Samen werken aan sociale inclusie

WONEN EN OPVANG

Zorg voor verbinding met de wijk

Voor elke woonbehoefte en voor elke mate van eigen regie moet een woonvorm te vinden zijn. Een woonvorm op maat, die mensen optimaal ondersteunt bij het meedoen. Gewoon in de wijk tussen andere bewoners. Wat zijn de belemmeringen? En wat is er nodig?

Het idee is goed: kwetsbare bewoners zo veel mogelijk in de wijk laten wonen en leven tussen ‘gewone’ wijkbewoners. Het is ook een logisch uitvloeisel van de decentralisaties, bezuinigingen en nieuwe inzichten. Maar alleen al cijfermatig is het een ingewikkelde kwestie. Op dit moment wonen 30.000 mensen met een psychische beperking in vormen van beschermd wonen. In 2016 verwachtte de Commissie Toekomst Beschermd Wonen dat het voor een derde van hen wenselijk is om intramuraal te blijven wonen.

Tijdelijk onderdak

Een andere groep waarbij vaak sprake is van psychische problematiek, bestaat uit mensen die tijdelijk onderdak vinden in de Maatschappelijke Opvang. Deze groep wordt landelijk geschat op jaarlijks 60.000 mensen. Ook voor hen moet nieuwe woonruimte worden gevonden. Denk aan de ex-gedetineerden, licht-dementerenden, lvb’ers en dak- en thuislozen.

Mismatch

Puur getalsmatig zou de uitstroom moeten kunnen worden opgevangen. Een van de problemen is dat de woonwensen van deze groep heel specifiek zijn. Het gaat om kleine, betaalbare woningen. In veel gemeenten is de woningmarkt overspannen en zijn sowieso weinig woningen beschikbaar. En waar die woningmarkt niet overspannen is, is sprake van een mismatch; er zijn vooral eengezinswoningen beschikbaar. Bovendien is de vraag naar die goedkopere, kleine woningen heel groot. Kwetsbare bewoners concurreren met statushouders, gescheiden ouders en jongeren.

Wensen van cliënt centraal

Daar komt nog bij: het vinden van woningen die aansluiten bij de behoefte van de mensen uit kwetsbare groepen is maatwerk. De een heeft behoefte aan een extreem rustige omgeving, de andere is meer op zijn plek in een geclusterde woonomgeving. Zorg, wonen en veiligheid moeten op elkaar zijn afgestemd. Dat vergt een delicaat samenspel van woningcorporaties, gemeenten, zorginstanties, zorgverzekeraars en politie. De kunst is daarbij om te blijven luisteren naar de wens van de kwetsbare bewoner.

‘Pas als je wordt geaccepteerd door je buurt is een huis een veilig thuis.’

Mixen van doelgroepen

Gemeenten die zichzelf concrete doelen stellen, lukt het wel plekken voor mensen uit kwetsbare groepen te realiseren. Bij veel projecten gaat het om het mixen van verschillende doelgroepen – studenten, gescheiden mensen en bewoners met GGz-problematiek in bijvoorbeeld oude verzorgingshuizen: de Magic Mix en geclusterde woonvormen, maar ook scheve huisjes.

Kleine maaltijd

Zo wonen in Leiden studenten en kwetsbare bewoners bij elkaar. En dat werkt. De kwetsbare bewoner die ooit kok was, zorgt voor een kleine maaltijd voor de arts in opleiding die uit de nachtdienst komt. En die arts in opleiding helpt de kok met contacten in de wijk. Zo helpen ze elkaar, die heel verschillende bewoners in een complex. En passant vergroot het samenwonen van verschillende groepen het draagvlak in de wijk.

Tussenstap

Voor wie de stap van beschermd wonen naar een reguliere woning te groot is, zijn er tussenoplossingen, zoals een woongroep. Eventueel met een proeftijd. Ook zijn er rondom projecten met beschermd wonen ‘aanleunwoningen’, waar uitstromers kunnen wennen aan meer zelfstandigheid.

