. “We kijken vooral naar wat goed gaat”, legt impulsklasbegeleider Chantal Neys uit. “De kinderen werken bijvoorbeeld aan hun schoolwerk, maar het gaat vooral om hóe de leerlingen hebben gewerkt.”  

Herstel relatiedriehoek
Bijzonder is dat ouders aanwezig zijn bij alle twaalf bijeenkomsten. Ouders zien ineens ander gedrag van hun kind en ook welke rol zij daarin zelf spelen. “Vaak is de relatie tussen ouders, school en het kind verstoord. Samen zorg je ervoor dat door de impulsklas relaties beter worden”, aldus Keijzer. Belangrijk aspect is dat ouders ervaringen kunnen delen met andere ouders en kunnen praten over opvoedthema’s zoals zelfvertrouwen en zelfstandigheid.

Betere werkhouding en gedrag
Meedoen aan de impulsklas vraagt best wat van ouders en leerkrachten. “De leerkrachten moeten vier keer per dag de doelenkaart invullen en tussentijds en na afloop evalueren. Maar het levert veel op”, legt Neys uit. “We zien een duidelijke verbetering van werkhouding en gedrag.” Bovendien is het voor het kind zelf ook van grote waarde: het leert doelen stellen en deze te bereiken. Keijzer: “Om dit alles te laten slagen is het belangrijk dat iedereen ook echt doet wat vooraf is afgesproken.”

Aanmelden
Als scholen een leerling hebben die voor een impulsklas in aanmerking komt, volgt er eerst een gesprek tussen de ib’er van de school en een adviseur PPO. Ouders, leerkracht en kind worden daar uiteraard ook bij betrokken. Neys: “En het mooie is dat de impulsklas vanuit basisschool De Vlieger kosteloos wordt aangeboden aan andere scholen. Doen dus!”  

Meer informatie? www.impulsklas.nl

Aanmelden kan via
cneys@sbodevlieger.nl 

Dit vind ik ervan!
Maarten Langenzaal, Woutertje Pieterse

‘Volmondig ja’

“De kracht van het LOF is dat je in een brede setting over dit soort onderwerpen met elkaar in gesprek kunt gaan. De impulsklas is een mooi voorbeeld van hoe je als school, ouders en professionele begeleiding kunt samenwerken. In mijn rol als schoolleider heb ik ook altijd te maken met de vraag hoe je goed contact houdt met ouders. De impulsklas kan voor sommige van onze leerlingen echt van waarde zijn, dat ben ik me weer meer bewust van na vandaag. Je moet wel tijdig in het proces ingrijpen en de leerkracht moet er volledig achter staan. Het is intensief, maar het levert ook veel op.”

Teamleren: omgaan met werkdruk

Werkdrukinstrument geeft stem aan werkvloer

Ik en mijn beroep

Werkdruk in het onderwijs komt veel voor, dat is geen geheim. Maar hoe zit het nu feitelijk met die werkdruk? Om dat te meten en er effectief met het team mee aan de slag te gaan, is een werkdrukinstrument ontwikkeld. Dit instrument geeft een stem aan de werkvloer.

Het instrument is oorspronkelijk in Groningen voor de zorg ontwikkeld, maar aangepast voor het onderwijs. Wiep Staal van de Hogeschool Leiden is getraind om dit instrument te gebruiken. “Met dit diagnostisch instrument worden feitelijke werkgebonden oorzaken in kaart gebracht, zoals beperkte regelmogelijkheden en beperkende onderlinge afhankelijkheid”, aldus Staal. “Er wordt dus niet gekeken naar persoonsgebonden oorzaken, hoewel deze altijd wel een rol spelen in werkdrukbeleving. Omdat dit soort oorzaken gefilterd wordt, ontstaat een meer zuiver beeld van wat er nu daadwerkelijk aan de hand is.”

