Editie 4

Nederland veranderd/t

We staan voor transities van energie en van het landelijk gebied, voor opgaven als wateroverlast en droogte, en voor een verandering van onze manier van wonen. Hoe zorgen we ervoor dat ons culturele erfgoed in al dat ‘verandergeweld’ niet het onderspit delft? Waarom hebben we dat erfgoed juist nu zo hard nodig? Wat zijn voorbeelden om trots op te zijn? En waar moet nog wat gas bij? In vier edities met telkens vier inspirerende bijdragen over ‘erfgoed in de leefomgeving’ maken we de balans op.

In deze editie:

'Erfgoed Telt’

Josje Schnitzeler, projectmanager Erfgoed en Ruimte (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) blikt terug op de conferentie ‘Nederland veranderd/t’ en kijkt vooruit hoe het nieuwe beleid ‘Erfgoed Telt’ ons kan helpen bij de maatschappelijke opgaven van morgen.

‘Erfgoed is inspiratie- en kennisbron’

Historische watersystemen onderlegger voor wateropgaven van nu

Menno Kosian (Rijksdienst voor het Cultureel Eerfgoed) ziet erfgoed niet als struikelblok maar als inspiratiebron. “Voor de huidige wateropgaven – denk aan droogte, veiligheid, kwaliteit, bodemdaling, berging en hittestress–, is het van groot belang om kennis te hebben over de historische watersystemen. Die kennis helpt ons om de uitdagingen van nu aan te gaan.”

Kosian is onderzoeker ruimtelijke analyse bij de afdeling Landschap van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Zijn betoog verraadt een grote liefde voor die historische context. Met graagte toont hij oude kaarten, boeken, atlassen en beeldmateriaal van terpen, dijken en oude waterwegen. “Kennis van toen helpt je bij beslissingen van nu”, zegt hij. Hoe zijn de waterschappen ontstaan? Waar liepen de scheidslijnen door de eeuwen heen? Waarom lopen die scheidingen onafhankelijk van politieke en bestuurlijke machtsstructuren? Hoe komt het dat in het Vechtgebied relatief veel kleinere waterschappen bestaan? Wie is nu waarvoor verantwoordelijk en waarom?

Keuzes van gisteren

Kosian: “Voor de antwoorden moet je terug naar de historische situatie. Je kunt ook zeggen ‘De keuzes van gisteren zorgen voor de ellende van vandaag’. Denk bijvoorbeeld aan de problemen met de oevers bij de Vinkeveense Plassen. Het veen valt weg, water breidt uit en onderhoudskosten voor huiseigenaren zijn torenhoog. Dit heeft veel te maken met het langdurige recht van uitturving dat Gouda destijds afgaf. Recenter denk ik aan waterkwaliteit en biodiversiteit in het Markermeer. Dit neemt af omdat het goed werkende verversingskanaal werd afgesloten in verband met bouw van Leidsche Rijn.”

Historisch materiaal gedigitaliseerd

Wat Kosian wil benadrukken is dat historische systemen die vroeger zijn bedacht mogelijk kunnen bijdragen aan oplossingen van de problemen van nu. “Vaak zijn ingrepen in een watersysteem technisch van aard, zoals het vergroten van de afwateringsbergingscapaciteit. Of juist economisch, om het stadsbeeld en de toeristische aantrekkelijkheid te vergroten. Informatie uit de historische waterschapsarchieven kunnen relevant zijn voor die keuzes, maar die informatie is vaak niet digitaal beschikbaar. Kaarten liggen in archieven van hoogheemraadschappen die niet onbeperkt toegankelijk zijn. Daarom zijn we nu, samen met VU SpinLab en Rijkswaterstaat bezig om beheerkaarten van West-Nederland te digitaliseren, met daarin alle relevante objecten. We kunnen nu bijvoorbeeld de metingen van Bolstra over de positie van de polders uit 1745 vergelijken met de huidige metingen. Ook krijgen we door de digitalisering meer inzichtelijk hoe mensen uit die tijd hebben nagedacht over watersystemen en welke oplossingen ze ontwikkelden.”

Model van historische verandering van Deventer

Adaptatie of acceptatie?

