Lokale doorzettingskracht

Veel organisaties zijn actief rond personen met verward gedrag. Zeker als de situatie escaleert is het belangrijk dat partijen van elkaar weten wat ze op welk moment mogen en kunnen doen. Bestuurlijke samenwerking moet je borgen. Dat doen ze in Gouda en Lingewaal elk op hun eigen manier.

Complexe casuïstiek? Los op of schaal op

Hoe zorg je ervoor dat partners rond personen met verward gedrag elkaar weten te vinden en elkaars verwachtingen kennen? Door met alle lokale partners een casus te bespreken uit de praktijk. Een dergelijke sessie leidde in de gemeente Lingewaal tot nieuwe inzichten.

Soms moet je je eigen optreden tegen het licht durven houden. Doe je je werk wel goed? Dat kan ook rond de aanpak van personen met verward gedrag. In Lingewaal, regio Gelderland-Zuid, namen 22 professionals een casus door. Ook de burgemeester, de wethouder zorg en welzijn en een ervaringsdeskundige zaten aan tafel.

Verhaal rond een hulpvraag

Ilse Kunst, projectleider Sluitende Aanpak voor mensen met een psychische kwetsbaarheid, organiseerde de sessie samen met de ambtenaar integrale veiligheid. “De casus is niet uniek. Het is het verhaal van iemand met een hulpvraag. Door stress verandert het psychische beeld heel snel in verward gedrag en wil de persoon in kwestie niet meer met een hulpverlener praten. Tussen de vraag in het wijkteam tot een opname met rechtelijke machtiging zat een half jaar.”

Complexe samenwerking

Tijdens de sessie bespraken de deelnemers het hele traject: van vroegsignalering tot bestuurlijke afweging tot nazorg. De professionals brachten in kaart welke interventies mogelijk en onmogelijk waren en wie er wanneer aan zet was. “Hoe complexer de situatie, hoe meer organisaties een rol gaan spelen: wijkteam, woningcorporatie, politie, GGD, GGZ. De samenwerking wordt daardoor ook complexer.”

‘Op het juiste moment de juiste professional inschakelen blijkt een uitdaging’

Doorzettingskracht

De casusbespreking bracht nieuwe inzichten en vraagstukken. Zo waren er momenten waarop partijen niet tot een gezamenlijk besluit konden komen. Kunst: “Hoe zorg je voor doorzettingskracht op het moment dat het handelen stagneert?” De gemeente vertaalt deze en andere aandachtspunten nu naar concrete acties. Daarin gaat het onder andere over continuïteit van ondersteuning ondanks professionele wisselingen. En over kennis en activiteiten die nodig zijn om samenwerking op gang te helpen. Zoals bereikbaarheid buiten kantoortijden, tijdig opschalen en de benodigde expertise inschakelen. Een ander vraagstuk is de nazorg: hoe keert iemand zonder vaste woon- of verblijfplaats na opname weer terug in de maatschappij?

Grenzen aangeven

Op het juiste moment de juiste professional inschakelen blijkt een uitdaging, zegt Kunst. “Gemeenten hebben de lokale infrastructuur van zorg ingericht. Daarvoor voelen professionals zich verantwoordelijk. Maar als de casuïstiek specialistischer wordt, is de kennis op enig moment niet toereikend. Dan geldt ‘Los op of schaal op’. Weet waar je grenzen liggen.”
Cruciaal bij het opschalen zijn het aanwijzen van een regisseur en het delen van informatie. “Als je opschaalt, bestaat het risico dat je het zicht op de persoon verliest. Daar moet je afspraken over maken binnen een gemeente. Dat gaat gemakkelijker met een regisseur die geïnformeerd blijft. En doordat de informatie samenkomt, leidt dat tot een beter zorgplan.”

Maatwerk in Gouda dankzij de zorgmarinier

In Gouda lopen drie zorgmariniers rond: tussenpersonen die helpen om vastgelopen zaken rondom de zorg op te lossen. Leendert Bek is een van hen. Er komen ook regelmatig verwarde personen op zijn pad. “Het is vooral een kwestie van signaleren en doorgeven.”

De aanstelling van zorgmariniers kwam voort uit de drie decentralisaties, waarbij het rijk taken doorschoof naar de gemeenten. De gemeente Gouda besloot daarop drie functionarissen aan te wijzen die een oplossing kunnen bieden als wet- en regelgeving niet toereikend is.

Integrale aanpak

Het werk van Leendert Bek komt via collega’s, externe partners zoals het Sociaal Team en de GGD, bij hem terecht. Maar ook dankzij alerte inwoners. “Mensen klimmen regelmatig in de pen om iets onder de aandacht te brengen”, zegt Bek. “Zo kwam er laatst een man voor een uitkering. Een andere afdeling gaat over de begeleiding bij zijn alcoholprobleem. Zou hij in één keer zijn hele afrekening op zijn rekening krijgen, dan geeft hij dat meteen uit aan drank. Dan bieden we maatwerk en geven we ook financiële begeleiding.” De zorgmarinier functioneert daarin als tussenpersoon. “Zo’n samenwerking zijn we binnen het ambtelijk apparaat niet gewend. Daar pakken we nu in door.”
Ook voor personen met verward gedrag probeert Bek de tussenpersoon te zijn. “Ik probeer ze onder de aandacht te brengen via het Meldpunt Zorg en Overlast. Het is vooral een kwestie van signaleren en doorgeven.”

‘De zorgmarinier heeft het mandaat om beslissingen te nemen’

Mandaat

Een essentieel onderdeel van de functie van zorgmarinier is het mandaat om beslissingen te nemen. Bek schetst een voorbeeld. “Iemand krijgt bijvoorbeeld geen uitkering, omdat er te weinig gegevens bekend zijn over zijn verblijfplaats. Als ik zie dat er binnen andere afdelingen – bijvoorbeeld bemoeizorg – wel gegevens zijn, geef ik aan dat ze hun besluit moeten aanpassen.” Bek kan daarin sparren met zijn collega’s: zelf heeft hij een brede ervaring en een groot netwerk binnen de gemeente, de andere mariniers hebben een juridische achtergrond en ervaring binnen de jeugdzorg en beschermd wonen. “Het mooiste is dat je in de gelegenheid bent om maatwerk te bieden. Je ziet concreet resultaat.”

Begrip en ruimte bieden

“We hebben wat bereikt, als de samenleving begrip heeft en ruimte biedt voor sociaal kwetsbare mensen, vanuit het vertrouwen dat professionele instanties klaarstaan en handelen waar nodig.”

Gertrude van den Brink, voorzitter Raad van Bestuur Middin en bestuurslid Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland