Schoolverzuim en alleenstaande minderjarige vluchtelingen in de gemeente Utrecht
Themacafé, 31 mei 2018, Ithaka ISK Utrecht.

Schoolverzuim bij alleenstaande minderjarige vluchtelingen komt momenteel veel voor. Ook in Utrecht, dat zo’n tachtig alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV’ers) onderdak biedt. Op 31 mei 2018 organiseerde Ingrado in samenwerking met Nidos, VNG, Pharos, GGD GHOR Nederland en de gemeente Utrecht een themacafé over schoolverzuim van AMV’ers. Docenten van het Ithaka ISK Utrecht, jeugdbeschermers van Nidos, buurtteammedewerkers, jeugdwerkers, coaches, leerplichtambtenaren, jeugdartsen en medewerkers van Vluchtelingenwerk, Pharos en het COA gingen met elkaar in gesprek, onder andere over twee fictieve casussen. Doelen: collega’s in het werkveld (beter) leren kennen, weten wat je van elkaar kunt verwachten en kortere lijnen creëren. Dit verslag bevat de hoogtepunten van deze bijeenkomst.

Jomi Latuheru, gedragswetenschapper bij Nidos:

‘Zet in op realistische doelen’

De strijd tegen veelvuldig schoolverzuim van alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV’ers) vraagt om creatieve oplossingen. Volgens Jomi Latuheru (Nidos) zijn die er al. Zo helpt het bijvoorbeeld om ‘maatjes’ in te zetten. Ook is het goed om kleine succesmomentjes in te bouwen.

Er is nog veel winst te behalen in de strijd tegen schoolverzuim van AMV’ers. En daar zijn verschillende redenen voor. Zo is het Nederlandse schoolritme voor deze jongeren vaak lastig op te pakken. Gedragswetenschapper Latuheru: “Sommigen zijn van huis uit niet gewend om dagelijks naar school te gaan. Ook – heel basaal – is niet iedereen in staat om met de klok te leven.” Bovendien worden de jongeren nog weleens ‘overvraagd’, stelt zij: “Veel AMV’ers zijn bijvoorbeeld analfabeet. Dan is deelname aan een schakelklas best veel gevraagd.”

Geen prioriteit

Het Nederlandse onderwijstype kan eveneens een beletsel zijn. Lathureu: “Zo komt participerend onderwijs in de meeste niet-westerse landen niet voor. Dan zijn ze gewend dat de docent de autoriteit is die vertelt hoe iets moet. Nederlandse docenten, die vaak naast de klas staan in plaats van ervoor, kunnen al heel snel respect verliezen.”

En dan zijn er nog de stress- en traumaklachten. “Neem die AMV’er die de druk voelt om geld in het laatje te brengen voor zijn familie in het land van herkomst. Dan heeft school eenvoudigweg geen prioriteit”, redeneert Latuheru. Ook kan stress invloed hebben op hun dag- en nachtritme. Met als uitkomst dat het cognitief vermogen van de leerling niet optimaal functioneert.

Realistische doelen

Maar gelukkig gaat er ook veel goed. Met creatieve oplossingen worden verrassende successen geboekt. Zo blijkt dat het soms werkt om de schooltijd van een AMV’er langzaam op te bouwen: niet meteen vijf dagen per week vol aan de bak, maar bijvoorbeeld twee of drie. Ook ‘maatjes’ – alleenstaande vluchtelingen die bijvoorbeeld al een jaar op school zitten – kunnen iemand over de streep trekken. En wat ook helpt: kleine succesmomentjes inbouwen. Met certificaten bijvoorbeeld. Want hoe gemotiveerd kan je zijn als jouw einddoel op school drie jaar verderop ligt maar niet eens duidelijk is of jij überhaupt zo lang mag blijven?

Ook psycho-educatie en culturele mediation willen nog wel eens het verschil maken. Of tijdens de ISK al een stukje mbo aanbieden, zoals het Albeda College doet. Latuheru: “Die mix van leerlingen en lesstof valt goed.”

Volgens Latuheru is het altijd van belang om in te zetten op realistische doelen. “Maak samen afspraken en sluit telkens waar mogelijk aan op ambities en dromen van de leerling. Dat helpt.”

Vijf ketenpartners uitgelicht

Wat zijn zoal organisaties die zich bezighouden met schoolverzuim van alleenstaande minderjarige vluchtelingen in de gemeente Utrecht? En waar ligt hun focus? Vijf korte introducties van ketenpartners.

