Daarom verbinding in de samenleving!

Wat gaat er mis in onze samenleving? Wie heeft daar last van? En wat kunnen we daar aan doen? Zes (persoonlijke) verhalen. Ofwel: waarom verbinding in de samenleving juist nu noodzakelijk is.

Asscher-4193.jpg

Lodewijk Asscher, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid:

‘Naar een open maatschappij zonder vrijblijvendheid’

Vooroordelen voeden ons wantrouwen en verlammen onze gespreken, waardoor we vaker botsen, en elkaar minder weten te roeren en te raken. Tegelijkertijd heeft iedereen vooroordelen. Dus hoe gaan we daarmee om? Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over accepteren, een open samenleving en het fatsoen om naar elkaar te luisteren.

Verleden kleurt onze ontmoetingen
“Als we verder willen, dan moeten we ons veel beter realiseren hoe ons verleden onze ontmoetingen kleurt. En hoe die ontmoetingen zo de basis vormen voor nieuwe vooroordelen. Hoe we ons zo steeds minder thuis voelen in Nederland en ons daarom terugtrekken in onze eigen hokjes. We zoeken mensen op die er precies zo over denken. Met wie je je samen kwaad kunt maken over een gemeenschappelijke vijand. Je ziet het overal. Progressieven maken zich er ook schuldig aan. Door kiezers te vernederen of weg te zetten. Dat verraadt onwil of onvermogen om te begrijpen wat anderen bezielt. Uiteindelijk speelt dat verdelers in de kaart.”


‘Ik wil een Nederland waar ons thuis
niet beperkt is tot de hokjes waarin we ons verschansen.’


Samen problemen oplossen
“Het is een basale menselijke behoefte je ergens thuis en gehoord te voelen. Ik wil een Nederland waar ons thuis niet beperkt is tot de hokjes waarin we ons verschansen. Een Nederland waar het luisterend oor niet beperkt blijft tot die van gelijkgestemden. Een open samenleving heeft een ‘open deuren beleid’. Waarbij we openstaan voor elkaar en elkaar weer durven te ontmoeten. Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn, maar je moet wel het fatsoen hebben om naar elkaar te luisteren. ‘We are in this together’ dus moet je problemen ook samen oplossen.”

Niet oppleuren, maar meesleuren
“Iedere Nederlander heeft het recht hier te zijn. Iedere Nederlander heeft de plicht om mee te doen. Of anders gezegd: Niet oppleuren maar meesleuren. Elkaar. En onszelf. Daar is niks vrijblijvends aan. We moeten vechten voor een open maatschappij zonder vrijblijvendheid: wie geaccepteerd wil worden moet anderen accepteren.”


‘We are in this together’,
dus moet je problemen ook samen oplossen.’


Speech op film

Bovenstaande tekst is een verkorte weergave van de speech die minister Lodewijk Asscher hield tijdens de bijeenkomst ‘Verbinding in de samenleving’, op 21 november 2016 in DeFabrique in Maarssen. Bekijk hier de volledige speech.

Dagevos-cover.jpg

Jaco Dagevos, onderzoeker SCP:

‘Met elkaar in gesprek gaan helpt echt’

Hoewel ze in Nederland zijn geboren en getogen, hebben veel Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse jongeren het gevoel dat ze er niet bij horen. Dat staat in het SCP-rapport Werelden van Verschil, dat eind 2015 verscheen. Zes vragen aan Jaco Dagevos, SCP-onderzoeker en bijzonder hoogleraar Integratie en Migratie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. “Als je elkaar stereotypeert, blijf je niet in contact.”

In het rapport ‘Werelden van Verschil’ stelt u vast dat Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse jongeren het gevoel hebben er niet bij te horen. Hoe komt dat?
“In ons onderzoek richtten wij ons op mensen tussen de 18 en 30 jaar. Dat zijn veelal mensen die hier zijn geboren. Ze voelen zich Turks of Marokkaans, moslim, maar ook Nederlander en inwoner van een stad. Maar ze hebben voortdurend het gevoel dat ze als moslim of groep worden aangesproken, en niet als individuele burger. Dat aanspreken gebeurt vaak subtiel en onbedoeld. ‘Waar kom je vandaan?’ of: ‘Wat spreek je goed Nederlands’. Maar ze krijgen ook regelmatig te maken met vormen van etnische profilering, dat mensen zonder grond bijvoorbeeld vaker gecontroleerd worden door de politie. Of de groep wordt negatief neergezet door leden van gevestigde politieke partijen. Ze worden, kortom, niet als burger gezien, maar als lid van een etnische of religieuze groep.”


