Ontmoetingen
Op het congres vragen we twee willekeurige deelnemers met elkaar in gesprek te gaan over een stelling. Een korte impressie.
1e stelling: Fraudeurs komen er veel te makkelijk vanaf

Hanneke Vermeulen – Inspectie gezondheidszorg
en Melanie van Gulik – Expertisecentrum zorgfraudebestrijding
HV: ”Op dit moment komen fraudeurs er nog te makkelijk vanaf. We hebben de mensen wel in het vizier, maar daarna hebben we te weinig middelen om te handhaven.”
MG: “Er zijn al veel goede initiatieven genomen, maar door bepaalde wet- en regelgeving kunnen we niet optimaal handhaven.”
HV: ”Een groot probleem is toch wel de toegang tot persoonsgegevens. Ik heb nu een bestuurder van een zorginstelling die in detentie zit, maar hij is van de aardbodem verdwenen.”
MG: ”En wat betekent dat?”
HV: ”Ik wil dat strafbare feit bevestigd zien, maar ik moet nu uitzoeken bij wie: het OM, Bureau Opsporing. Ik krijg nog geen reactie. In die tijd kan de fraude gewoon doorgaan. Dat is wel frustrerend.”
MG:”Alle gegevens moeten bij elkaar komen, pas dan kun je stappen zetten. Er komt een centraal meldpunt bij de NZa in januari 2016. Maar niet alleen de melding, maar ook de opvolging moet gezamenlijk aangepakt worden.
HV: ”Klopt. Het moet nog blijken of het werkt. Maar fraude in de zorg leeft en is veel meer in ontwikkeling dan ik voor vandaag vermoedde.”
2e stelling: De bestrijding van fouten en fraude leidt tot hoge administratieve lasten
Erwin Dijkstra – Inspectie SZW
en Anita Wildenborg – Toezichthouder gemeente Enschede
AW: “Het feit dat de SVB nu de PGB uitbetaalt en werkt met trekkingsrechten, is ingezet als fraudedrempel. Maar het maakt de administratieve lasten natuurlijk wel hoger, zowel voor de instantie zelf als voor budgethouders.”
ED: “Ja, dat klopt. Hogere administratieve lasten zijn nooit wenselijk, maar wel lonend. Je moet altijd de balans in de gaten houden. Blijft het stelsel betaalbaar?”
AW: “Zo’n enorme papierwinkel is niet wenselijk, maar het helpt mij wel om fouten of misstanden te traceren. Dat als je alle zorguren naast elkaar legt en blijkt dat iemand 26 uur per dag declareert, dan weet je dat er gesjoemeld wordt. Het is alleen jammer dat ik dat nu nog zelf moet optellen. Ik pleit voor een urenstaat per zorgverlener.”
ED: “Maar we moeten nu niet teveel willen, we zitten nog midden in de transitie. We moeten eerst het stof neer laten dalen, organisaties hun werk laten doen en dan pas kijken of we kunnen inzetten op iets als de vermindering van de administratieve lasten. De kwaliteit van zorg is nu belangrijker.”
AW: “Ja, de administratie mag nooit het doel zijn, het blijft slechts een middel.”
3e stelling: Fouten en fraude zijn nooit te voorkomen, daarnaar streven is vergeefse moeite
Sandra Reuling - Rijnstate Ziekenhuis en
Marco Zevenhuizen - Centraal Administratiekantoor (CAK)
SR: “Je zult nooit de zekerheid hebben dat je fouten en fraude honderd procent uitbant, maar je moet daar wel naar streven. En je moet elkaar aanspreken op verkeerd gedrag.”
MZ: “De politiek spreekt van miljarden euro’s fraude. Maar of dat klopt…? Het is wel goed dat de inspectie SZW onderzoek gaat doen of dat inderdaad het geval is.”
SR: “Wel moeten we ons steeds afvragen of we niet met een kanon op een mug schieten. Controleer scherp op de toprisico’s, zoals verpleegdagen en dure medicijnen.”
MZ: “We moeten investeren in preventie en vervolgen. De pakkans is nu vrij klein. Die moeten we vergroten.”
SZ: “En we moeten wel verschil maken tussen fraude en fouten. Bij de onbewust onbekwame financiële fouten valt veel winst te halen.”
MZ: “Dat kan door te praten met elkaar en te leren van elkaar.”
SZ: “Dan blijkt dat de verschillen minder groot zijn dan we denken.”
9