Tegelijkertijd kunnen we ook niet alles oplossen. Kosian: “Als je het over Nederland hebt, heb je het over water. Nederland is al eeuwenlang het ‘afvoerputje van Noordwest-Europa’ als we het hebben over smeltwater en regen. En al die eeuwen zijn hiervoor al oplossingen bedacht. Maar we kunnen niet alles en dat moeten we accepteren. In die zin is het niet verstandig om nieuwbouwwijken te bouwen in gebieden met kwelwater. Het is vragen om problemen. Dat hadden we kunnen voorkomen door te kijken hoe de rivieren in vroeger tijden door het gebied meanderden. En buitendijks wonen? Tuurlijk kan dat. Maar houd dan wel rekening met het water en zorg voor vloedplanken.”
In Kampen is de Burgerwacht weer in ere hersteld, de hoogwaterbrigade. Kosian: “Ik vind dat prachtig, ook dat is burgerparticipatie. Maandelijks oefenen met zandzakken en vloedplanken. Met een biertje na. En in het Rotterdamse Museum District is een ondergrondse parking ontworpen, met waterkelders. De bak is iets dieper gemaakt, om water te kunnen bergen. Met erfgoed kun je dus ook nieuwe oplossingen verzinnen! Erfgoed als inspiratie dus en niet als struikelblok.”

Advies: werk samen

Kosian adviseert om bij toekomstige beslissingen andere disciplines op te zoeken. “Werk als gemeenten nauw samen met waterschappen, stadsarcheologen en historici. Zorg dat je samen breed zicht krijgt op de historische situatie en gebruik die ook.”

‘Kijk wat oude tekeningen zeggen’

In de Klimaatstresstest moet bepaald worden waar de laagste punten van de stad liggen, waar risicogebieden zijn. “Maar dat weten we al lang, dat is duidelijk herleidbaar uit oude kaarten,” stelt Kosian.
Kijk bijvoorbeeld maar naar Leiden en Kampen. “In Leiden is het laagste punt, de huidige Langebrug, pas in 1956 gedempt. Hier is een groot riool onder gebouwd. Deze kennis moet je meenemen in de berekeningen van je stresstest.”
In Kampen zou de Oude Haven een risico zijn. Kosian: “Maar gezien de historische beslissingen kun je dit stuk juist als berging inzetten. Kijk dus niet alleen naar groene en rode vlekken. Beter is het om vast te stellen of er echt een probleem is. Wat zeggen oude tekeningen? Hoeveel van de huidige infrastructuur kunnen we meenemen in de berekeningen. Dat geeft een eerlijker stresstest.”

Waardenspel brengt erfgoed in de Omgevingsvisie

Cultuurhistorisch erfgoed in de Omgevingsvisie verwerken? Speel dan het ‘waardenspel’ van het Gelders Genootschap en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Speelkaarten met opgaven en denkrichtingen helpen ambtenaren de waarden van erfgoed duidelijk te maken richting collega’s in een interdisciplinair proces. Het spel geeft focus, zodat je sneller tot een duidelijk verhaal komt.

In de geest van de nieuwe Omgevingswet wordt cultuurhistorisch erfgoed onderdeel van een integrale visie voor de ruimtelijke omgeving; geen sectoraal beleid meer. Dan zal erfgoed moeten aanhaken bij het gehele beleid. Dat kan het beste door het erfgoed vanuit kernkwaliteiten waarden te geven die kunnen aansluiten op lokale opgaven (zoals verduurzaming, mobiliteit of hittestress). “Belangrijk is om vervolgens focus aan te brengen”, zegt Martin van Bleek van het Gelders Genootschap. “Want als je alles belangrijk vindt, wordt uiteindelijk niets belangrijk.”
Wanneer je de vastgestelde waarden vervolgens in een verhaal vat, kun je in een interdisciplinair gesprek met collega’s van andere diensten de mogelijkheden van cultuurhistorisch erfgoed in de totale Omgevingsvisie verwoorden. Waarden kunnen zijn: een aantrekkelijke leefomgeving, maar ook – concreet – duisternis, stilte of sociale binding.

