Duurzaamheid & Transformatie

Nederland moet verduurzamen. Als het aan het Rijk ligt, komt in 2020 minimaal veertien procent van alle energie uit duurzame bronnen, in 2050 zelfs honderd procent. Een groot deel van de winst moet uit de gebouwde omgeving komen. Hoe krijgen we dat voor elkaar? Is het aan bewoners en bedrijven zelf of helpt de overheid een handje? En gaat de transitie eigenlijk wel snel genoeg?


DeFabrique kopie.jpg

De Schilde en DeFabrique

Duurzaam transformeren doe je zo!

Twee prachtige voorbeelden van succesvolle duurzame transformaties: De Schilde in Den Haag, het grootste verticale landbouwproject van Europa, en DeFabrique, een evenementenbedrijf in Maarssen. De Schilde kreeg een financieel steuntje in de rug van het Fonds Ruimte en Economie Den Haag (FRED), via SVn. DeFabrique ontving een financiering van de Rabobank.

De Schilde, Den Haag:

“In 2013 is het idee ontstaan om twee verdiepingen van het pand beschikbaar te stellen aan verticale stadslandbouw”, vertelt Eveline Braam van De Schilde. “Wij kwamen daar voor in aanmerking. Twee jaar geleden kregen we de financiering rond en hebben we de bouwvergunning gekregen.”
Het blijkt een groot succes. Naast gewassen wordt er vis geteeld. Er zijn plannen om met LED-farming te beginnen en om insecten, algen en zeewier te kweken. Braam: “Er komen wekelijks bussen met mensen vanuit de hele wereld om te kijken naar wat wij doen. Zo bieden we tegelijkertijd een exportproduct aan.”
Ook met het Westland in de achtertuin liggen er veel mogelijkheden in de toekomst voor De Schilde. Over anderhalf jaar zou het hele pand gevuld moeten zijn met allerlei vormen van ‘vertical farming’.

DeFabrique, Utrecht:

DeFabrique is een voormalige dierenvoerfabriek in Utrecht die in 1996 werd aangekocht. Sybren Ophof, commercieel directeur: “Het was een vies pand met lekkages en asbest. Er was geen animo voor. Toch werden we, zonder businessplan, destijds gesteund door de bank."
DeFabrique is eerst een tijdlang een opslagruimte geweest. Ophof: "Later zijn we een indoor kartbaan en een recreatiebedrijf in het pand begonnen. In 2001 startten we als evenementenbedrijf."
Toen Ophof begon viel de locatie onder de gemeente Maarssen. "De samenwerking was heel goed, we werden enorm geholpen. Maar toen Maarssen in 2001 geannexeerd werd door Utrecht, begon voor ons een periode van tegenslagen. Oude dossiers raakten kwijt en de gemeente was voor ons nauwelijks bereikbaar. We zijn tot 2012 bezig geweest met het verkrijgen van een vergunning.”
Tijden veranderen, merkt Sybren op. “Twee jaar geleden hebben we een bedrijf in Twente gekocht, het voormalige vliegveld. We zijn van alle kanten met open armen ontvangen. We merken dat de overheid gewend is geraakt aan herbestemmingen, aan wat ze transformaties noemen. En dat ze zelfs trots op ons zijn.”

Dick Passchier, gemeente Stichtse Vecht

‘Lef, visie en lange adem nodig’

“Het voorbeeld van DeFabrique inspireert. Dat iemand iets durft en kan met zoiets immens dat staat te verpauperen, dat is geweldig. Daar is lef, visie en een lange adem voor nodig. En ook nog wat geld. Voor mij is het allerbelangrijkste, en het voorbeeld van DeFabrique illustreert dat, dat je in gesprek raakt met degene die invloed kan uitoefenen op de discussie. In onze regio zijn veel kantoren die leegstaan. De transformatie spreekt me aan, omdat wij veel behoefte hebben aan nieuwe sociale woningbouw. Door dat met gemengde bevolkingsgroepen en in combinatie met werken te doen, kan dat tot iets moois leiden.”

ESCo’s

Méér dan een energiebesparing
ESCO Markthallen Amsterdam.jpg

ESCo’s kunnen meer uit energieambities halen dan een gemeente: met kennis en ontzorgen gaan ze een stap verder en besparen ze meer. Volgens Roderik Wuite, associate partner bij ESCoplan, kan een Energy Service Company vastgoed verduurzamen, het energielabel van panden verbeteren én voor levensloopbestendige woningen zorgen.