‘Het is belangrijk om elkaars
redenering te kennen.’


Wat doet dat met die jongeren?
“Sommigen trekken hun schouders op, behalen een diploma en beginnen een gezin. Maar het leidt ook tot andere gedragsreacties. Zo richten velen zich steeds meer op leden van hun eigen groep. Ze geven het op om te investeren in vriendschapsbanden met autochtonen. De werelden raken elkaar steeds minder. De argwaan ten opzichte van Nederlandse instituties zoals de overheid, het rechtsstelsel en de politiek is groot. Jongeren richten zich sterk op Turkse en Arabische media. Nederlandse media worden gewantrouwd. Dat zag je bijvoorbeeld bij de staatsgreep in Turkije, waar volgens veel Turks-Nederlandse jongeren Nederlandse media zeer eenzijdig over hebben bericht.”

Mensen die elkaar niet ontmoeten, wereldbeelden die steeds verder van elkaar af komen te staan: dat klinkt vrij hopeloos. Hoe kom je dan weer tot elkaar?
“Als je elkaar stereotypeert, blijf je niet in contact. Het is belangrijk om elkaars redenering te kennen. En dat we met elkaar in debat kunnen gaan. Elkaar kunnen bevragen. We hebben het over het recht op vrije meningsuiting. Maar wat we vergeten is dat het om vrije meningsvorming moet gaan. Luisteren doen we niet. Het is steeds meer een dovemansgesprek.”

Dus we moeten met elkaar in gesprek. Wie is eerst aan zet?
“Dat is een lastige. Taal is belangrijk, zeker van mensen die ertoe doen. Mensen luisteren en kijken naar ministers en burgemeesters. Die moeten hun woorden zorgvuldig kiezen als ze over leden uit etnische groepen praten en uitstralen dat alle burgers van het land er bij horen. Ook ontmoeting is belangrijk. Dat moet meer zijn dan samen barbecueën en thee drinken. Je moet echt met elkaar het gesprek aangaan.”

Waar doe je dat dan, dat gesprek aangaan?
“Het is logisch om dan te zoeken naar een context waar die groepen bij elkaar komen. Dat is bijvoorbeeld het onderwijs. Maar het is ingewikkeld om verschillen in wereldbeeld te overbruggen. Dat vraagt bijzondere expertise van de docent. Je zou ontmoetingen ook kunnen organiseren in de wijk. Of op de werkvloer. Of via de vakbond. De mogelijkheden van de Rijksoverheid zijn hier vooral faciliterend, bijvoorbeeld door partijen bij elkaar te brengen die succesvolle aanpakken hebben ontwikkeld, om contacten te leggen tussen mensen uit verschillende groepen.”


‘Het kritische midden is zeker nog te bereiken, aan beide kanten.’


Willen mensen dat gesprek nog wel? Is het niet te laat?
“Een deel zal dat gesprek niet meer aan willen gaan. Maar het kritische midden is zeker nog te bereiken, aan beide kanten. En met elkaar in gesprek gaan helpt echt. Dat merkte ik tijdens de interviews voor dit onderzoek. We spraken over het Palestina-Israël conflict. Daar merkte ik mijn eigen bias.
Tijdens de Ramadan worden mensen voortdurend op hun eetpatroon aangesproken. Als je oprecht in elkaar geïnteresseerd bent, kan je daar een prima gesprek over voeren. Het vergt aan beide kanten een inspanning. Maar zo kom je wel met elkaar in verbinding.”

Meer informatie:
Het SCP-rapport Werelden van Verschil vind je hier.

