Samen werken aan een succesvolle match

Verslag van bijeenkomst Leercirkel motie Kwint/Özdil, 21 januari in Meetup, Utrecht

Hoe ziet de gedroomde uitvoering van de motie Kwint/Özdil eruit in de praktijk? Wat is er nodig om tot een succesvolle match te komen tussen een (job/leer)coach en een jongere? Welke beren zien we op de weg en wat zijn mogelijke oplossingen? En hoe organiseer je vervolgens de juiste samenwerking? Daarover gingen 35 vertegenwoordigers van gemeenten, onderwijsinstellingen en de rijksoverheid met elkaar in gesprek. Hieronder de resultaten van deze eerste bijeenkomst van de Leercirkel motie Kwint/Özdil in highlights.

Actief kennismaken

‘Samenwerken aan een succesvolle match’. Dat was het thema van de eerste bijeenkomst van de Leercirkel. Om te kunnen samenwerken moet je elkaar een beetje kennen. Deelnemers moesten daarom direct kleur bekennen. Aan de hand van stellingen werden zij uitgenodigd hun ‘vertrekpunt’ helder te maken: ‘Zie ik vooral kansen of ben ik (nog) sceptisch?’

Wie vooral kansen ziet in de motie Kwint werd verzocht in de ene hoek van de zaal te gaan staan. Wie sceptisch is werd verzocht een plek in te nemen aan de andere kant. En meteen bleek al dat de overgrote meerderheid vooral mogelijkheden ziet. Op twee deelnemers na. “Want is de motie niet te dun? Gaan we straks met een lege huls aan de slag?”, vroegen zij zich af.
Twee andere deelnemers namen de middenpositie in. “Een mooi initiatief, maar laten we oppassen voor overlap”, was de strekking van hun reactie. “En laten we vooral voorkomen dat dit niet weer iets tijdelijks is.”
De overige deelnemers aan de Leercirkel zien vooral kansen. “Want aandacht voor deze groep jongeren is hard nodig”, vond een deelnemer. “Door deze motie komt er ruimte daar iets aan te doen. Laten we op zoek gaan naar nieuwe mogelijkheden en nieuwe wegen. En daarbij zoveel mogelijk leren van elkaar.”

Enthousiasmerend startpunt
Tijdens actieve kennismakingsoefeningen werden de deelnemers gevraagd om op een rij te gaan staan, met links personen die veel direct contact hebben met de doelgroep, en rechts personen die dat juist niet hebben, zoals beleidsmakers. Een andere oefening moest duidelijk maken waar uit het land de deelnemers vandaan kwamen en of zij bij het rijk, gemeenten, het onderwijs of ‘elders’ werken.
Tijdens deze oefeningen werd er veel gelachen en werden meteen de eerste gegevens uitgewisseld. Een nuttig en enthousiasmerend startpunt. Want samenwerken begint altijd met elkaar eerst leren kennen.

Leren van good practices

Wat kunnen we leren van initiatieven die al gaande zijn? In de Leercirkel werden twee ‘good practices’ uitgelicht.

Gaatze Boersma, Talentmeester in Lelystad:

‘Focussen op wat iemand wel kan’

Gaatze Boersma werkt in opdracht van het speciaal onderwijs als talentmeester in Lelystad. Zijn opdracht: 250 jongeren zonder startkwalificatie naar werk toeleiden. Dat doet hij met maatwerk. Sinds augustus 2018 werkt hij ook voor het mbo om Entree- en niveau-2 leerlingen aan het werk te helpen.

