Workshops
Wouter van der Sande (VWS) en Anne Pino (Zorgverzekeraars Nederland)
Stel nou eens dat een miljoen patiënten hun rekening controleren. Dat zou een flinke slag zijn voor de fraudebestrijding in de zorg. En patiënten vinden het ook fijn om inzicht te hebben in de kosten, bleek uit onderzoek van de NPCF in 2012. Daarom ontwikkelden de zorgverzekeraars en het ministerie van VWS ‘mijn omgeving’; op de website van de verzekeraar kan de patiënt zien welke kosten in rekening zijn gebracht. Bovendien zijn onduidelijke, vaak Latijnse termen omgevormd tot begrijpelijke taal. En dat helpt, zo lijkt het. “De consumentenbond stelde onlangs dat de begrijpelijkheidsscore van een ziekenhuisnota is gestegen van een 5,6 naar een 7,1. En er zijn plannen om de rekening in de ‘eigen omgeving’ uit te breiden naar GGZ en andere zorgsoorten”, aldus Anne Pino.
Wat levert die eigen ‘mijn omgeving’ op? De deelnemers in de discussie verschillen daarover van mening. De ombudsman concludeerde in augustus 2015 dat het DBC-systeem leidt tot onduidelijke zorgkosten.
Die verschillen gaan over twee onderwerpen. De eerste is de methodiek van kostentoerekening. In Nederland zijn de kosten voor een behandeling gebaseerd op gemiddelden van complete behandelingen: Diagnose Behandel Combinaties (DBC). “Op de rekening kunnen patiënten zien of de data van de behandeling kloppen en of de omschrijving van de DBC (grotendeels) overeenkomt met de behandeling. Het tweede discussiepunt gaat over de reactie van de patiënt op de DBC. “De systematiek is ingewikkeld. Je weet niet wat het gemiddelde is. De patiënt zal snel vinden dat hij te weinig heeft gekregen.”, aldus één van de deelnemers. “De methodiek van het DBC botst met het principe van eigen risico”, zegt een ander.
“Blijkbaar slagen we er nog steeds onvoldoende in om patiënten voldoende inzicht te geven medische kosten. Bij de nieuwe werkgroep van de Nederlandse Beroepsvereniging voor Accountants ga ik pleiten voor het slechten van barrières en het vinden van praktische oplossingen. Dat betekent meer voorlichting en toch – misschien – aansluiten bij internationale standaarden in plaats van het DBC.”
Actiepunt deelnemer:
Huub van den Boorn, Maastricht Universitair Medisch Centrum
Hans van der Knijff (Per Saldo)
Pas 28 jaar was Hans van der Knijff en in de bloei van zijn leven. Uitdagend werk, een oud boerderijtje om op te knappen, tweede kind op komst. Het bloedpropje dat in zijn hoofd vastraakte terwijl hij op het dak zat, zorgde voor een forse kink in de kabel. “Ik viel van het dak en toen ik m’n ogen opendeed, zag ik dat het goed fout was. M’n rug was gebroken, geknakt als het graatje in een scholletje.” Hans heeft een dwarslaesie en is sterk afhankelijk van zorg. Maar zijn PGB noemt hij een weldaad. “Ik heb een uitgebreid en vast team en kan precies bepalen wie ik op welk moment oproep voor hulp. Toen ik nog van thuiszorg afhankelijk was, wist ik nooit wanneer ze zouden komen om me te helpen met opstaan. Lastig hoor, als je wel om half 8 op je werk wil verschijnen. En om half 8 ’s avonds hielpen ze me in bed. Met twee koffie, twee wijn en een bonbonnetje naast m’n bed. Een onwenselijke situatie natuurlijk, ook al omdat er iedere keer een andere zorgverlener kwam. Ik heb eens zitten rekenen: als ik voor zorg in natura had gekozen, dan had ik inmiddels een kleine 10.000 zorgverleners over de vloer gehad. Door de dwarslaesie heb ik een fysieke beperking, maar alle perikelen met geld en zorg maakten dat ik me in een dwangbuis voelde. Afschuwelijk. Door de PGB kan ik zelf m’n zorg regelen en dat voelt als een weldaad. Ik kan wel zeggen dat ik een fantastisch leven leid.”
“Ik vond het bijzonder om te horen dat Hans zonder het PGB zijn leven nooit zo voluit had kunnen leven. Hij heeft dat heel hartstochtelijk vertelt, het raakte me echt. Nico Dijkshoorn verwoordde ook treffend de boodschap die Hans wilde uitdragen: ‘blijf altijd de mens achter zijn ziekte of handicap zien.’”
Actiepunt deelnemer:
Gusta Lucassen-Olijhoek
Juridisch adviseur en klachtencoördinator Gemeente Uithoorn
Ronald Bellekom en Pauline de la Court (VNG)
Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet. “En ze hebben vooral hun handen vol gehad aan de uitvoering”, zegt Pauline de la Court. “Uit een enquête blijkt dat 65 procent van de gemeenten op z’n best ‘beperkte aandacht’ heeft voor het aanpakken van fraude. Uit diezelfde enquête blijkt dat een meerderheid van de gemeenten aanpak van fraude geen prioriteit geeft.”
Toch ziet Ronald Bellekom dat het onderwerp fraude steeds meer gaat leven. Dat zal steeds meer worden, omdat gemeenten de financiële gevolgen van fraude met de Wmo direct voelen.
VNG ondersteunt gemeenten via een speciaal informatieportaal op de website. Hierop staan alle beleidsdocumenten. Ook komen er informerende regiobijeenkomsten en er is een expertiseteam. “De essentie is dat handhavende instanties als de Inspectie SZW en GIZ kennis genereren waarvan gemeenten gebruik van kunnen maken.”
De VNG gebruikt de workshop om tips te verzamelen voor gemeenten. “We hebben immers de experts vandaag hier bij elkaar.” Eén van de deelnemers suggereert om de sociale recherche te betrekken bij het opsporing en handhaving van fraude. “Die heeft ervaring met deze problematiek.” De gemeente Zwolle heeft een pilot waar een koppeling wordt gelegd tussen Wmo en wijkteams. Sander Linssen, team handhaving gemeente Weert, stelt dat de Wmo niet uitgebreid genoeg is over fraude. “Dat zijn maar twee zinnetjes. Die adviezen van de VNG gaan wij zeker nodig hebben. Ook gaan we kijken bij gemeenten die voorop lopen.”
“Delen is het nieuwe hebben. Wij – gemeenten – moeten kennis uitwisselen. Er is al heel veel informatie en ervaring beschikbaar. Maar wat we in ieder geval op korte termijn gaan doen is bespreken met collega’s uit het sociaal domein hoe zij te werk gaan.”
Actiepunt deelnemer:
Rob van der Elst, ROGplus, uitvoerings-
organisatie voor de Wmo in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam: