Zorg en Participatie

NOORD-NEDERLAND

Community Support: iedereen heeft een netwerk

‘Ik ken geen mensen die me kunnen helpen.’
‘Oh nee? Kijk eens in je contacten in je mobieltje.’

In plaats van mensen van zorg afhankelijk te laten zijn, geeft Community Support hen de regie. Dat doet deze organisatie sinds 2001 in inmiddels veertig gemeenten in Noord-Nederland. “Mensen krijgen meer eigenwaarde wanneer ze zich gesteund voelen, maar vooral wanneer ze het gevoel hebben dat ze er weer toe doen”, legt Liny Koersen, gedragstrainer bij Community Support, uit.

Cliënt als voorzitter

Rond een cliënt wordt een steungroep gevormd met professionals, vrijwilligers en mensen uit het sociale netwerk van de cliënt. Zonder hem of haar vindt geen overleg plaats. “De cliënt is voorzitter van de steungroepoverleggen, heeft toegang tot het cliëntvolgsysteem en bepaalt de agenda”, vertelt Astrid Bult, ambulant begeleider bij Community Support. “Die vraagt dan: Hoe vinden jullie dat het gaat? Of: Wie kan me hierbij helpen?

Continu ligt de focus in aanpak op wat wél mogelijk is. De ambulant begeleider moet daarom oplossingsgericht zijn, een rolmodel. Astrid: “En soms zeg ik dat ik iets niet weet, zodat de cliënt zelf naar het antwoord gaat zoeken.” De medewerker verbindt mensen met elkaar en is gericht op vermindering van hulp en versterking van eigen kracht.

Van bank naar bingo

Dat Community Support werkt, blijkt uit de persoonlijke verhalen. Zoals de dame van rond de 40, licht verstandelijk beperkt, verslaafd en slachtoffer van huiselijk geweld. Astrid: “Ze vroeg: Ik zit de hele tijd thuis, de muren komen op me af. Hoe kan ik iets voor iemand anders betekenen terwijl ik zelf hulp nodig heb? Ze bleek heel zorgzaam. Ze helpt nu in het buurthuis bij de bingo en schenkt bij ouderen thee in. Ze heeft een betrokken netwerk.”

Ander bewijs is het geringe aantal contacturen van medewerkers. Doorgaans worden ze daar juist voor betaald. Community Support gaat echter niet uit van contacturen maar van effectiviteit. Liny: “De medewerker die niet kan loslaten en veel contacturen maakt, heeft juist een probleem.”

‘Netwerkversterking centraal’

“Ik ga opnieuw netwerkversterking centraal stellen in onze aanpak. Daar heb ik de sociale professionals bij nodig.”
Geraldine IJzerman (gemeente Zwolle)

Landelijk

Homerun begeleidt mensen met LVB tijdens en na detentie

Op steeds meer plekken vallen mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) buiten de boot. Zo ook mensen met een LVB in detentie. Zij missen vaak begeleiding bij de terugkeer naar de maatschappij. Dit betekent een grote kans op recidive en meer maatschappelijke problemen.
Het methodisch kader Homerun, dat door Humanitas DMH is ontwikkeld, ondersteunt bij de begeleiding van cliënten met een LVB. Recidive wordt voorkomen, de cliënt ervaart meer levensgeluk, de begeleider heeft bevredigend werk én er zijn minder kosten. Want elke euro die wordt geïnvesteerd in de begeleiding van mensen met een licht verstandelijke beperking tijdens hun detentie, levert ruim drie euro op, zo blijkt uit een onderzoek van de VGN.

Landelijk

Zorgmijders beter begrijpen met Housing First

‘Zoek nou gewoon hulp!’ Housing First leert je kijken naar de mens achter het moeilijke gedrag van zorgwekkende zorgmijders. Vanuit onwetendheid en onmacht kunnen professionals namelijk verkeerd oordelen. Housing First leert wat achter het gedrag schuilgaat, hoe je ermee om kunt gaan en het doorbreken.

NOORD-NEDERLAND

Met Fietsmaatjes uit het sociale isolement

Fietsmaatjes draagt bij aan de participatie van mensen met een beperking. Een vrijwilliger en een gast maken terugkerende fietstochten op een duofiets met elektrische trapondersteuning. Hierdoor komen mensen met een beperking vaker buiten. Ze zijn meer in beweging en hebben meer sociale contacten en activiteiten.