Onbalans
Onder werkdruk wordt verstaan een ‘onbalans tussen regelproblemen en regelmogelijkheden’. Een van de oorzaken blijkt vaak een te beperkte regelmogelijkheid om problemen zelf te kunnen oplossen. Staal: “Medewerkers stuiten op organisatorische problemen, beperkende randvoorwaarden of zijn niet bevoegd om zelf iets in beweging te zetten. Wat je vaak ziet is dat mensen dan dingen ‘stiekem’ gaan regelen. Op zich een logische actie, maar een organisatie reageert op dit systeemverlies of controleverlies vaak met nog meer controle. De flexibiliteit en de eigen ruimte van medewerkers vermindert nog meer, de stress en de druk nemen toe en dit leidt bij elkaar tot nog meer verstoringskansen. Ook zie je dat mensen heel veel gaan werken of juist vervreemden en zich terugtrekken. Allebei geen gewenste bewegingen.”

Rapport als gespreksdocument
De input voor het werkdrukinstrument wordt verzameld aan de hand van interviews met medewerkers over de feitelijke werkdruk. De vragen zijn opgedeeld in drie hoofdonderwerpen: wat zijn taken, hoe zit het netwerk in elkaar en hoe verloopt het arbeidsproces? Dit leidt tot een rapport over verstoringen.

Let wel, dit rapport is geen einduitslag. Het is juist een gespreksdocument om met het team tot oplossingen te komen. Klopt dit rapport? Worden de verstoringen herkend? Is de adressering juist? Welke verstoringen zijn quick wins en hoe prioriteert het team de verschillende verstoringen?

Volgens Staal geeft dit instrument een stem aan de werkvloer. “Teams stellen gezamenlijk hun verstoringen vast en spreken af hoe ze die gaan aanpakken. De uitvoering van het instrument geeft op zich al eigenaarschap. Het heeft een bindend effect in het team en maakt problemen bespreekbaar.”

Dit vind ik ervan!
Iepe Roosjen, Stichting Speciaal Onderwijs Leiden e.o.

‘Loslaten’

“Ik geloof dat het werkdrukinstrument helpt om verstoringen in beeld te brengen en het is goed om hier in het team samen oplossingen voor te bedenken. Tegelijkertijd denk ik dat een heel belangrijke oplossing zit in het loslaten van ons perfectionisme. Klaar is klaar, genoeg is genoeg. Wat deze workshop voor mij wel heel helder heeft laten zien, is dat we niet voor elk probleem een nieuwe structuur of controlemechanisme moeten inbouwen. Dit leidt inderdaad tot nieuwe verstoringen. Ook hier geldt: loslaten, het toevertrouwen aan de professionaliteit van je mensen.”

Tien tips van Technasium Da Vinci

Eigenaarschap van leerling vergroten? Zo doe je dat!

Ik en mijn talent

Bij het Technasium op Da Vinci aan de Kagerstraat zijn ze ervan overtuigd: door leerlingen meer eigenaarschap te geven over hun eigen leerproces, krijg je gemotiveerdere leerlingen. Maar hoe doe je dat?

Er zijn legio goede voorbeelden te noemen, maar de Young Solar Challenge is toch wel een project waarop ze op het Da Vinci trots zijn. Docent Yvonne Gallagher: “Acht jongens uit de bovenbouw gingen de uitdaging aan om een zonneboot te bouwen. Ze klommen in drie landelijke wedstrijden op van een laatste naar een derde plaats.” Ze waren enorm gedreven. Waarom? Gallagher: “Omdat ze het plan zelf hadden bedacht, ontwikkeld en uitgevoerd.” Zijn er andere voorwaarden waarmee het eigenaarschap van leerlingen kunt vergroot? Jazeker. Tien tips!

