Editie 1

Nederland veranderd/t

We staan voor transities van energie en van het landelijk gebied, voor opgaven als wateroverlast en droogte, en voor een verandering van onze manier van wonen. Hoe zorgen we ervoor dat ons culturele erfgoed in al dat ‘verandergeweld’ niet het onderspit delft? Waarom hebben we dat erfgoed juist nu zo hard nodig? Wat zijn voorbeelden om trots op te zijn? En waar moet nog wat gas bij? In vier edities met telkens vier inspirerende bijdragen over ‘erfgoed in de leefomgeving’ maken we de balans op.

In deze editie:

Rijksbouwmeester Floris Alkemade:

‘Denk na; wat wil je met dit land’

“Veranderingen zijn niet negatief, maar juist een kans om Nederland mooier, hechter en schoner te maken. Zeker als je dat samen met andere partijen doet.” Dat is de boodschap van rijksbouwmeester en ‘architect van het jaar’ Floris Alkemade. Volgens hem is er een wereld te winnen.

1.1-Ronde2-FlorisAlkemade-0170

“Nederland heeft geen vaste vorm”, stelt Alkemade meteen maar vast. “Nederland verandert namelijk voortdurend, omstandigheden veranderen, cijfers veranderen. En we passen ons continu aan. Als je het over erfgoed hebt, heb je het over de cultuur van aanpassen. Twee generaties geleden zagen we vooral veel grote huishoudens, tegenwoordig is veertig procent van de huishoudens alleenstaand. Wat betekent dat? En als we een toevloed aan vluchtelingen hebben, is er dan een vluchtelingencrisis? Of is er eerder sprake van een huisvestingscrisis? Is Nederland vol? Of staat Nederland leeg? Kun je een ‘probleem’ of een opgave ook zien als motor van vernieuwing en verbetering?”
Het hangt allemaal af van de positie die je inneemt, redeneert hij. “Wat is je perspectief? En kun je vanuit een ander perspectief ook slimmere oplossingen bedenken? Of liever nog: hoe innovatief worden oplossingen als je samenwerkt met mensen die andere perspectieven hebben?”

Brood en Spelen

Alkemade moedigt aan om samen te werken. Hij geeft daar zelf vorm aan met de prijsvraag ‘Brood en Spelen’. Zestien teams werken onder die noemer aan oplossingen voor problemen die de veranderingen op het platteland met zich meebrengen. Zo zijn er teams die zich buigen over vergrijzing, verjonging, andere inzet van populierenhout en natuurontwikkeling. Alkemade: “Deze teams werken aan radicale, realistische en realiseerbare oplossingen. Hier is ontwerpkracht voor nodig. En dit creëer je onder andere door diversiteit in deze teams aan te brengen.”

Ieder team bestaat in ieder geval uit een architect, aangevuld met een boer, een landgoedeigenaar of een natuurbeheerder. Domeinen worden bij elkaar gebracht, indien nodig wordt extra deskundigheid ingevlogen. Bovendien worden alle teams bijgestaan door een coach. Alkemade: “Ik merk aan alles dat er verlangen is om het anders te doen.”

Stad èn platteland: A-kwaliteit

Nederland is de tweede exporteur van voedsel. Ook als we de vier grote steden niet meetellen is Nederland nog steeds de vijfde economie van Europa. “Maar”, zegt Alkemade: “Het platteland verdient extra aandacht. Natuurlijk zijn dit fantastische cijfers. Ik weiger dan ook mee te gaan in de tweedeling tussen stad en platteland die vaak wordt gemaakt. Ze hebben elkaar nodig, zijn complementair aan elkaar. Dit is wat Nederland is: stad èn platteland. Beide met A-kwaliteit.”
We moeten ons wel afvragen wat we met dit land willen. Alkemade: “Erfgoed is geen doel. Het is eerder een middel om te kijken wat je ermee kunt, gezien de uitdagingen die er nu liggen. Dus pak je kansen: er is een enorme dynamiek op het platteland. Het zorgt voor meer dan alleen voedselproductie. Landschap is een essentiële vestigingsfactor. Heb hier aandacht voor!”

Denk ook aan toekomstige generaties die over tientallen jaren onze keuzes beoordelen, vindt hij voorts. “‘Vlogen jullie toen echt voor 35 euro naar Barcelona? Hebben jullie de Bijlmer gesloopt? Lieten jullie de bodemkwaliteit zo slecht achter voor ons?’”

‘Ik merk aan alles dat er verlangen is om het anders te doen.’