Cigdem 1.jpg

Cigdem Yuksel, fotograaf:

‘Door ontmoeting gaan de harten open’

Sommige mensen vinden haar foto’s confronterend. Maar fotograaf Cigdem Yuksel wil laten zien wat er gebeurt in de wereld om haar heen. “Ik ben bereid daarover met iedereen de dialoog aan te gaan.”

Bastion half open
“Vaak zeggen mensen dat de multiculturele samenleving is mislukt. Maar dat is niet zo. Bedenk goed dat nu pas de vierde generatie Marokkanen en Turken in Nederland leeft. Het integratieproces is nog steeds aan de gang. Natuurlijk maak ik me ook zorgen. Er is nog altijd een tweedeling tussen de autochtone en allochtone inwoners van Nederland. Ik zie nauwelijks vermenging. Van beide kanten is het bastion maar half open.”


‘Van beide kanten is
het bastion maar half open.’


Anders zijn
“Met mijn werk geef ik groepen een stem. Dat is nodig. Voor de fotoserie ‘Niet Meer Zonder Jou’ heb ik twintig mensen uit de islamitische gemeenschap gefotografeerd. Ik wilde ze laten zien zoals ze zijn. De mooie dingen, maar ook de pijnpunten. De reactie vanuit de gemeenschap was: ‘Wil je de vuile was buiten hangen? Waarom wil je ons zo laten zien?’ Maar er zijn ook veel mooie reacties op gekomen, van jongeren bijvoorbeeld die blij zijn dat bepaalde issues vanuit gelijkwaardigheid worden belicht. Het is zoals het is. Dit is wat er nu gebeurt. Deze reeks gaat over ‘anders zijn dan wat er van je wordt verwacht’. Omdat je homoseksueel bent, of omdat je niet meer gelooft en daarmee in conflict komt met je omgeving.”

In gesprek gaan
“Ik ben er voor om de dialoog aan te gaan. Daarom heb ik bewust de foto’s ook in vrouwencentra getoond en ben ik met hen in gesprek gegaan. Soms kreeg ik terug: ‘Als mijn broer homo is, wil ik hem nooit meer zien’. Waarom? Wat is haar gevoel? Soms denkt haar vriendin er net iets anders over. Dat levert vaak het meeste inzicht op. De verandering moet toch vanuit de gemeenschap zelf komen. Het werkt niet als een autochtoon gaat roepen dat homoseksualiteit iets heel gewoons is. Maar tegelijkertijd is er vanuit de islamitische gemeenschap zelf nauwelijks een vangnet als je je eigen pad volgt, als je anders doet en bent. Dat leidt tot isolatie.”


‘Als je elkaar niet ontmoet,
wordt demoniseren heel gemakkelijk.’


Zonder oordeel
“De laatste tijd is de toon verhard in de maatschappij. Rechts is aan het oprukken, grote groepen mensen zijn bang. Het is lastig om hun angst weg te halen. De politiek moet inclusiviteit van alle Nederlanders nastreven, ook in taalgebruik. Er wordt nog te veel gepolariseerd. Benadruk de kracht van diversiteit en maak daar ruimte voor. Adelheid Roosen, voor wie ik fotografeer, doet dat fantastisch met haar theaterprojecten, zoals de Wijksafari in de Bijlmer. Zij laat mensen in contact komen met de ander. Elkaar zien zonder oordeel. Daardoor vindt verzoening plaats. Mensen zijn daarna oprecht verbaasd: ‘Dit is zo herkenbaar. We zijn eigenlijk helemaal niet zo verschillend’. Contact dus. Want als je elkaar niet ontmoet, wordt demoniseren heel gemakkelijk. Door ontmoeting gaan de harten open. Dat is het beste medicijn voor dit land.”

Twee beelden uit de fotoserie ‘Niet Meer Zonder Jou’ van Cigdem Yuksel

270A5839_SheraPreston.jpg

SHERA en PRESTON | jeugdvrienden

De Nederlandse Shera is moslima geworden. Nadat haar ouders scheidden verdiepte ze zich in verschillende geloven, op zoek naar God. Het uitkomen voor haar bekering zorgde voor frictie en spanningen bij haar familie. "Mijn moeder is atheïst. Ze snapte niet dat ik mij als vrouw liet onderdrukken door het geloof. We hebben lange gesprekken met elkaar gehad, waarin ik haar uitlegde dat mijn keuze voor de islam en voor het bedekken van mijn lichaam niets te maken heeft met onderdrukking."