Denkrichtingen

Een middel dat helpt om die waarden te bepalen en een link te vinden met maatschappelijke opgaven, is het waardenspel. Dat is ontwikkeld door het Gelders Genootschap en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Het is een processpel dat ambtenaren laat nadenken over de kernwaarden van hun monument, historisch landschap of beschermd dorpsgezicht. Vervolgens kunnen spelers kaarten kiezen met denkrichtingen en opgaven die binnen hun gemeente spelen. Dit is de start van een gesprek over aansluiting van het erfgoed op die opgaven.
Voorbeeld van een denkrichting binnen duurzaamheid is: energieneutrale oplossingen voor historische bouwsystemen. In de praktijk zien we zo’n oplossing in het Rotterdam Waterproject: de oude singels dienen om de stad af te laten koelen. De singels nemen regenwater op bij piekbelasting en voeden de bomen langs de singel voor opname van CO2 en fijnstof.
Ander voorbeeld is een denkrichting binnen wonen: woonfuncties koppelen aan historische bebouwing. In Eindhoven is het Philips-terrein Strijp-S hiervan een praktijkvoorbeeld. Dat is een cultureel en creatief hart geworden. Oude fabrieken zijn nu woongebouwen met een mix van woonmilieus doordat verschillende groepen samenkomen.

In verhalen vatten

Vanuit een vastgestelde ambitie voor erfgoed kun je deze in een verhaal vatten en daar belanghebbenden bij betrekken. Zo kun je naar collega’s de belangen van erfgoed duidelijk maken, zodat ze steviger en meer geïntegreerd worden opgenomen in de Omgevingsvisie.
Enkele inzichten die door de integrale manier van kijken dan boven kunnen komen:

  • Deel wat je weet over het erfgoed met de buitenwereld.
  • Maak verhalen rond de kernwaarden die aansluiten op ambities in het licht van opgaven.
  • Vertaal erfgoed naar kwaliteit in de leefomgeving.
  • Zoek coalitiepartners in je doelen.
  • Denk buiten de (erfgoed) lijntjes.

Opbrengst: nieuwe inzichten en oplossingen

Cultuurhistorie geeft energie

Samen voegen we steeds een nieuwe laag toe aan onze geschiedenis. De overgang naar een andere vorm van energievoorziening heeft een groot effect op de leefomgeving. In onze tijd worden steeds meer vormen van duurzame energie zichtbaar in het landschap. Zonne-energie, windenergie en biomassa eisen hun plek op.

Nederland is energieland. Door het energievraagstuk te verbinden aan cultuurhistorische erfgoedstructuren kunnen nieuwe inzichten en denkrichtingen worden ontwikkeld. Kan de cultuurhistorie van Drenthe inzichten en oplossingen bieden voor het ontwikkelen van energielandschappen?
Saskia van Dijk is adviseur cultuurhistorie in de provincie. Samen met adviesbureau Het Oversticht onderzoekt de provincie op welke wijze de cultuurhistorie van Drenthe inspiratie en gereedschap kan leveren aan de energie-opgave. “Energietransitie is een van de grootste opgaven waar we voor staan. De impact op het landschap en het erfgoed is groot. Het is zaak iedereen daar tijdig bij te betrekken. Er is draagvalk, acceptatie en actieve participatie nodig.”

Drie conclusies

Niet alleen de ruimtelijke geschiedenis is inspiratiebron, Van Dijk vroeg zich ook hardop af hoe de bijbehorende samenleving, die het landschap destijds creëerde, was georganiseerd.”
Het resultaat vat zij samen in drie belangrijke conclusies:

1. Verhaallijn: Ruilverkavelingen

Ruilverkavelingen geven blijk van een overkoepelende en samenhangende visie op het landschap en de bouwstenen ervan. Ze hebben het huidige landschap in Drenthe herkenbaar en leesbaar gemaakt. Er werd vooruitgedacht; de ontwerpen hielden rekening met mogelijke dorpsuitbreidingen. Door voorlichting werd de bevolking voorbereid op een gemoderniseerd bestaan. 

'Er werd vooruitgedacht. Er ontstond een soort casco.'

