Vraagestafette

Met 700 deelnemers uit het bedrijfsleven, de overheid, het onderwijs en het maatschappelijk leven komt veel kennis samen. Wij laten die kennis circuleren: welke vraag heeft u aan een andere partij, en kunt u de vraag van weer een andere partij beantwoorden? Negen deelnemers vormen een vragenestafette.

Doorgeefvraag van Birgitta:

Wat is bij jullie het grootste issue qua circulaire economie?

Christy Kool, afvalverwerkingsbedrijf Meerlanden:
“Wij halen gescheiden afval op en verwerken dat onder meer via vergisting en compostering. Onze uitdaging is dat we met alle afvalverwerkers van Nederland nog meer gaan werken naar de standaardisatie van aangeleverde materialen, zodat we ze nog zuiverder en hoogwaardiger kunnen verwerken.”

Doorgeefvraag van Christy:

Is jouw organisatie bezig met het scheiden van afval?

Andries Offringa, Centraal Bureau voor de Statistiek:
“We produceren bij het CBS niet heel veel afval, wel hebben we bijvoorbeeld gescheiden afvalbakken in de kantine. Toch kan het beter. Bij de grote schoonmaak gooien we nog teveel weg zonder te scheiden. We zitten wel in een duurzaam gebouw, aangesloten op het grondwater en met een groen dak.”

Doorgeefvraag van Andries:

Dit is een toetsvraag – is de Nederlandse export van plastic afval naar China de afgelopen  jaren toe- of  afgenomen?

Sandra Onwijn, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat:
“Ik had niet verwacht dat het überhaupt gedaald zou zijn, maar flink afgenomen zeg je? Dat laat wel zien dat we zelf met oplossingen moeten komen om ons plastic afval te verminderen en recyclen. Wat dat betreft is het heel mooi dat het Plastic Pact wordt gelanceerd. We zijn op de goede weg.”

Doorgeefvraag van Sandra:

Wat is jouw bijdrage aan de circulaire economie dit jaar?

Pepijn Duijvestein, Dr2 New Economy:
“Ik ga nog kritischer zijn op het ontwerp van mijn woonark met bio-based en circulaire bouwmaterialen. Door het gesprek aan te blijven gaan met architecten, techneuten en leveranciers wil ik laten zien dat je echt anders kunt bouwen: effectiever en betaalbaar, met positieve impact op het milieu en werkgelegenheid.”

Doorgeefvraag van Pepijn:

Hoe maken we circulaire denken de standaard in de Nederlandse maatschappij?

Jonna Tjapkes, ASN Bank:
“Circulair denken moet zo’n intrinsiek onderdeel worden van onze maatschappij dat je er als consument niet meer bij stil hoeft te staan. Als alle producten circulair zijn, waar je ze ook koopt, dan wordt circulair denken vanzelfsprekend. Met initiatieven als het Plastic Pact kunnen we een einde maken aan de wegwerpcultuur.”

Doorgeefvraag van Jonna:

Hoe zorgen we dat circulaire ideeën van jonge ondernemers uitgevoerd worden?

Pieter-Balth Linders, Remondis:
“Jonge ondernemers hebben een andere kijk op de wereld en op wat een businessmodel succesvol maakt. Gevestigde partijen denken nog vaak in financieel rendement en te weinig in maatschappelijke rendement. Dat botst soms. We hebben daarom een werkvorm nodig waarbij de oude en de jonge economie elkaar beter leren verstaan.”

Doorgeefvraag van Pieter:

Hoe kunnen de oude en de nieuwe economie elkaar ontmoeten?

Kelly Streekstra, Nationale Denktank:
“Als je verandering wilt creëren en verbinding zoekt, kun je denken aan design-fictie: een ontwerpmethode die een nieuwe toekomstvisie voorstelt, een die totaal anders is dan de wereld waarin we nu leven. Door zich te verplaatsen in die visie kunnen mensen zich voorstellen dat de toekomst anders zal zijn dan de huidige lineaire economie.”

Doorgeefvraag van Kelly:

Hoe inspireer jij jouw directe omgeving meer circulair te denken?

Bram Harkema, Algemene Rekenkamer:
“Ik hoorde vandaag dat we wereldwijd miljarden schoenen weggooien en dacht: o nee, daar doe ik ook aan mee! Ik heb me daarom voorgenomen om het met mijn vrienden en familie meer te hebben over waar en wanneer je iets weggooit. Vanaf nu geef ik mijn oude schoenen door. En alle schoenen van mijn vriendin ook.”

Doorgeefvraag van Bram:

Hoe krijgen we alle goede ideeën van vandaag naar buiten, de wereld in?

Birgitta Kramer, Goldschmeding Foundation:
“Ik denk dat we jongeren en ouderen moeten bereiken. Jongeren via YouTubers en social media, met aansprekende voorbeelden die dicht bij ze staan. Ook de oudere generatie is belangrijk: zij maken misschien geen onderdeel meer uit van de arbeidsmarkt, maar hebben wel een grote impact en footprint én veel kennis en ervaring als het gaat om ambachtelijk werken.”