Samen werken aan sociale inclusie

MEEDOEN IN DE SAMENLEVING

‘Buiten de kaders kan ook binnen de kaders’

Ieder mens wil van betekenis zijn. Daarom is meedoen in de samenleving zo belangrijk. Dat begint met vertrouwen, elkaar leren kennen. Daarna komt er ruimte. Om oplossingen te ontwikkelen die helpend zijn. Niet op basis van regels, maar op basis van wat echt nodig is.

Meedoen heeft veel facetten. Meedoen kan gaan over werk, sociale contacten en over persoonlijke ontwikkeling. Ook de mensen die willen meedoen zijn divers. Zo heeft – om maar wat te noemen – iemand met een licht verstandelijke beperking iets anders nodig om aan te kunnen haken dan iemand met een verslavingsproblematiek.
Toch zijn er algemene uitgangspunten die ons kunnen helpen om de samenleving inclusiever te maken. Ter inspiratie negen recepten die in de mix zorgen voor een sterke sociale basis, waarin meedoen voor iedereen vanzelfsprekend is.

1. It takes two to tango

De inspanningsverplichting om mee te mogen doen wordt nu nog te veel bij de persoon gelegd die aan de kant staat. Vaak moet iemand eerst iets laten zien, aan de juiste regels voldoen. Pas dan is meedoen (misschien) een optie. Maar it takes two to tango. Ook degenen die al meedoen hebben een inspanningsverplichting. Om ervoor te zorgen dat diegenen die niet meekomen zich welkom voelen. Om ze nadrukkelijk uit te nodigen om aan te haken.

2. Van individu naar collectief

Zorg, begeleiding en de financiering daarvan voor mensen die buiten de boot vallen is nu nog heel erg op het individu gericht. De kunst is om van het individu op te schalen naar het collectief. Zodat we omwonenden, familie, vrienden, (oud-)collega’s en sterke netwerken ook in stelling brengen. Zodat we integraal gaan werken. Voor gemeenten is daarbij belangrijk om los van de systeemwereld ook actief de verbinding te maken met de leefwereld, om naar nieuwe wegen en verbindingen te zoeken.

3. Sleutelbegrip: gevoel

Er is in de dynamiek van meedoen en niet-meedoen weinig oog voor ‘gevoel’. Zo is om iedereen mee te laten doen vertrouwen nodig: bij de politiek, burgers en bij professionals. Dat vereist vooroordelen slechten, dat we elkaar leren kennen, begrijpen hoe die ander in zo’n netelige positie terecht is gekomen, snappen welke dichte deuren je dan tegenkomt. Daar zijn plekken voor nodig, waar we met elkaar dat gevoel kunnen ‘laden’. Zoals bijvoorbeeld in de EDplaats in Amsterdam Zuid, een ontmoetings- en hetstelwerkplaats voor en door de doelgroep, gerund door ervaringsdeskundigen.

'We zijn er niet om de systemen te bedienen, maar om de mensen te helpen die niet kunnen meedoen.'

4. Vriendelijke communicatie

Mensen die buiten de boot vallen voelen zich vaak niet meer welkom. Communicatie speelt daar een belangrijke rol in. Maken we in onze communicatie met kwetsbare groepen duidelijk dat zij welkom zijn om mee te doen? Of duwen we hen juist weg, met nodeloos ingewikkelde taalconstructies? Meedoen begint met klare taal van de overheid, met zorgvuldig en uitnodigend communiceren met kwetsbare doelgroepen.

5. Obstakel: handelingsverlegenheid

Als welwillende burger ervaar je best vaak handelingsverlegenheid. Moet je die aan drank verslaafde buurtbewoner onder geen beding een biertje geven, of kan het soms wel? Hoe kunnen we welwillende burgers ondersteunen om met kwetsbare groepen om te gaan? Want als jij weet hoe dat moet, dan kunnen anderen zich daar ook aan optrekken en ontstaat een olievlek. Wat helpt is om laagdrempelige fysieke plekken en omstandigheden in buurten te creëren waar je minstens kunt sparren met mensen uit je omgeving.

