Daarom persoonlijke datamanagement

De noodzaak is er en het momentum ook. De hoogste tijd dus dat we, om te beginnen in Nederland, een volgende stap zetten naar regie op eigen gegevens. Ofwel: waarom we het ijzer juist nu moeten smeden.

Uit het leven van Bettina, Roos en Kenan

Wat zou regie op eigen gegevens betekenen voor burgers die bijvoorbeeld dagelijks hun zorg, speciale vervoer en zaken na de geboorte van hun kind moeten regelen? Een kijkje in het dagelijkse leven van Bettina Bakker, Roos Prommenschenckel en Kenan Dogan leert dat er nog veel te winnen valt.

Douwe Leguit
Programmamanager Regie op Gegevens:

‘Normenkader als breekijzer’

Een normenkader is wat nu nodig is, stelt Douwe Leguit, programmamanager van Regie op Gegevens.

Vertrekpunt

“Het programma Regie op Gegevens heeft als vertrekpunt dat mensen inzage hebben in hun persoonlijke gegevens en het gebruik daarvan door derden, dat zij de mogelijkheid hebben om gegevens te corrigeren of verwijderen en – niet in de laatste plaats – dat zij gegevens kunnen (her)gebruiken, zowel binnen de overheid als daarbuiten.”

Transparantie verbetert

“Hierdoor verbetert de transparantie, neem de kwaliteit van gegevens toe en wordt de positie van de burger versterkt. Voor burgers en bedrijven zorgt het voor lastenverlichtingen en het optimaliseren van processen. Persoonlijk datamanagement draagt bij aan transparantie, inzage en correctie, digitale zelfbeschikking, privacy, dataminimalisatie, de kwaliteitsverbetering van gegevens en zelfredzaamheid van mensen. En het versterkt daarmee tevens digitale burgerrechten.”

Normenkader

Op dit moment ontstaan er verschillende afsprakenstelsels om burgers en bedrijven te ondersteunen bij de regie over hun gegevens. Het programma werkt daarom aan een normenkader voor de uitwisseling van gegevens. Dit normenkader, de Uniforme Set van Eisen (USvE) genoemd, bevat een aantal minimumeisen bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid en privacy. Een eerste set van basisafspraken voor ‘regie op gegevens’ wordt in 2019 verwacht.”

Lousewies van der Laan
Lid International Board of Directors ICANN:

‘Wat wij bedenken, kan wereldwijde impact hebben’

Iedereen kijkt naar hoe wij in Nederland invulling geven aan de Europese privacyregels, stelt Lousewies van der Laan (ICANN). ‘Onze’ oplossingen zouden zelfs weleens de wereldstandaard kunnen beïnvloeden, denkt zij.

Toen reality-ster Barbie in het ziekenhuis lag, neusden tientallen medewerkers in haar dossier. Het leidde tot grote maatschappelijke verontwaardiging. “Het is natuurlijk vreselijk voor Barbie, maar dit soort incidenten helpen bij bewustwording”, zegt Lousewies van der Laan. “Het laat zien dat er bij gegevensuitwisseling veel nog niet goed geregeld is. Waarom wisten medewerkers niet dat ze dat niet moeten doen? Waarom kregen ze niet automatisch een melding?”

Grensoverschrijdend

Digitalisering verandert in alle sectoren. Ze vergelijkt de transitie met de uitvinding van de auto: ook toen duurde het een tijd – en werden de nodige brokken gemaakt – totdat er verkeersregels kwamen. Van der Laan: “We zitten nu middenin dat proces voor digitalisering. Met één verschil: internet is grensoverschrijdend en onze aanpak raakt ook andere landen.”

Multi-stakeholdersmodel

Die internationale kant van het digitale domein kent Van der Laan goed. Zij is lid van de International Board of Directors bij ICANN, de organisatie die onder meer IP-adressen distribueert. ICANN werkt met het zogeheten ‘multi-stakeholdermodel’: techneuten, NGO’s en regeringen uit de hele wereld komen tot een consensus. Dat leidt tot interessante discussies. Van der Laan: “In Europa hechten we veel aan privacy. Dat is soms moeilijk uit te leggen aan Amerikanen, die meer oog hebben voor het bedrijfsleven. Of aan Chinezen, die prioriteit geven aan strenge controle van het internet.”

Go save the world

Door de recent ingevoerde Europese gegevensverordening (GDPR) moeten ook buitenlandse bedrijven zich hier houden aan Europese privacyregels. Van der Laan: “De GDPR heeft enorme impact. Doordat Europa op dit vlak leiding heeft genomen, past de hele wereld beleid aan.” De uitkomst van hoe wij daar als Nederland mee omgaan kan wereldwijde impact hebben, denkt Van der Laan. “Het buitenland let op Nederland, want wij lopen op veel vlakken voor. De oplossingen op het gebied van regie op gegevens die hier worden bedacht, zouden best weleens model kunnen staan voor een Europese aanpak. En die beïnvloedt de hele wereld. Dus: Go save the world!

Joey Alberts
Beleidsmedewerker Nuffic:

‘Gegevensbeheer efficiënt en correct regelen’

“Nuffic beheert zelf geen gegevens, maar als organisatie voor internationalisering van hoger onderwijs werken wij nauw samen met partijen die dat wél doen. We hebben twee tools: Pathfinder, die buitenlandse studenten informeert over wat ze allemaal moeten regelen in Nederland, en Stupas voor Nederlandse studenten die naar het buitenland gaan. Die tools verwijzen naar allerlei instanties die gegevens van de studenten nodig hebben, zoals de gemeente. Bij internationale uitwisseling is het belangrijk dat gegevensbeheer efficiënt en correct is geregeld. Daarom willen we bij discussies over gegevensuitwisseling onder regie van bijvoorbeeld studenten betrokken zijn.”

Henk Heerink
Producteigenaar inkomensgegevens Belastingdienst:

‘Spijkers met koppen slaan’

“Als producteigenaar inkomensgegevens van de Belastingdienst houd ik mij bezig met hoe burgers regie kunnen houden op de basisregistratie inkomen (BRI). De BRI wordt nu opgevraagd door allerlei instanties; burgers hebben daar geen zicht op. Dat willen we veranderen. Daarnaast heb je de BRI als burger soms nodig, bijvoorbeeld als je een sociale huurwoning wilt. Dat proces willen we digitaliseren. Daarvoor zijn we een proof of concept aan het opzetten met het ministerie van Binnenlandse Zaken, programma Regie op Gegevens, Logius en een woningbouwvereniging. Hopelijk kunnen we spijkers met koppen slaan.”

Wilma Reints
Conceptontwerper ‘living lab’ UWV:

‘Op een nieuwe manier naar regels kijken’

“Het living lab bij het UWV is een ruimte waar je wordt uitgedaagd om na te denken over de aard van onze dienstverlening. Ik heb vier hoeken ingericht: een staat voor de wereld van de overheid, een voor het bedrijfsleven en een voor de leefwereld van de burger. De vierde is een ontwikkelhoek, waar deze werelden samenkomen. Welke geest spreekt er uit een wet en hoe komt die het beste tot zijn recht? De transitie naar digitale dienstverlening biedt nieuwe kansen. Ik wil daar met anderen van gedachten over wisselen. De tijd is rijp om op een nieuwe manier naar regels te kijken.”