Opvang en onderwijs vanuit onszelf
Terug naar jezelf, terug naar het kind, terug naar waarvoor we het doen. Deze rode draad liep door presentaties tijdens de werkdag van Marcel van Herpen, Helen Reed en Daan Quakernaat heen. Doe je je werk omdat het systeem dat voorschrijft? Volg je het systeem of de verwondering van het kind? En wacht je op een ander of ga je zelf aan de slag? Drie presentaties samengevat.
Marcel van Herpen:
'De mens is
het onderwijs’
Helen Reed:
‘Laat kinderen
nieuwsgierig zijn,
en wees het zelf’
Daan Quakernaat:
‘Durf te dromen
en te doen’
Waarom houd je het kringgesprek altijd op maandagochtend? Waarom niet op bijvoorbeeld donderdagmiddag, als er misschien echt wat aan de hand is om over te praten? Waarom zetten we kinderen in het klaslokaal in groepjes bij elkaar als ze niet met elkaar mogen praten?
Wie heeft de antwoorden? Dit is de verwondering van Marcel van Herpen, auteur van ‘Ik, de leraar’ en ‘Wij, de leraar’ , over hoe scholen te werk gaan. Van Herpen is een van de grondleggers van het ErvaringsGericht Onderwijs en medeoprichter van het NIVOZ. Geen standaard onderwijs waarin lesjes worden afgedraaid die gestuurd worden door toetsen, maar onderwijs waarin elk kind gezien en betrokken wordt en dat uitgaat van wat een kind kan in plaats van niet kan.
Onvoorspelbaar leven
“Ik heb lang gedacht dat het leven en onderwijs onafscheidelijk waren. Door ervaring ben ik er inmiddels van overtuigd dat het twee verschillende werelden zijn”, zegt Van Herpen. “Wij, volwassenen, hebben de intentie om kinderen voor te bereiden op de toekomst. Maar wij weten niet hoe de toekomst eruit ziet. Het leven is onvoorspelbaar. Als er écht iets ingrijpends gebeurt, iets dat er echt toedoet en je leven raakt, dan heb je daar op school meestal geen instructie over gehad. Dan komt het aan op zelfsturing, veerkracht en een sociaal netwerk.”
“Natuurlijk, op school leren kinderen rekenen, taal en een aantal andere vakken. We zijn echter verstrikt geraakt in het systeem. We instrueren, meten, toetsen, administreren, en bepalen waar kinderen niet aan voldoen. En kinderen gaan zich er vervolgens naar gedragen, met alle stress van dien. We willen graag dat ze ergens helemaal voor gaan, maar als het uur om is, moeten ze van ons weer wat anders doen. Hoe moeten kinderen zich betrokken gaan voelen in dit systeem?”
Elkaar leren kennen
Realiteit is dat we ons te druk maken om een curriculum en niet meer kijken naar degene om wie het werkelijk allemaal gaat: het kind, zo stelt Van Herpen. “De uitdaging in het onderwijs is om een kind ruimte te geven om zichzelf te ontdekken. Elk mens heeft talenten. Dat ontdekken, dat kan niet in een gestandaardiseerde omgeving. De mens is het onderwijs. Werkelijk elkaar leren kennen, afstemmen op elkaar, afstemmen op wat het kind kan, dat maakt het hoofd vrij om te leren.”
In de huidige pedagogiek maken we te weinig gebruik van onze zintuigen. Zo stelt onderwijsneurowetenschapper Helen Reed. Terwijl onderzoeken aantonen dat kinderen beter leren en onthouden wanneer ze al hun zintuigen kunnen gebruiken. ‘Hands-on leren’ wordt dat weleens genoemd.
Jonge kinderen willen alles voelen en in de mond stoppen. Dat vinden we normaal. Het onderwijs is echter gericht op kennisverwerking door vooral te zien en te horen. “De tastzin, en dan met name de handen, is belangrijk in het opnemen van informatieprikkels. Fysiek beleven activeert het brein, waardoor je dingen beter onthoudt. Voor optimaal leren moet je alle zintuigen gebruiken.”
Beter taal- en rekenbegrip
Fysieke handelingen bevorderen het taal- en rekenbegrip omdat ze helpen de betekenis en de structuur van een tekst of verhaalsom te begrijpen. Hands-on leren bevordert ook de fijne motoriek. “Met een goede hand-oog-coördinatie kun je taken beter en sneller uitvoeren.” Daarnaast voelen kinderen zich meer betrokken bij het leren als ze daarbij kunnen handelen, ontdekken en doen. “En bij hands-on activiteiten krijgen alle kinderen de kans om uit te blinken.”
