Doe mee(r) met taal

[ Interview Hans Hindriks ]

‘Netwerk­vorming is essentieel’

De reeks bijeenkomsten van Doe mee(r) met taal beleefde afgelopen maandag 20 november een hoogtepunt: deze vierde editie was het grootste congres tot nu toe over de bestrijding van laaggeletterdheid. Hans Hindriks, vanuit OCW projectleider van het achterliggende actieprogramma Tel mee met Taal, wil de bezoekers van het congres vooral in beweging krijgen.

Van de werkgever die zich afvraagt hoe hij de inzet van laaggeletterde medewerkers kan verbeteren tot aan de vrijwilliger van de bibliotheek die het leesplezier bij kinderen wil vergroten. Iedereen die iets wil doen aan de achterstand die de 2,5 miljoen Nederlanders met een lage taalvaardigheid ervaren, kon zich afgelopen maandag laten informeren en inspireren op de conferentie Doe mee(r) met taal in theater De Meervaart in Amsterdam.

Gemene deler

Voor Hans Hindriks is de conferentie vooral van belang om de talloze initiatieven met elkaar in verbinding te brengen. “Er gebeurt op landelijk en lokaal niveau heel veel om laaggeletterdheid te verminderen. Dit congres brengt veel van die initiatieven bijeen, zodat we bestaande en nieuwe partners gezamenlijk kunnen informeren. De aanwezigen komen van heel diverse organisaties, maar dat is juist de kracht: zij kunnen allemaal iets doen om laaggeletterdheid te voorkomen en verminderen. Niet in de eerste plaats uit liefdadigheid, maar omdat dit hun eigen dienstverlening helpt verbeteren.”

‘Deze bijeenkomst is geslaagd als mensen ook echt in beweging komen’

Doe-congres

Van elkaar valt veel te leren, meent Hans. “Je hoeft niet altijd zelf het wiel opnieuw uit te vinden. De ervaringen van anderen kunnen je zo maar op nieuwe ideeën brengen. Of een nieuwe samenwerking teweeg brengen. Die netwerkvorming is binnen de aanpak van laaggeletterdheid echt essentieel.” Na informeren is het tweede doel van de conferentie dan ook inspireren, vertelt Hans. “Het is echt een doe-congres, we bieden de aanwezigen concrete handvatten waarmee ze in veel gevallen de volgende dag al aan de slag kunnen. Deze bijeenkomst is geslaagd als we het komende jaar zien dat mensen ook echt in beweging zijn gekomen.”

Meer nieuwe gezichten

We zien die beweging terug in de cijfers van het bereik onder laaggeletterde cursisten, de belangstelling voor de Tel mee met Taal subsidieregeling, maar misschien nog wel het meest in de gesprekken die we het hele jaar voeren met gemeenten, werkgevers, bibliotheken, taalaanbieders en maatschappelijke organisaties. Taalvaardigheid leeft en de beweging voor een (taal)vaardiger Nederland groeit. Als elke aanwezige op het congres van dit jaar volgend jaar terugkomt met één of twee introducés, dan zal zelfs Theater de Meervaart met zijn 800 plekken niet meer passen. We wijken graag uit naar een nog grotere locatie.”

Wat wil Tel mee met Taal bereiken?

Het actieprogramma is een gezamenlijk initiatief van de ministeries van OCW, VWS en SZW om te voorkomen dat mensen met een beperkte taalvaardigheid binnen de maatschappij aan de kant komen te staan.

Het actieprogramma heeft twee hoofddoelstellingen:

  1. In de periode 2016-2018 verbeteren tenminste 45.000 Nederlanders hun taalbeheersing zodanig dat zij aantoonbaar beter scoren op taalbeheersing en maatschappelijke participatie, waaronder arbeidsdeelname.
  2. In 2018 worden in totaal 1 miljoen jonge kinderen tot en met de basisschoolleeftijd bereikt met leesbevorderingsactiviteiten, zodat hun taalvaardigheid en leesplezier toenemen.

Op de lange termijn moet het programma de randvoorwaarden helpen creëren waarmee laaggeletterdheid structureel kan worden voorkomen en aangepakt.

Tel mee met Taal animatie 2017

[ Movisie ]

‘Met de trein reizen is al een hele opgave’

Welke oplossingen zien laag­geletterden zelf? Dat is de insteek van het project Vanzelfsprekend van Movisie. In tien groepen, op tien verschillende plaatsen in het land, borrelen de ideeën inmiddels op. De beste ideeën worden in praktijk gebracht.

Taalonderwijs is niet de enige oplossing voor de problematiek van laaggeletterden. Zij hebben ook andere hobbels te nemen. Ze schamen zich vaak, hebben een gebrek aan zelfvertrouwen of durven niet naar de school van hun kinderen. Contacten met instanties als een bibliotheek, ziekenhuis of UWV lopen vaak stroef. Projectleider Matthijs Terpstra van Movisie: “Hoe kunnen we het dagelijks leven van deze groep Nederlanders makkelijker maken?, vroegen wij ons af. Door het ze eerst zelf maar eens te vragen.”

Trein of tram

Ervaringsdeskundige Wim (56) neemt deel aan een groep in Brabant. “Het is al een hele uitdaging om hier te komen”, zegt hij. “De trein pakken of de tram. Je weet niet goed waar de trein naartoe gaat. Wij moeten alles goed in de gaten houden en veel vragen.”

De groep uit Brabant kwam met het idee voor een docuspot: een filmpje waarin duidelijk wordt gemaakt waar laaggeletterden tegenaan lopen, zodat er meer begrip ontstaat. De groep was verrassend open, zegt groepsleider Monique. “Mensen stelden zich kwetsbaar op. Ze dachten altijd dat ze alleen waren en nu bleken er lotgenoten te zijn. Door de gesprekken en door taalles bloeiden ze op. Er ontstond meer zelfvertrouwen en durf om te spreken.”

Stem!

De tien beste ideeën uit het hele land staan binnenkort op www.telmeemettaal.nl. Welk idee moet volgens u worden doorgevoerd? Stem! Ook een vakjury kijkt mee. De beste, meest inventieve en haalbare ideeën worden daadwerkelijk uitgevoerd.

Movisie - Vanzelfsprekend