Een reële casus: een school van 2500 vierkante meter heeft jaarlijks 156.000 euro aan energiekosten met energielabel E. Escoplan licht de energielekken en de besparingsmogelijkheden door en komt uit op een plan: met een investering van 555.000 euro (te betalen door de school en de leverancier) kan 68 procent besparing worden behaald. Het energielabel gaat dan meteen omhoog naar A. Met verrekening van de investeringskosten is de school jaarlijks 15.000 euro goedkoper uit, na vijftien jaar 51.000 euro.

Comfort

De ESCo zorgt voor financiering, realisatie, langjarige monitoring en het onderhoud. “Gemeenten komen vaak wel tot een visie en ook nog wel tot realisatie”, vertelt Wuite. “Met onze kennis kijken we verder. We zorgen niet alleen voor energiebesparing, maar ook voor comfort. We kunnen advies geven, maar ook ontzorgen en een gegarandeerde besparing bieden.” De investering wordt betaald vanuit de besparing.

Pilot

Wuite waarschuwt ervoor dat gemeenten nu vaak zelf het wiel aan het uitvinden zijn. “Ik ken veel gemeenten die een zonneweide willen voor zonne-energie. Dan wordt een prijs geboden waarvan wij al hadden kunnen voorzien dat hij veel te hoog is en daarmee het businessplan onhaalbaar maakt. Heb als gemeente eens het lef een project als pilot te nemen om te zien hoe een ESCo werkt in plaats van alles zelf te doen.”
Escoplan helpt ook de financiering te regelen. Bij banken, groene investeringsfondsen, een revolverend fonds of crowdfunding. “Dat laatste zie je erg veel in Friesland. Elk dorp heeft wel een corporatie. Het is goed te combineren met een revolverend fonds dat elke provincie wel heeft.”

Wim Berns 2403976.jpg

Wim Berns, manager Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en beleidsmedewerker VNG

‘Ik zie de meerwaarde wel’

“ESCo’s lijken mij een goede oplossing voor verduurzaming van je gemeentelijke vastgoed. Ik zie de meerwaarde wel. Het is handig dat het gemeenten ontzorgt en ook als je geen geld hebt en financiering voor je project nodig hebt. Wat ik nog wel wil, is transparantie over het product: wat biedt het en waaruit bestaan de kosten? Ik heb meer informatie nodig en wil uitgewerkte voorbeelden zien. Ik ga daarom contact met ESCoplan opnemen.”

Duurzame dilemma’s

Gebouwde omgeving CO2-vrij, lukt dat in 2050?

Het doel is duidelijk: in 2050 is de gebouwde omgeving CO2-vrij. Hier heeft Nederland in Parijs een handtekening onder gezet. Maar is dit doel reëel? En belangrijker: hoe gaan we dit bereiken? In het debat ‘duurzame dilemma’s’ vraagt debatleider Femke Halsema vier experts naar hun visie.

Nienke Maas, senior-adviseur Gebiedsontwikkeling, TNO

‘Blijf niet eindeloos discussiëren’

“Is het reëel, CO2 naar nul in 2050? Ik denk het wel, maar alleen als we het met elkaar aanpakken. Ook grote bedrijven, overheden en particulieren. Nu investeren voor straks, we hebben die handtekening in Parijs immers niet voor niets gezet. Het daalt langzaam in dat de energietransitie nodig is. De mindset moet veranderen. Dat vraagt wel iets van mensen. Er zijn keuzes nodig.
Ik denk ook dat we door een andere bril naar de energieopgave moeten kijken. Bijvoorbeeld op wijkniveau. Dan doe je niet per se iets aan een individuele woning, maar je zorgt wel voor extra opwekking van energie of je kijkt naar andere extra maatregelen in de wijk.
Het belangrijkste is dat we niet eindeloos blijven discussiëren over welke techniek het beste is. Kijk naar wat lokaal werkt, hiermee maak je ook de lokale economie sterker.
Tot slot: minder energie gebruiken is ook belangrijk. Immers, alles wat we niet gebruiken hoef je niet op te wekken.”

Leen van Dijke, voorzitter Stroomversnelling

‘De opgave is immens, industriële productie is vereist’

“Het gevoel van urgentie is er, maar de proportie is nog niet helder. Willen we dit doel halen, dan moet jaarlijks bij 180.000 tot 200.000 bestaande woningen de teller op nul. Dat is een opgave die de fenomenale prestatie van de naoorlogse bouw fors overtreft. Dat kan dus niet met de huidige methode. Een industriële productie is vereist. Maar met stroomversnelling, een immens groot en innovatief samenwerkingsverband van vele partners, kunnen we dit.
In een paar dagen tijd kunnen we in een bestaand huis zodanig maatregelen treffen dat die teller op nul gáát. Zonder fossiele energie, met toename van comfort, kostenneutraal en met zodanige voorzieningen dat het flora en fauna niet schaadt. Dus ook zonder ingewikkelde en tijdrovende vergunningaanvragen. Alle condities zijn vooraf geregeld.
Ja, dat kost geld. Maar we doen net of energie nu gratis is. Ieder huishouden betaalt maar liefst 150 à 200 euro per maand voor zijn energierekening. Dit kun je ook ombuigen naar investeringen. En tot slot: bij nieuwbouwwoningen staat vanaf dag 1 de teller op nul natuurlijk.”