  1. Laat leerlingen zelf een thema of opdracht kiezen. Dat zorgt voor extra motivatie.
  2. Zorg voor betekenisvol onderwijs. Als een leerling zijn of haar eigen richting aan mag geven, zie je dat tijd ook ineens geen rol meer speelt. Hij of zij gaat ervoor.
  3. Maak het leren zichtbaar. Het is noodzakelijk om het leren transparant te maken. Dat kan in een kleurenvolgsysteem, maar doe het vooral in persoonlijke gesprekken. Dat geeft leerlingen het gevoel dat ze invloed hebben op hun eigen leerproces.
  4. Laat leerlingen zelf hun doel bepalen. Natuurlijk in goed overleg met de docenten.
  5. Stel gezamenlijke regels op. Laat leerlingen een eigen plan van aanpak maken dat ook voldoet aan het programma van eisen.
  6. Geef feedback op de groei. Heb het als docent vooral over de ontwikkeling van het proces, dan durven leerlingen zichzelf kwetsbaar op te stellen.
  7. Creëer verantwoordelijkheid. Zorg dat leerlingen de taken onderling verdelen. Geef ze mee: ‘Werk als team, je hebt elkaar nodig’.
  8. Zorg voor momenten van zelfevaluatie. Om de uiteindelijke meesterproef in het examenjaar aan te kunnen, is jezelf goed kunnen evalueren van groot belang.
  9. Wees je bewust van je eigen rol als docent. Goed voorbeeld doet goed volgen. Erken als je fouten maakt of het ook even niet weet.
  10. Heb oog voor kleine dingen. Ook de kleine initiatieven die leerlingen aandragen helpen bij het probleemoplossend vermogen.
Dit vind ik ervan!
Masja van der Plas, Da Vinci Lammenschans

‘Studeren of Netflix?’

“Interessant verhaal over de mogelijkheden die het Technasium biedt om het eigenaarschap van leerlingen te vergroten. Bij ons op school hebben we sinds dit jaar een aantal uur keuzewerktijd in het rooster opgenomen. Sommige leerlingen gedijen hier uitstekend bij, maar we merken dat er ook leerlingen zijn die liever achterin het lokaal Netflix kijken. Hoe krijg je die leerlingen, die meer controle nodig hebben, ook mee? Daar had ik vandaag wel meer over willen horen.”

Langdurig onderzoek naar effecten op prestaties en beweeggedrag

Leren aan zit/sta-tafels

Ik en de ander

Wat is het effect van in hoogte verstelbare zit/sta-tafels in het basisonderwijs op de vitaliteit van mensen? Daar probeert Lex van Delden van de Leyden Academy on Vitality and Ageing antwoord op te krijgen. Vanaf mei 2017 volgt Lex twee groepen basisschoolkinderen van de Lorentzschool (een groep heeft zit/sta-tafels in de klas en de andere gewone tafels). En dat bijna 25 jaar lang!

 

In de prehistorie waren mensen altijd in beweging. Het zitten in fabrieken en scholen gaf bazen en leerkrachten overzicht. Nu is het heel normaal om bijna alles zittend te doen in onze samenleving. En de nadelige gevolgen ervan zijn al zichtbaar bij kinderen.

 

Uitgebreid onderzoek
Met het experiment meet Lex het effect op schoolprestaties en beweeggedrag. Een aantal kortlopende pilots in de V.S. en Australië laten positieve resultaten zien met zit/sta-tafels. Maar nog nooit is er zo uitgebreid onderzoek gedaan als wat Lex nu op de Lorentzschool doet. Leerlingen in de klas met zit/sta-tafels mogen zelf weten of ze staan of zitten. Als ze maar regelmatig afwisselen (want te lang staan is ook niet gezond). De leerkracht heeft zelf ook een zit/sta-tafel

 

Enorm enthousaist
De basisschoolleerkrachten die zich tijdens LOF2017 laten informeren over dit onderwerp, zijn na afloop enorm enthousiast over Lex’ verhaal. Zij wensen ook zit/sta-tafels in hun klas en kijken uit naar de eerste meetresultaten.

IK EN MIJN STAD

Voelen, huiveren en ervaren met het Verwonderpaspoort

Ik en mijn stad
Het Verwonderpaspoort geeft leerlingen op speelse wijze toegang tot de wereld van natuur, duurzaamheid, wetenschap en techniek. Ze kunnen ermee naar spannende workshops en activiteiten. Maar ook thuis op de computer valt er met het Verwonderpaspoort van alles te ontdekken. Het paspoort is een gezamenlijk product van een groot aantal Leidse partners, onder auspiciën van de gemeente.
 
