Jeugd

ZUIDWEST-FRIESLAND

De POH GGZj helpt: minder doorverwijzingen naar zwaardere hulp

Veel jongeren met psychische problemen gaan naar de huisarts, niet naar het gebiedsteam. De huisarts verwijst de jeugdige door naar een psychologenpraktijk, terwijl de problematiek vaak relatief licht is. Dit leidt tot wachtlijsten bij GGZ-aanbieders, jeugdigen met een ‘stempeltje’, langdurige behandeltrajecten, onnodige medicaties én veel reisafstand op het platteland (Zuidwest-Friesland telt negentig kernen). De kosten zijn voor rekening van de gemeente.

Laagdrempelige oplossing

Als oplossing is gekozen voor de introductie van zes praktijkondersteuners huisarts GGZ Jeugd (POH-GGZ Jeugd). Zij werken binnen de huisartspraktijken, wat laagdrempelig is. Binnen twee weken is een eerste gesprek mogelijk. Ouders en jeugdigen zijn tevreden en de jongere krijgt geen stempel. Zeventig procent van de jongeren met psychische problemen wordt nu geholpen door een POH. Slechts veertien procent wordt doorverwezen naar zwaardere hulp.
Onderdeel van het succes is dat de POH-GGZ Jeugd breder kijkt, ook scholen betrekt en een sparringpartner is voor huisartsen. “Het merendeel van de klachten bestaat uit angsten, een laag zelfbeeld en piekeren”, stelt Rienke Eling, POH-GGZ Jeugd. “Maar ook rouw, gevolgen van een scheiding en groepsdruk. Suïcidaal gedrag en eetstoornissen verwijs ik door naar specialisten.” De POH kan tijdens de overbrugging van de wachttijd wel gesprekken blijven voeren. “Het kwam zelfs een keer voor dat een specialist niet meer nodig was.”

Bijvangst is een beter zicht op beschikbare hulp en contacten tussen zorgaanbieders. De komende tijd wordt voor borging van de successen geïnvesteerd in contacten en werkbijeenkomsten (ook in het veld). Ook wordt gekeken of in samenwerking met scholen groepsaanpak mogelijk is, bijvoorbeeld rond toetsweken.

Tips:

  • Neem de tijd voor het ontwikkelen van een model voor de gedeelde verantwoordelijkheid vanuit Jeugdwet en Zorgverzekeringswet, voor relatieopbouw met zorgverzekeraar en de vele zelfstandige huisartsen.
  • Een POH-GGZ Jeugd heeft andere kennis, vaardigheden en competenties nodig dan een POH-GGZ Volwassenen.
  • Huisartsen die de NZa-normuren van de zorgverzekeraar reeds besteden aan POH-GGZ Volwassenen krijgen geen financiering meer voor POH–GGZ Jeugd.
  • Zorg voor voldoende gekwalificeerde POH’s en ontwikkel een opleiding POH-GGZ Jeugd – die is er nog niet.

‘Ook voor LVB?’

“De POH-GGZ Jeugd werkt! Ik wil checken of dit is door te vertalen naar POH LVB, wat een aandachtspunt is binnen onze organisatie. Mijn collega Innovatie zal ik bijpraten en deze presentatie met haar delen.”
Patricia Koopman (MEE)

‘Laagdrempelig en preventief’

“Ik zie hoe zinvol de POH-GGZ Jeugd kan zijn. Laagdrempelig en preventief. Het voorkomt erger. Als GGD hebben we hierin niet direct een rol.”
Caroline Timmerman (GGD Nog en evaluatiebureau)

‘Betrek zorgverzekeraar erbij’

“Je kunt de zorgverzekeraar erbij betrekken. Ik zou voor POH-GGZ Jeugd onze beleidsadviseur Jeugd en de strateeg Relatie Gemeente-Zorgverzekeraar moeten hebben.”
Lonneke Schuringa
(gemeente Groningen)

LANDELIJK

De preventieve kracht van jongerenwerk

Draagt jongerenwerk bij aan de realisatie van de transformatiedoelen? Onderzoek onder 1579 jongeren toont aan dat jongerenwerk met een gecombineerde inzet van de methodieken effectief is bij opgroeien en opvoeding. Het gaat dan om de methodieken Groepswerk, Individuele Begeleiding, Ambulant Jongerenwerk en Informatie & Advies. De Hogeschool van Amsterdam, lectoraat Youth Spot, deed dit onderzoek. Het onderzoek werd gefinancierd door ZonMw, NEJA en eigen bijdragen van participerende organisaties.
Het onderzoek onder deze jongeren, tussen de 10 en 24 jaar, toont aan dat jongerenwerk de transformatiedoelen van de Jeugdwet helpt realiseren. Kwetsbare jongeren versterken hun eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden, jongerenwerkers verwijzen ze waar nodig door naar professionele hulp en jongeren met zware problemen blijven stabiel.