Niet al haar vrienden konden de bekering van Shera waarderen. Maar haar jeugdvriend Preston wel. "Preston en ik kennen elkaar al sinds we 3 jaar oud waren. De dag nadat ik hem vertelde dat ik mij bekeerd had, zijn we samen Surinaamse taart gaan bakken. Onze vriendschap is nog altijd hecht."

SUKRAN en LOTTE | leerden elkaar op de dag van de shoot kennen

Sukran is Turks en ging op de foto met Lotte, een lesbisch meisje. Zij staan als Turkse moslima en Nederlandse homoseksueel voor de spanningen die er zijn tussen de Turks-Islamitische gemeenschap en lhbt'ers (lesbiennes, homo's, biseksuelen en transgenders) als het gaat om homo-acceptatie. Een lesbisch meisje op de schoot van een Turkse vrouw gaat voor veel Turkse mensen te ver. Maar Sukran schuwt intimiteit met Lotte niet en nam haar op schoot omdat ze staat voor liefde. "Ik zie Lotte als mijn dochter. Als mijn dochter naar me toe zou komen en mij vertelt dat ze op vrouwen valt, dan vind ik dat prima. Liefde overkomt je, daar kan je niet voor kiezen, dat kan je niet kopen, het gebeurt. Wie ben ik om daar over te oordelen? Het is het mooiste wat je kan voelen. Verder interesseert het mij niets wat anderen zullen denken of zeggen."

270A5884_SukranLotte.jpg

Massih Hutak. credits Robert de Puy.jpeg

Massih Hutak, columnist en rapper:

‘Niet naast, maar mét elkaar’

Massih Hutak kwam op zijn zesde vanuit Afghanistan naar Nederland. Hij kreeg van zijn vader de plicht mee om Nederlander te worden. En dus rondde Massih het vwo af, studeerde Nederlands en werd docent Nederlands en maatschappijleer op een vmbo-school. Toch, na al die jaren waarin hij naar eigen zeggen ‘zo zijn best heeft gedaan’, trekt hij de conclusie: ‘Ik hoor er niet bij.’

“Nog maar een paar jaar geleden was ik op weg van Amsterdam naar de Veluwe om daar een videoclip op te nemen. Hoe verder ik kwam, hoe vreemder mensen me aankeken. Ik besloot aan de mevrouw van de VVV te vragen wat er was. ‘Nou’, stamelde ze, ‘je bent de eerste die we in het echt zien’. In eerste instantie legde ik de opmerking naast me neer, maar later dacht ik: ‘What the fuck? ‘De eerste’? Niet eens de ‘eerste allochtoon’ of de ‘eerste bruine jongen’. Ik geef les aan Nederlandse kinderen, heb er alles aan gedaan om volledig te integreren en toch hoor ik er nooit bij. Het werd mij duidelijk dat ik mijn eigen identiteit moest creëren in plaats van ergens bij te willen horen. Bovendien vind ik de positie van buitenstaander veel toffer. Zoveel mogelijk van verschillende groepen leren, over ze te weten komen, om zo mensen beter te begrijpen: daar gaat het om.”


‘Het werd mij duidelijk dat ik mijn eigen identiteit moest creëren,
in plaats van ergens bij te willen horen.’


Massih praat snel, kiest zijn woorden nauwkeurig. Hij is nergens verbeten. Je hoort: hij heeft vaker met dit bijltje gehakt. Sinds een jaar valt zijn werk als docent niet meer te combineren met zijn hiphop- en schrijfcarrière. Hij komt nog steeds veel op scholen om hiphopworkshops te geven aan jongeren. Jongeren zoals hij. Maar zij groeien op in een andere samenleving dan hij deed. Eén die volgens hem behoorlijk is verhard.

