Waarom Doen Wat Werkt?

Doen wat werkt, dat klinkt heel logisch. Maar wat werkt wel en wat werkt niet? Inderdaad, dat is weer een kwestie van doen. Drie professionals en hun visie op hoe we nog beter kunnen doen wat werkt.

Hans Boutellier
Wetenschappelijk directeur Verwey-Jonker Instituut

‘In de pragmacratie is ervaringskennis belangrijk’

“In acht decennia is de context van ons leven drastisch veranderd. De grote verhalen – de levensbeschouwingen – zijn op de achtergrond gekomen. Daarvoor in de plaats is de pragmacratie gekomen, gericht op denken in effectiviteit en efficiency. De praktijk is daarbij richtinggevend. Als professional kun je daarin best veel ruimte vinden.”

Sociaal kapitaal

“Naast economisch kapitaal is er sociaal kapitaal. Mensen hebben een sociale omgeving die hen helpt. Preventie doet er daarom toe. Alle interventies op criminaliteit vanaf de jaren tachtig zijn enorm effectief geweest. We maken een beweging naar voren. Vergelijk het met een voetbalveld. Justitie is dan de keeper, de politie de verdediging en dan heb je het middenveld, met onder andere het onderwijs. De voorhoede wordt gevormd door sociale verbanden tussen mensen. Om het spel voorin goed te kunnen spelen, moet je het achterin goed georganiseerd hebben. Het goed organiseren kan ook doorslaan naar securitisering van de samenleving, waarin alles is gericht op veiligheid.”

Ruggensteun als preventie

“Waar vroeger de grote verhalen de context vormden, is dat nu de netwerksamenleving. Die is voor veel mensen moeilijk. Je moet van goede huize komen om daarin bij te blijven. Mensen zijn bang, zoeken veiligheid, hebben behoefte aan ruggensteun. Daarin gaat sociaal werk een rol spelen. Dat werkt preventief.”

“Doen wat werkt. Nee, je moet doen wat er toe doet. Je bent effectief tussen evidentie en de discretionaire ruimte in. Die ruimte gebruiken moet ook weer niet doorslaan naar aanrommelen. Je moet het midden daarin vinden. Kijken wat werkt en luisteren naar mensen. Ik ben daarom voor co-creatie, voor ervaringskennis. Wetenschap heeft niet langer een monopolie.”

Corrie Tijsseling
Senior onderzoeker bij Koninklijke Kentalis, is zelf volledig doof.

‘Je hoort er letterlijk niet bij’

“Er zijn in Nederland anderhalf tot twee miljoen mensen met een auditieve beperking. En dat zijn niet alleen de grijze mensen die je ziet in de reclames van de audiciens, waar een wereld opengaat als ze een gehoorapparaat krijgen. Zo werkt dat bij mij niet.”

“Er zijn drie groepen: mensen die al vroeg doof zijn, maar ook mensen die vroeg slechthorend worden of op latere leeftijd doof worden. De grote overeenkomst: ze kunnen allemaal niet meedoen in de maatschappij. Filosoof Immanuel Kant zei ooit: Wie blind is, is afgesloten van de dingen. Wie doof is, is afgesloten van de mensen. Dat zei hij mooi. Je ziet alles gebeuren, maar je hoort er letterlijk niet bij.”

Voorzieningen

“Vaak zijn er onvoldoende voorzieningen en hulpmiddelen voor mensen met een auditieve beperking. Het is een groep die eerst moet voelen dat ze burgers zijn, voordat ze het burgerschap uitoefenen. Daarvoor is gerichte campagne nodig: maak plezier, nodig mensen uit, geef ze het gevoel dat ze welkom zijn.”

“Veel activiteiten zijn gedecentraliseerd, de organisatie ligt dan bij gemeenten. Maar doven zijn niet gebonden aan een locatie. Ze springen zo in de trein als er ergens iets te doen is dat toegankelijk is voor slechthorenden. Wij zijn een reizend volkje. Probeer groot te kijken en werk samen met de sector. Er zijn veel landelijke organisaties die informatie kunnen verstrekken.”

Michiel van Willingen
Wethouder Gemeente Zwolle

‘Een kwestie van lange adem’

“Toen ik twee jaar geleden wethouder Zorg werd, besefte ik: het is een kwestie van lange adem om zorg dicht bij mensen thuis en op school te organiseren. Daarom heb ik een duidelijke koers uitgezet voor de lange termijn. Daar moeten we ons op richten. Ik ben trots op wat er in Zwolle allemaal al gebeurt. Neem THINK op School, een project voor het voortgezet onderwijs dat jongeren weerbaarder maakt. En op het Deltion College is het Deltion JongerenTeam opgericht dat andere jongeren helpt bij schulden- en drugsproblemen. De schooluitval daar is sterk afgenomen. Het werkt dus.”

Voor wie?

“Maar er zijn ook zaken die meer tijd kosten. Ik zie dat medewerkers in het onderwijs, de jeugdhulpverlening en zorg allemaal een grote betrokkenheid hebben bij hun werk. Alleen wordt het vaak lastig als die drie partijen moeten samenwerken. Dan komt de vraag boven wie er nu de (eind)verantwoordelijkheid heeft voor het kind. Houd ook hier het doel voor ogen: voor wie doen we het?”

“Een ander aspect waarop winst is te behalen, is om data met elkaar in verband te brengen. Is er een relatie tussen de wijk en het probleemgedrag van jongeren? Of tussen echtscheidingen en vroegtijdige schoolverlaters? Van die gegevens kunnen we veel leren. Ten slotte: verlies je enthousiasme als hulpverlener niet. Ik zie veel mooie voorbeelden van jongeren die met hulp echt sterker worden. Laten we dat voor ogen houden.”