Editie 3

Nederland veranderd/t

We staan voor transities van energie en van het landelijk gebied, voor opgaven als wateroverlast en droogte, en voor een verandering van onze manier van wonen. Hoe zorgen we ervoor dat ons culturele erfgoed in al dat ‘verandergeweld’ niet het onderspit delft? Waarom hebben we dat erfgoed juist nu zo hard nodig? Wat zijn voorbeelden om trots op te zijn? En waar moet nog wat gas bij? In vier edities met telkens vier inspirerende bijdragen over ‘erfgoed in de leefomgeving’ maken we de balans op.

In deze editie:

Acht adviezen

Hoe kunnen we cultureel erfgoed gebruiken om maatschappelijke uitdagingen van nu het hoofd te bieden? En wie moet er dan wat doen? Acht adviezen.

Rob Zakee, adviseur duurzaamheid Hier Opgewekt:

‘Overheid, ga aan de slag!’

“Individuele burgers kunnen veel betekenen in de energietransitie, maar er ontbreekt een breed gevoel van echte urgentie. Vraag aan iemand of hij duizend euro liever aan zonnepanelen of aan een vakantie naar Mallorca besteedt; dan weten we het antwoord wel. Mensen die wel iets willen, worden vaak van het kastje naar de muur gestuurd. Besparen is duur en ingewikkeld. Energiecorporaties kunnen helpen met innovatieve oplossingen en zorgen voor draagvlak.
Echter, energiecorporaties hebben als primair doel energie opwekken en hebben minder oog voor het erfgoed en voor ruimtelijke kwaliteit. Terwijl zonnepanelen en windmolens wel grote impact op de omgeving en het erfgoed hebben. Ook hebben energiecorporaties niet de capaciteit en de instrumenten hier iets mee te doen. Daarom moeten we ze hierbij helpen. De overheid moet helpen om het gesprek te organiseren met de samenleving, kaders stellen. Anders laten we het over aan de marktwerking en daar zitten we niet op te wachten. Dus overheid: ga aan de slag. Zorg voor integrale pilots en wees niet bang om fouten te maken.”

Henriëtte Nonnekens, omgevingsmanager Waterschap Rivierenland:

‘Dijk meer dan waterkerend object’

“Onze waterschappen bouwen mee aan het landschap. En het is de opgave om de gevolgen voor klimaatverandering aan te pakken. In Nederland betekent dit ruimte voor water en het versterken van de dijken. Voor 2050 moeten we duizend kilometer aan dijken versterkt hebben. Een flinke klus met flinke ruimtelijke impact. We kunnen spreken van een nieuwe familie van dijken, als een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van dijken. Dijken die ons al eeuwenlang beschermen. Het vergt wel aandacht. Want een dijk is veel meer dan waterkerend object. Het is vanzelfsprekend ook een ruimtelijk object. Daarom moeten we een ontwerp maken waarin alles bij elkaar komt; omgeving, erfgoed en historie. Waarbij er draagvlak is en alle belanghebbenden de moeite nemen om mee te schakelen met de planning van dat project. Er is een taakstellende opdracht in het kader van de veiligheid. Maar gezien de ruimtelijke impact moet het voorkeursalternatief een groot maatschappelijk draagvlak hebben. Zodat we een dijk bouwen met respect voor het verleden, conform de normering van het heden en die klaar is voor straks.”

Martin van Bleek, adviseur Erfgoed, Gelders genootschap:

‘Erfgoed telt, erfgoed verbindt’

“We zien dat erfgoed behoorlijk goed verankerd is in de Omgevingswet. En dit biedt mogelijkheden. Daarbij is het wel van belang dat kernkwaliteiten goed worden aangegeven in de Omgevingsvisie, want dan kun je het ook daadwerkelijk meenemen in een plan.
Erfgoed telt. Het levert veel mensen een warm gevoel op. Erfgoed heeft een verbindende kracht en zorgt voor draagvlak. Bij participatieprojecten kun je dit goed inzetten. Maar pas op dat er goed en helder verwachtingenmanagement wordt gevoerd. Wees duidelijk wat je wel en niet kunt meenemen. Duidelijkheid is belangrijk. Maar erfgoed kan dus wel een integrerende rol spelen. Hierbij is het essentieel om niet sectoraal te denken, maar vanuit de ruimtelijke opgave, waarbij alle belangen en alle verworvenheden van diverse terreinen worden meegenomen. Daarom mijn oproep: ga daadwerkelijk samen aan de slag, denkend vanuit ruimtelijke opgaven.”

