Zorg en Sociaal Samen

FRIESLAND

Multidisciplinair denken in Ateliers Sociaal Domein

Binnen de Ateliers Sociaal Domein van NHL Stenden Hogeschool en de Werkplaats Sociaal Domein Friesland werken verschillende partijen samen. Gemeenten leggen kwesties voor aan de ateliers, die proberen een duurzame oplossing te formuleren.

Bij elk sociaal atelier – in Friesland zijn er inmiddels zes – vormt de atelier-docent de spil. Hij/zij gaat met een opdracht of vraag vanuit een gemeente aan de slag en zoekt studenten die een relevante opleiding doen. Gaat het om een organisatorisch vraagstuk? Dan wordt een student bestuurskunde betrokken. Gaat het over de financiële impact van een beleidswijziging? Dan wordt een student met een financiële opleiding uitgenodigd mee te praten.

“We willen in de ateliers samen leren. Er heeft een decentralisatie plaatsgevonden en er komen er nog veel meer aan. Daarom moeten we samen kijken hoe we samen verder kunnen komen”, zegt Avelien Haan, docent en onderzoeker bij NHL Stenden Hogeschool. Naast studenten is er bij elk Atelier Sociaal Domein een denktank van professionals betrokken, die één keer in de zes tot acht weken meedenkt met het wekelijkse projectoverleg.

Empathy map

Een ateliercyclus begint met een zogenoemde empathy map, waarbij vanuit verschillende betrokkenen en disciplines wordt gedacht. Vanuit de ambtenaar, die verantwoording moet afleggen. Vanuit de student, die aanschuift bij het atelier. Vanuit de docent en de sociaal werker, die de praktijk goed kennen. Steeds een ander persoon centraal zetten bij een brainstorm maakt dat je je in elkaars perspectieven kunt verdiepen.

De uitkomst is vaak niet te voorspellen. Haan: “Elke cyclus is weer anders dan we van tevoren denken. Dat komt ook doordat er steeds andere mensen zijn betrokken. Dat geven we ook aan bij gemeenten: we willen graag meedenken, maar we kunnen niet voorspellen wat de uitkomst is.”

Tips:

  • Omarm de tijdelijkheid. “Als het spannend wordt met grote belangen, kun je niet meer leren. Daarom zijn nooit voor langere tijd dezelfde mensen aangesloten bij een atelier”, aldus Haan.
  • Stel een open en positieve vraag, zodat er daadwerkelijk iets te ontdekken valt. Dus bijvoorbeeld: Wat maakt maatwerk zo succesvol? En niet andersom: Hoe komt het dat maatwerk zo moeilijk is?
  • Wees duidelijk. “Veel collega’s willen zelf de onderzoeksvraag formuleren. Als dat vervolgens anders wordt, is dat vaak lastig. Leg het uit en schep de juiste verwachtingen.”

‘Design based thinking-model’

“Mogelijk binnen de organisatie een design based thinking-model toepassen én de samenwerking met andere partijen en organisaties neem ik mee. Wij zouden de kennis over dit model moeten delen.”
Marleen Zoeteman (Tinten Welzijnsgroep)

‘Design helpt bij kleine interventies’

“Ik wil de designprincipes bij de hervorming van het sociaal domein toepassen. Ik denk dat het erg helpt om grote complexe vraagstukken via kleine interventies vorm te geven.
Daarvoor is bij ons meer ontwerp en minder klassieke invulling van beleid nodig. Samen met belangrijke stakeholders, waaronder de doelgroep om wie het uiteindelijk gaat.”
Fatiha el Hamdaoui (Gemeente Zwolle)

HOLLANDSE KROON

Pionieren met één contractpartner

Eind 2015 besloot de gemeente Hollandse Kroon om alle taken rondom de Jeugdwet, Wmo en voorliggende voorzieningen onder te brengen bij één contractpartner. Doelen: realiseren van maximale klanttevredenheid, stimuleren van transformatie én het daadwerkelijk herinrichten van het versnipperde en verkokerde zorglandschap.

Gemeente en Incluzio gingen in 2016 een hecht partnerschap aan. Ze wilden de zorg laagdrempelig maken en mensen regie geven. Zorg moest normaliseren en de-escaleren. Wmo en Jeugdzorg werden lokaal en integraal aangeboden. Zorgpartners moesten nauw samenwerken, administratie verminderen en zorgen voor flexibiliteit in aanbod. Begeleiding moest grotendeels vanuit de wijkteams komen. Die wijkteams werken weer nauw samen met de nulde- en tweedelijns voor optimale zorg.

Sinds deze samenwerking zijn, ondanks de stijgende vraag naar zorg, de kosten binnen de rijksbegroting gebleven (en op enkele punten zelfs gedaald). Er zijn minder doorverwijzingen, klanten beoordelen de begeleiding met goede cijfers en de wijkteams zijn beter vindbaar.

Tips:

  • Bouw in contracten ruimte in voor flexibiliteit.
  • Richt je contracten in op het behalen van doelen, niet op het nakomen van gemaakte afspraken.
  • Zorg dat opdrachtgever en opdrachtnemer elkaar verstaan en begrijpen.
  • Sluit het sociaal domein aan op andere ketens.
UTRECHT

Formeel en informeel gezamenlijk aan zet in de zorg

Het Utrechtse netwerk van informele zorgorganisaties (NIZU), de gemeente Utrecht en haar buurtteams hebben een gezamenlijk plan ontwikkeld: het project Ambassadeurs, voor informele zorg. Dat moet inwoners de juiste hulp geven die zij nodig hebben, de professionele inzet verminderen en voor een betere verbinding in de wijk zorgen tussen inwoners en (in)formele zorg.
In dit project sluiten meerdere professionals van een van de leden van Netwerk Informele Zorg Utrecht (NIZU) aan bij de buurtteams. Zij spreken individuele casussen door. Ze bekijken daarbij welk deel van de hulpvraag kan worden opgepakt door een vrijwilliger en waar je die vrijwilligers dan vindt.

