‘Het gaat erom de juiste balans te bereiken’

Op de Schakeldag in het Utrechtse Beatrixtheater houdt Arjan Nijenhuis, plaatsvervangend directeur van Eenvoudig Beter, de circa duizend toehoorders voor dat de komst van de Omgevingswet nu al om actie vraagt. Tijdens het Tweede Kamerdebat op de avond voorafgaand aan de Schakeldag is de stelselherziening 'bewonderenswaardig, moedig en dapper' genoemd. Terecht, vindt Nijenhuis, want er verandert het nodige: integraal werken om samenhangende plannen te maken, participatie met betrokkenen, meer algemene regels, meer lokale afwegingsruimte voor bestuurders en meedenken met initiatiefnemers op basis van vertrouwen in plaats van afvinklijstjes nalopen.

 

Uitnodigingswetgeving en participatie

De Omgevingswet vraagt om een andere manier van denken en werken, benadrukt Nijenhuis. "Een Kamerlid sprak over de totstandkoming van de Omgevingswet zelfs van uitnodigingswetgeving. Participatie aan de voorkant van besluitvorming, vindt ook de Tweede Kamer erg belangrijk. Waarbij je samen optrekt met initiatiefnemers, omwonenden, bedrijven en maatschappelijke organisaties. En hun kennis en ervaring meeneemt. Als je dat goed doet, creëer je kwalitatief betere besluiten en meer draagvlak, waardoor het proces van besluitvorming sneller verloopt.”

 

Visie bepalen

Met het voorbeeld van een fictieve gemeente schetst Nijenhuis de nieuwe werkwijze en mogelijkheden van de Omgevingswet. Stap één is het maken van een omgevingsvisie waarin de gemeente met betrokkenen bepaalt wat het met de fysieke leefomgeving in de eigen gemeente wil. Het betekent dat alle verschillende onderwerpen – van water, bodem, natuur, veiligheid tot gezondheid, milieu en veiligheid – in onderlinge samenhang  afgewogen moeten worden. “Nijenhuis: “Hoe de visie er uit komt te zien, is aan gemeenten zelf.” De omgevingsvisie werkt de gemeente vervolgens concreet uit in een omgevingsplan waarbij in het voorbeeld van alles binnen spelregels mogelijk is.

 

Monitoring en handhaving

Uiteraard vraagt een globaal omgevingsplan wel om een goede balans tussen flexibiliteit en het waarborgen van kwaliteit, stelt Nijenhuis. "Meer algemene regels en globaler plannen vragen wel om monitoring en handhaving als dat nodig is." In het fictieve voorbeeld moet de gemeente bijvoorbeeld  monitoren of wel aan de omgevingswaarde geur wordt voldaan. ”Het is bij toezicht en handhaving zaak uit te vinden hoe om te gaan met minder expliciete toestemming vooraf met vergunningen, doordat meer algemene regels zullen gelden. Ook hier gaat het erom een juiste balans te bereiken.”

 

Organisatie aanpassen

Nijenhuis: “De stelselherziening van het omgevingsrecht heeft gevolgen voor uw organisatie en werkwijze. Het zal verschillen in welke mate veranderingen nodig zijn en welke oplossingen daarbij horen. Zeker is  dat veranderingen tijd kosten. Uiteraard helpen wij u daarbij, samen met de koepels VNG, IPO en Unie van Waterschappen waar dat kan. Wacht daarbij niet op de inwerkingtreding van de wet, maar kijk nu al wat er bij u nodig is en ga aan de slag!”

 

“Gemeenten, provincies en waterschappen staan aan de lat bij het in de praktijk brengen van de Omgevingswet. Denk daarom nu al na over wat uw organisatie nodig heeft om optimaal gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden. Werken volgens de Omgevingswet vraagt een cultuurverandering en daar moet je nu al mee beginnen.”

Botsproeven

Hoe pakt de Omgevingswet uit in de praktijk? Dat hebben ruim 350 deelnemers  van gemeenten, provincies, waterschappen, bedrijven en maatschappelijke organisaties getest in kleine 20 botsproeven. Samen met het ministerie van Infrastructuur en Milieu werden praktijksituaties nagebootst om na te gaan of de uitvoeringsregels van de Omgevingswet goed werken. In de videofilm een impressie van de botsproeven en ervaringen van deelnemers.