Rinus van ’t Westeinde, Boer en Natuur:

‘Landschap vermarkten’

“Ik zie kansen als we in de keten stukjes landschap gaan vermarkten. In Engeland doen ze dat al behoorlijk goed; daar zouden wij nog wat van kunnen leren. Idee is dat we bovenop elke aardappel of elk ander willekeurig product een financieel  plusje doen. Iets wat de consument dat betaalt. Een deel daarvan komt ten goede aan de boer, en een deel aan initiatieven waarbij cultureel erfgoed wordt ingezet als inspiratiebron voor maatschappelijke uitdagingen van nu. Zo brengen we beide dichter naar de consument.”

Gertjan de Boer, gemeente De Ronde Venen:

‘Veranderen is de enige constante’

“We kunnen cultureel erfgoed prima gebruiken als inspiratiebron voor maatschappelijke uitdagingen van nu. Kijk bijvoorbeeld naar hoe we vroeger omgingen met elektriciteit. We bespaarden toen zoveel meer dan dat we nu met moderne technieken voor elkaar krijgen. En kijk maar eens naar alle kennis die we hebben over polderlandschappen en waterhuishoudingen. We kunnen dus veel leren van ons cultureel erfgoed. Maar dat mag nooit een vrijbrief zijn om veranderingen tegen te houden. Want veranderen is de enige constante.”

Lex Albers, SHHV:

‘Stip op de horizon’

“Hoe kunnen we in historische binnensteden slim energie opwekken en werk maken van klimaatadaptatie? Je kunt immers geen zonnepanelen plaatsen op een kerkgebouw. En een versteende historische binnenstad maak je niet zomaar even groen om zo voor verkoeling tegen hittestress te zorgen. In mijn optiek is verduurzaming alleen mogelijk met een integraal plan waarbij je van tevoren nog niet alle oplossingen weet. En er is een stip op de horizon nodig. Wetende dat we onderweg over ongebaande paden zullen moeten gaan.”

Roeland Smit, provincie Overijssel:

‘Oefen met omgekeerd perspectief'

“Een integrale aanpak, waarin je het gebied waar het om gaat centraal stelt; dat is de beste manier om de identiteit van dat gebied aan op te hangen. Zo benaderden wij voorheen de IJsselvallei vanuit het perspectief van twee provincies: Gelderland en Overijssel. Nu is het andersom. Het gaat om de IJsselvallei. Die staat centraal. En de provincies waarin dat ligt zijn dan ‘randzaken’. Met dat omgekeerde perspectief moeten we gaan oefenen. Dat kan goed in het oosten. Want hier hebben we nog ruimte om te experimenteren.”

Wietske ter Veld, oud docente integrale milieukunde en oud politica:

‘We moeten het met elkaar doen’

“Zodra iets zeldzaam wordt, is er meer oog voor. Dat is altijd al zo geweest. Ik zie dat nu ook terug in hoe er naar ons landschap en naar natuur wordt gekeken: er is meer gevoel voor. Bij bestuurders, bij allerlei soorten overheden. En dus is er een momentum om door te pakken. Die opdracht ligt bij bestuurders, bij bewoners en bij natuurorganisaties. Mooi voorbeeld is hoe ze dat bij de Hunze hebben gedaan in Drenthe. Deze voormalige rivier meandert weer zoveel mogelijk volgens de historische loop. Niemand mag denken: ‘Dat komt wel goed’. We moeten het met elkaar doen.”

Cultuurhistorie kennisbron voor klimaatstresstest:

In 4 stappen profiteren van historische watersystemen

Wat kun je als gemeente leren van je historische watersysteem? En hoe kun je die kennis inzetten bij de stresstest klimaatadaptatie? De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed ontwikkelde samen met een aantal gemeenten een aanvulling op de stresstest. Centraal staan vier stappen, waarbij historische oplossingen en stedelijk erfgoed onderdeel van de stresstest worden.