De jongeren vulden over 16 maanden tijd vier keer een vragenlijst in. Daarnaast volgden 20 jongerenwerkers met een logboek de ontwikkeling van 23 jongeren. Zij namen deel aan intervisie, zodat ze op hun methodisch handelen reflecteren.
De actieve betrokkenheid vanuit elf jongerenwerkorganisaties zorgde ervoor dat in de meeste organisaties draagvlak was voor deelname aan het onderzoek. De combinatie van kwantitatief en kwalitatief onderzoek leverde rijke data op over doelgroepen, werkvormen, activiteiten en contexten. Door het onderzoek ging ook de professionele ontwikkeling van jongerenwerkers vooruit. Zij kregen beter inzicht in de betekenis van wetenschappelijk onderzoek en wat nodig is aan inzet en vaardigheden. Door de intervisie deden jongerenwerkers aan reflectie op eigen handelen en leerden van collega’s.

ZWOLLE

School als plek voor kennis en preventie

“In Zwolle zaten veel kinderen in het speciaal onderwijs, was er een hoog jeugdhulpverbruik en zochten veel thuiszitters oplossingen buiten het onderwijs”, schetst Geraldine IJzerman van het Sociaal Wijkteam Zwolle de situatie van een aantal jaar geleden. Dat moest anders. Het leidde in 2016 tot een gezamenlijk beleidsplan tussen het Sociaal Wijkteam, Leerplicht en jeugdhulpverlening.

In het beleidsplan zijn de uitgangspunten geformuleerd dat ieder kind in Zwolle naar school gaat en dat school de plek is voor kennis en preventie. “We werkten de eerste twee jaar met kleine teams van drie professionals – IB’er, orthopedagoog en leerkracht – en ouders. Dat werkte goed, vooral om elkaars wereld beter te leren kennen”, legt IJzerman uit. Het werd ingewikkelder bij de vraag wanneer je nu wiens expertise inzet. Tussen hulpverleners, Leerplicht en onderwijs waren er daardoor veel strubbelingen. IJzerman: “Het leidde echt tot een belangenstrijd.”

Klantreis

Onlangs is een verandertraject gestart. Extern adviseur Jont Groenendaal begeleidt het proces. “Het belangrijkste is dat je je moet afvragen of de methode die je ontwikkelt aansluit bij de eindgebruiker. Daarvoor gebruiken we de methode Design Thinking. Zo hebben alle partijen als start van het proces hun rol beschreven en de klantreis van de jongere in beeld gebracht. Dat leverde al veel nieuwe inzichten op. Je moet het niet aan de voorkant bedenken en dan groot uitrollen, maar eerst op kleine schaal uitproberen. Werkt het voor de eindgebruiker?”

Hoe de samenwerking in de praktijk verder vorm krijgt, moet de komende tijd blijken. “Onze rol verandert in elk geval”, legt Daniël Meijerink, teamleider Leerplicht gemeente Zwolle uit. “We gaan van straffen naar zorgen. Wij willen zo preventief mogelijk worden ingezet. Welke hulp heeft de jongere nodig voordat we gaan straffen? We hebben tenslotte één gezamenlijk doel voor ogen: die jongere moet weer naar school.”

Tips:

  • Het proces geeft de uitkomst, je weet dus niet wat er komen gaat. Dat vraagt om het loslaten van je expertise.
  • Breng love into the system. Je hebt elkaar nodig om anders te gaan samenwerken.
  • Zorg voor een positieve framing. Gebruik bijvoorbeeld het woord leerrecht in plaats van leerplicht.
LANDELIJK

Positieve rolmodellen in kwetsbare wijken

Young Leaders is een pedagogisch activeringsprogramma om jongeren uit sociaaleconomisch kwetsbare wijken en dorpen te stimuleren in hun ontwikkeling tot zelfbewuste personen, die verantwoordelijkheid nemen in hun buurt. Vaak kennen zij geen positieve rolmodellen in hun omgeving. Het programma richt zich op talenten van jongeren zelf.
Een praktijkexperiment in zeven gemeenten wijst uit dat deelnemende jongeren nieuwe competenties opbouwen, reflecteren op zichzelf en hun toekomst en zich inzetten als positief rolmodel voor andere buurtjeugd.

De resultaten bieden interessante aanknopingspunten voor de preventieve inzet van lokaal jeugdbeleid voor de maatschappelijke integratie van jongeren uit kwetsbare wijken. Inmiddels is in 26 gemeenten ervaring opgedaan met het programma en zijn er ruim 600 jongeren als Young Leaders getraind.
Evaluatieonderzoek wijst uit dat deelname aan het programma niet alleen de persoonlijke ontwikkeling van jongeren versterkt. Het leert ze ook hoe zij hun kwaliteiten kunnen benutten voor hun toekomst en voor de omgeving om hen heen.

