Doe mee(r) met taal

Gemeenten, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties willen graag hun dienstverlening aan laagopgeleide en laaggeletterde burgers verbeteren. Dat kan zeker en met eenvoudige middelen, maar het vraagt wel om een gedragsverandering. Want wie het gedrag van klanten positief wil beïnvloeden, moet ook naar zichzelf durven kijken. Hoe je dat doet en wat je ermee kunt bereiken, lees je hier. Een deelcongres vol tips en praktische handvatten.

[ Het brein van de doelgroep ]

Stress doet iets met je hersenen

‘Op alle fronten zat ik aan de grond: ik was mijn werk, relatie en huis kwijt. Bij het UWV moest ik formulieren invullen en dat kon ik niet. Ik brak.’ ‘De juf zei altijd dat ik dom was en dat ik de planten maar water moest geven.’ ‘Ik voelde me altijd heel gevangen.’ Het zijn zomaar wat gedachten van laaggeletterden. Hoe zijn deze opvattingen van invloed op hun functioneren? Oftewel: hoe werkt het brein?

Psycholoog Julie-Anne Hindriksen is gespecialiseerd in gedragsverandering. Ze legt uit dat stress uiteraard van invloed is op het brein. Denk bijvoorbeeld aan de stressfactor schaarste. Je hebt als mens maar een beperkte hoeveelheid breinenergie. Als alle aandacht uitgaat naar wat er eigenlijk staat, is er geen energie meer voor het betalen van de huur en de energierekening. Een andere vorm van stress is de invloed van stigma’s waarmee laaggeletterden te maken hebben. Zo is het stigma ik ben dom en ik kan niets natuurlijk van invloed op iemands prestaties. “Je handelt over het algemeen vooral naar wat je jezelf onbewust oplegt”, legt Hindriksen uit.

Amygdala

De laatste en belangrijkste stressfactor waarmee deze groep te maken heeft, is angst. Hindriksen: “Deze groep is eigenlijk voortdurend bang.” Hoe werkt angst in iemands brein?
In onze hersenen zorgt de amygdala voor angstprikkels, is de motorcortex verantwoordelijk voor vluchten of vechten, de hippocampus voor het geheugen en de prefrontale cortex voor het onder controle houden van de emoties. “We zien bij deze doelgroep vaak dat angsten en impulsen het helemaal overnemen van de ratio”, legt Hindriksen uit.

“De meesten vluchten dan - komen niet naar de cursus of training - of doen helemaal niks en blijven op bank televisiekijken.”

Weten hoe je daar als begeleider mee omgaat? Mail naar info@nudgers.nl en ontvang alle video’s met heel veel tips en trucs!

[ Framen ]

Hoe vertel je je verhaal?

Een goede boodschap kun je niet brengen zonder een duidelijk frame. Tenminste, als je er succes mee wilt boeken. Welke frames omtrent laaggeletterdheid zijn er in het publieke debat? Welke woorden en beelden roepen zij op? En… wat kun je ermee?

[ 1 ]

Meedoen-frame

Dit frame benadrukt dat laaggeletterden zich buitengesloten voelen. Het is empathisch en empirisch en roept emotie op. Voor beleidsmakers is dit frame lastiger in te zetten, omdat je het belang duidt vanuit één individueel verhaal.

[ 2 ]

Negatieve spiraal-frame

Hier frame je dat laaggeletterdheid tot tal van andere problemen leidt, zoals schulden. Het voordeel is dat bij dit frame het eigenaarschap voor het probleem en de oplossing gedeeld is tussen de laaggeletterde en zijn omgeving. Dit is een kansrijk frame om laaggeletterdheid, binnen sterke sociale netwerken, duurzaam aan te pakken.

[ 3 ]

Kostenpost-frame

Hier frame je dat laaggeletterdheid de Nederlandse samenleving bijna 1 miljard euro per jaar kost. Denk aan hogere gezondheidskosten en kosten voor uitkeringen. Dit frame heeft een grote afstand tot de doelgroep en legt ook niet duidelijk het eigenaarschap voor een oplossing ergens neer.

[ 4 ]

Te ingewikkeld-frame

Hier vertel je dat het probleem niet bij de laaggeletterde zelf ligt, maar bij de omgeving, zoals bijvoorbeeld de overheid. Wie communiceert er nu eigenlijk ingewikkeld (met moeilijke brieven)? Nadeel is dat de doelgroep hier niet wordt bediend met een aanbod tot meer vaardigheden leidt.