Tenslotte draagt hands-on leren bij aan ruimtelijk inzicht: kinderen leren over ruimtelijke vormen en relaties en ze ervaren begrippen als onder en achter letterlijk. “Dat is nodig voor verbeelding en visualisatie, het vermogen om hele scenes in het hoofd af te beelden. Dit is een van de belangrijkste vaardigheden om betekenis te kunnen geven aan een narratief.”
Hersenen op scherp
Ruimtelijke activiteiten stimuleren ruimtelijk inzicht. Kleuters die bijvoorbeeld veel met blokken spelen, halen later in het voortgezet onderwijs hogere wiskundecijfers. Omdat de functies voor ruimtelijk inzicht hetzelfde hersengebied gebruiken als waar nieuwe informatie wordt verwerkt – de hippocampus – onthouden kinderen informatie met een ruimtelijke component beter.
Een belangrijke voorwaarde voor leren is nieuwsgierigheid. Dat motiveert onderzoekend gedrag en zorgt dat je dingen beter onthoudt. Dit heeft te maken met het beloningssysteem in het brein, dat dopamine vrijmaakt en hersenen op scherp zet. Als kinderen daarbij ook verrast worden, zullen zij nieuwe informatie nóg beter onthouden. “Nieuwsgierigheid hangt af van hoe zeker of onzeker je bent van informatie.”
Durf niet te weten
Als leerkracht kun je nieuwsgierigheid prikkelen door nét boven de voorkennis van kinderen te zitten. “En ga uit van je eigen nieuwsgierigheid. Jij stelt het voorbeeld. Durf op ontdekkingstocht te gaan en iets niets te weten. Je rol verandert van iemand die vragen beantwoordt naar iemand die vragen uitlokt.”
Mathematikum in ZoetermeerHoe anders is het om spelenderwijs een driehoek of een trapezium zelf te voelen? Of een brug te maken zonder spijkers? Het Mathematikum Museum in het Duitse Giessen zit er vol mee. Een soort Nemo, maar dan op wiskundig vlak.Van 20 januari tot 24 februari 2017 is een tentoonstelling van het Mathematikum in het CKC in Zoetermeer te zien.
Wil je iets nieuws bouwen, moet je dan een compleet plan hebben, rekening houdend met de Arbo, uitgaande van een strakke deadline en ingedekt tegen overschrijdende budgetten? De mensen die de gebouwen neerzetten die wij bewonderen op vakanties hadden geen plan, Arbo, deadline of budget. Om als professional in de opvang en het onderwijs van te leren, meent inspirator Daan Quakernaat.
Ooit stond Quakernaat, auteur van het boek ‘Ga kathedralen bouwen!’, voor de kathedraal van het Franse Reims; op zijn manier: binnen kijken, omhoog, buiten kijken, weer naar binnen. “Hoe konden die Middeleeuwers zo’n verbazingwekkend gebouw neerzetten?”, vroeg Quakernaat zich af. “Zónder de kennis, middelen en technieken die we nu hebben. Vandaag de dag hebben we alles maar zouden we niet aan zo’n imposant bouwwerk durven te beginnen voordat we alles tot in detail hebben vastgelegd, elk risico hebben ingedekt.”
Controle verliezen
We zijn bang geworden om de controle te verliezen, om fouten te maken. Quakernaat: “We vrezen onzekerheid, risico’s, mislukking en tegenslagen. ”Waarop Quakernaat de individuele leraar en pedagogisch medewerker een spiegel voorhoudt: “Waarom zou je de durf niet hebben om een ‘kathedraal’ te bouwen, net zoals de Middeleeuwers? Vertaald naar onze situatie: waarom zou je de durf niet hebben ons onderwijs en onze opvang te vernieuwen? Welke manier van denken hebben we hiervoor nodig? En hoe ga je aan de slag?”
Lef om te bouwen
Vernieuwing begint met een droom van wat volgens jou de ideale situatie is. “Maar”, zegt Quakernaat, “de kans is er dat je droom geen werkelijkheid wordt. Dat kan alleen geen reden zijn om er nooit aan te beginnen. Heb het lef om gewoon te beginnen met bouwen. Reken er maar op dat een keer een muurtje van je kathedraal omvalt. Dat hoort er nu eenmaal bij, het is de prijs die je betaalt voor vernieuwing. Vernieuwing is niet de hele tijd blijdschap. De vraag is hoe je met de tegenslag omgaat. Ermee ophouden is een keuze. Je kunt er ook voor kiezen om fouten toe te geven en ervan te leren. Opkrabbelen en doorgaan. Alleen zo boek je vooruitgang.”