Veranderende omstandigheden

Het moet anders, stelt Alkemade. “Ons landschap is enorm veranderd, alleen al door de verandering in de productie van energie. Van hout en turf, zijn we via kolen, olie en gas aan het overstappen naar zon, wind en warmte. Telkens heeft de energiewinning zijn sporen achtergelaten in de ruimtelijke ordening van het land.”
De komende decennia zal er meer dan ooit een beroep gedaan worden op ons vermogen om het land op een slimme manier aan te passen aan veranderende omstandigheden, denkt hij. “Zelden is er een generatie geweest die aan de slag moet met zulke verstrekkende en relevante maatschappelijke opgaven. De klimaatadaptatie, de hervorming van de landbouw, de verstedelijking en de energietransitie, het zijn stuk voor stuk opgaven waarvan we allemaal de gevolgen zullen ervaren, in ons landschap en in onze levensstijl.”

Koerswijziging

Een belangrijk element daarin is de huidige intensieve wijze van voedselproductie. Deze is niet langer houdbaar en gaat ten koste van het landschap, de natuur, de bodemkwaliteit, de biodiversiteit, het milieu en de volksgezondheid, vindt Alkemade. “Nederland teert in op zijn maatschappelijke vermogen. De boeren zelf profiteren evenmin van deze bedrijfsvoering. Het is hoog tijd voor een koerswijziging.”

‘Nederland teert in op zijn maatschappelijke vermogen.’

New Deal

Waar hij dan aan denkt? “We moeten toe naar een nieuwe deal tussen boer en maatschappij. We laten de boeren weer een eerlijk inkomen verdienen. Landbouw moet duurzaam worden en circulair. De opbrengsten van deze New Deal zijn aanzienlijk: een eerlijker inkomen voor de boeren, schoon water en schone lucht, een gezonde bodem, meer biodiversiteit en een aantrekkelijk landschap. Dit betekent dat we zuinig moeten zijn met onze open ruimte en landbouwgrond: bouw nieuwe woningen en bedrijven zo veel mogelijk in bestaand bebouwd gebied en beperk zo de druk op de landbouw die alle ruimte nodig heeft om te verduurzamen. Verplaats industriële landbouw naar bedrijventerreinen en plaats geen zonneweides op landbouwgrond.”

Panorama Nederland

Op 6 december heeft het College van Rijksadviseurs ‘Panorama Nederland’ gepresenteerd. “Dit panorama biedt een toekomstperspectief voor de ruimtelijke inrichting van Nederland, als antwoord op grote vragen die er op dit moment zijn.

Wie is Floris Alkemade?

Als rijksbouwmeester geeft Floris Alkemade gevraagd en ongevraagd advies aan de overheid, onder andere over de ruimtelijke kwaliteit, energietransitie, overstap naar duurzame landbouw en de bouwopgave. Hij is rijksbouwmeester sinds 2015 en afgelopen jaren organiseerde hij drie prijsvragen (‘A home away from home’, ‘Who cares’ en ‘Brood en Spelen’). Hiermee wil hij de architectuurgemeenschap stimuleren om een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland. Zijn zichtbaarheid en het mobiliseren van de architectuurwereld werd zeer gewaardeerd door een jury: onlangs werd hij uitgeroepen tot architect van het jaar 2018.

Playing the game: bouwen aan nieuwe verhalen

Herbestemmen is een strategisch spel. Het verlangt souplesse en alertheid om de juiste componenten – plek, mensen, middelen en tijd – samen te brengen. Het vereist een sterk verbond tussen diverse belanghebbenden om samen te bouwen aan een nieuw verhaal. De basis voor zo’n verbond is een goed gesprek. Tijdens de netwerkconferentie ‘Nederland veranderd/t’, konden bezoekers dat spel spelen en onder leiding van het H-team tools testen om het gesprek over actuele transformatieopgaven te stimuleren en te verrijken. Een kort verslag op film.

Het verhaal van een dijk

‘Participatieproces essentieel voor behoud cultureel erfgoed’

De dijk is van ons allemaal. Het is belangrijk om iedereen in een zo vroeg mogelijk stadium bij plannen rondom dijkversterking te betrekken. ‘Want samen creeëren we meer’, stellen Barbara Speleers (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) en Henriëtte Nonnekens (Waterschap Rivierenland/Graaf Reinaldalliantie).

Vroeger al bood het voordelen om nabij een dijk te wonen; denk aan visserij en waterverkeer. Hele dorpen ontstonden aan of op maximaal een kilometer afstand van de dijk en toen was ook al duidelijk dat daar risico’s aan kleefden. Mensen gingen daarom vaak op zandkoppen wonen en huizen werden op terpen gebouwd.
In de negentiende eeuw kende ons land veel dijkdoorbraken. Telkens weer zijn er aanpassingen gedaan. Door veranderende klimatologische omstandigheden en nieuw opgestelde veiligheidsnormen worden deze ook nu weer van ons verlangd. Een van die aanpassingen is de verzwaring van de dijk tussen Gorinchem en Waardenburg, over een traject van 23,5 kilometer. Barbara Speleers: “Wat doe je met het culturele erfgoed nabij dijken? Hoe vind je de balans tussen verzwaren en het behouden van cultureel erfgoed op en om de dijk? En hoe is het met de relatie met het landschap? Is de dijk zelf ook onderdeel van het landschap? En wat te doen met waterstaatkundig erfgoed als overlaten en sluizen?”