6. Ruim baan voor ervaringsdeskundigen

Ervaringsdeskundigen zijn in staat mensen in hun hart te raken. Zij kunnen daardoor een belangrijke rol spelen in de verbinding tussen politiek en professionals enerzijds en mensen die aan de kant staan anderzijds. Dus ruim baan voor ideeën, initiatieven, creatieve pilots en facilterende maatregelen om hen – op zoveel mogelijk manieren – in stelling te brengen als ‘verbindingsofficieren’.

7. Ruimte en tijd

Om mensen met ingewikkeld gedrag echt bij de samenleving te betrekken is meer tijd en ruimte nodig. Om te kunnen vertragen waar dat nodig is. En om elkaar dan echt te leren kennen. Maatschappelijke verbinders kunnen daar een rol in spelen. Zij kunnen vertrouwen opbouwen zodat iemand die aan de kant staat de weg naar hulpverleners wel wil inslaan. Vervolgens moeten hulpverleners ook meer ruimte en tijd vrijmaken. Want in vijf minuten je verhaal doen bij de huisarts, dat is niet genoeg. Dat is onvoldoende om iemand echt te ontmoeten.

‘Meedoen moet van twee kanten komen. Het wordt nu te veel bij mensen met kwetsbaarheden gelegd.’

Marijke Vos, bestuursvoorzitter Sociaal Werk Nederland

8. Buiten is ook binnen de kaders

Binnen de kaders kan veel meer dan we denken. Zo veel meer dat het lijkt alsof we daarmee buiten de kaders treden. Neem Zaanstad, waar maatwerk gegeven wordt vanuit één budget (zie ook het essay ‘Duurzame financiering’). Daar dachten ambtenaren aanvankelijk dat eerst de wetgeving moest worden aangepast. Maar wat bleek? Zij kwamen erachter dat gemeenten vaak klakkeloos verordeningen van elkaar overnemen, terwijl er best ruimte is om het anders te doen. Ook de Stadskamer in Doetinchem is een mooi voorbeeld van binnen de kaders maximale resultaten boeken. Daar is de filosofie: ‘Vecht niet tegen het systeem, maar werk samen. Dan zien we vanzelf wel wat we onderweg tegenkomen’.
Elke gemeente verdient als het ware een expeditieteam, met daarin personen die het aandurven om binnen de kaders buiten de stroom op zoek te gaan naar de rek in de systemen. Ten faveure van de mensen die het nodig hebben. Zodat niet de regels bepalen welke hulp iemand krijgt, maar wat iemand echt nodig heeft.

9. Werkt iets? Zorg dat het systeem aansluit

In Rotterdam Charlois vormen zo’n veertig sociaal geïsoleerde buurtgenoten met behulp van sociaal werkers een ‘vangnetwerk’. Deelnemers organiseren activiteiten met en voor elkaar en bieden elkaar sociale steun als dat nodig is. Een succesvolle methode. Maar als er iets misgaat verloopt de aansluiting met bestaande systemen niet goed. Zo kreeg een van de deelnemers van het vangnet een psychose. In dat geval is een GGz-indicatie snel nodig. De GGz vroeg echter eerst om een verklaring van de huisarts.
In dit soort gevallen kan het helpen als bestaande systemen – al is het maar via een pilot – kunnen meebuigen met relevante nieuwe ontwikkelingen. Want ook nu geldt: we zijn er niet om de systemen te bedienen, maar om de mensen te helpen die niet kunnen meedoen.

De negen recepten bieden aanknopingspunten om een volgende stap te zetten richting de inclusieve samenleving, waarin het vanzelfsprekend is dat iedereen meedoet. Maar daarmee zijn we er nog niet. Nu is het een kwestie van DOEN, DOEN en nog eens DOEN. Met hedendaagse sjamanen, die aan de hekken van systemen durven te morrelen, als breekijzer (zie essay: ‘Samenwerken’).

Yvonne van Mierlo, voorzitter Raad van Bestuur Movisie

De voorzitter van het expeditieteam Meedoen in de samenleving vat in een minuut de bevindingen van haar zoektocht samen. ‘Zodra je de tijd neemt voor mensen, merk je dat er oplossingen komen die helpend zijn.’