Stortte in de Middeleeuwen een pilaar in, dan kreeg je dat te horen als jij die steen had gelegd: die was voorzien van jouw merkteken. “In het onderwijs zijn jullie weleens te voorzichtig”, trekt Quakernaat de lijn naar het heden. “Het geven en kunnen ontvangen van feedback is namelijk een krachtig middel tot succes.”
Marcel
van
Herpen:
'De mens
is het
onderwijs’
Helen
Reed:
‘Laat
kinderen
nieuwsgierig
zijn, en wees
het zelf’
Daan
Quakernaat:
‘Durf te
dromen
en te doen’
Waarom houd je het kringgesprek altijd op maandagochtend? Waarom niet op bijvoorbeeld donderdagmiddag, als er misschien echt wat aan de hand is om over te praten? Waarom zetten we kinderen in het klaslokaal in groepjes bij elkaar als ze niet met elkaar mogen praten?
Wie heeft de antwoorden? Dit is de verwondering van Marcel van Herpen, auteur van ‘Ik, de leraar’ en ‘Wij, de leraar’ , over hoe scholen te werk gaan. Van Herpen is een van de grondleggers van het ErvaringsGericht Onderwijs en medeoprichter van het NIVOZ. Geen standaard onderwijs waarin lesjes worden afgedraaid die gestuurd worden door toetsen, maar onderwijs waarin elk kind gezien en betrokken wordt en dat uitgaat van wat een kind kan in plaats van niet kan.
Onvoorspelbaar leven
“Ik heb lang gedacht dat het leven en onderwijs onafscheidelijk waren. Door ervaring ben ik er inmiddels van overtuigd dat het twee verschillende werelden zijn”, zegt Van Herpen. “Wij, volwassenen, hebben de intentie om kinderen voor te bereiden op de toekomst. Maar wij weten niet hoe de toekomst eruit ziet. Het leven is onvoorspelbaar. Als er écht iets ingrijpends gebeurt, iets dat er echt toedoet en je leven raakt, dan heb je daar op school meestal geen instructie over gehad. Dan komt het aan op zelfsturing, veerkracht en een sociaal netwerk.”
“Natuurlijk, op school leren kinderen rekenen, taal en een aantal andere vakken. We zijn echter verstrikt geraakt in het systeem. We instrueren, meten, toetsen, administreren, en bepalen waar kinderen niet aan voldoen. En kinderen gaan zich er vervolgens naar gedragen, met alle stress van dien. We willen graag dat ze ergens helemaal voor gaan, maar als het uur om is, moeten ze van ons weer wat anders doen. Hoe moeten kinderen zich betrokken gaan voelen in dit systeem?”
Elkaar leren kennen
Realiteit is dat we ons te druk maken om een curriculum en niet meer kijken naar degene om wie het werkelijk allemaal gaat: het kind, zo stelt Van Herpen. “De uitdaging in het onderwijs is om een kind ruimte te geven om zichzelf te ontdekken. Elk mens heeft talenten. Dat ontdekken, dat kan niet in een gestandaardiseerde omgeving. De mens is het onderwijs. Werkelijk elkaar leren kennen, afstemmen op elkaar, afstemmen op wat het kind kan, dat maakt het hoofd vrij om te leren.”
In de huidige pedagogiek maken we te weinig gebruik van onze zintuigen. Zo stelt onderwijsneurowetenschapper Helen Reed. Terwijl onderzoeken aantonen dat kinderen beter leren en onthouden wanneer ze al hun zintuigen kunnen gebruiken. ‘Hands-on leren’ wordt dat weleens genoemd.
Jonge kinderen willen alles voelen en in de mond stoppen. Dat vinden we normaal. Het onderwijs is echter gericht op kennisverwerking door vooral te zien en te horen. “De tastzin, en dan met name de handen, is belangrijk in het opnemen van informatieprikkels. Fysiek beleven activeert het brein, waardoor je dingen beter onthoudt. Voor optimaal leren moet je alle zintuigen gebruiken.”
Beter taal- en rekenbegrip
Fysieke handelingen bevorderen het taal- en rekenbegrip omdat ze helpen de betekenis en de structuur van een tekst of verhaalsom te begrijpen. Hands-on leren bevordert ook de fijne motoriek. “Met een goede hand-oog-coördinatie kun je taken beter en sneller uitvoeren.” Daarnaast voelen kinderen zich meer betrokken bij het leren als ze daarbij kunnen handelen, ontdekken en doen. “En bij hands-on activiteiten krijgen alle kinderen de kans om uit te blinken.”
Tenslotte draagt hands-on leren bij aan ruimtelijk inzicht: kinderen leren over ruimtelijke vormen en relaties en ze ervaren begrippen als onder en achter letterlijk. “Dat is nodig voor verbeelding en visualisatie, het vermogen om hele scenes in het hoofd af te beelden. Dit is een van de belangrijkste vaardigheden om betekenis te kunnen geven aan een narratief.”
