Monitor in cijfers

De monitorrapportage ‘Stand van het Land’ beschrijft de aanpak van Personen met Verward Gedrag op regionaal niveau. Het is een momentopname op het meetpunt augustus 2017. De resultaten dienen om het gesprek aan te gaan met én tussen de regio’s over de beweging die plaatsvindt om te komen tot een goed werkende aanpak. In 2018 wordt met dezelfde methodiek opnieuw een stand van zaken beschreven.
Het dashboard biedt informatie per regio of per thema.

Stand van zaken

  • Positieve beweging. Circa driekwart van de regio’s werkt met een crisiskaart of is voornemens om ermee te gaan werken.
  • In vrijwel alle regio’s denken cliënten mee in de aanpak. De beweging van meedenken naar meedoen wordt gemaakt.

Aandachtspunten

  • Structureel vormgeven van de betrokkenheid van cliënten.
  • Professionals en ervaringsdeskundigen spreken niet altijd dezelfde ‘taal’ waardoor samenwerking soms lastig is.
  • Financiering gericht op duurzame inzet van ervaringsdeskundigen en op de crisiskaarten is niet altijd beschikbaar.

Stand van zaken

  • Aansluiting bij bestaand (lokaal) beleid. Regio’s zoeken welke inspanningen daarop aanvullend nodig zijn voor de groep personen met verward gedrag.
  • De focus ligt met name op het versterken van GGZ-expertise in de wijk en het creëren van steunsystemen rondom cliënten.

Aandachtspunten

  • Het onderwerp ‘preventie’ krijgt relatief meer aandacht dan het onderwerp ‘levensstructuur’.

Stand van zaken

  • De aanpak op deze bouwsteen is veelal in ontwikkeling.
  • Ongeveer de helft van de regio’s organiseert de training ‘Mental Health First Aid’ voor professionals (en soms ook voor burgers).

Aandachtspunten

  • Regio’s maken nog beperkt gebruik van andere instrumenten voor vroegtijdige signalering dan Mental Health First Aid.
  • Lastig om samenwerking rond veelheid aan betrokken partijen te organiseren.

Stand van zaken

  • Voor niet-acute meldingen sluiten regio’s veelal aan bij bestaande meldpunten.
  • Ongeveer de helft van de regio’s bekijkt hoe het proces van acute meldingen op een andere manier georganiseerd kan worden.
  • In de helft van de regio’s is multidisciplinaire expertise aanwezig/beschikbaar in de meldkamer en/of inventariseert de regio hoe hieraan invulling te geven.

Aandachtspunten

  • De meldpunten voor niet-acute meldingen zijn niet altijd voldoende bekend en vindbaar voor professionals en burgers.
  • 24/7 bereikbaarheid van niet-acute meldpunten is financieel moeilijk haalbaar.

Stand van zaken

  • Op twee regio’s na hebben alle regio’s een beoordelingslocatie waar de eerste opvang en beoordeling plaatsvindt. In totaal zijn er 38 beoordelingslocaties. Deze zijn over het algemeen breed toegankelijk maar niet multidisciplinair.
  • Het ontbreekt aan het benutten van risicotaxatie-instrumenten.

Aandachtspunten

  • Onduidelijkheid over structurele financiering van multidisciplinaire inzet.
  • Om een beoordelingslocatie financieel rendabel te houden heeft de beoordelingslocatie een bepaald volume (aantal cliënten) nodig. Dit kan gevolgen hebben voor de reistijd tot de locatie en de mate waarin dit vervoer passend is.
  • Het uitgangspunt om de beoordeling zoveel mogelijk in de thuissituatie uit te voeren kan botsen met de uitgangspunten om de voorziening rendabel te houden.
  • Terugkoppeling na de beoordeling naar politie en Regionale Ambulancevoorziening (RAV) ontbreekt.

Stand van zaken

  • Diverse invulling: bijvoorbeeld door actief bureaucratische belemmeringen weg te nemen, de regeling voor onverzekerden te implementeren of multidisciplinair casusoverleg te organiseren.

Aandachtspunten

  • Regio’s interpreteren de bouwsteen op verschillende manieren.
    Huisartsen en maatschappelijke opvang zijn niet betrokken.
  • Toeleiding vanuit een beoordelingslocatie blijkt lastig wanneer er geen sprake is van psychiatrische problematiek.

Stand van zaken

  • In ruim een kwart van de regio’s vinden initiatieven plaats met passend vervoer voor personen met verward gedrag. Voorbeelden hiervan zijn de psycholance, inzet van GGZ vervoersdiensten of de ‘elegance’.
  • De helft van de regio’s inventariseert welke alternatieve vormen van vervoer passend zijn. Regio’s denken hierbij bijvoorbeeld aan vervoer door een Quick Responder, mobiele interventie preventie unit en vervoer in afstemming met een tbs-instelling.
  • Gemeenten en GGZ zijn in een aantal regio’s bereid om vervoer na beoordeling (deels) te financieren.

Aandachtspunten

  • Een groot aantal regio’s vult vervoer momenteel in met somatische ambulance of politie.
  • Onduidelijkheid over structurele financiering van passend vervoer voor deze doelgroep.
  • Onbekendheid en/of het ontbreken van een duidelijk kader waarin beschreven staat welke partijen op welk moment verantwoordelijk zijn ten aanzien van het vervoer van personen met verward gedrag.

Stand van zaken

  • De helft van de regio’s inventariseert de match tussen vraag en aanbod van voorzieningen. Er is aandacht voor hoog beveiligde zorg, time-out bedden en onconventionele woonvormen (zoals ‘Skaeve Huse’).
  • Toenemende aandacht voor aansluiting straf en zorg.

Aandachtspunten

  • Regio’s zijn zoekend hoe zij invulling kunnen geven aan de bouwsteen.
    Wachtlijstproblematiek.
  • Professionals niet altijd bekend met de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen zoals time-out bedden.
  • Verschillende financieringsstromen.

Stand van zaken

  • Regio’s vinden het over het algemeen lastig om invulling te geven aan deze bouwsteen door de veelheid aan protocollen en richtlijnen.

Aandachtspunten

  • Er is sprake van handelingsverlegenheid ten aanzien van het kunnen en willen delen van informatie.

Veel in gang gezet

“Ik ben tevreden als de cliëntenbeweging het eens is met de stelling dat er inmiddels veel in gang is gezet en er goede hoop is op structurele oplossingen.”

Bert Frings, wethouder Zorg en Welzijn, gemeente Nijmegen