‘Gebruik van casusbesprekingen’

“Ik ga casusbesprekingen informeel en formeel gebruiken in onze gemeente. Hiervoor heb ik medewerkers, leidinggevende en het netwerk
informele zorg en sociaal
team nodig.”

Christa Arkink
(gemeente Oldenzaal)

“Ik ga casusbesprekingen informeel en formeel gebruiken in onze gemeente. Hiervoor heb ik medewerkers, leidinggevende en het netwerk informele zorg en sociaal team nodig.”
Christa Arkink
(gemeente Oldenzaal)

“Ik ga casusbesprekingen informeel en formeel gebruiken in onze gemeente. Hiervoor heb ik medewerkers, leidinggevende en het netwerk informele zorg en sociaal team nodig.”
Christa Arkink (gemeente Oldenzaal)

LANDELIJK

Nu Niet Zwanger? Dat bepaal je zelf

Hulpverleners ondersteunen kwetsbare mensen met complexe problematiek op financiën, huisvesting, bij verslaving of psychische problemen. Een eventuele kinderwens blijft echter volledig de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt zelf.
Het programma Nu Niet Zwanger – onderdeel van Kansrijke Start – gaat actief het gesprek aan over kinderwens, seksualiteit en anticonceptie. Zodat kwetsbare mensen een bewuste keuze over hun kinderwens maken en niet onbedoeld zwanger raken.

Nu Niet Zwanger zorgt ook voor een sluitend vangnet door intensieve samenwerking tussen hulpverlenende organisaties en de medische keten. Onderzoek van Conny Rijlaarsdam, programmamanager Nu Niet Zwanger, biedt basis voor dit programma. En het is succesvol! Meer dan 80 procent van de deelnemers kiest bewust voor uitstel van een kinderwens door vrijwillig te beginnen met geschikte anticonceptie.
Hulpverleners in zowel het medische als sociale domein kunnen deze onderwerpen bespreekbaar maken, zodat zij eerder zicht hebben op mogelijke zwangerschappen. Probleem is wel dat in veel gemeenten de jeugdzorg op slot zit, waardoor de start met dit programma lastig is.

In Nu Niet Zwanger werkt GGD GHOR Nederland nauw samen met kenniscentrum Rutgers. Lokaal wordt verbinding gelegd met bestaande netwerken en de uitvoerende zorgpartners: huisartsen, verloskundigen, gynaecologen, GGZ; verslavingszorg, zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, sociale wijkteams, maatschappelijk werk, maatschappelijke opvang en jeugdgezondheidszorg.

LANDELIJK

Life Goals: kwetsbare mensen in beweging

Stichting Life Goals Nederland brengt in 25 gemeenten kwetsbare mensen via sport letterlijk en figuurlijk in beweging. Het gaat daarbij om mensen die zijn vastgelopen in het leven, zoals dak- en thuislozen, statushouders, verslaafden, ex-gedetineerden en verwarde personen. Door op lokaal niveau samen te werken met sportorganisaties, gemeenten en zorginstellingen, zorgt Stichting Life Goals ervoor dat de doelgroep toegang krijgt tot passend, structureel sportaanbod.
Tijdens de sportactiviteit wordt sport als middel voor persoonlijke ontwikkeling en activatie ingezet. Deelnemers zetten zichtbaar stappen op de participatieladder en leren vanuit hun eigen kracht weer mee te doen in te maatschappij. Een belangrijk onderdeel van de methodiek is de monitor. Dit geeft inzicht in de persoonlijke ontwikkeling van de deelnemers en de organisatorische ontwikkeling van het sportprogramma.

De Life Goals-aanpak is gebaseerd op praktijkervaringen van zowel uitvoerders als deelnemers. Ze wordt ondersteund door wetenschappelijk onderzoek door onder andere Wageningen University en het Kenniscentrum Sport. Movisie begeleidt Stichting Life Goals bij de erkenning van de Life Goals aanpak als interventie in het sociaal domein.

‘Verbinding sport en participatie’

“De verbinding tussen sport en begeleiding in participatie en zelfredzaamheid neem ik mee. We hebben hiervoor integrale afstemming en interventie als voorbeeld nodig. Daarnaast: verenigingen, zorgorganisaties, enzovoorts.”
Mark Venema (gemeente Noordwest-Friesland)

‘Sport als maatschappelijk project’

“Life Goals is de expert met betrekking tot maatschappelijke sportprojecten. Samenwerking staat in al hun activiteiten voorop. Gebruikmaken van hun expertise en samenwerking zoeken met betrekking tot projecten in onze regio. Hier heb ik mijn collega nodig, met wie ik dat project probeer op te zetten.”
Patricia Koopman (MEE)

‘Buurtcirkel met sport’

“Het inzicht dat ik meeneem, is dat diverse contactgroepen ondersteuning bieden met een coach. Dit project lijkt op de buurtcirkelaanpak, maar dan met sport. Voor Life Goals zou ik budget nodig hebben en een behoefte-inventarisatie.”
Lidwien van Langen
(Werkorganisatie
Duivenvoorde)