Tweet van het expeditieteam

Meedoen in de samenleving start met horen, zien en luisteren. Binnen de kaders kan meer dan je denkt! #socialeinclusie #VN-verdrag

Journaal van de toekomst

Dit ‘journaal van de toekomst’ is gemaakt door Roel Simons, naar aanleiding van de bouwsessie over ‘Meedoen in de Samenleving’.  

Tips voor de gemeente

Geef zelf het goede voorbeeld

Echte inclusie vraagt:
• elkaar weten te vinden,
• ervaringsdeskundigen betrekken,
• lef hebben om gewoon te doen,
• werken vanuit de bedoeling (is dus: meedoen) in plaats van alleen je eigen stukje zien,
• zorgen dat mensen zich welkom voelen,
• werken aan win-win.

Leden van de gemeenteraad, zorg dat regels niet tegenwerken, faciliteer, draag dit uit, en geef zelf het goede voorbeeld.

ONZE VISIE

Gertrude van den Brink (VGN), links, en Ans Broelman (Lfb):

‘Verder kijken dan je neus lang is’

“In deze samenleving is het heel gemakkelijk om in de war te raken. Ook als je geen licht verstandelijke beperking hebt of een niet aangeboren hersenletsel. Heb je dat wel, dan vraagt dat namelijk nog heel veel extra van jou; dan heb je soms net even meer nodig.
Het zou al enorm helpen als we met elkaar klare, eenvoudige taal gaan gebruiken. De overheid kan daar het goede voorbeeld in geven. Maar natuurlijk moet iedereen daarmee aan de slag: in ziekenhuizen, bij de politie, in supermarkten.
De ander horen, zien en begrijpen: dat is belangrijk. Verder kijken dan je neus lang is. Soms door net een extra vraag te stellen. ‘Zou daar misschien iets achter zitten?’ Je oordeel opschorten en zo nu en dan een kleine vertraging kan al helpen.
Ook is het nuttig goede informatie te geven over hoe het werkt als je een licht verstandelijke beperking hebt. Vanuit het Schakelteam geven we bijvoorbeeld trainingen aan wijkagenten. Bekend voorbeeld is van die wijkagent die iemand staande houdt en op de vraag ‘Waar woont u?’ als antwoord ‘Thuis’ krijgt. Dan helpt het als je snapt dat zo iemand dat echt niet doet om die agent op stang te jagen. Inclusiviteit begint met elkaar echt zien.”

MIJN VISIE

Ramona Hermes, Beter Wonen:

‘Hoe stel je je op als hulpverlener?’

“Mensen die in eenzelfde positie verkeren en elkaar onderling helpen: daar zit een soort wederkerigheid in. Ik geloof in concepten waarbij mensen die buiten de samenleving vallen elkaar helpen, zoals in Rotterdam Charlois gebeurt in de vangnetwerken. Ze hebben elkaar onderling veel te melden, ze snappen elkaar beter. En hoe minder wij als hulpverlener aanwezig zijn, hoe meer zij vaak zelf gaan ondernemen.
Ik ben betrokken bij een vergelijkbaar project van het Leger des Heils: de zogenaamde huiskamers voor buurten. Vraag is daarbij steeds hoe je jezelf als hulpverlener moet opstellen. Hoe hou je afstand om te laten gebeuren wat er uit zo’n groep kan komen, om de potentie die er is te benutten? En hou je toch de regie als dat nodig is, bijvoorbeeld om te voorkomen dat mensen ruzie krijgen met elkaar? Die vraag zou ik nog graag beantwoord willen zien.”

Bronnen

Gesproken met:

  • Marijke Vos (bestuursvoorzitter Sociaal Werk Nederland)
  • Yvonne van Mierlo (Movisie)
  • Sylvia Mac Gillavry (LOC Zeggenschap in zorg)
  • Mieke Hoogervorst (gemeente Leiden)
  • Gerry Cornelissen (Lister)
  • Ciska Goedhart (MIND)
  • Eric van der Eerdem (Odibaan)
  • Gertrude van den Brink (Middin/VGN
  • Ans Broelman (Lfb)
  • Pieter Groenenberg (Sluitende aanpak personen met verward gedrag/Zwolle)

De presentaties op het congres waren de inspiratie voor dit dossier.