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het Verwonderpaspoort is bestemd voor kinderen van 4 tot 12 jaar. Voor kinderen in het po dus. Volgens Andre Biemans van de gemeente Leiden draait het daarbij om begrippen als ontdekken en onderzoeken: “Deelnemers gaan via een reeks verschillende activiteiten aan de slag, vrijwel altijd met levende objecten. Uitgangspunt is steeds dat wat ze doen ‘echt’ is; je moet het kunnen vastpakken, met al je zintuigen kunnen ervaren.” Zo is er bijvoorbeeld een activiteit waarbij leerlingen onder begeleiding voorwerpen uit het Leidse water vissen. Een autoportier bijvoorbeeld. Biemans: “Zo ervaren zij zelf wat er zoal leeft en speelt in hun omgeving.”
 

Eilanden
Naast actief van alles beleven, kunnen deelnemers aan het paspoort ook op een elektronische leeromgeving aan hun trekken komen. Biemans: “Zodra iemand een activiteit gedaan heeft, wordt digitaal namelijk telkens een ander ‘eiland’ actief, met puzzels, filmpjes en kennisquizzen. Daar kunnen ze hun kennis verdiepen, ook weer op speelse wijze.”

 

Brede coalitie
Het paspoort is tot stand gekomen uit een brede Leidse coalitie. Zo doet de Universiteit Leiden mee, het Junior Science Lab, de Sterrenwacht, de Hortus, Technolab, Rijksmuseum Boerhaave, maar ook onderwijsorganisaties als SCOL en PROO Leiden. De gemeente Leiden subsidieert het paspoort en levert een bijdrage aan de inhoud, gericht op natuur en duurzaamheid. Biemans: “Idee is daarbij dat alle activiteiten leiden tot samenhang, samenwerken en samen leren, zowel voor de deelnemers als de partners binnen dit project.

 

Aantal deelnemers groeit
Hoewel het Verwonderpaspoort pas in 2016 gestart is, blijkt uit de deelnemersaantallen dat het paspoort in een behoefte voorziet. Biemans: “Zo maken inmiddels ruim 5.000 Leidse kinderen via het paspoort gebruik van zo’n 63 verschillende activiteiten. En dat aantal groeit nog steeds.”

Meer weten? Kijk op www.verwonderpaspoort.nl

Heb je genoeg geleerd vandaag?

Van klachtenlijn naar ideeënbus

Ik en mijn docent

HJGGV oftewel ‘Heb je genoeg geleerd vandaag?’ Het is een simpele vraag, maar omdat het via een app aan een grote groep leerlingen wordt gevraagd en de resultaten goed inzichtelijk zijn, levert het een onderwijsteam zeer zinvolle feedback. Het maakt problemen bespreekbaar en je kunt snel actie ondernemen. Voormalig mbo-docent Herman Post ontwikkelde HJGGV.

 

Volgens Herman Post gaan teamoverleggen vaak over praktische zaken als readers en roosters en over de inhoud, maar niet over wat er nu feitelijk in de klas gebeurt. “Dit wordt gezien als autonomie van de leraar, maar het onderwijs heeft er baat bij als dit wèl besproken wordt in het team.”

 

HJGGV werkt in een korte cyclus van tien weken (zie schema). De kracht zit in de eenvoud én in het vermogen van studenten om met relevante en verrassende tips, observaties, suggesties, reflecties en opmerkingen te komen. Post: “Studenten schotelen het team een agenda voor van bespreekpunten. Je brengt een dialoog op gang.”