Van Dijk: “Cruciaal hier was de rol van de local leader, iemand die het vertrouwen van de bevolking genoot en geloofde in het nut van de beoogde vernieuwing.” Versnipperde percelen landbouwgrond werden samengevoegd, geëgaliseerd en ontsloten door een nieuw stelsel van (water)wegen. Tegelijkertijd werd een nieuwe groenstructuur ontworpen die de basis vormde voor het tot elkaar komen van burgers en buren. “Er werd vooruitgedacht, er ontstond een soort casco.”Het heeft ruimtelijk en sociaal maatschappelijk een waardevol en robuust landschap opgeleverd. Van Dijk: “De ontwikkeling voor het draagvlak was hierbij cruciaal. Dit gebeurde zowel top-down als in samenspraak met de boeren en hun gezinnen. Deze aanpak leert ons dat de inzet van een leider en ruimte voor participatie en tijd voor het ontwikkelen van betrokkenheid belangrijk zijn.”

Vertaal dat naar het energielandschap in Drenthe van nu: dit landschap kan onderdeel uitmaken van een nieuwe integraal ontworpen landschappelijk raamwerk dat gebaseerd is op de verschillende landschapstypen.

2. De Drentse Energie Code

Volgens Van Dijk is er bij verschillende partijen behoefte aan een Drentse Code voor energietransitie. Een code waarin Drenthe de uitgangspunten en principes vastlegt die het gezamenlijk vertrekpunt vormen. “Het gaat dan over omgangsvormen onderling, over samenwerking en over omgang met het landschap en de cultuurhistorische waarden.”

Inzicht in de wordingsgeschiedenis van het Drentse landschap kan bijdragen aan de acceptatie van de veranderingen in het landschap.

Lerend van de landschapsgeschiedenis hanteert Drenthe bij de huidige energietransitie drie sleutelprincipes:

  1. Borg de balans tussen initiatieven van binnen en van buiten en zorg voor de balans in de lusten en lasten hiervan.
  2. Omdenken. Waar kan de energietransitie een waardevolle investering zijn in het landschap? Optimaliseer daarbij de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap. 
  3. De factor tijd. Een goede omgang met de tijdelijkheid van een ontwikkeling en de toekomstwaarde ervan is medebepalend voor de kwaliteit van een initiatief.

3. Publiekscampagne

Gemeentes en energiecoöperaties willen het gesprek met het publiek aangaan en hebben aangegeven daar hulpmiddelen voor nodig te hebben. Evident is dat er inzicht ontstaat in de omvang en het tempo van de transitie. Ook inzicht in de wordingsgeschiedenis van het Drentse landschap kan bijdragen aan de acceptatie van de veranderingen in het landschap. ‘De energietransitie is voor iedereen en overal zichtbaar en voelbaar. Lessen uit de Drentse geschiedenis helpen bij een zorgvuldige realisatie’, dekt de centrale boodschap van een regionale publiekscampagne waarin de verhaallijn en de sleutels van de Drentse Energie Code de basis vormen. Dit kan vorm krijgen door bijvoorbeeld gesprekstafels, masterclasses, lespakketten een fototentoonstelling en een ruimtecoach energietransitie.

‘Ruimte voor agrarisch landschap en erfgoed’

Landbouw als motor voor een aantrekkelijke leefomgeving

‘Ruimte voor Agrarisch landschap en erfgoed’ is de titel van een brochure die laat zien hoe gewerkt kan worden aan een betekenisvol landschap, met landbouw als de motor voor een aantrekkelijke leefomgeving. De voorbeelden in de publicatie beschrijven op het schaalniveau van boerderij, erf en landschap welke strategieën er zijn om cultureel erfgoed in te zetten bij de verandering van de agrarische landbouw door landschap.

Nederland verandert continu. Ook vandaag staan we voor nieuwe transformaties. Hoe kunnen landschap en agrarische bedrijfsvoering samengaan? Wat zijn de zorgpunten en wat zijn de kansen? Welke rol kan erfgoed daarin spelen? Hoe waarborg je de streekeigenheid van het landschap? Professionals uit het hele land gingen daarover met elkaar in gesprek en zochten de dialoog met de agrariërs. Vanuit de verschillende schaalniveaus worden drie manieren besproken om met erfgoed om te gaan; in stand houden, inpassen en transformeren. Het resultaat is een mooie praatplaat voor de toekomst.