Klaar voor de implementatie

Het wetsvoorstel Omgevingswet vergt een andere manier van denken en werken. Met mogelijk aanpassingen van werkprocessen binnen en tussen organisaties. Veranderen is nooit gemakkelijk. Hoe pak je dit op? Drie vragen aan Ineke van der Hee, programmadirecteur Implementatie Omgevingswet.

Welke ondersteuning

kunnen overheden

daarbij verwachten?

Hoe gaan we

die implementatie

organiseren?

Wat is de uitdaging

voor u?

1

“We werken via drie sporen. Het eerste spoor is invoeringsondersteuning. Bij die ondersteuning gaat het om het bijbrengen van kennis en vaardigheden om de veranderingen die de wet met zich meebrengt daadwerkelijk te realiseren.  En er komt een informatiepunt, waar iedereen met vragen terecht kan.

 

Het tweede spoor is digitalisering, zodat alle overheden makkelijk kunnen werken met de nieuwe regels. Er is al een omgevingsloket, waar iedereen online een vergunning kan aanvragen voor ,alles wat te maken heeft met bouwen,milieu en water. Dat loket wordt doorontwikkeld, zodat burgers en bedrijven ook voor alle andere onderwerpen in de Omgevingswet een vergunning kunnen aanvragen. Hierbij krijgen overheden en aanvragers ondersteuning en uitleg over het nieuwe loket.

 

Het derde spoor is het verandertraject: het beleven en doorleven van de andere manier van werken. Daarvoor zijn er bijvoorbeeld  living labs. Ideeën in de regio om integraal te werken op het gebied van ruimtelijke ordening worden daar gerealiseerd. Een voorbeeld is Living Lab in Twente, waar dit najaar het waterschap, de provincie, Enschede, VNO-NCW Oost en studenten een traject starten. Dat living lab is tegelijkertijd een botsproef: kijken waar de fricties zitten in de wet.”

 

 

 

“Daar zijn we nu al mee bezig. Bij het project Nu al eenvoudig beter zie je al dat gemeenten, waterschappen, provincies, bedrijven en burgers in de praktijk projecten samen oppakken  in de geest van de Omgevingswet. Ze laten zien dat het nu al mogelijk is om binnen bestaande wetten en regels procedures eenvoudiger en beter te laten verlopen. Projecten winnen hierdoor ook aan kwaliteit. Verder zijn we al vanaf 2012 met meer dan 500 mensen in gesprek over wat er nodig is voor de implementatie. De loper is uitgerold en daarop gaan we voort. Dat doen we gezamenlijk, met het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de Unie van Waterschappen en het Rijk. Dat zijn de kwartiermakers. Het bestuurlijke beeld van die samenwerking is 1 juli 2015 vastgelegd in het Bestuursakkoord.

 

Bij de praktische uitvoering staat de vraag centraal wat de gebruiker – de ambtenaar, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgers - nodig heeft om te kunnen werken met de Omgevingswet. De grootste impact heeft de wet op gemeenten en andere overheden. Uiteindelijk moet de wet dus vertaald worden naar wat die specifieke ambtenaar nodig heeft, op verschillende plekken in verschillende overheden. We richten ons niet alleen op ambtenaren. Ook bestuurders en volksvertegenwoordigers moeten werken aan het vergroten van kennis en het maken van een cultuuromslag. De uitdaging is om in 2018 allemaal tegelijkertijd klaar te zijn.”

 

2

Dat zijn er meerdere. Eén ervan is dat we iedereen bereiken. Daarnaast weet op enig moment iedereen wel zo’n beetje wat de Omgevingswet inhoudt, maar op tijd klaarstaan om ermee te werken naar letter en geest is iets anders. Een derde is – en die geldt ook voor alle partijen – dat er moet worden gewerkt aan verandering, terwijl de oude wetten nog steeds van kracht zijn. De winkel moet geopend blijven. Dat is ingewikkeld. En de raakvlakken tussen samenwerkingspartners managen is ook een uitdaging. Al met al is er nog veel werk te verzetten.”

3