 

Gebruiksvriendelijk

Het is voor leerlingen heel vanzelfsprekend hun feedback te geven, stelt ontwikkelaar Post: “Die vraag wordt ze continue gesteld over abonnementen en diensten, dus waarom niet over het onderwijs? Bovendien is HJJGV enorm gebruiksvriendelijk. Invullen kan in twintig seconden en als ze iets meer toelichting geven kan dat oplopen tot twee minuten. Meer niet.” Overigens wordt feedback die direct is te achterhalen naar bepaalde docenten verwijderd. Teamleden krijgen dit niet te zien. Post: “Het mag geen beoordelingsinstrument worden, daar zijn andere kanalen voor.”

 

Inzicht

Teams krijgen via de app inzicht en kunnen op korte termijn verbeteringen aanbrengen. Neem die opleiding waar studenten massaal aangeven structuur in de lessen te missen. Post: “In het team is gepraat over goede voorbeelden, er werden foto’s gedeeld van hoe docenten de lesstructuur voorschotelden aan leerlingen en er kwam inzicht in randvoorwaarden, iets wat het management vervolgens goed oppakte. Binnen een paar weken was er minder kritiek en was de kritiek ook milder. Er was echt iets in gang gezet.”

 

Relevante teamacties

De belangrijkste stap in de cyclus is om als team te bedenken wat de betekenis is van de feedback en vervolgens te komen tot een aantal herkenbare en relevante teamacties. Post: “Studenten geven waardevolle feedback en doen dit over het algemeen heel serieus. Maar als zij merken dat er niets met hun opmerkingen gedaan wordt, is het snel afgelopen. Dan zien we het aantal evaluaties rap teruglopen of worden lage cijfers gegeven in week 6. Teams moeten dus echt aan de slag met de feedback die ze krijgen, maar als ze dat doen zie je ook echt mooie dingen ontstaan. Zoals bij de opleiding bakkerij. Daar gingen studenten steeds meer meedenken omdat ze zagen dat hun kritiek -veel onduidelijkheid- serieus werd genomen. Post: “HJGGV werd van klachtenlijn steeds meer een ideeënbus. En we zagen de cijfers voor toetsen stijgen.”

 

Meer info: www.hjggv.nl, herman@hjggv.nl

Frowine den Oudendammer, Hogeschool Leiden

‘Van evaluatie naar reflectie’

“Ik ben onder de indruk van dit simpel ogende maar zichtbaar doeltreffende instrument. Ik vraag me dan ook af of we er ook iets mee kunnen doen op de Hogeschool. Wat ik dan graag wil bespreken is of we van het evaluatiemoment meer een reflectiemoment kunnen maken. Want leren doe je toch vooral voor jezelf. Nu is de derde vraag: ‘Wat kunnen we doen om het cijfer omhoog te krijgen’ en vervolgens moet er actie komen van docenten. Met een vraag als: ‘Wat kun je zelf doen om het cijfer omhoog te krijgen’ geef je de student meer eigenaarschap over zijn leerproces. Uit de antwoorden op het mbo blijkt dat leerlingen het regelmatig al zo interpreteren, maar ik zou het nog meer die kant op willen sturen.”

Virtual Reality: de mogelijkheden zijn eindeloos!

Ik en mijn media

Wat kunnen we allemaal met virtual reality? Veel. Heel veel. In de LOF-workshop 'Mogelijkheden van Virtual Reality' bespreekt Robin de Lange van het Virtual Reality Learning Lab de mogelijkheden die VR kan bieden in het onderwijs. Van mediawijsheid tot het overwinnen van je angst voor het geven van presentaties, alles is mogelijk. Een beeldverslag.

Alles ligt klaar voor een duik in de virtuele wereld. Zet die VR maar op!
Het is even wennen, een VR bril op. Maar hij is makkelijk aan te passen en goed af te stellen voor ieders hoofd.
Elkaar helpen is belangrijk! Dat scheelt tijd en kan in een klas ook tot het aanleren van samenwerking leiden. Helemaal als een app of film daarop gericht is.
Er zijn ook mogelijkheden om 360 graden filmpjes op te zoeken op YouTube en deze af te spelen op je eigen smartphone. Een kartonnen 'bril' is goedkoop en kun je meteen gebruiken in de klas.
Ook maakt een VR bril het mogelijk om vaardigheden te oefenen die leerlingen best eng kunnen vinden; presenteren bijvoorbeeld voor een grote groep.