“Vertrekpunt is voor mij telkens weer het talent van de jongere. Wat is een passende oplossing voor dit individu? Dat betekent dat ik niet focus op wat iemand niet kan, maar op wat iemand wel kan, op waar iemands passie ligt. Vervolgens gaan we samen op zoek naar een passende werkkring.
Bij de ene kandidaat lukt dat al na drie maanden, de ander heeft soms twee jaar (of langer) begeleiding nodig. Dat hangt van de beginsituatie af. Heeft iemand bijvoorbeeld ook nog andere problemen? Dan gaan we eerst daarmee aan de slag, en komt die baan daarna.
Heeft iemand een werkkring, dan blijf ik die persoon nog een tijdje volgen. Want ik heb gemerkt dat vooral de overdrachtsmomenten belangrijk zijn. Daar gaat het vaak mis. Bij dat soort momenten ga ik fysiek mee, neem het dossier onder mijn arm en ga dan samen met de kandidaat (en een van de ouders, als dat kan) het gesprek aan.
Qua financiering is het zo geregeld dat de inhoud en financiën uit elkaar zijn getrokken. Uitgangspunt is steeds dat ik met iemand aan de slag kan gaan; de financiering komt daarna wel. Alle partijen hebben in een gezamenlijke project- en stuurgroep afgesproken indien nodig het benodigde geld te regelen. Dus dat committment is er.”

Anamaria Waarts, ROC Mondriaan

‘Deelbelangen benoemen helpt’

In de regio Haaglanden helpen pluscoaches jongeren die tussen wal en schip vallen binnen 26 sessies weer op de rails. Is dat niet genoeg, dan is een aanvullend traject mogelijk. “Op die manier hebben we al 80 jongeren geholpen”, aldus Anamaria Waarts, regisseur aanpak voortijdig schoolverlaten in de regio Haaglanden.

“Laat ik vooropstellen: het is een uitdaging om met veel partijen iets moois te bouwen. In ons geval gaat het om vijf mbo’s, vier samenwerkingsverbanden en een aantal vo-scholen die samen gebruik maken van de ‘pluscoach’. Dat is ‘iemand’ die hulp biedt aan jongeren die tussen wal en schip geraken. In maximaal 26 sessies moet zo’n coach de jongere weer op de rit krijgen. Lukt dat niet, dan is een langer traject mogelijk.
Vooralsnog wordt deze voorziening betaald uit VSV-gelden, maar dat loopt eind 2020 af. En de vraag is wat dat voor de financiering van dit instrument betekent. De noodzaak van deze voorziening snapt iedereen echt wel. Maar er spelen altijd deelbelangen. Mijn ervaring is tegelijkertijd dat je van veel gezeur af bent als je deze maar eerlijk benoemt.
We hebben met dit instrument al zo’n 80 jongeren geholpen. Waarbij wel aangetekend dat het doel primair is om leerlingen terug naar school te krijgen, of anders naar arbeid toe te leiden. Bij de motie Kwint zal het accent meer liggen op de arbeids- en de zorgkant. Dat is erg moeilijk, maar ook heel interessant. De uitdaging daarbij is dat we meer kunnen gaan bieden dan beschermde werkplekken en werkervaringsplaatsen. Ik wil ook gewoon werkgevers aan tafel.”

Aan de slag met de motie Kwint/Özdil

Waar ligt de sleutel? Wat zijn onze dromen? Welke beren vinden we op de weg? En wat kunnen wij zelf doen? Vier vragen die centraal stonden tijdens een verdiepende sessie over de mogelijkheden van de motie Kwint/Özdil. Dit zijn de opbrengsten van de deelnemers.

De droom
Ideaal is als jongeren straks een begeleider krijgen die hen blijvend op weg helpt en ook nazorg verleent als dat nodig is. Een onafhankelijk persoon die een jongere aan stage of werk kan helpen, en de weg weet naar aanvullende hulp, mocht dat nodig zijn. Een persoon ook die laagdrempelig opereert, vertrouwen inboezemt bij de doelgroep en de jongere altijd centraal stelt.

Sleutels voor succes
Om dat te realiseren is lef en bestuurlijke verantwoordelijkheid nodig bij gemeenten en onderwijsinstellingen. Zij moeten bereid zijn om de randvoorwaarden samen te regelen, samen de uitvoering te faciliteren, gekoppeld aan een goed monitorings- en signaleringsysteem. Daarvoor is allereerst een gedeelde visie en een gezamenlijke opdracht nodig, een stip op de horizon. Als die er is, dan verdwijnen de spreekwoordelijke schotten en belangen vaak vanzelf.