Daan Prevoo, gedeputeerde namens de SP, provincie Limburg

‘Gaat niet bestaat niet’

“Natuurlijk kan het. We leggen de lat hoog, maar dat moet ook. Willen we onze kleinkinderen op laten groeien op een mooie aarde? Ja? Dan moeten we vandaag aan de slag. Kennis ophalen, daadkracht tonen, maatwerk leveren, samenwerken, elkaar op dit thema aanspreken. Kiezen voor nieuwe technologieën maar ook het energiegebruik verlagen.
Mijn zorg ligt nog bij het particulier woningbezit. Met corporaties kan ik prima om de tafel, maar hoe verleid ik die eigenwoning bezitter? Duurzaamheidsleningen? Garantstellingen? Andere maatregelen? Comfort is ook: het mensen mogelijk maken om goede keuzes te maken, ze ontzorgen. Maar hoeveel mensen bereik je dan? De overheid kan intermediair zijn. Ik heb honderd miljoen klaarliggen en dat besteed ik graag goed.
Moeten we wachten op overstromingen of vervuiling van ons oppervlaktewater? Nee, natuurlijk niet. Dit moeten we gewoon gaan doen. Gaat niet bestaat niet.”

Marco Bijkerk, manager innovative technologies en new business development, Remeha

‘Gooi het kind niet met het badwater weg’

“Ik zeg volmondig ‘ja’: we kunnen die doelstelling halen. En ja, het is ook betaalbaar, ook in de gebouwde omgeving. Mits we keuzes maken. We moeten ons richten op CO2, niet op gasloos, all-electric of het cijfer nul op de meter. Nul op de meter zorgt namelijk niet per se voor minder CO2.
Ik zou graag zien dat we op een nieuwe manier kijken naar CO2. Vermijd alle dogma’s en afgeleide doelen. Op de manier waarop we nu zeggen afscheid te willen nemen van het gas, laten we ook het gasnetwerk los. Terwijl dat in fantastische staat is en met nieuwe technologieën opslagvat kan zijn voor duurzame bronnen. Gooi het kind niet met het badwater weg!
Ik sluit me volledig aan bij André Kuipers: ga uit van facts en figures en niet van het onderbuikgevoel. Want hiermee zet je innovaties stil, bouw je technologische ‘lock-ins’ in. We beperken onze mogelijkheden terwijl de techniek voortraast. Een ambitie is mooi, maar als we niet helder maken wat het voor vandaag betekent, redden we het niet.”

Asbestvrij in 2024

Versnelling in sanering asbestdaken
ASBESTVRIJ_image1.png

Krachtenbundeling, van overheid en bedrijfsleven, is nodig om vóór 2024 Nederland vrij te maken van asbestdaken. De opgave voor dakeigenaren is zo groot, dat versnelling in de sanering nodig is. Een programmabureau moet voor een stroomversnelling zorgen. Kennisuitwisseling, gezamenlijke acties en knelpunten oplossen zijn belangrijke doelen van dit bureau.

Gebruik van asbest is al een tijdje verboden, maar er ligt nog 120 miljoen vierkante meter aan asbesthoudende daken. Vanwege de volksgezondheid moeten deze worden vervangen, en wel vóór 2024. Maar voor eigenaren van asbestdaken (particulieren, corporaties, instellingen en bedrijven) is dit een (te) grote opgave. Daarom riep het ministerie van Infrastructuur en Milieu in juli 2016 hiervoor een speciaal programmabureau in het leven.

Milieudoelen dichterbij

Het programmabureau is gevormd rond een al bestaande ‘coalition of willing’ vanuit het werkveld. Dertig organisaties zijn aangesloten: bouwwereld, adviesbureaus, asbestverwijderaars, maar ook overheden en vertegenwoordigers van dakeigenaren. Wethouders, gedeputeerden en andere bestuurders zullen vanuit hun rol de sanering van asbestdaken stimuleren.

