'Dat gewone leven dat dwars door die gangen schalt - ontdaan van alle zakelijkheid’
Nico Dijkshoorn sluit de dag af met een ontroerende terugblik. Vijf quotes uit zijn bevlogen verhaal waarin hij oproept tot de menselijke maat in de zorg.
Hondenvrouwtje
“Al tijdens de voorstelronde waarin wordt gereageerd op de stelling ‘ik weet precies wat mijn buurman/buurvrouw hier aan tafel doet om de rechtmatigheid in de zorg te bevorderen’, voel ik iets knagen. Ik voel het wringen. Nee, zeggen ze allemaal, dat weten we niet. Maar ik weet ook helemaal niet of ik dat wel wil weten. Ik zit daar aan tafel als toehoorder en ik hoor mijn tafelgenoten spreken in een spervuur van onbegrijpelijke afkortingen. Ik ben vooral wanhopig op zoek naar de menselijke maat. Na vijf minuten denk ik, als een heel belangrijke vrouw uit een zeker ziekenhuis aan het woord is: ‘ben jij een katten- of een hondenvrouwtje?’. En als iemand rechts van mij uitlegt hoe ze fraude opspoort, ik denk – laten we maar eerlijk zijn- als ik haar zie: ‘Jij bent iemand met een berensloffen en een lekker huispak’.””
Autootje
“Ik zoek in elk geval naar het onbaatzuchtige kind in de professor en ik word op mijn wenken bediend door minister Schippers die mij vol in de flank raakt met een uiterst poëtische constatering tijdens haar betoog. Ze vertelt ons waarom ze iets later was. Er stond in de file ergens een auto in brand en daarna zegt ze – tenminste ik heb het zo verstaan en ik hoop u ook – ik ben blij dat ik niet een autootje ben. Zei ze echt. En dat is nu zo grappig want ik denk dat ook elke ochtend. ‘Wat ben ik blij dat ik geen autootje ben’.”
Collaborateur
“De dagvoorzitter constateert dat het woord fraude nog altijd negativiteit oproept in de discussie. Dat er een sfeertje wordt neergezet, de hakken gaan meteen in het zand als er iets wordt gecontroleerd en het woord fraude valt. Aan mijn tafeltje ontstaat daarna een prachtig ontroerende reflex. ‘Probeer het woord fraude eens te vermijden.’ Zoals het woord collaborateur langzaam veranderd is in ‘mensen die in een moeilijke tijd een wat verkeerde keuze maakten misschien’. Dit zijn de eufemismen die ik langs hoorden komen: ‘Bij het invullen is misschien een vergissing gemaakt of een zekere onzorgvuldigheid.’ Prachtig.”
Worstelen
“Maar ik, als patiënt, begrijp helemaal niets van u. Tot vandaag wist ik helemaal niet wat jullie vinden, wat jullie zeggen, hoe jullie eruit zien en hoe jullie worstelen. Dit is wat ik begrijp: u hebt het beste met mij voor, ik vertrouw op u. Maar ik heb niet de indruk dat u met mij wilt communiceren. Het is misschien een boude stelling, maar als patiënt had ik geen idee van deze discussie.”
Sluimerend leed
“Ik woon de workshop ‘een kijkje in de keuken van een medisch specialist’ bij. Bij de eerste dia die wordt getoond veer ik op, het is een dia van een personeelsruimte met acht man verplegend personeel op hun afdeling. We zien hun personeelsruimte en ze staan om een tafel heen. En zo ken ik u. Je kijkt eventjes – een seconde maar – de personeelsruimte in en je ziet dit: een verpleegster vertelt op een been een verhaal en de rest van de co-assistenten, de chirurgen, ze lachen uitbundig. Een schaterende lach, keihard over de afdeling vol sluimerend leed. Ik heb het altijd als bezoeker – dat zeg ik er wel bij – als helend ervaren. Het gewone leven dat dwars door die gangen schalt - ontdaan van alle zakelijkheid. Het is misschien vreselijk kinderachtig, maar dit is wat ik wil als ik verzorgd word. Dat u mij niet ziet als een ziek mannetje, maar dat u bijvoorbeeld weet dat ik David Bowie heel goed vind. Maar jullie willen dat ook, toch?”