Beren op de weg
Het gaat bij niveau 2 opleidingen om grotere aantallen dan bij de Entree. Wat voor begeleiding kan je niveau 2 studenten bieden als het om zulke grote getallen gaat? Hoe krijg je dat georganiseerd? En bedenk daarbij: nu gaat het economisch nog voorspoedig. Maar wat als het straks tegenzit? Hoe duurzaam zijn dan de banen die we voor deze jongeren gevonden hebben? Krijgen we ze dan via een omweg weer terug?
Het risico bestaat daarnaast dat scholen een potje met geld krijgen en dat docenten het er dan ‘maar even bij’ moeten doen. Maar dan gaat het niet werken.

Dit kunnen wij doen
Belangrijk actiepunt is bestuurders warm krijgen voor een gezamenlijke stip op de horizon. En dat we stoppen met de discussie wie er verantwoordelijk is. In plaats daarvan moet het uitgangspunt zijn: we zijn allemaal verantwoordelijk. Er is geen mijn en geen dijn.

‘Ken elkaars belangen’

Kennen we de organisaties die we aan tafel nodig hebben? Kennen we hun uitgangspunten? En kennen we hun belangen? Deelnemers van de Leercirkel gingen kort op onderzoek uit. De resultaten van hun zoektocht.

  • Bij iedere multidisciplinaire samenwerking heb je te maken met meerdere partijen. Vaak kennen we wel elkaars standpunten, maar hebben we minder beeld van elkaars belangen. Het helpt in de samenwerking om ook de verschillende belangen te bespreken en daarbij een onderscheid te maken tussen collectieve belangen, organisatiebelangen en individuele belangen. Als je die aan tafel kenbaar maakt, kom je sneller tot een goede samenwerking. Dat begint vaak met het werken aan de gemeenschappelijke belangen.
  • Om belangen kenbaar te maken is een dialoog nodig waarin deelnemers zichzelf kunnen uiten, bereid zijn om goed naar elkaar te luisteren, elkaar echt willen begrijpen, respect hebben voor de positie van de ander en bereid zijn om aannames en oordelen uit te stellen.                    

Deelnemers aan de Leercirkel gingen zelf met deze kennis aan de slag. ‘In welke samenwerkingen herken je dat er meer in standpunten dan in belangen wordt gedacht? Kun je je verplaatsen in het belang van de ander? Zie je een gemeenschappelijk belang? Wat is dan die volgende stap? En wat vraagt dat van jou?’
Het resultaat was een positief en constructief gesprek. Met deelnemers die actief meededen en oprecht nieuwsgierig waren naar elkaar. De eerste stap naar een gemeenschappelijke stip op de horizon.

Dit ga ik doen!

Wat gaan deelnemers aan de Leercirkel morgen (anders) doen met de informatie die zij tijdens de eerste bijeenkomst gekregen hebben? Zeven reacties na afloop van de eerste bijeenkomst uitgelicht.

 

Hans Everhardt, Noorderpoort Groningen:
‘Leren van Amsterdam’
“Ik begrijp dat ze in Amsterdam redelijke successen boeken met de inzet van jobcoaches. Ik ga daar mijn licht eens opsteken. Want duurzaam werk vinden voor de niveaus 2, 3 en 4 is lastig. Daarnaast ga ik in kaart brengen waar we het eigenlijk over hebben. In welke branches moet ik acteren? Daar wil ik meer duidelijkheid over krijgen.”

 

Harald Leeuwis, Deltioncollege Zwolle
‘Contact leggen met W&I’
“Bij de uitwerking van de plannen voor uitvoering van de motie Kwint had ik een kort lijntje met de RMC-coördinator. Samen hebben we een startpuntroute opgesteld. Het gekke is dat ik daar niet iemand van W&I bij heb gevraagd. Gewoon niet aan gedacht. Maar dat ga ik nu alsnog doen.” 

