Omgevingswet

 

Implementatie

Vroegtijdige participatie, een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, minder regels en versnelling van besluitvorming.  Daar draagt de Omgevingswet aan bij.  Het vergt een andere manier van denken en werken met mogelijk aanpassingen van werkprocessen binnen en tussen organisaties. Hoe pak je dit op?

Met stoomcursus anders leren denken

 

Hoe stop je met denken met wat vanuit jouw organisatie niet mag, maar wat vanuit het integrale belang wel van belang is? Odette van der Riet, teamleider van het Behavioral Insight Team van het ministerie van IenM, liet dit ruim veertig deelnemers ervaren in een mini-DOE-sessie ‘Doorgronden, Ontwerpen, Experimenteren’. Doel: niet vanuit een reflex denken maar vanuit wat op termijn beter is.

 

Stoomcursus

In een stoomcursus deden zo’n veertig deelnemers van de Schakeldag, opgedeeld in groepjes van drie, in twintig minuten zo’n traject. De groepjes met de thema’s samenwerken, faciliteren en versnellen gingen best practices na uit hun eigen praktijk. “Mensen moeten uit hun comfortzone komen”, ging in één van de groepjes het gesprek. “Inderdaad. Het is belangrijk dat je handelt volgens het doel van de wet, niet de letter.” “Dat valt onder ‘samenwerken’.” “Maar je kunt ook het bevoegd gezag informeren op basis van vragen die je stelt.” “Dat is dan ‘faciliteren’.” “Wij hebben voor een nieuwe structuurvisie wel eens een sessie met belangenorganisaties gehad”, klinkt in een andere groepje. “In feite dus een ‘dreamsessie’? Dat valt onder ‘samenwerken’.” “En wij hebben eens mediators ingeschakeld.” “Dat is ‘faciliteren’.”

 

Denkomslag

Na twintig minuten is het bord in de workshopruimte gevuld met goede voorbeelden. Een haalbaarheidstoets en een keukentafelgesprek vallen onder de noemer ‘faciliteren’. Een enquête van een gemeente en ‘elkaar tijdig opzoeken’ onder ‘samenwerken’. En onder ‘versnellen’ staat:  ‘coördinatieregeling’ en ‘lean-processen’. Door zo’n oefening bereiken de deelnemers snel de denkomslag die nodig is voor de Omgevingswet, zo blijkt uit gesprekken die zich ontspinnen. “Iets nieuws betekent niet altijd dat het langer duurt. Als ik vroeger met de fiets veertig kilometer aflegde en vervolgens met de auto ga, is dat sneller”, geeft iemand als voorbeeld. “Dan moet je wel eerst leren rijden”, werpt een ander tegen. “Klopt, op korte termijn duurt het langer, maar op de lange termijn ga je sneller.”

Kern van de denkomslag is een andere kijk op de burger, vat Arjan de Zeeuw, directeur Leefomgeving van Rijkswaterstaat, de sessie samen. “Je hebt niet alleen vergunning-technisch met hem te maken, hij blijkt ook initiatiefnemer te zijn. Je kijk wordt veel breder.”

 

 

 

Nu al werken in de geest van de Omgevingswet

 

Ooit had je je maar te schikken naar de wensen van Rijkswaterstaat als er een snelweg of een kanaal door jouw gebied was gepland. Nu is Rijkswaterstaat een partner die meedenkt hoe alle betrokkenen er beter uitkomen door ruimte te bieden aan initiatieven. Regionale diensten van Rijkswaterstaat werken nu al in de geest van de Omgevingswet. Twee voorbeelden.

 

Project verzorgingsplaats Tjeukemeer

In 1973 wordt dwars door het mooie Tjeukemeer de A6 aangelegd. Met een fraai gelegen verzorgingsplaats, dat wel. Behalve parkeren mag hier niets – geen aanlegsteigers, geen restaurant, niets. Toch wil de gemeente Friese Meren er méér. Het landelijk beleid van Rijkswaterstaat blijft staan, maar haar regionale dienst Noord-Nederland doet mee aan een onderzoek met andere overheden en de universiteit naar een ruimere invulling. Uitgangspunt is niet wat niet mag, maar wat kán.

 

Project Gaasperdammerweg

Een goed voorbeeld van samenwerken met de omgeving is de ‘herstructurering’ van de A9 tussen Holendrecht en Diemen, de Gaasperdammerweg. Dit deel krijgt zes rijstroken per baan. Vanaf 2020 moeten deze in een tunnel zijn weggewerkt en komt er meer groen terug. Tot die tijd kijken de buren (bewoners en bedrijven) uit op zandheuvels en bouwactiviteiten. Geen leuk vooruitzicht.

Vroeger zou Rijkswaterstaat omwonenden slechts informeren en om begrip vragen. De regionale dienst West-Nederland Noord is het bouwproces echter niet meer als mobiliteitsproject gaan zien, maar als een ‘dynamisch decor’ en ‘social enterprise’. De bouwperiode moet voordelen opleveren.

 

A9 Academy

Dus zijn er rondleidingen en tribunes om het bouwproces te bekijken. De sociale werkplaats heeft versierde damwanden, lokale bedrijven leveren de catering en andere diensten, studenten hebben er een stageplek en scholen gaan naar de ‘A9 Academy’ waar ze zelf inrichtingsplannen kunnen maken.

Deze aanpak werkt als smeerolie: mensen worden betrokken bij het project en zien niet alleen overlast. Dat scheelt bezwaarschriften. Belangrijker is dat het ‘gewoon leuk’ is, voor burgers maar ook voor medewerkers van Rijkswaterstaat zelf. Zij hebben nu op een andere, positieve manier met elkaar te maken.

 

Stimulator

Door heel Nederland zijn er dergelijke projecten van Rijkswaterstaat in de geest van de aanstaande Omgevingswet. Van asfaltlegger naar stimulator van een leefbare leefomgeving.

“Hoewel ik als vergunningverlener bij de Omgevingsdienst Groningen me strikt aan de regels moet houden, vind ik die andere manier van denken aantrekkelijk”, zegt Maud Hulshof. “Slim om uit grote projecten social return te halen en met verschillende partijen samen te werken.”

Ook Eline Bolderman, GGD Rotterdam-Rijnmond, gaat met nieuwe inzichten naar ‘huis. “Ik adviseer bij ruimtelijke ordeningsprojecten over gezondheid. Normaal kijken we naar de gemeentelijke afdeling stadsontwikkeling. Nu hoor ik dat Rijkswaterstaat ook meedenkt en adviseert in ‘slimme steden’. Goed om te horen.”

 

 

Aan de slag,

het kan al!

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9