Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een instrument in wording dat helpt bij de uitvoering van de Omgevingswet. De visie is richtinggevend bij cruciale keuzes. De druk op de leefomgeving is vaak groot. Welke opgaven gaan voor? Hoe werkt dit spel van prioriteren, combineren en verbinden en waar loop je in de praktijk tegenaan? Drie voorbeelden ter inspiratie.

Spoorzone Dordrecht/Zwijndrecht

Gevaarlijke stoffen zitten Dordrecht in de weg

Het vervoer van gevaarlijke stoffen dwars door Dordrecht is de grootste bottleneck in de stedelijke ontwikkeling van de stad. Voor een duurzame oplossing is de betrokkenheid van zoveel mogelijk partijen nodig. Ook van degenen die wel de lusten, maar niet de lasten ervaren.

De spoorzone Dordrecht/Zwijndrecht biedt potentie voor stedelijke ontwikkeling. Die ontwikkeling is hard nodig met het oog op de huidige krimp in dit gebied, onder andere door een eenzijdige woningvoorraad en het vertrek van hbo-instellingen. In de spoorzone mag echter niet worden gebouwd, omdat het spoor gebruikt wordt voor vervoer van gevaarlijke stoffen vanuit de Rotterdamse haven naar het achterland.
Hier liggen tegelijkertijd een fysieke, sociaaleconomische en een stedelijke opgave. De crux is alle elementen met elkaar te verbinden en ervoor te zorgen dat alle partijen een gedeelde verantwoordelijkheid voelen. Overheid, bedrijfsleven, veiligheidsregio: samen moeten ze op zoek naar een creatieve oplossing. Ook partijen die wel de voordelen van het vervoer genieten, maar niet de nadelen, zoals het Havenbedrijf.

TWEEGESPREK

‘Niet groots en meeslepend, wel concreet’

Gemma Smid-Marsman en Ingrid Post

De spoorzone Dordrecht/Zwijndrecht is exemplarisch voor het spel dat gespeeld moet worden rond de Omgevingswet. Gemma Smid-Marsman, directeur Provincie Zuid-Holland, en Ingrid Post, plv programmadirecteur Nationale Omgevingsvisie in gesprek.

Gemma: “De Provincie wil op een andere manier beleid maken. Opgaven worden complexer, met mooie nota’s komen we er niet meer. We moeten veel meer vanuit de opgave kijken. Niet te lang in procedures blijven hangen, maar in oplossingen denken. We experimenteren daarmee in gebiedscasussen, zoals in Dordrecht.”

Ingrid: “De spoorzone Dordrecht/Zwijndrecht is een mooie illustratie van de complexe problematiek. Verdichting, vervoer, economie, mobiliteit, milieu: alles komt samen.”

Gemma: “Het gaat ook over je plek in het netwerk. Bij het goederenvervoer doe je er als gemeente niet toe, je bent een te kleine partij. Bovendien komt ook nog eens twintig procent van de goederen uit België. Hoe betrek je echt iedereen erbij? Er komt geen goede oplossing als je niet alle aspecten meeneemt.”

Ingrid: “Voor ons is het interessant om te horen welke wisselwerking er is tussen de nationale opgave en de opgaven in de regio. Vanuit deze casus kunnen we kijken wat nodig is voor de Omgevingsagenda. Bijvoorbeeld ook het beter verbinden van departementen binnen het Rijk.”

Gemma: “Het is ook leuk om te experimenteren in zo’n gebiedscasus. Vroeger dachten we dat beleid groots en meeslepend moest zijn, dit is zó veel concreter.”

Een rijke groenblauwe leefomgeving

Provincie steekt hand uit naar partners

Zuid-Holland wil de meest groenblauwe stedelijke leefomgeving van Nederland worden of zelfs van Europa. Een ambitieus streven, want de kwaliteit van groen en water staat onder druk. Er liggen immers ook opgaven op het gebied van wonen, verkeer en energie.

De Provincie Zuid-Holland steekt daarom haar hand uit naar zoveel mogelijk partners: help mee aan de ontwikkeling van een integrale visie voor stad en ommelanden. Het gaat om nieuwe ambities naast bestaand beleid. Nieuw is onder andere de groenblauwe ontwikkeling in de stad in combinatie met gezondheid. Andere opgaven zijn: natuurlijk kapitaal meenemen bij maatschappelijk verantwoord ondernemen (bijvoorbeeld recreatie), stimuleren participatie en mede-eigenaarschap, investeren in het landschap en erfgoed en behoud en versterken van natuurgebieden. Binnen een integrale en gebiedsgerichte aanpak worden provincie, gemeente, waterschappen, natuurorganisaties, waterbedrijven en vele andere partners veel meer samen verantwoordelijk.

TWEEGESPREK

‘Provincie, tot hier en niet verder’

Jos Brouwer en Jelleke Versteeg

Gemeenten staan niet meteen te juichen bij de uitgestoken hand van de Provincie. Jelleke Versteeg, beleidsadviseur Ruimte gemeente Waddinxveen, spreekt haar vrees voor bemoeienis uit tegenover Jos Brouwer, senior beleidsmedewerker bij de Provincie Zuid-Holland.

Jos: “Water en natuur houden niet op bij de gemeentegrens. Voor een gestructureerde groenblauwe leefomgeving moet je altijd de verbinding zoeken met andere gemeenten en de Provincie. Bovendien moet je zaken als wonen, natuur en water integraal oppakken.”