Kortom: VR filmpjes kunnen docenten gebruiken als context voor een les, om zeldzame of gevaarlijke situaties te trainen of om leerlingen te leren samenwerken en te leren communiceren. Google expeditions is een goed startpunt voor het naar binnen halen van de wereld in de klas. Via deze website is het mogelijk om de hele wereld in 3D te zien door een VR bril.

Meer informatie: http://vrlearninglab.nl/

Co-creatief denken leer je zo!

Ik en mijn talent

Arlette Hesselink (Lectoraat Eigen regie) en Ineke van Weezel (Lectoraat Sociale Innovatie en Ondernemerschap) van de faculteit Gezondheidszorg van de Hogeschool Leiden gaven tijdens het LOF een workshop over co-creatie en creativiteit.

Wat is co-creatie volgens jullie?

 

“Co-creatie is het samen creëren, antwoorden zoeken op (complexe) vragen en het ontwikkelen en implementeren van (nieuwe) producten, processen en diensten. Door afgevaardigden uit de doelgroep vanuit hun eigen (real life) expertise te betrekken, vergroot je de kans dat de uitkomsten aansluiten bij de behoefte van de doelgroep. Volgens de participatieladder zijn er verschillende niveaus van co-creatie. Dat begint bij het informeren van de gebruiker, maar kan uitmonden in het meebeslissen van de gebruiker over een eindproduct.”

In het lectoraat Sociale Innovatie en Ondernemerschap heeft een student onderzoek gedaan naar het proces van co-creatie in de professorenwijk van Leiden. Ouderen uit deze wijk hebben zelf het initiatief genomen om in gesprek met de gemeente de wijk ‘ouderproof’ te maken.

 

Hoe geven jullie co-creatie vorm in het onderwijs op de Hogeschool?

“Op de Hogeschool worden studenten uitgedaagd onderzoek te doen in co-creatie met de eindgebruiker. Maar we denken ook na over de manier waarop we de studenten co-creatief zelf kunnen aanleren. En daar komt creatief denken om de hoek kijken. Deze creativiteit is ook steeds meer nodig in om je als professional staande te houden in de snel veranderende wereld waarbij de contouren van de beroepen vervagen en multidisciplinair werken en werken met de doelgroep steeds belangrijker wordt. We zijn echt aan het zoeken hoe we dit thema vorm kunnen gaan geven in het onderwijs.

In de workshop tijdens LOF2017 oefenen de deelnemers zelf veel van deze werkvormen met de vraag: ‘Wat zijn allemaal manieren om onze studenten te leren over co-creatie?’ De deelnemers divergeren met post-its waarbij haakjes worden gezocht via een bloemassociatie en visuele stimulatie door foto’s. Daarna convergeren ze met plakkertjes (dot’s) en stellen samen een eerste idee op aan de hand van enkele vragen.

 

Hoe kom je tot realiseerbare uitkomsten in een co-creatief proces?

“Door het toepassen van geschikte werkvormen waarbij je niet alleen iedereen - onafhankelijk van voorkennis en denkniveau -  aan het woord laat en tegelijk de creatieve stimuleert. Het is belangrijk om te beginnen met zoveel mogelijk ideeën op tafel te krijgen en beperkingen, oftewel het ‘ja, maar’-antwoord even los re laten. Kwantiteit staat centraal. Daarna ga je prioriteren waarbij je denkt in kansen en mogelijkheden. Vervolgens ga je oplossingen bedenken en nadenken over wat nodig is om het uitvoerbaar te maken.”

Tijdens de workshop hebben de deelnemers samen nagedacht over wat co-creatie is en wat er voor nodig is. Ook hebben zij kennis gemaakt met enkele creatieve werkvormen die leiden tot creatieve en innovatieve ideeën. 

 

Meer weten? Neem dan contact op met Arlette of Ineke (hesselink.a@hesleiden.nl; weezel.van.i@hsleiden.nl)