Meedoen

ZAANSTREEK-WATERLAND

Open De Voordeur: brug tussen twee werelden

Hoe kunnen we mensen die te maken krijgen met huiselijk geweld op een zo laagdrempelig mogelijke manier helpen? Met die vraag ging projectleider Rob van der Hout van de GGD Zaanstreek-Waterland aan de slag. Van der Hout: “Er was een grote afstand tussen maatschappij en instanties, merkten we. Wij wilden het bruggetje tussen die twee werelden zijn.”

Van der Hout: “We zijn gestart met een onderzoek. Wat is er al aan hulpverlening en met welke uitgangspunten willen we op pad?” Daar kwam uit dat het project Open De Voordeur gericht is op alle inwoners, laagdrempelig is en dat de zelfregie ligt bij de inwoners. En honderd procent anoniem. Dat was nog best even steggelen met Veilig Thuis, die vond dat we de meldcode moesten hanteren. Maar uiteindelijk zijn ze heel blij met ons project.”

Vrijwilligers als basis

Het project kreeg in 2019 vorm als beldienst die vier uur per week bereikbaar is. Daarnaast heeft een communicatiegroep een website, filmpjes voor sociale media en een presentatie ontwikkeld. Het bijzondere is dat de beldienst wordt bemand door vrijwilligers en dat zij op scholen, instanties en bij bedrijven presentaties geven over huiselijk geweld. Van der Hout: “Het was eigenlijk geen probleem om vrijwilligers te vinden. Veel van hen hebben een professionele achtergrond in het sociaal domein, maar ook daarbuiten.”

Luisterend oor

Esther Roxs is een van die vrijwilligers en ervaringsdeskundige. “Ik merk dat onze presentaties écht bijdragen aan het vergroten van het bewustzijn. Omdat we onze eigen ervaringen als uitgangspunt nemen, is er vaak direct een heel open gesprek. Ook wel confronterend soms. Veel mensen beseffen pas na onze presentatie dat ook zij te maken hebben gehad met huiselijk geweld. En er heerst nog een groot taboe op om daar open over te zijn. Wij vormen het luisterend oor.”

Tips:

  • Noem vrijwilligers geen vrijwilligers, maar lid van het project Open De Voordeur; het woord vrijwilliger heeft een andere connotatie.
  • Bind vrijwilligers (die vaak overdag werken) aan je project. Bijvoorbeeld door niet ’s avonds laat te vergaderen, maar door samen te eten.
  • Kijk ook als professional naar je eigen situatie. Deel je eigen ervaringen, ook al is dat moeilijk. Het verkleint de afstand en levert echt veel op!

‘Profs naar zichzelf laten kijken’

“Bewustwording bij professionals over wat huiselijk geweld inhoudt, is nog niet vanzelfsprekend en kan starten door ze naar zichzelf te laten kijken. Ik moet collega’s uit het team huiselijk en seksueel geweld enthousiast maken voor Open De Voordeur.”
Djuna Buizer (Movisie)

NOORDRAND GEMEENTEN EINDHOVEN

Brede intake voor vergunninghouders en Inburgeringsaanbod

De vier WSD-gemeenten (Nuenen, Son en Breugel, Best en Oirschot) lopen met twee experimenten vooruit op de nieuwe Wet Inburgering, die 1 januari ingaat. Het ministerie van SZW trekt voor beide pilots geld uit. Experimenten betreffen brede intakes en het aanbieden van inburgering. De inwoners worden hiermee vooruitlopend op de nieuwe wet maximaal ondersteund.

Pilot Brede intake

De afgelopen jaren is een aanpak ontwikkeld in Nuenen en Son en Breugel met het Persoonlijke ontwikkelplan Vergunninghouders (POP). Dit gebeurt onder de centrale regievoering van een consulent. Beide gemeenten hebben in totaal ruim honderd brede intakes (POPS) geschreven. Vanaf 2018 zijn 34 mensen uit de bijstand volledig uitgestroomd en vele inburgeraars gingen aan het werk. De POP-methode wordt in 2020 verder ontwikkeld naar PIP (Plan Inburgering en Participatie) en voor de vier gemeenten uitgevoerd.