Sanne Kos, regiocoördinator Utrecht, voor het Ondersteuningsprogramma Gezondheid Statushouders:
‘Betere toegang tot gezondheidszorg’

“Wij adviseren gemeenten en ketenpartners hoe ze de gezondheid van vluchtelingen en hun toegang tot de gezondheidszorg in Nederland kunnen verbeteren. Dat doen we via het Ondersteuningsprogramma Gezondheid Statushouders, een samenwerking tussen OTAV (VNG/Rijk), Pharos en GGD GHOR Nederland. Dat programma bevat veel praktische ondersteuning en heeft ook een kenniscomponent, met allerlei handige tools, handreikingen en voorlichtingsmateriaal.

De komende tijd gaan wij ons, op verzoek van veel gemeenten, onder andere focussen op hoe we samen met gemeenten (jonge) vluchtelingen uit Eritrea beter kunnen ondersteunen.”

Carolien Lagendijk, jeugdbeschermer bij Nidos:

‘Veel gesprekken gaan over school’

“Nidos voert als onafhankelijke (gezins-)voogdij instelling de voogdijtaak uit voor Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen. Veel van de gesprekken die onze jeugdbeschermers met jonge vluchtelingen voeren gaan over school, over schoolverzuim en over de schoolgang in z’n algemeenheid. En daaruit is ons duidelijk geworden dat er heel veel meer redenen zijn voor schoolverzuim dan ‘ik vind school niet leuk’ of ‘ik heb geen zin’. Zo kan het zijn dat een AMV’er de zorg heeft voor familieleden in het land van herkomst; dan staat je hoofd al snel niet naar school. Ook zijn veel jonge vluchtelingen niet bekend met ons schoolsysteem, en dan staan ze eigenlijk meteen al met 1-0 achter. Bovendien is het lastig als je nog in een procedure verwikkeld bent. Dan ben je eigenlijk nog niet actief bezig om je te settelen.”


Annemieke ten Heggeler, leerplichtambtenaar / RMC-trajectbegeleider gemeente Utrecht:
‘Handhaven is niet ons primaire doel’

“Alle kinderen en jongeren hebben naast een plicht, ook een recht om onderwijs te volgen in Nederland. Onderwijs is essentieel voor de ontwikkeling van een kind en jongere en zijn toekomst. Is er sprake van schoolverzuim, dan is dat voor ons een belangrijk signaal dat er iets aan de hand is. Allereerst leggen we dan de bal bij de school: wat is de reden voor het verzuim? Vervolgens komt de leerplichtambtenaar in beeld en samen met het kind, de ouders/voogd en betrokken partijen stellen we een plan op. Ieder kind en jongere is uniek. We leveren maatwerk om de passende begeleiding te bieden die nodig is. Tijdens het bewandelen van deze unieke paden is ons primaire doel niet om te handhaven. In sommige gevallen kan het ook geen kwaad om duidelijk te zijn en grenzen aan te geven. Verwijzen naar Bureau HALT is een middel die we dan kunnen toepassen. Bureau HALT heeft in Utrecht speciaal voor AMV’ers een beleid opgezet. Blijft de leerling verzuimen, dan kan er een proces-verbaal opgemaakt worden en komt de kinderrechter in beeld. Met als nadeel dat dit eventueel invloed kan hebben op de status van de desbetreffende AMV’er. Maar zoals ik eerder aangaf: handhaven is niet ons uitgangspunt. Ons streven is ieder kind en iedere jongere te begeleiden richting passend onderwijs en deelname aan onze samenleving.“


Inge Oreel, projectleider van het actieplan schoolverzuim bij Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ):
‘Krachten bundelen, verbindingen leggen’

“De JGZ-sector heeft zich gecommitteerd aan het actieplan Aanpak Schoolverzuim. Idee is de krachten te bundelen en verbindingen te leggen met leerlingen, ouders, onderwijs, leerplicht en zorgaanbieders. Ook het NCJ maakt werk van het actieplan. Als een leerling niet meer naar school gaat dan is er namelijk altijd iets aan de hand. In zo’n geval kunnen wij op aanvraag van de school een leerling oproepen. In de aanpak zijn wij gebaat bij samenwerking met partners. Dat begint met genoeg van elkaar weten. Ook is het heel belangrijk om creatieve oplossingen met elkaar te delen.”


Charleen Dedden, beleidsmedewerker Ingrado, branchevereniging voor leerplicht en RMC:

‘Netwerk versterken’

“Ingrado is de landelijke branchevereniging voor leerplichtambtenaren. Leden zijn de afdelingen leerplicht van gemeenten en de RMC-regio’s. Wij maken ons hard voor het recht op onderwijs en ontwikkeling voor alle jongeren. In samenwerking met onze leden proberen wij dat recht te beschermen en te versterken. Dat doen wij onder andere door het netwerk rondom leerplichtambtenaren te verbreden.