“Kijk, als ik voor het eerst een klas binnenkom stel ik mijn leerlingen de vraag: ‘Wanneer heb je het idee dat je erbij hoort en wanneer niet?’ Daarna vertel ik mijn eigen verhaal. Dat ik in eerste instantie de taal niet verstond, maar dat ik die al snel onder de knie had; dat ik leerde zwemmen, en juichte voor het Nederlands elftal. Ja, ik heb heel hard gewerkt om erbij te horen - wat dat ook mag betekenen - maar dat doel heb ik bijgesteld. Het gaat mij niet meer om een romantisch verhaal, maar om een realistisch verhaal. Natuurlijk wil ik een positieve boodschap aan mijn leerlingen meegeven, maar het is nu eenmaal een harde wereld. Een wereld zonder stageplekken en met vooroordelen. Ik leg ze uit dat ze twee handen hebben waarmee ze aan de slag kunnen en dat ze niet zielig zijn. Ze moeten zoeken naar iets wat bij ze past, waar ze zich op kunnen focussen. Dat helpt.”

Zelf heeft Massih zijn passie al vroeg ontdekt. Hiphop. Dat verbindt. Altijd. Hiphop maakt gebruik van ‘samplen’: de mooiste stukjes eruit halen en samenvoegen, net als het leven zelf. Tot het iets nieuws, iets moois wordt. Binnen hiphop maakt cultuur, ras of huidskleur niets uit. Daar gaat het alleen om samen mooie muziek maken.


‘Het is nu eenmaal een harde wereld.
Een wereld zonder stageplekken en met vooroordelen.’


“In mijn muziek breng ik meerdere lagen aan. Allereerst wil ik natuurlijk dat mensen erom kunnen lachen, op kunnen dansen. Maar ik heb ook een track gemaakt over een uitje met een vriend die homoseksueel is, over wie van ons het beste scoort die avond. Het zou mooi zijn als minderheidsgroepen daarover met elkaar het gesprek aangaan. Hoe bespreken we dergelijke taboes? Alles mag naast elkaar bestaan. Kijk naar mij: ik ben islamitisch, houd van hiphop en meisjes en ben hoog opgeleid. Maar ergens heb ik onderweg ingeprent gekregen dat je niet meerdere dingen tegelijk kunt zijn. Een heel Nederlandse gedachte. Het gevaar is dat we in Nederland vooral ‘gedogen’. Een keer per jaar mogen homoseksuelen op een bootje door de Amsterdamse grachten varen. ‘Dat mag van ons’, is de boodschap. Maar dat is een superieure gedachte. Ik houd van dit land. Maar er ontstaat steeds meer een exclusieve in plaats van een inclusieve samenleving. Dat vind ik jammer. Ik pleit ervoor om niet naast, maar mét elkaar te leven. Om elkaar te accepteren in het anders zijn.”

Mounir samuel fotograaf noemen-Hannah Lipowsky.jpg

Mounir Samuel, politicoloog, blogger en auteur:

‘Ga op zoek naar de gemene deler’

Mounir Samuel schreef een indrukwekkend essay in de bundel ‘Thuisgevoel in Nederland’. ‘Van ‘ik houd van Holland’ naar ‘wij zijn Nederland’’ is een vlammend betoog voor meer verbinding. Pijnlijk en eerlijk. “Er zijn zoveel Nederlanders die zich geen Nederlander meer voelen. Hierdoor ontstaat een nieuwe wij-zij tegenstelling die me zorgen baart. En niemand grijpt in. De politiek niet, de media niet, u niet.”

Waarom dit essay?
“Het ministerie vroeg mijn visie over verbinding in Nederland. ‘Weet u het zeker?’, vroeg ik nog. Ik was zelfs nerveus voor de reactie toen ik het had ingeleverd. Ik ben namelijk niet mild in mijn kritiek op deze regering en de huidige politiek. En dat is nog zacht uitgedrukt.”

Want?
“Ik vind dat ‘onze’ premier het huidige xenofobe, racistische klimaat mede mogelijk heeft gemaakt. Politici als Halbe Zijlstra voeden dit. Ik ga er in mijn essay uitgebreid op in, geef voorbeelden. Wilders heeft wellicht de toon gezet, maar de huidige politieke elite geeft dit klimaat bestaansrecht. Je begrijpt: ‘mijn’ premier is hij niet. En dat voelen heel veel mensen zo.”