[ 5 ]

Geen kans-frame

Dit is het frame dat erop toeziet dat laaggeletterdheid van jongs af aan is meegegeven: Je bent dom en je kunt het niet. De schuld voor laaggeletterdheid wordt hier gelegd bij de overheid, het onderwijs en de opvoeding. Dat legt weinig handelingsperspectief bij het sociaal-maatschappelijke netwerk van de laaggeletterden nu.

[ 6 ]

Typisch X-frame

Het typisch X-frame beschrijft een laaggeletterde op een negatieve manier. Laaggeletterden worden weggezet als voorbeeld van mensen die dom of onwetend zijn, en waarvoor alle hulp eigenlijk verspilde moeite is. Je komt het vooral tegen op sommige internetfora en andere sociale media.

[ ? ]

Wat is een positief frame?

Vermijd de jacht/strijd metafoor (“we vallen het probleem aan”) en termen die duiden op ziekte. ("curatieve aanpak"). Probeer negatieve labels te vermijden en kijk hoe je van kosten naar kansen kunt gaan. Wat levert het de doelgroep en organisaties op?

Binnenkort verschijnt op de website van ‘Tel mee met Taal’ het rapport over framen, dat wordt uitgevoerd door Bureau Taalstrategie.

[ Workshop Slim samenwerken in het sociaal domein ]

Niet vanuit taal, maar vanuit het totaal

Met welke belemmeringen hebben gemeenten te maken als het gaat om laaggeletterdheid? En belangrijker: welke oplossingen zijn er voorhanden? Koploper gemeente Bergen op Zoom zoomt samen met de deelnemers in op drie dilemma’s.

Dilemma 1: De deur van de collega zit dicht

Voor laaggeletterdheid is slechts een klein budget beschikbaar. Gemeenten hebben een veelheid aan prioriteiten en taken, maar in de lokale politiek staat laaggeletterdheid laag op de agenda. Grotere gemeenten hebben last van schotten.

Oplossing

  • De budgetten zitten niet bij de WEB-gelden. Zoek dus de verbinding met collega’s van Werk & Inkomen, Armoede, Schulden en Zorg.
  • Taal is een instrument, geen doel op zich. Werk dus integraal. In alle kaders speelt taal een rol. Ook in de concrete uitvoering. 
  • Benoem kansen en problemen niet vanuit taal, maar vanuit het totaal. Sociale wijkteams zijn een goed overlegorgaan.

Dilemma 2: Het thema staat laag op de publieke agenda

Weinig mensen kennen laaggeletterden, terwijl er in Nederland 2,5 miljoen laaggeletterden zijn. De doelgroep verbergt zich, roept niet om hulp. En de aandacht blijft hangen in de kleine groep van de bibliotheek, taalaanbieders en welzijn.

Oplossing

  • Doe ook volop aan marketing. Betrek bedrijven en organisaties bij het onderwerp, zorg dat zij zich ook eigenaar voelen.
  • Spiegel werkgevers voor: Wat kan het jullie opleveren? Denk aan het verlagen van het ziekteverzuim en aan meer gelukkige werknemers met groeipotentie. Voor dat soort argumenten zijn werkgevers gevoelig.
  • Koppel laaggeletterdheid aan leerplichtbeleid. Iedereen wil schooluitval bestrijden, dat staat vaak hoog op de agenda.

Dilemma 3: Er is een gebrek aan capaciteit

Het onderwerp komt vaak bovenop iemands taken. Doordat sprake is van een netwerkaanpak is er op meerdere plekken capaciteit nodig.

Oplossing

  • Zorg voor een lokale projectleider. Je moet iemand vrijmaken voor de aanpak of formeer een kernteam. Zorg dat er vanuit elke gemeente iemand betrokken is. Doe op zoveel mogelijk plekken een beetje.
  • Consulenten bij de sociale dienst moeten leren de juiste vragen te stellen. Wat heb je aan taal nodig om weer te gaan werken?
  • Werk met vraagwijzers om laaggeletterdheid te herkennen. Je hebt alleen een bureau met een computer nodig, je kunt het inbedden in welzijnsopdrachten.