Eind 2019 waren in 22 gemeenten lokale Fietsmaatjes-projecten waar op 60 duofietsen door 1350 gasten en 1140 vrijwilligers in totaal 14.000 fietsritten zijn gemaakt. Fietsmaatjes werkt samen met het Oranje Fonds, Hogeschool Leiden, Movisie en Mulier Instituut aan onderzoek voor de verdere versterking van de impact na implementatie. Ook is de werkwijze verrijkt met bestaande wetenschappelijke inzichten over bijvoorbeeld eenzaamheid of positieve gezondheid.

Een goede samenwerking met gemeente, maatschappelijke en zorgorganisaties, ondernemers (voor de duofietsen en de IT) en inwoners is bij een succesvolle implementatie cruciaal. Belangrijk is aandacht voor hoe je samenwerkt en hoe je draagkracht krijgt voor de verdere kwaliteitsverbetering, zodat geleerde lessen ook echt in de lokale praktijken van Fietsmaatjes doorwerken. Je moet inspelen op wensen van vrijwilligers, aandacht vestigen op veilig fietsen en wat te doen bij calamiteiten. Met de aanschaf van een duofiets heb je nog geen succesvol Fietsmaatjes-project.

‘Organisatie rondom maatjes’

“Het gaat om de organisatie rond maatjes, heb ik geleerd. Wij hebben dan initiatiefnemers nodig.”
Gea Veeloo (Adviesraad Sociaal Domein Meppel)

Landelijk

Forsa!: re-integratie LVB-jongeren na detentie

Het Forsa!-programma van Bureau Maatschappelijk Herstel en Rehabilitatie (MHR) biedt een integrale aanpak en intensieve begeleiding bij de resocialisatie van (ex)gedetineerde jongeren. Het betreft jongeren tussen de 17 en 27 jaar met een niet-westerse migratieachtergrond en een lichte verstandelijke beperking. Doel is meer zelfredzaamheid van deze jongeren wanneer ze weer in de maatschappij komen. Binnen de strafrechtsketen is sprake van een oververtegenwoordiging van mensen met een LVB.

Vrijwillige maatjes met dezelfde culturele achtergrond geven drie tot zes maanden begeleiding tijdens detentie, tot een jaar daarna. Bureau MHR deed samen met het lectoraat van de Hogeschool Leiden onderzoek naar de obstakels waartegen de LVB-jongeren in het Forsa!-traject dagelijks aanlopen.
Sinds de inzet van Forsa! is de recidive omlaaggegaan naar 4 à 6 procent. Eigenlijk is deze groep gebaat bij structurele hulp, maar die kan (nog) niet geboden worden.

Bureau MHR stelde deze methodiek op samen met het Verwey Jonker Instituut en Movisie. Gemeenten werken hierin samen met Justitie, vrijwilligersorganisaties en Reclassering. Bureau MHR ontwikkelde ook een app, die helpt bij een effectieve begeleiding van deze doelgroep.

Landelijk

Kom je met een LVB in het sociaal domein?

Hoe toegankelijk is het sociaal domein nu écht? Toezicht Sociaal Domein wilde dit weten. Het vroeg mensen met een verstandelijke beperking om met verschillende hulpvragen als mysterie guest langs te gaan bij vijf gemeenten. De mystery guests kwamen vanuit de vereniging LFB.

Zo kwam aan het licht dat in direct contact mensen met een LVB het beste toegang hebben tot het sociaal domein. Maar dan moesten ze wel goed doorvragen en checken of men het begrepen had. Wanneer ze dat via telefoon of internet probeerden, ging het vaak minder goed: te snel doorverwijzen, soms onvriendelijke bejegening, ingewikkelde formulieren en keuzemenu’s, problemen met DigiD en niet teruggebeld worden ondanks toezeggingen.

Met deze inzichten zetten gemeenten onder andere trainingen op voor het (h)erkennen van een LVB. Ook veranderden zij de dienstverlening met een ander loket en maakten brieven en formulieren eenvoudiger. Eén gemeente heeft nu een ervaringsdeskundige in dienst om de toegang te verbeteren.

Op deze manier is in het onderzoek het burgerperspectief echt centraal gezet. Niet alleen met de mystery guests, maar ook door de ervaringen te bespreken met de gemeenten. De gemeenten kunnen dit ook zelf doen door ervaringsdeskundigen te betrekken bij het verbeteren van hun toegang.