Hoe gaan we straks om met de details?

 

Wie doet wat met de Omgevingswet? En waar staan de harde randvoorwaarden en normen die het rijk stelt? De wet geeft de grote lijnen. De details voor de uitvoering volgen in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s). Prangende vraag: hoe gaan lokale overheden met die details om.

 

De uitwerking van de wet gebeurt in vier AMvB’s waar momenteel het ministerie van IenM samen met stakeholders volop aan werkt . Het gaat om de volgende AMvB’s.

 

  1. het Omgevingsbesluit,
  2. het Besluit kwaliteit leefomgeving,
  3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en
  4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)

 

Deze vier AMvB’s beschrijven de precieze invulling van de regels. Zo worden in het Omgevingsbesluit bevoegdheden toegedeeld en vastgelegd waarvoor vergunningen nodig zijn. Het Besluit kwaliteit leefomgeving geeft de inhoudelijke normen voor bestuurlijk handelen, zoals omgevingswaarden van waterveiligheid, lucht- en waterkwaliteit en instructieregels voor bijvoorbeeld geluid of externe veiligheid. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) richten zich op burgers, bedrijven en overheden bij hun feitelijk handelen. Het zijn algemene, rechtstreeks werkende regels op rijksniveau over activiteiten in de fysieke leefomgeving. Bij het Bal gaat het om milieubelastende activiteiten, bij het Bbl om bebouwing.

 

Zorgvuldig afwegen

Binnen de wet blijft maatwerk mogelijk, aldus Patricia Palmen, omgevingsmanager uitvoeringsregelgeving Omgevingswet van het ministerie van IenM en één van de drie inleiders bij de sessie De werking van de Omgevingswet. Precies daar wringt de schoen bij een aantal toehoorders. Want gemeentelijke overheden mogen zelf hun afwegingen maken tussen bescherming en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. “Hoe toets je of die afweging voldoende zorgvuldig is gemaakt?” Daarop is het antwoord nog relatief eenvoudig. “In de Kamerbehandeling heeft de minister toegezegd de komende tien jaar elke twee jaar een Balans van de Leefomgeving naar de Tweede Kamer te sturen. En als er op lokaal niveau twijfel is over de invulling van de afwegingsruimte, dan kan dat altijd door de rechter worden getoetst."

 

Monitoren van afspraken

Nog fundamenteler is de vraag over naleving van de afspraken. Teunis Overeem, senior medewerker vergunningen en handhaving bij de gemeente Voorst, stelde dat als een ander bevoegd gezag verantwoordelijk wordt voor regels, datzelfde bevoegd gezag die regels ook moet handhaven.

Klopt, zei inleider Bart Stolte, adviseur uitvoeringsregelgeving bij Programmadirectie Eenvoudig Beter van het ministerie. “De VNG heeft aangegeven dat gemeenten die verantwoordelijkheid willen. En dat ze dus ook zullen handhaven. De monitoring wordt zo decentraal mogelijk geregeld. Op 1 juli wordt dat in het bestuursakkoord geregeld.”

Overeem houdt daar twijfels over. Volgens hem willen gemeenten wel investeren in afhandeling van vergunningen, maar nauwelijks in handhaving. “Meer handhaven vergt veel bestuurskracht. Er zal echt een grote cultuuromslag moeten plaatsvinden.”

 

 

 

 

Omgevingsplan: een kwestie van afpellen

 

Het omgevingsplan bundelt de huidige bestemmingsplannen, beheersverordeningen en de omgevingsrechtelijke delen van andere verordeningen op een logische en samenhangende manier in één integraal plan. Maarten Engelberts van het ministerie van I&M: "Het helpt gemeenten de inrichting van de fysieke leefomgeving op de lange termijn vast te leggen."

 

Het omgevingsplan maakt het mogelijk de geldende regels op een locatie beter op elkaar af te stemmen. Zonder dat er een lappendeken ontstaat van allerlei overlappende verordeningen en regelingen. Daarbij kan voor elke regel worden bepaald voor welke locatie die geldt. Dat kan het gehele grondgebied van de gemeente zijn, maar kan ook beperkt worden tot locaties met een woonfunctie of zelfs een enkel perceel. Deze afstemming en bundeling vermindert de regeldruk en gaat versnippering tegen. Afdelingen kunnen niet meer geïsoleerd van elkaar aan hun eigen

regeling werken, maar moeten samenwerken, afstemmen en met oplossingen komen.

 

Ervaringen van gemeenten

Een kleine veertig gemeenten is al bezig met het vormgeven van een omgevingsplan. De gemeenten Veere en Stadskanaal bijvoorbeeld, maar ook grotere steden als Zaanstad en Assen. Engelberts informeerde de deelnemers aan de Schakeldag 2015 over de werking van het Omgevingsplan en de eerste ervaringen met het experimenteren met dit instrument. Het omgevingsplan is één van de instrumenten van de Omgevingswet dat alle gemeentelijke regels voor de leefomgeving in één plan bundelt, legt Engelberts uit. "Met het omgevingsplan is het mogelijk de geldende regels op een locatie beter op elkaar af te stemmen."

 

Stapsgewijs werken

"Uit de eerste ervaringen blijkt dat het ontwikkelen van zo’n plan vooral een kwestie is van logisch afpellen", stelt Engelberts. Allereerst stel je vast of de regeling (deels) betrekking heeft op de fysieke leefomgeving van het desbetreffende gebied. Vervolgens kijk je naar het motief voor de regeling en of er daarvoor al autonome regelingen zijn of regelingen in medebewind. De vierde stap is vaststellen wie het bevoegd gezag is voor in de regeling genoemde instrumenten. En als laatste bepaal je of de regeling relevant is voor het gebied. Alle verordeningen die je na deze afpelexercitie overhoudt integreer je in jouw Omgevingsplan.”

 

Beter en sneller?

Dat alle regels in het Omgevingsplan appellabel zijn, baarde sommige van de aanwezigen grote zorgen. “Wat is de kans dat zo’n plan de eindstreep haalt?”, wilde iemand weten. Neemt het aantal beroepsmogelijkheden dan niet toe? Dat dit haaks staat op het principe dat alles door de wet beter en sneller gaat, weerlegde Engelberts: “Je rappelleert straks alleen over de wijzigingen.” Maar hoe zit dat met verplichte actualisaties, vroeg een andere aanwezige. Engelberts: “Straks is er geen generieke plicht meer.” Wel zijn er twee prikkels in de wet ingebouwd: “Er is namelijk een inpassingsplicht voor instructies, bijvoorbeeld als de provincie een instructie stelt. En er komt een inpassingsplicht voor omgevingsvergunningen die afwijken van het omgevingsplan. Maar voor de rest: als u vindt dat actualisering nodig is, dan doet u dat.”

 

 

 

 

 

 

 

Zo werkt de Omgevingswet
Omgevingswet

 

In de Omgevingswet komen 26 bestaande wetten geheel of gedeeltelijk samen. Dat moet leiden tot minder regels, meer overzicht en meer mogelijkheden voor lokaal maatwerk.  Met een betere fysieke leefomgeving als doel. Maar hoe werkt die Omgevingswet nou precies? En waar zitten knelpunten?

1

2

3

4

5

6

7

8

9