Hersenen op scherp
Ruimtelijke activiteiten stimuleren ruimtelijk inzicht. Kleuters die bijvoorbeeld veel met blokken spelen, halen later in het voortgezet onderwijs hogere wiskundecijfers. Omdat de functies voor ruimtelijk inzicht hetzelfde hersengebied gebruiken als waar nieuwe informatie wordt verwerkt – de hippocampus – onthouden kinderen informatie met een ruimtelijke component beter.
Een belangrijke voorwaarde voor leren is nieuwsgierigheid. Dat motiveert onderzoekend gedrag en zorgt dat je dingen beter onthoudt. Dit heeft te maken met het beloningssysteem in het brein, dat dopamine vrijmaakt en hersenen op scherp zet. Als kinderen daarbij ook verrast worden, zullen zij nieuwe informatie nóg beter onthouden. “Nieuwsgierigheid hangt af van hoe zeker of onzeker je bent van informatie.”
Durf niet te weten
Als leerkracht kun je nieuwsgierigheid prikkelen door nét boven de voorkennis van kinderen te zitten. “En ga uit van je eigen nieuwsgierigheid. Jij stelt het voorbeeld. Durf op ontdekkingstocht te gaan en iets niets te weten. Je rol verandert van iemand die vragen beantwoordt naar iemand die vragen uitlokt.”
Mathematikum in ZoetermeerHoe anders is het om spelenderwijs een driehoek of een trapezium zelf te voelen? Of een brug te maken zonder spijkers? Het Mathematikum Museum in het Duitse Giessen zit er vol mee. Een soort Nemo, maar dan op wiskundig vlak.Van 20 januari tot 24 februari 2017 is een tentoonstelling van het Mathematikum in het CKC in Zoetermeer te zien.
Wil je iets nieuws bouwen, moet je dan een compleet plan hebben, rekening houdend met de Arbo, uitgaande van een strakke deadline en ingedekt tegen overschrijdende budgetten? De mensen die de gebouwen neerzetten die wij bewonderen op vakanties hadden geen plan, Arbo, deadline of budget. Om als professional in de opvang en het onderwijs van te leren, meent inspirator Daan Quakernaat.
Ooit stond Quakernaat, auteur van het boek ‘Ga kathedralen bouwen!’, voor de kathedraal van het Franse Reims; op zijn manier: binnen kijken, omhoog, buiten kijken, weer naar binnen. “Hoe konden die Middeleeuwers zo’n verbazingwekkend gebouw neerzetten?”, vroeg Quakernaat zich af. “Zónder de kennis, middelen en technieken die we nu hebben. Vandaag de dag hebben we alles maar zouden we niet aan zo’n imposant bouwwerk durven te beginnen voordat we alles tot in detail hebben vastgelegd, elk risico hebben ingedekt.”
Controle verliezen
We zijn bang geworden om de controle te verliezen, om fouten te maken. Quakernaat: “We vrezen onzekerheid, risico’s, mislukking en tegenslagen. ”Waarop Quakernaat de individuele leraar en pedagogisch medewerker een spiegel voorhoudt: “Waarom zou je de durf niet hebben om een ‘kathedraal’ te bouwen, net zoals de Middeleeuwers? Vertaald naar onze situatie: waarom zou je de durf niet hebben ons onderwijs en onze opvang te vernieuwen? Welke manier van denken hebben we hiervoor nodig? En hoe ga je aan de slag?”
Lef om te bouwen
Vernieuwing begint met een droom van wat volgens jou de ideale situatie is. “Maar”, zegt Quakernaat, “de kans is er dat je droom geen werkelijkheid wordt. Dat kan alleen geen reden zijn om er nooit aan te beginnen. Heb het lef om gewoon te beginnen met bouwen. Reken er maar op dat een keer een muurtje van je kathedraal omvalt. Dat hoort er nu eenmaal bij, het is de prijs die je betaalt voor vernieuwing. Vernieuwing is niet de hele tijd blijdschap. De vraag is hoe je met de tegenslag omgaat. Ermee ophouden is een keuze. Je kunt er ook voor kiezen om fouten toe te geven en ervan te leren. Opkrabbelen en doorgaan. Alleen zo boek je vooruitgang.”
Stortte in de Middeleeuwen een pilaar in, dan kreeg je dat te horen als jij die steen had gelegd: die was voorzien van jouw merkteken. “In het onderwijs zijn jullie weleens te voorzichtig”, trekt Quakernaat de lijn naar het heden. “Het geven en kunnen ontvangen van feedback is namelijk een krachtig middel tot succes.”