 

Renze Petersohn, Friesland College
‘Even een belrondje’
“Waar hebben we het eigenlijk over als we de motie Kwint beter bekijken? Hoe groot is de daadwerkelijke behoefte? Als blijkt dat tachtig procent van de jongeren geen hulp nodig heeft, dan is dat goed om dat te weten. Mij lijkt het goed de behoefte eerst maar eens goed in kaart te brengen. Hoe? Ik ga een belrondje houden.”

 

Elsina Zwittink, Procesregisseur PRO/VSO/Entreeonderwijs in Leeuwarden
‘Werkgevers uitnodigen’
“Mijn voornemen is om voortaan bij elk overleg nog eens na te gaan of we wel met de juiste partijen om tafel zitten. In de waan van de dag denken we daar misschien te weinig over na. Wie gaan we uitnodigen? En waarom? Bij de pilot Kwint zijn werkgevers bijvoorbeeld cruciaal. Ik ga hen vragen om ook aan te schuiven.”

 

Nadine van der Sluis, Regionaal coördinator RMC Agglomeratie Amsterdam
‘Nieuwe werkgroep’
“We denken te vaak vanuit bestaande netwerken. Ik ga voorstellen dat we voor uitvoering van de motie Kwint een geheel nieuwe werkgroep gaan vormen. Met daarbij de W&I- en de EZ-kant aangehaakt. Geen bestaande overleggen dus, maar een nieuw gremium. Met misschien ook minder voor de hand liggende deelnemers, als dat meerwaarde oplevert.”

 

Nadja Mager, RMC-coördinator Schiedam
‘Meer partijen uitnodigen’
“Ik ga meer partijen erbij betrekken. Denk aan participatiebedrijven en werkgevers. Tijdens onze recente nieuwjaarsborrel hebben wij de rol van matchmakers op ons genomen, met als doel mensen uit ons netwerk aan elkaar te koppelen. Dat zouden we hiervoor ook kunnen doen.”

 

Pamela van de Vliet, stagiair gemeente Schiedam
‘Teamleiders van AH motiveren’
“Naast mijn studie en stage ben ik ook werkzaam als teamleider bij Albert Heijn. Deze bijeenkomst stimuleert mij om op zoek te gaan naar filiaalmanagers die bereid zijn om vanuit hun perspectief ook mee te werken aan de motie Kwint.”

Meer partijen aan tafel

Wie willen we nog meer aan tafel hebben als we verder praten over uitvoering van de motie Kwint? Deelnemers aan de Leercirkel komen tot het volgende verlanglijstje:

  • Jongeren
  • Werkgevers
  • Werknemersorganisaties
  • Jeugdhulpverleners/jeugdzorgmedewerkers
  • Departementen (anders dan OCW)
  • Gemeentelijke afdelingen (anders dan afdeling Onderwijs)
  • UWV
  • PrO/VSO-scholen
  • Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB)

    Afgesproken is dat deelnemers aan de Leercirkel volgende keer iemand uit bovenstaand lijstje uitnodigen om ook aan te schuiven.

Hoe nu verder

Dit jaar vinden er nog drie Leercirkels plaats: op de maandagmiddagen 1 april, 3 juni en 7 oktober. Centraal staan thema’s als jongeren, privacy en administratie en de rol van RMC coördinatoren. Maar het programma is niet in beton gegoten. Willen de deelnemers iets anders of aanvullends? Dan is dat uiteraard mogelijk.

Is er behoefte om naar aanleiding van een thema in kleine kring de diepte in te gaan, dan is dat mogelijk. Er ligt een aanbod om in verdiepende sessies aan een thema of onderwerp te werken. De inhoud daarvan wordt – in overleg met de aanvrager – bepaald.

Meer informatie over de mogelijkheden? Mail dan naar [email protected]

Meer weten over de landelijke Aanpak 16-27 waarvan deze Leercirkels onderdeel zijn? Meld je hier aan voor de maandelijkse nieuwsbrief!