Klimaatadaptief werken is niets nieuws; het is karakteristiek voor de manier waarop we al eeuwenlang onze leefomgeving inrichten en beschermen. De oplossingen die in het verleden zijn bedacht, kunnen ook van nut zijn voor de problemen van nu. Kennis over het verleden biedt dan zowel inzicht in het watersysteem, als aanknopingspunten voor mogelijke oplossingen. Hiervoor is kennis nodig over die historische watersystemen, bijvoorbeeld van stadsarcheologen of historische verenigingen en van oude kaarten. Vervolgens moet er met verschillende partijen intensief samengewerkt worden om te komen tot slimme oplossingen. Als de volgende vier stappen zorgvuldig worden genomen, worden cultuurhistorie en gemeentelijke eigenheid niet alleen meegenomen, maar functioneren zelfs als basis voor het maken van klimaatadaptief beleid.

Stap 1 – Kaartanalyse

Via gemeentelijke en regionale archieven, waterschappen en de websites van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn diverse gedetailleerde historische kaarten beschikbaar. Door deze kaarten met elkaar te vergelijken kan vrij eenvoudig de ontwikkeling van watersystemen in beeld worden gebracht. Inzicht in de oorsprong van en de veranderingen aan bijvoorbeeld grachten, weteringen, kreken, dammen, sluizen, duikers en dijken helpt om de huidige problematiek te verklaren. Ook de verstening en de verharding van een stad kan zo goed in beeld worden gebracht.

Stap 2 – Ontrafel het systeem in een bredere context

Het is niet voor het eerst dat we met overstromingen, wateroverlast, hitte en droogte te maken krijgen. Door de eeuwen heen zijn interventies in het landschap gedaan om droge voeten te houden. Soms succesvol en soms niet. Ontrafel dit systeem. En omdat de waterhuishouding in een stad of dorp bijna altijd onderdeel uitmaakt van een groter systeem, is het van belang om bij het ontrafelen altijd verder te kijken dan de gemeentegrens. Denk dan ook aan locaties van oude waterschapsgrenzen, die door verschillende fusies in de vergetelheid zijn geraakt. Dit allemaal is verhelderend om de huidige waterproblematiek te verklaren.

Stap 3 – Maak gebruik van lokale kennis

Haal kennis op bij bijvoorbeeld de gemeente-archeoloog, archivaris en de plaatselijke historische vereniging. Betrek deze experts bij de kaartanalyse en organiseer een gesprek met diverse specialisten. Denk dan aan een historisch-geograaf, fysisch-geograaf, hydroloog, rioolbeheerder en een stedenbouwkundig ontwerper. Benut deze lokale kennis. De ongebruikelijke combinatie van experts levert nieuwe inzichten en verrassende invalshoeken voor oplossingen op. De historische vereniging kan bijvoorbeeld uitzoeken welke oude panden nog een waterkelder beschikken, de rioolbeheerder kan aangeven of een gedempte gracht nog aanwezig is als onderdeel van het rioolstelsel.

Stap 4 – Stuur aan op inventieve oplossingen

Bespreek kansen en knelpunten tijdens de risicodialoog. Deze is bedoeld om de bevindingen uit het onderzoek in breed verband te bespreken en te komen tot praktische kennis en bruikbare (ontwerp)oplossingen. Benut vooral de historische kennis en kijk of oude waterstaatkundige elementen en structuren nog een rol kunnen spelen in de huidige opgaven. Juist een combinatie van historische systemen met moderne technologieën kan leiden tot innovatieve oplossingen.

‘Boven het maaiveld’:

Zelf aan de slag met de ruimtelijke inpassing

Wat is de impact van windmolens en zonneparken op ons cultuurlandschap? ‘Boven het maaiveld’ maakt de ruimtelijke impact van energiebeleid via schaalmodellen en virtual reality (VR) inzichtelijk voor een polder in het veenweidegebied. Zo kun je zelf aan de slag met de ruimtelijke inpassing en ontdekken waar kansen en uitdagingen liggen. Weten hoe dat gaat? Bekijk dan deze korte impressie op film.