Kafkaëske situaties

Een van de belemmeringen op weg naar zelfstandiger wonen, is de keur aan instanties die ermee te maken hebben en de variëteit aan regels. Wat moet je eerst hebben: een inkomen of een vast adres? Er is sprake van huursubsidie, Wmo-budget, zorgtoeslag, ziektekosten een uitkering en schuldhulpverlening. Met allemaal hun eigen regels. Als al die betaalmomenten en randvoorwaarden die daaraan vastzitten niet worden afgestemd, dreigen kafkaëske situaties. En al die regels en structuren zorgen ervoor dat instanties te weinig oog hebben voor de wensen van de persoon om wie het uiteindelijk gaat.

Woonvaardigheidscheck

Je kunt structuur geven aan het steeds zelfstandiger wonen van kwetsbare bewoners. Apeldoorn heeft de ‘Opstapregeling’. Woningcorporaties garanderen op jaarbasis 100 woningen voor kwetsbare bewoners uit de GGz, LVB en andere zorginstellingen. Een commissie kijkt of de betreffende bewoner een geschikte kandidaat is. Dan wordt het arrangement geregeld. De bewoner krijgt een huurcontract voor bepaalde tijd, onder de voorwaarde dat hij verplichte begeleiding accepteert, de huur betaalt en geen overlast veroorzaakt. Elk half jaar is er een ‘woonvaardigheidscheck’. Gaat dat goed, dan stroomt de bewoner na twee jaar uit naar een reguliere woning.

‘Misschien is de belangrijkste vraag wel: hoe houd je nou echt rekening met de wensen van de bewoner zelf. Die moet de regie hebben.’

Marijn van Ballegooijen, lid dagelijks bestuur Amsterdam Zuid

Andersom redeneren

In Twente redeneren ze andersom bij dak- en thuislozen. Daar regelt Humanitas voor kwetsbare bewoners een huis en daarna wordt bekeken wat er nodig is om dat huis te kunnen behouden. Als iemand de huur niet betaalt, dan wordt bekeken of de persoon het goed vindt dat de huur wordt ingehouden op de uitkering en voor hem wordt betaald. Het begeleiden van die bewoners is maatwerk. En samenwerking tussen woningcorporatie en zorginstelling is cruciaal.

Zachte landing

Pas als je wordt geaccepteerd door je buurt is een huis een veilig thuis. Maar hoe zorg je er nu voor dat wijkbewoners open staan voor bewoners met een bijzondere achtergrond? Voor de ‘zachte landing’ bestaat geen blauwdruk. Hier geldt het principe ‘laat duizend bloemen bloeien’. De ene gemeente heeft een respijthuis, de andere laat de kwetsbare bewoner samen met ervaringsdeskundigen contact leggen met de buurt. In Noord-Veluwe is bij de Eperweg een huismeester die permanent beschikbaar is voor bewoners en zorgt voor verbinding met de wijk. Vooraf vragen wat de wijk nodig heeft om met kwetsbare bewoners om te gaan zou al helpen. De meeste gemeenten hebben binnen het welzijnswerk ‘samenlevingsopbouw’ wegbezuinigd. Maar juist voor deze uitdaging is die wel nodig.

Maatschappelijk participeren

Voor vrijwel alle ‘kwetsbare bewoners’ geldt dat maatschappelijk participeren belangrijk is. Tegelijkertijd is hun sociale netwerk vaak niet groot. Werk en dagbesteding zijn daarom belangrijk. Het is een beetje kip-ei: moet je eerst een woning (housing first)? Of is werk belangrijk? Of krijg je pas een huis als je een inkomen hebt? We hadden het al over dat delicate samenspel van gemeente, zorgverlener – niet alleen het wijkteam, maar ook de GGz –, woningcorporatie en politie. Aan allen: denk vanuit de kwetsbare bewoner en besef dat wonen en daginvulling tegelijk moet. Als het kan met een relatie erbij. Voor de broodnodige rust.