Jelleke: “Daar zijn we het over eens. De discussie is meer dat wij het gevoel hebben dat de Provincie ons dingen wil opleggen. Als gemeente gaan wij zelf over onze stad, die verbinding zoeken we zelf als we dat nodig vinden. En dat lukt overigens beter als we elkaar meer aan de voorkant bereiken en het initiatief van onderop komt.

Jos: “Op ruimtelijk gebied regelt de Provincie nu eenmaal veel. We doen dat uit maatschappelijk belang.”

Jelleke: “Dat snap ik, toch gaan jullie niet overal over. Op mijn eigen terrein – woningbouw – ervaar ik soms bemoeizucht van de Provincie in lokale aangelegenheden. Ik realiseer me dat het deels ook een gevoel is en niet altijd de realiteit.”

Jos: “Ik begrijp dat gevoel ook wel en het is goed om dat nú al te horen. Als Provincie moeten we leren loslaten. Waar zijn wij nou echt van toegevoegde waarde?”

Jelleke: “Als gemeente moeten we onze rol sterker oppakken en duidelijk zeggen: Provincie, tot hier en niet verder.

Drie vergezichten voor de Krimpenerwaard

Burgerinitiatief voelt soms ongemakkelijk

De overheid doet even niet mee. Dat was de enige spelregel van Riek Bakker, stedenbouwkundige én inwoonster van de Krimpenerwaard. Bakker sprak met boeren, bedrijven en bewoners en destilleerde daaruit drie vergezichten voor de Krimpenerwaard.

Waterveiligheid, bodemdaling, economie & werk, landbouw, natuur, voedsel, recreatie en wonen. Het komt allemaal aan de orde in het eindrapport van Bakker. Kenmerken van het proces waren: open en transparant, buiten de bestaande orde, overheid aan de zijlijn, co-creatie en participatie. Dat leidde uiteindelijk tot drie vergezichten: het is goed zoals het nu is, we zetten meer de schouders eronder of we moeten een onderdeel worden van Groot-Rotterdam. Het ging Bakker om het proces, ze koos zelf geen richting.

Rol gemeenteraad
Grote vraag is: hoe reageert de overheid hierop? Bij de gemeente en de Provincie leven vooral vragen. Hoe verhoud je je als overheid tot dit soort professionele initiatieven? Zijn we alleen nog financier of ook opdrachtgever? Hoe past de ambitie binnen bestaande kaders? Maar ook: is dit wel een echt burgerinitiatief? Wat is de rol van de gemeenteraad nog? Het zijn belangrijke vraagstukken. Want van dit soort burgerinitiatieven komen er alleen maar meer, is de verwachting.

TWEEGESPREK

‘Ik vind dit geen burgerparticipatie’

Jasper Schilling en Jan Oostdam

Is het initiatief van Riek Bakker een goed voorbeeld van burgerparticipatie of reikt het te ver? Een discussie tussen Jasper Schilling, adviseur duurzaamheid in de gebouwde omgeving CE Delft, en Jan Oostdam, beleidsadviseur Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard.

Jasper: “Ik vind het heel inspirerend. Het komt vaker voor dat professionals vanuit hun vak met initiatieven komen, ik zie dat bijvoorbeeld ook op het gebied van windenergie. Mooi als bewoners hun kennis willen inzetten voor de maatschappij.

Jan: “Ik vind dit veel te ver gaan. Eigenlijk is Riek Bakker op de plaats van de overheid gaan zitten, het voegt niets toe. Je ziet dat het rapport vanuit een stedenbouwkundige invalshoek is opgesteld. Inhoudelijke problemen zijn globaal beschreven en vaak te zwaar aangezet en mogelijke oplossingen door een roze bril bekeken. Deskundigen zijn onvoldoende betrokken.”

Jasper: “Er is een spanningsveld tussen experts en burgers in dit soort projecten. Wat ik heb begrepen heeft zij in dit project zeer veel bewoners en bedrijven weten te betrekken, juist vanuit haar kennis en ervaring. Zij kent de weg binnen de grote bestuurlijke organisaties en kan zo dingen voor elkaar krijgen die andere bewoners niet zouden kunnen.”

Jan: “Ik vind dit geen participatie meer. Een dergelijke visie is de verantwoordelijkheid van de overheid, die hiervoor de juiste deskundigheid heeft en burgerparticipatie goed kan organiseren. Burgerinitiatieven zijn meestal, terecht, gericht op specifieke lokale kansen of knelpunten vanuit betrokken of deskundige burgers. Daar ligt de kracht van het burgerinitiatief. Waar mogelijk kan de overheid dergelijke initiatieven agenderen of aanjagen om energie los te maken in de maatschappij.”

Jasper: “Je hoeft als burger toch niet altijd in het paadje van de gemeente te lopen? De overheid wil meer participatie, maar dan moeten ze ook naar iedereen luisteren, niet alleen naar de mensen die binnen de lijntjes passen.”

Jan: “Nee, dat hoeft zeker niet. Een lokaal initiatief kan ook heel goed werken omdat het beleid van de overheid lang niet in elke situatie tot optimale oplossingen leidt. Bij zo’n algemene visie als van Riek Bakker had de overheid echter meer kaders mee moeten geven, met name over het betrekken van partijen en deskundigen. Nu zit de gemeenteraad met een dik rapport en weet ze niet wat ze ermee moet doen.”