Week van het Lege Gebouw

Leegstaand erfgoed in de creatieve snelkookpan

‘De Week van het Lege Gebouw’ klinkt als de Open Monumentendagen, maar is een creatieve manier om met studenten tot verrassende ideeën voor leegstaande gebouwen te komen. Onderwijs, interdisciplinair werken en erfgoedbehoud komen hier samen.

Wat doe je met een leegstaand gebouw? Dat was in 2013 de vraag bij het onderkomen van de Rijksgebouwendienst aan de Raamweg in Den Haag, een gebouw dat toen leeg kwam te staan. Met een experiment werden in één week door studenten bouwkunde en aanverwante opleidingen de mogelijkheden in kaart gebracht en onderzocht.
Nu al vijf jaar vindt deze Week van het Lege Gebouw plaats. Door studenten vanuit verschillende disciplines samen te brengen, komen ideeën los waarop studenten van één discipline niet snel zouden komen. Gastsprekers voeden hen met deskundige inzichten. Voor de studenten een mooie kans om theorie in de actuele praktijk toe te brengen. Tegelijk wordt herbestemming gevonden voor het desbetreffende gebouw.

Vijf stappen

In vijf stappen gaan de studenten aan de slag. Elke dag één stap. De eerste dag verkennen ze het gebouw. Ze brengen er een bezoek aan. Ze zien, ruiken, horen en voelen de ruimten. Op dag twee doen de studenten onderzoek naar het gebouw: hoe is de constructie, wat is de geschiedenis, wat zijn de kernkwaliteiten, wat is er in de omgeving? Er wordt een kernverhaal gemaakt. Op de derde dag maken de studenten een concept rond het kernverhaal. De vierde dag staat in het teken van het verder uitwerken en concretiseren van het concept. De laatste dag mogen de studenten hun voorstellen presenteren. Een jury beoordeelt ze.

Casus: officierscasino

Hoe effectief is zo’n herbestemmings-snelkookpan? Tijdens de conferentie ‘Nederland veranderd/t’ gaan deelnemers met verschillende disciplines aan de slag. Niet vijf dagen, maar een half uur. “Eigenlijk wel prettig, zo’n snelkookpan”, aldus een deelnemer. “Je neemt snel besluiten en gaat meer op je basisgevoel af.”

CyberHeim

Voorliggende casus is het officierscasino van de nazi’s in Soesterberg uit 1941, een gebouw in een T-vorm midden in de bossen. De vraag die voorligt, is of je iets met die beladen geschiedenis doet, of je duurzaamheid erin verwerkt, of je iets doet met de bevolkingskrimp in de regio.
Het officierscasino ligt vlakbij de A28, maar ook bij het Nationaal Militair Museum in Soest, dat juist in een modern gebouw zit. Voor een groepje deelnemers dat met de casus aan de slag gaat is dit aanleiding om het thema om te keren: waar in een modern gebouw het militaire verleden wordt belicht, zou in zo’n oud gebouw de toekomst onder de aandacht moeten komen. Enerzijds komt de zwarte bladzijde in de geschiedenis aan de orde, anderzijds wordt in dit ‘CyberHeim’ aandacht besteed aan hoe met moderne technieken een geweldloze oorlog gevoerd wordt.
Voor een andere groep is de geschiedenis van het gebouw reden om er juist een plek te maken waar de vrede wordt gevierd: er is sport, spel en theater mogelijk. Je kunt er overnachten, in een nieuw te bouwen pand ernaast, en in de weekenden wordt het gebouw verhuurd, onder andere voor de bewoners in de omgeving.

Aanvullen

Een derde groep komt op een vorm van ‘Dark Tourism’: hier is ruimte voor de verhalen die scholieren anders niet snel horen – de minder heldhaftige verhalen uit de Tweede Wereldoorlog. De laatste groep richt zich ook op de jeugd: die wordt geprikkeld met verbinding, verblijf, vermaak en verbazing. En voor deze groep moeten er natuurlijk ook  versnaperingen te verkrijgen zijn.

Bij alle groepen was de samenwerking tijdens de snelkookpansessie goed. “We vulden elkaar goed aan”, zegt een deelnemer. “We kwamen op ideeën waar we anders niet op gekomen waren.”