Marijn van Ballegooijen, lid dagelijks bestuur Amsterdam Zuid

De voorzitter van het expeditieteam Wonen en opvang vat in een minuut de bevindingen van zijn zoektocht samen. ‘Je veilig thuis voelen is niet alleen dat je een huis hebt, maar ook dat je wordt geaccepteerd door de buurt.’

Tweet van het expeditieteam

Vraag de buurt wat zij nodig heeft om met kwetsbare buurtbewoners om te gaan. #socialeinclusie #wonen en #opvang

Tips voor gemeenten

Ken de wensen en match die met de wijk

Het is belangrijk voor gemeenten en corporaties om de wensen van bestaande wijkbewoners te kennen. Hoe willen zij dat hun wijk eruit ziet en de mensen met elkaar samenleven? Andersom is het belangrijk de woonwensen van kwetsbare nieuwe wijkbewoners te kennen. Breng woonwensen en wijkwensen in kaart en zorg voor een goede match bij toewijzing.

Investeer in contact met de wijk

Gemeenten die wijkbeheerders aanstellen, of buurtconciërges, staan al 1-0 voor als het gaat om het draagvlak dat je wilt opbouwen onder wijkbewoners. Wijkbewoners die weten welk 06-mummer zij kunnen bellen bij zorgen of klachten over buren ‘met een zorgtraject’ zijn positiever over het toewijzen van woningen aan zorgcliënten. Communicatie en korte lijnen creëren vertrouwen en vergroten draagvlak.

Kom afspraken na en houd de rug recht!

Het is belangrijk dat gemeenten duidelijke afspraken maken met alle partijen, buurt, corporaties, cliënten en aanbieders, over de voorwaarden die gelden bij het weer gaan wonen in de wijk voor zorgcliënten. Afspraken kunnen dan gaan om aantal, begeleiding, wijkbeheer, toezicht en vele andere. Zorg dat de afspraken worden nagekomen en hou je rug recht: in elke wijk is plaats voor alle doelgroepen.

MIJN VISIE

Ilse Kunst, GGD Gelderland Zuid:

‘Inclusief plan maken’

“Ik geloof dat woorden helpend zijn als je een andere mindset wilt realiseren. Instanties denken vooral over mensen en in structuren. Dan hebben we het over ‘integraal werken’ en integrale plannen. Over samenwerken. Wat gebeurt er als we een inclusief plan maken, dat we denken vanuit de cliënt/patiënt/huurder/bewoner? En we ons dan afvragen: hebben we niets over het hoofd gezien? Dat zorgt voor reflectie. Ook bij het realiseren van wonen en opvang.”

MIJN VISIE

Ann Meijer, projectleider gemeente Den Bosch:

‘Vijf vuistregels’

“Door zorgvuldige begeleiding en het maken van heel concrete afspraken is het mogelijk om mensen terug te krijgen in de wijk. Dat zie je bij de pilot Offenbachstraat in Schijndel, waar van de 23 bewoners er negen naar meer reguliere woningen zijn uitgestroomd. Uitgangspunt is dat bewoners zelf regie houden over hun eigen leven en hun eigen herstel. Volgens mij zijn er vijf vuistregels om uitstroom tot een succes te maken: een veilig thuis, een waardevolle daginvulling, inkomenszekerheid, ondersteuning die passend is en een persoon bij wie bewoner en wijkbewoners kunnen aankloppen als er problemen zijn.”

Bronnen

Gesproken met:

  • Marijn Ballegooijen (lid Dagelijks Bestuur Amsterdam Zuid)
  • Willeke van den Hoek (Vanuit Autisme bekeken)
  • Margareth Korthout (PI Arnhem)
  • Esmé van Wijk (gemeente Leiderdorp)
  • Rina Beers (Federatie Opvang)
  • Ilse Kunst (GGD Gelderland-Zuid

De presentaties tijdens het congres waren de inspiratie voor dit dossier.