Ensembles

Henriëtte Nonnekens: “We voerden dit project uit in een alliantie: de aannemerscombinatie Waalensemble (bestaande uit drie aannemers), met als vaste partner het adviesbureau en Waterschap Rivierenland. Essentieel in het proces was daarnaast de samenwerking met de omgeving waar die dijk onderdeel van is. We hebben al in de pre-verkenningsfase een participatieproces opgesteld. Dat maakt dat het cultureel erfgoed een ingebouwde plek heeft gekregen.”
Een belangrijke plaats in het participatieproces werd ingenomen door de ensemblewerkgroepen. Aan bewoners 

rond de dijk werd gevraagd wat voor hen belangrijk is en wat volgens hen de knelpunten en de kansen zijn. Nonnekens: “Vijf specifieke locaties aan de dijk zorgden voor veel input, deze hebben we nader onderzocht. We noemden deze locaties ‘ensembles’. De bewoners die hierover meedachten waren georganiseerd in ensemblewerkgroepen. Hun input hebben we vervolgens verwerkt in een voorkeursalternatief voor dijkversterking.”

Uitersten

Dat voorkeursalternatief was een eerste stap om te komen tot het uiteindelijke plan. Nonnekens: “Voor elke locatie op de dijk zijn keuzes gemaakt. We zijn stapsgewijs gaan bouwen aan het voorkeursalternatief en bijschaven op het moment dat belanghebbenden aangaven dat we te ver gingen. Daartoe hebben we drie uitersten bedacht, alternatieven waar we nooit voor zouden kiezen. De eerste omvatte een dijkversterking in grond naar binnen toe, de tweede breidde naar buiten toe uit en de derde was er een met damwanden (constructies). In alle vormen deden we verschillende partijen flink tekort. Bewoners, belanghebbenden en overheden kwamen met veel bezwaren. Op basis daarvan hebben we een aantal no-go’s gedefinieerd. En dat heeft tot het uiteindelijke voorkeursalternatief geleid, waarin de positieve elementen van de drie opties een plek hebben gekregen.”
Daarin worden nauwelijks huizen gesloopt. Nonnekens: “Een prachtig resultaat dus waarin het dijklandschap en de cultuurhistorie geborgd zijn.”

De realisatiefase van het proces start in april 2020.

16 Projecten in ‘KEER’:

‘Ontwerpers verbeelden nieuwe toekomsten’

Ontwerpkracht helpt om nieuwe toekomsten te verbeelden, handelingsperspectieven op te stellen en samen de juiste keuzes te maken. Dat is de les van de publicatie ‘KEER’, met 16 voorbeeldprojecten die het verleden duurzaam met het heden en de toekomst verbinden.

De publicatie ‘KEER’ bevat de uitkomsten van het Erfgoed en Ruimte Ontwerpprogramma, opgezet door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. ‘KEER’ is een samentrekking van ‘Klimaatadaptatie’, ‘Energietransitie’, ‘Erfgoed’ en ‘Ruimte’. “Waarmee we willen benadrukken dat we, gezien alle grote maatschappelijke opgaven, op een keerpunt staan. De keuzes die wij nu maken bepalen hoe onze steden, dorpen en landschappen er in de toekomst uit komen te zien. Nederland heeft een ruimtelijke ordeningstraditie om trots op te zijn. De komende decennia wordt daar een nieuw hoofdstuk aan toegevoegd”, stelt Maarten Tas, coördinator van het ontwerpprogramma bij het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

Direct voelbaar

Met het ontwerpprogramma zijn ontwerpers uitgedaagd om samen met erfgoedprofessionals en lokale stakeholders, zoals gemeenten en waterschappen, in concrete casestudies ervaring op te doen met een gebiedsgerichte aanpak van twee van die grote opgaven. Onder de noemers ‘Stedenbouw voor Extremen’ en ‘Nieuwe Energie voor het Landschap’, deden zij onderzoek naar lokale klimaatadaptatie en energietransitie vraagstukken. Tas: “De opdracht was hier passende ruimtelijke oplossingen voor aan te dragen en tegelijkertijd nieuwe betekenislagen aan steden en landschappen toe te voegen.”
En met resultaat. Tas: “De verbeeldingskracht van ontwerpers is ingezet om nieuwe vergezichten te schetsen en ogenschijnlijk tegengestelde belangen te verenigen. Daarmee zijn deze complexe opgaven voor alle betrokkenen direct invoelbaar gemaakt. Deze methode kan dus heel goed helpen om een verbinding te maken tussen wat er lokaal al gebeurt en wat nationaal gewenst is.”