Sterk is de samenwerking tussen jongerenwerkers onderling en met de jeugd. Er is een strak trainingsprogramma met een train-de-trainer-principe, zodat het zich snel verbreedt. Er wordt ingegaan op interesses van de jongeren. De positieve benadering en het groepskarakter zorgen voor succeservaringen.
Belangrijk voor het welslagen is, dat de jongerenwerker een goede verstandhouding met de jongere heeft en er tijd in investeert. De jongeren stellen zelf doelen. Begeleiding is nodig om haalbare doelen te bepalen, om de slagingskans te vergroten, omdat ze vaak niet overzien wat erbij komt kijken.

BRONCKHORST

Ondersteuning van jonge mantelzorgers

Een groot aantal jongeren biedt ondersteuning aan een gezinslid dat ernstig ziek, gehandicapt, verslaafd, in de war of depressief is. Bij deze jonge mantelzorgers komen emotionele en andere problemen vaker voor dan bij andere jongeren. Ben je er vroeg bij, voorkomen je erger. De gemeente Bronckhorst zet zwaar in op ondersteuning voor hen. Hoe? En hoe werken professionals en jonge mantelzorgers samen?

‘In beeld brengen’

“Ik wil weten of jonge mantelzorgers in beeld zijn. Daarvoor heb ik mijn collega’s van het sociale domein nodig.”
Wilma Bobbink (gemeente Berg en Dal)

‘Draagvlak nodig’

“Steek vooral aandacht in het signaleren van jonge mantelzorgers, de groep is vaak niet goed in beeld. Binnen mijn organisatie is draagvlak nodig dat deze groep niet vergeten mag worden. En mogelijkheden om JGZ’ers bij te scholen in signaleren JMZ.”
Judith Heinrich (GGD IJsselland)
SCHOUWEN DUIVELAND

TROTS in de plaats van thuiszitten

In Schouwen Duiveland hebben ze een onorthodoxe methode om thuiszitters weer op de rails te krijgen: Thuiszitters Re-integreren Opleiden Terug in de Samenleving (TROTS). Het gaat jongeren met een lange geschiedenis in de jeugdhulpverlening, uitval van school en soms zelfs met geschiedenis in de criminaliteit.
TROTS wordt gekenmerkt door aandacht, oog voor talent, een opleiding, werk en zelfstandig (of zo zelfstandig mogelijk) wonen. Ze volgen één dag per week een opleiding, vier dagen zijn ze in de praktijk bezig. Vanuit TROTS gaan jongeren ook proefwonen. Voor elke jongere wordt maatwerk geleverd. De jongeren die uitstromen naar zelfstandigheid via TROTS, hebben na twee jaar een startkwalificatie, een baan, een zelfstandige woonplek, geen schulden en een sociaal netwerk.

TROTS werkt samen met de gemeente Schouwen Duiveland. Met die samenwerking realiseert de gemeente, naast gelukkige jongeren, aanzienlijke besparingen op Beschermd Wonen-trajecten.

LANDELIJK

Peer educators openen gesprek over psychische problemen

Eén op de vijf jongeren krijgt te maken met psychische klachten, maar vindt het lastig om hierover te praten of hulp te zoeken. Openheid en signalering in een vroeg stadium kunnen verharding van problemen voorkomen. Maar voor docenten kan het lastig zijn om dit bespreekbaar te maken vanwege hun professionele rol en leeftijdsverschil.

Daarom maakt het onderwijsprogramma MIND Young Academy gebruik van peer educators: jonge ervaringsdeskundigen die zelf of in hun directe omgeving te maken hadden met psychische klachten. Vanuit eigen ervaringen maken zij psychische gezondheid bespreekbaar in klassen van de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en de onderbouw van het mbo. Door samen te werken met docenten en zorgprofessionals leveren ze maatwerk in iedere klas. En maken ze, wanneer nodig, de weg vrij naar verdere hulp. Het programma wordt landelijk uitgevoerd in circa 200 klassen per jaar.

Uit evaluatie door het Verwey-Jonker Instituut blijkt onder andere dat jongeren na het programma meer kennis hebben over psychische gezondheid, en dat de drempel naar hulp verlaagd is. Ook op de peer educators heeft de MIND Young Academy een positief effect: voor veel van hen is dit een re-integratie in de maatschappij: ze ontwikkelen hun netwerk en hun zelfvertrouwen groeit.

Tips voor het inzetten van ervaringsdeskundigen:

  • Bepaal of het doel van het programma preventief of curatief is.
  • Werk samen met bestaand zorgnetwerk rondom de jongere(n).
  • Zorg voor goede selectie, begeleiding en taakafbakening voor jonge ervaringsdeskundigen.
  • Zorg voor goede nazorg.

‘Aansluiten op onze programma’s’

“De inzet van peer educators bij jongeren en de aansluiting op programma’s gericht op kinderen neem ik mee. Hiervoor heb ik onze Karakter-academie en de projectleider preventie nodig.”
Maud Plouvier (Karakter)

‘Klein houden’

“Ik heb geleerd dat je het klein moet houden, door het delen van – eigen – ervaringen. En de weg wijzen naar de juiste hulpverlening. De regionale partijen heb ik hierbij nodig.”
Marlies Boxum (Zoethout)