‘Jongeren zijn sponzen;
geef ze alsjeblieft het goede voorbeeld.’


In je essay wijs je ook de media aan als veroorzaker van de polarisatie.
“De media heeft volop ruimte gegeven voor deze ruk naar rechts. Door de ‘worst cases’ te benoemen, door nieuws over rellen bij vluchtelingencentra massaal te verslaan. Maar ook door niet te laten zien waar het goed gaat. Door de uitzonderingen te belichten, door etnisch te profileren. Het erge is, we zijn dit met z’n allen normaal gaan vinden.”

Wat is het gevolg hiervan?
“Het gevolg is rampzalig. Grote groepen Nederlanders voelen zich buitenspel gezet. Zij voelen zich geen Nederlanders, terwijl ze hier geboren en getogen zijn. Derde, vierde generatie Turken voelen zich meer Turk dan Nederlander. En voelen zich steeds meer verwant met al die Nederlanders die niet in het plaatje van de witte hetero-normatieve ‘Nederlander’ passen. Zo ontstaan er merkwaardige minderheidsallianties, bijvoorbeeld tussen Moslims, Surinamers, Aziaten, bi-culturele homoseksuelen, transgenders. De rij buitengesloten Nederlanders is eindeloos. Er is een nieuwe wij-zij ontstaan.”

En nu?
“Nu moeten we alle zeilen bijzetten om het tij te keren. Maar ik voel bij de politiek en de media geen enkele urgentie of besef dat er zoveel op het spel staat. De zelfingenomenheid maakt de elite blind. Als zij het vertrouwen willen herwinnen van iedere Nederlander, moet er een fatsoenlijk en inhoudelijk geluid komen om het tenenkrommende hokjesdenken te doorbreken. De politiek en de media moeten zich hard maken voor volledige evenredige vertegenwoordiging en gelijke (re)presentatie. Niet om ‘die stem ook te horen’, maar om de veelheid aan Nederlandse stemmen een podium te geven.”


‘Iedereen zoekt veiligheid, een thuis,
een gevoel ‘van erbij horen’.’


Wat kunnen jij en ik doen?
“Iedereen heeft invloed. Daar hoef je geen CEO of minister-president voor te zijn. Het glazen plafond moet aan diggelen. Bij die term denken we alleen aan vrouwen, maar allerlei groepen zitten vast. En erger: dit zogeheten glazen plafond is van gewapend beton. Ik schrijf mijn artikelen om de elite wakker wil schudden, maar ik geef ook lezingen op middelbare scholen. Jongeren zijn sponzen; geef ze alsjeblieft het goede voorbeeld!”

Hoe maken we dus weer verbinding?
“Iedereen heeft hier een rol in, ook de docent, de wijkagent, de buurtmedewerker en de thuisblijfouder. Toets om te beginnen eerst je eigen gedachten. Racistische en xenofobe gedachten sluipen erin, zeker in dit zieke tijdsgewricht. Reset je mind. En maak vervolgens contact met die ander. Het hoeft niet zo extreem als een vriend van mij deed. Hij verhuisde expres naar Osdorp om het 'andere' Nederland te beleven. Een bizarre term natuurlijk, ‘het andere Nederland’. Maar ga in de rij staan bij het meisje met de hoofddoek, neem plaats naast die donkere jongen in de trein, doe eens ergens anders boodschappen. Ga op zoek naar de gemene deler, want we delen meer dan dat we verschillen. Iedereen zoekt veiligheid, een thuis, een gevoel ‘van erbij horen’. Geef dat gevoel, zodat we weer kunnen zeggen: ‘wij zijn Nederland’.”

Interesse in de essaybundel?
Download deze hier.

MiniMo, interviewer en documentairemaker:

‘Het gaat erom dat we meer sociale dingen doen’

Mohammed (11) uit Leiden maakt een documentaire. Samen met medewerkers van Studio Moio. Onderwerp: Kan ik wel succesvol worden als Marokkaan?

In dit korte filmpje vertelt hij over wat hij zoal doet. En we zien hem aan het werk als hij minister Asscher interviewt tijdens de bijeenkomst ‘Verbinding in de samenleving’.