Uit het land krijgen wij diverse signalen dat er sprake is van veelvuldig schoolverzuim bij AMV’ers. Om daar een goede aanpak voor te bedenken is maatwerk en samenwerking nodig. Want we moeten het met elkaar doen. En hick-ups in de samenwerking, zoals onduidelijkheid over wie wat doet, mag het recht op onderwijs en ontwikkeling van jongeren uiteraard niet in de weg staan.”

Hoe gaat het nu echt?

Het verhaal achter de cijfers

Wie de cijfers bekijkt van het schoolverzuim van de AMV’ers van Ithaka ISK Utrecht wordt niet vrolijk. “Maar”, zo nuanceert teamleider Manon Rijken, “Er zijn ook lichtpuntjes.”

Natuurlijk schrik je als je ziet dat veel alleenstaande minderjarige vluchtelingen van Ithaka ISK dit schooljaar al enkele honderden uren geoorloofd en ongeoorloofd afwezig zijn geweest. Maar de cijfers vertekenen, stelt teamleider Rijken. “Zo hebben we een aantal van die gevallen eens nader bekeken. En wat blijkt? Bij een aantal slaat het aan en boeken we vooruitgang. Zo staat bij een van die leerlingen de teller nu op 192 uur afwezig. Maar vorig jaar waren dat er 586.”

Maatwerk

Winst wordt vooral geboekt als de leerling veel contact heeft met de mentor, constateert Rijken. Ook ontstaat verbetering in het spijbelgedrag zodra iemand duidelijkheid krijgt over zijn of haar beschikking. “Bovendien wil het nog wel eens helpen om duidelijke grenzen te stellen”, aldus Rijken. “’Je komt nu, en anders is het klaar!’ is een heldere boodschap die soms effect heeft.”

Een andere succesvolle methode is die van de ‘omkering’. Rijken: “In plaats van dat wij zeggen hoe iets moet, leggen we de bal bij de AMV’er: ‘Zeg jij maar wat je van ons nodig hebt’.”

In alle gevallen gaat het uiteraard om maatwerk. Rijken: “En daar hebben we onze partners heel hard bij nodig.” 

Hoe nu verder?

Wat was voor jou de opbrengst van het themacafé? En hoe moet het nu verder? Vier deelnemers spreken zich uit.

Bart Looman, Pharos:

‘Breder met elkaar praten’

“Veel mensen hier kennen elkaar alleen via de mail of de telefoon. Dan is het goed om elkaar eens real life te zien, en het dan niet alleen over casussen te hebben maar ook om eens wat breder met elkaar te praten. Wat ik hiervan meeneem? Ik hoorde bijvoorbeeld de tip om bij bepaalde casussen hulp in te roepen van een vader of moeder uit de oudercommissie, omdat dit mensen zijn die vaak uit dezelfde stad of regio komen als de persoon waar het om gaat. Een andere ingang, als het ware om een volgende stap te zetten.”


Janine Zanen, teamleider Sterk VO:

‘Verwachtingen uitspreken’

“Elke school heeft vaste kennispartners. Maar het is altijd goed om ook eens met anderen te praten. Zoals vandaag met Nidos. Die mensen kom ik immers niet elke dag tegen. De winst was dat we verwachtingen konden uitspreken. Zo is het in het onderwijs gebruikelijk om een probleem van vandaag gisteren al op te willen lossen. Maar medewerkers van Nidos hebben hun eigen ritme. Met soms een enorme caseload. En dan kost alles net iets meer tijd. Goed om dat van elkaar te weten. En nog een ander winstpuntje: het COA, hier ook aanwezig, wist niet eens van ons bestaan af. Kijk, daarom zijn dit soort bijeenkomsten nu zo nuttig.”


Rick van Rosmalen, COA:

‘Gesloten keten nodig’

“Wil je schoolverzuim goed aanpakken, dan is een gesloten keten nodig. En dan gaat het in de aanpak om kwaliteiten als goed kunnen luisteren en empathie. Dan helpt het ook als je met dat gesloten netwerk naast die AMV’er gaat staan. En dat kan natuurlijk altijd beter. Het helpt sowieso als je elkaar goed kent, en als de lijnen kort zijn. Zodat je ook sneller iets kunt verzinnen als de nood aan de man is. Want elk verzuim vraagt in mijn optiek om maatwerk.


Annemieke ten Heggeler, leerplichtambtenaar:

‘Weten wat we van elkaar kunnen verwachten’

“Het is nuttig om al die partijen die rondom een leerling samenwerken eens bij elkaar te hebben. We zitten soms te veel op onze eigen eilandjes. Zodra we elkaar kennen, en onze rollen en de verwachtingen helder zijn, dan is het makkelijker om samen te werken. Dit themacafé is wat mij betreft geslaagd. Ik denk dat we nu beter weten wat we van elkaar kunnen verwachten om de leerling de ondersteuning te bieden die hij nodig heeft voor een succesvolle schoolloopbaan en toekomst in Nederland..”