Pilot Z-route

De Z-Route staat voor een van de drie toekomstige leerroutes binnen het nieuwe inburgeringsstelsel. Deze route is voor vergunninghouders die laag leerbaar of analfabeet zijn. De Zelfredzaamheids-route zet in op maximale participatie voor deze groep.

De pilot is bedoeld voor vergunninghouders die onder het huidige inburgeringsstelsel ontheffing kregen van de inburgeringsplicht. Zij krijgen een hernieuwd werk- en educatieaanbod.

Voor de pilots werkten de gemeenten onder meer samen met de lokale afdelingen vluchtelingenwerk, de welzijnsorganisaties, het sociaal werkbedrijf WSD, taalaanbieders en de gemeentelijke uitkeringsorganisatie (Dienst Dommelvallei).

GRONINGEN

Meten is weten (wat wel of niet werkt)

WIJ Groningen heeft verschillende locaties waar bewoners kunnen binnenlopen met vragen, ideeën of problemen. Daarnaast zijn er verschillende buurt-, opbouw- en jeugdwerkers actief in de wijken. Om te ontdekken welke activiteiten wel of niet werken, heeft WIJ Groningen samen met stichting Optimale Samenwerking een meetinstrument ontwikkeld.

Geth Kuin is adjunct directeur bij WIJ Groningen. “Als mensen blijer en gelukkiger zijn in de wijken, leidt dat tot minder zorgkosten. Helaas is er weinig onderzoek gedaan naar wat werkt. Hebben activiteiten in de wijken daadwerkelijk de impact die je wilt? Is er daadwerkelijk effect?” En dat is belangrijk om te weten, juist om als organisatie te kunnen voortbestaan. “Gemeentes zeggen te makkelijk: hier kunnen we geld weghalen. We willen laten zien dat we nuttig zijn en vinden dat zelf ook belangrijk. Als gratis koffiedrinkochtenden niet helpen, is het belachelijk dat we van gemeenschapsgeld koffie schenken”, aldus Kuin.

Onderzoek

Stichting Optimale Samenwerking ging aan de slag voor WIJ Groningen. De eerste stap was het meetbaar maken van de impact. Zijn bewoners tevreden over activiteiten? Wat is de algehele tevredenheid over de organisatie? “Daarnaast vroegen we bewoners waarom ze tot een bepaalde beoordeling kwamen”, zegt onderzoeker Dimitri Cremers. Dat was soms lastig, want bezoekers van activiteiten zijn niet altijd geregistreerd. Kuin: “Als we verder willen professionaliseren, moeten we ook kunnen laten zien wat we doen.”

Referentiemodel

Aan de hand van het onderzoek is er een referentiemodel ontwikkeld waarmee inwoners kunnen worden gevolgd en kunnen worden gelinkt aan activiteiten die voor hen relevant zijn. De droom? Integraal monitoren en vroeg kunnen bijstaan als dat nodig is, zodat ze uiteindelijk geen hulpverlening nodig hebben. Het referentiemodel – dat nu is ingericht en relatief eenvoudig voor iedereen is te gebruiken – maakt inzichtelijk wat wel of niet werkt. Partijen kunnen bovendien beter inspelen op de vraag van inwoners en professionals kunnen duidelijker vertellen wat de impact is van het werk.

Tips:

  • Neem de inwoners als vertrekpunt.
  • Begin met professionals die dit leuk en belangrijk vinden.
  • Zorg dat je iemand meekrijgt. Dit vraagt om bestuurlijke visie en lef.
ARNHEM

Activerend Werk versus het verlammende ‘moeten’

Hoe anders is het als je iets ‘wilt’ in plaats van iets ‘moet’. Activerend Werk is een andere benadering van mensen die een grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt en weinig actie ondernemen. In Arnhem staat het perspectief van de inwoner centraal, wat een gelijkwaardiger gevoel geeft. De drempel tot activering is verlaagd door wijkcoaches regievoerder te laten zijn en op een digitale kaart te laten zien wat je op de diverse locaties in de wijk kunt doen. Vraaggestuurd in plaats van aanbodgestuurd. “We gaan niet dwingen”, zegt Veronique Eggenhuizen van Activerend Werk Arnhem. “We zeggen: Als je niet wilt, blijf je toch lekker op de bank. Uiteindelijk wil niemand dat. We maken duidelijk dat activering helpt tegen eenzaamheid.”

