Partners van Omgevingsbeleid willen best participeren

Provincie: daag ons uit om mee te doen!

De Provincie Zuid-Holland wil duurzame participatie met stakeholders. Om zo samen te werken aan provinciale opgaven. Dat begint met meer ruimte creëren in de besluiten van Provinciale Staten.


De filosofie achter de nieuwe Omgevingswet gaat uit van een samenhangende aanpak van maatschappelijke opgaven. Daarbij is het de bedoeling om ‘met de samenleving’ opgaven te definiëren en ambities aan te scherpen. Dat vraagt om duurzame actieve participatie van al die partijen die iets kunnen bijdragen. Maar hoe pak je dat aan? En wat vraagt dat van de Provincie?

U vraagt, wij draaien
Inmiddels lijkt helder wat de Provincie moet laten. Zo past het bijvoorbeeld niet bij ‘duurzame participatie’ om fragmentarisch subsidiepotjes voor projecten in het leven te roepen. Ook moeten we ervoor waken dat de provincie een ‘u vraagt, wij draaien-houding’ gaat aannemen. De Provincie blijft immers verantwoordelijk voor de provinciale kaders.

Helikopterview
Wat moet de Provincie dan wel doen? Om te beginnen: de rol van de Provincie exact definiëren, indachtig het adagium ‘Toon je meerwaarde, of toon je niet’. Zo is de Provincie leverancier van ‘het overkoepelende verhaal’: waar gaan we heen? Een andere rol die past is die van ‘onpartijdige scheidsrechter’. De Provincie is immers bij uitstek geschikt om met een helikopterview belangenafwegingen te maken.

‘Daal in een zo vroeg mogelijk stadium af naar lokaal niveau: wat speelt daar?’

Kennisbank
Ook de rol van verbinder past goed. Maar dan is het wel zaak na te denken wat je met wat verbindt. Wellicht kan die rol sterker worden ingevuld als de Provincie ook inzet op kennisdeling. Met stakeholders, maar ook tussen stakeholders. Via een provinciale kennisbank bijvoorbeeld, met als abonnementsverplichting dat gebruikers actief meedenken.
Gaat het om participatie, dan is het nodig om vast te stellen wie op welk schaalniveau de regie heeft. Zo is regionale afstemming van nature iets voor de Provincie. Gemeenten moeten gefaciliteerd worden om lokale participatieprocessen op gang te brengen.

Extra: duurzaam
Participatie is één ding. Maar duurzame participatie vraagt weer om hele andere zaken. En precies dat is wat de Provincie graag wil. Hoe doe je dat?
Het kan helpen om per provinciale opgave staalkaarten te maken met daarop alle stakeholders. Welke belangen vertegenwoordigen zij? En om dan vervolgens al deze partijen in (online) communities bij elkaar te brengen. Om zo kennisuitwisseling te stimuleren, maar ook samen aan maatschappelijke opgaven te werken.

Luisteren
Daarnaast is het raadzaam om in een vroeg stadium van beleidsvorming af te dalen naar lokaal niveau: wat speelt daar? Door zo systematisch te investeren in relaties ontstaat vaak een basis voor meer.
Ook het proberen waard: stel als Provincie budgetten beschikbaar voor de professionalisering van bewoners- en belangengroepen. Daarmee geef je het signaal af dat je wilt investeren in een kwalitatief betere (en langdurige) relatie.

‘Provinciale Staten moet besluiten niet dicht timmeren, maar zo open mogelijk houden’

Kritische noot
Toch is een kritische noot op zijn plaats. Want wat verstaan we onder duurzaam participeren? Als duurzaam ‘langdurig’ betekent, dan is dat misschien wel te veel gevraagd. Is het dan niet beter om telkens in wisselende coalities aan opgaven te werken? Dan is er altijd energie, en hoef je geen ingewikkelde manoeuvres uit te halen.

Zinloos
Aanknopingspunten genoeg om duurzame participatie een impuls te geven. Daarbij is essentieel dat de Provincie participatie actief verbindt aan waar het bestuursorgaan naartoe wil, op de langere termijn. Anders is participatie richtingloos. Dat betekent dus ook: veel zeggen wat je beoogt. Dan haken partijen vaak organisch aan.

Pizza
Nog belangrijker: de Provincie moet partners in het Omgevingsbeleid echt uitdagen om te participeren. Hoe? Door als Provinciale Staten besluiten niet dicht te timmeren, maar zo open mogelijk te houden. Zodat er bij de operationalisering ruimte overblijft en er iets te winnen valt. Voor Gedeputeerde Staten, provinciale ambtenaren en voor partners in het omgevingsbeleid. Dan is participatie namelijk niet de pizza verdelen, maar de koek groter maken. En wie wil dat nou niet?

Praktische aanbevelingen

Hoe kan de Provincie een impuls geven aan duurzame participatie met stakeholders. Een aantal aanbevelingen:

  • Geef provinciale ambities een gezicht met ‘accountmanagers’ als aanspreekpunt. Zo maak je de drempel voor participatie lager.
  • Deel participatie op in kleine partjes, met een heldere planning. Rond af en vier successen.
  • Wees eerlijk. Zeg wat vastligt en geef aan waar ruimte is. Niet alles kan. Maak ook steeds duidelijk wat er voor wie te halen valt.
  • Ga participatie niet programmeren. Houd het spannend. Ga het avontuur aan zonder te weten waar je uitkomt.
  • Richt een kennisnetwerk in waar partijen zowel van de Provincie als van elkaar kunnen leren. Zo investeer je duurzaam in elkaar.
  • Ga vaker luisteren en haal verhalen en nieuwe kennis op. Zoek daarna naar aanknopingspunten om eigen ideeën aan vast te knopen.

Aan dit essay werkten mee: Arie van Blanken (gemeente Westland), Guy Hameleers (Akro Consult), Lars ter Heijden (Akro Conult), Marc de Bruin (Eneco), Esther van de Bor (Stichting Groene Hart), Sabine Verschoor (Woningemarktregio Haaglanden), Paul Rijnaarts (IFHP-Copenhagen/ODAS Londen), Floris van Heemst (PZH), Harry van der Linden (Ministerie van Economische Zaken), Willemijn Veenstra (PZH), Agaath Klein (Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid), Jaap Groeneweg (Samenwerkingsorganisatie Hoeksche Waard), Sandra Fraikin (Hoogheemraadschap van Delfland), Henkjan Stolk (gemeente Hendrik Ido Ambacht), Age Yska (Gasunie), Michel Baars (Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond), Leo Ancher (PZH), Bert Duijndam (Duijndam Machines VOF), Peter Vrij (Veiligheidsregio Haaglanden), Harna Borren (gemeente Hellevoetsluis) en Hen Jan Solle (gemeente Westvoorne).