“We hopen dat steeds meer gemeenten zich aansluiten”, zegt Liesbeth Schipper, hoofd van het programmabureau. “Zij kunnen dakeigenaren erop wijzen dat er een verbod op asbestdaken aan komt. Gemeenten hoeven pas na 2024 te handhaven, maar kunnen nu al eigenaren informeren en ondersteunen en identificeren bij welke groepen sanering moeilijk ligt.”

Gemeenten hebben ook belang bij asbestsanering: de verduurzaming brengt hun milieudoelen dichterbij. Schipper: “Het levert betere daken op, isolatie en zonne-energie, en dus minder CO2-uitstoot.”

Ontzorgen en faciliteren

Het programmabureau gaat per doelgroep de situatie in kaart brengen en acties formuleren. Het aanbod van daksanering moet omhoog, net als de vraag uit de markt. Dit kan via bewustwording en stimuleringsmaatregelen in aantrekkelijke financieringsopties. Eigenaren hebben voordeel bij grootschalige verwijdering en ontzorging.

Tot slot is duidelijkheid nodig in regels en beleid, bijvoorbeeld in een expertmeeting waarin scenario’s voor bekostiging en financiering worden onderzocht. ‘Best practices’ moeten in beeld komen, alsook knelpunten in beleid en regelgeving.

nagel.jpg


Menno Nagel, wethouder gemeente Bunschoten

‘Even afwachten’

“Hoe versnel je het asbestvrij maken van daken? Ik heb van deze uitleg geleerd welke rijkssubsidiemogelijkheden er zijn. Maar ook hoe je de regelgeving communiceert en wat de reële kosten van de asbestsanering zijn. Het actieprogramma komt ná de Tweede Kamerverkiezing, dus zit er nu nog wat weinig vaart in. Even afwachten dus. Ik had wel meer informatie gewild; het was nu meer vraaggericht.”

Tweegesprek:

Zelf doen of met een steuntje in de rug?
tweegesprek_jos_4.jpg

Twee deelnemers, tien minuten gesprekstijd. De stelling: ‘Verduurzamen, transformeren en asbest saneren moeten particulieren en bedrijven zelf doen. Als overheid kun je wel een financieel steuntje in de rug geven’.

Ton van Erp, directeur Finance Solutions, Lunteren
Corrie Jansen, raadslid Gemeentebelang, Nunspeet


Van Erp: “De overheid kan hier zeker een belangrijke rol in spelen, maar hoeft dat niet te doen door een daadwerkelijke inzet van liquide middelen. Ik pleit voor een herintroductie van de Garantieregeling Energiebesparingskrediet zoals deze tot januari 2012 bestond.”

Janssen: “De Duurzaamheidslening is een mooi instrument van de overheid. Binnen de duurzaamheidsnota zijn kaders aangegeven. Inwoners, bedrijven en organisaties komen, als ze binnen de normen vallen, voor de Duurzaamheidslening in aanmerking. In de uitvoering werken we veel met lokale bedrijven, zodat we daarbij ook nog de werkgelegenheid en de economische groei in de regio stimuleren.”

Corrie Janssen:
‘De Duurzaamheidslening is een mooi instrument.’

Van Erp: “De Duurzaamheidslening bestaat uit echt geld. Helaas blijkt het vaak bij mensen terecht te komen die het eigenlijk niet nodig hebben, de zogenaamde koplopers.”

Janssen: “Dat is iets wat we in onze gemeente proberen te voorkomen. We nodigen mensen in de wijk uit en keuren bestaande woningen. We kijken waar en hoe we elkaar kunnen versterken, zodat niet iedereen op zijn eigen eiland het wiel gaat uitvinden. Het werkt als een olievlek: we delen de kosten, de kennis en uiteindelijk ook het geld met elkaar. Er is niet veel geld beschikbaar, op deze manier kijken we waar we grote slagen kunnen maken.”

Van Erp: “De garantieregeling bood financiële instellingen een garantie als ze bereid waren om te investeren in duurzaamheid. Het is risicoloos gebleken. In het verleden is geen enkele keer aanspraak gemaakt op deze garantie. Praat je over echt geld, dan beperk je mogelijkheden. Juist door het stellen van garanties kun je de eigenlijke middelen verveelvoudigen die je hypothetisch ter beschikking stelt. Met een lening met een lange looptijd en een getrapte aflossing kom je op een woonlasten neutrale investering uit. Met een steuntje van de overheid in de vorm van garantie is dat een hit.”

Ton van Erp:
‘De garantieregeling is risicoloos gebleken.’

Voorbij het bekende, SVn Deelnemersbijeenkomst 17 november 2016