Open house

Activerend Werk vervangt de traditionele dagbesteding, die uitgaat van problemen, veel duurder is en niet gericht op ontwikkeling. De verschillende werkplekken zijn voor iedereen toegankelijk, ook voor wie niet is aangesloten bij een zorginstelling of begeleid wonen. Intakes zijn losgelaten, er wordt gewerkt met een open house-constructie.
De resultaten zijn ernaar: van 118 gemonitorde inwoners gingen de meesten binnen één jaar van trede 1 of 2 op de participatieladder naar trede 3 of 4. Een aantal van hen kwam zelfs tot trede 5 of 6 (betaald werk). Jaarlijks melden 500 mensen zich aan; steeds meer ‘zelfmelders’ die zijn aangestoken door een buurvrouw of vriend. Het totaal aantal deelnemers is nu 1100. Ook Apeldoorn wil aan de slag met Activerend Werk.

“Je moet ontschotten, een gemeenschappelijke visie ontwikkelen en dezelfde taal spreken”, adviseert Ron van der Linden, programmamanager bij de gemeente Arnhem. “Blijf echter bij je core business. Wel kun je een gezamenlijk expertisecentrum opzetten.” Ron tipt ook om ‘het simpel te houden’ en de mate van ontwikkelen van mensen te meten. “Zorg voor zo min mogelijk administratie en zo veel mogelijk contact. Regels moeten volgend zijn, niet leidend.”
Meetbaar maak je het door inwoners schaalvragen in te laten vullen en verhalen te vertellen. Niet tellen, maar ver-tellen. “We kunnen op basis van onze gegevens namelijk niet zien of iemand minder naar de arts gaat”, stelt Veronique.

‘Commitment is er al’

“Ik neem het inzicht mee dat het mogelijk is! Als alle partijen willen meewerken, kunnen alle inwoners participeren. Zonder dat financiën een drempel vormen. Het commitment om het anders te doen is er al binnen onze organisatie.”
Lareina van Enteren (RIBW Groep Overijssel)

‘Dagbestedingsdeur dicht’

“Ik vind het interessant om expertise op activerend werk zo expliciet te maken én de deur naar dagbesteding dicht te doen, en daarmee optimaal het aanwezig potentieel bij mensen aan te boren, hand in hand met financieel ontschotten. Het is idee is nog niet voor nu, maar wel interessant om mee te nemen naar de collega-instelling WMO.”
Evelyn Kamann (JGT)

HAAGLANDEN

GIZ: samen met ouders en jeugdigen hulp bepalen

Met de GIZ-methodiek (Gezamenlijk Inschatten van Zorgbehoeften) brengen gemeenten zorgbehoeften in kaart en wordt samen met ouders en jeugdigen beslist over passende hulp. Zo is er continuïteit van zorg voor gezinnen en eenheid in taal. De methodiek wordt toegepast binnen JGZ-organisaties en de Jeugdhulp.
De getrapte werkwijze, verschillende uitvoeringsvarianten en de visuele leeftijdsspecifieke hulpmiddelen ondersteunen bij het gesprek om de zorgvraag te verhelderen. Samen worden doelen en acties bepaald en de ingezette acties geëvalueerd. De inzet is specifieker en effectiever, zodat later minder symptoombestrijding nodig is. Binnen de huidige zorginkoop van de tien gemeenten in de regio Haaglanden staat de GIZ centraal.
Gebruikte methodieken zijn: het Bio-ecologisch model, de Ouderschapstheorie, Positieve Psychologie, de Self Determination Theory, motiverende gespreksvoering en transparant en methodisch handelen volgens de Handelingsgerichte diagnostiek. De GIZ-beschrijving is opgenomen in de NJi databank.

Dankzij de GIZ-methodiek voelen ouders en jeugdigen zich betrokken bij de inzet. De (digitale) GIZ is het resultaat van samenwerking tussen praktijkorganisaties, kennisinstituten, gemeenten, professionals en cliënten. Ze is ontwikkeld in de academische werkplaats ‘Samen in Noordelijk Zuid-Holland’. Effectonderzoek van ZonMw naar de GIZ-methodiek laat veelbelovende resultaten zien.