Tip: Start een online campagne over anticonceptie en wensen en grenzen.
Tip: Zorg voor korte lijntjes en beperk ook fysieke afstand (dus loop eens bij elkaar binnen).
TIP: Beter te vaak en te veel voorlichting, dan ervan uitgaan dat jongeren alles al weten.
Tip: Maak van seksualiteit een normaal onderwerp.
Tip: Blijf in gesprek met elkaar.
Tip: Vraag je af wat de doelgroep nodig heeft: stel vragen en luister.
TIP: Begin vanaf groep 1 met seksuele voorlichting.
TIP: Laat jeugdverpleegkundigen voorlichting geven op school.
TIP: Maak als professionals duidelijke afspraken over rolverdeling en verantwoordelijkheid.
TIP: Deel ervaringen uit eigen doelgroep in plaats van alleen (professionele) kennis.
Tip: Bied online gratis trainingsvideo’s aan voor vrijwilligers die met de doelgroep werken.
Tip: Blijf samenwerken en denk niet dat je het zelf allemaal weet.
Tip: Durf met een open mind het gesprek aan te gaan.
Tip: Geef ouders praktische handvatten.
Tip: Maak een landelijke richtlijn voor het mbo voor zwangerschapsverlof.
Tip: Zet vroegtijdig prenatale zorg in en informeer hulpverleners hoe het gesprek aan te gaan.

Kennis in kaart gebracht

Tijdens de conferentie Uitgerekend nu?! konden deelnemers kiezen uit meer dan veertig workshops. In dit e-zine lichten we er een aantal uit. Op deze pagina lees je waarom onderzoek zo belangrijk is.

  • Seksuele en relationele vorming

Wat hebben scholen nodig?

Wat hebben scholen en leerlingen echt nodig om goede relationele en seksuele voorlichting te geven? Om hier meer inzicht in te krijgen, vroeg het ministerie van VWS het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een inventarisatie te maken.

De inventarisatie bestaat uit twee delen, vertelt Ilse Storm van het RIVM. “Het eerste deel beantwoordt de vraag hoe vaak tienerzwangerschappen voorkomen en welke risicofactoren en risicogroepen er zijn. Het tweede deel gaat over collectieve preventie op scholen: wat doen scholen aan relationele en seksuele vorming en welke behoeften hebben leerlingen en docenten voor verdere invulling?”

Conferentie Uitgerekend nu?! (preventie) onbedoelde (tiener)zwangerschappen

‘Leerlingen willen graag meer diepgang en details.’

Risicogroepen

Susan Meijer (RIVM) vertelt dat de risicofactoren en risicogroepen in kaart zijn gebracht door literatuuronderzoek. “De twee risicofactoren van een onbedoelde zwangerschap die we via het onderwijs kunnen beïnvloeden zijn een gebrek aan kennis en vaardigheden en een lage seksuele weerbaarheid,” somt Meijer op. “De risicogroepen zijn meiden met een lage opleiding, een licht verstandelijke beperking, een sterk religieuze achtergrond of een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond.”

Creatieve vormen

Met gesprekken in focusgroepen op tien verschillende scholen, konden 37 docenten en 89 leerlingen hun stem laten horen. Lise Albers (RIVM) vertelt dat docenten seksuele voorlichting graag structureel in het lesprogramma opgenomen willen hebben, en dat ze meer aandacht willen geven aan grenzen aangeven, groepsdruk en sociale media. Leerlingen geven aan dat de voorlichting op school wel aansluit bij hun behoefte, maar dat ze graag meer diepgang en details zouden willen. Het liefst willen ze voorlichting in creatieve vormen en van mensen die aansluiten bij hun belevingswereld. In de woorden van een van de aanwezigen: “Wie zit er nog te wachten op de vijftigjarige biologieleraar die demonstreert hoe een condoom werkt?”

  • Conferentie Uitgerekend nu?! (preventie) onbedoelde (tiener)zwangerschappen Lily van Neer, Gemeente Utrecht en GGD regio Utrecht

‘Ondersteun de ouders’

“Deelnemers wierpen de vraag op in hoeverre de verantwoordelijkheid voor seksuele voorlichting bij scholen ligt. Ouders zijn natuurlijk in de eerste plaats verantwoordelijk. Ik denk dat we iedere kans moeten aangrijpen om hen daarbij te ondersteunen en te stimuleren. Daarmee kunnen we al vroeg beginnen, bijvoorbeeld bij het consultatiebureau.”

  • Zoeken naar lacunes in onderzoek

‘Zoeken naar lacunes in onderzoek'

Het ministerie van VWS heeft ‘Onbedoelde (tiener)zwangerschappen: een zevenstappenplan’ opgesteld. ZonMw werkt in opdracht van het ministerie drie onderdelen ervan verder uit: Groepen met een hoog risico, Beleidsoptimalisatie bij jong en kwetsbaar ouderschap en Kennisprogramma.

Het ZonMw-programma heet ‘Onbedoelde zwangerschap en kwetsbaar (jong) ouderschap’. Voor de ontwikkeling ervan voerde het Verwey-Jonker Instituut een kennissynthese uit. Doel is het inventariseren van bestaande kennis en lacunes en het bijeenbrengen van praktijkvoorbeelden. “Er is heel veel informatie, maar die is erg versnipperd”, constateert Frouke Sondeijker. Zij bracht de beschikbare kennis in kaart en bundelde deze in drie clusters.

‘Wanneer is een zwangerschap ongepland, onbedoeld of ongewenst?’

  1. Definiëring en kennis over hoogrisicogroepen.
    Sondeijker: “Definiëring is belangrijk. Wanneer is een zwangerschap ongepland, onbedoeld of ongewenst? En vanuit wiens perspectief? Richten interventies zich op een specifieke groep en zijn ze dan ook te gebruiken bij andere groepen? Of is de interventie juist heel breed en sluit ze dan wel aan bij een bepaalde groep?” Ook constateert Sondeijker dat de groep ‘jongens’ onderbelicht blijft.
  2. Preventie van onbedoelde zwangerschap en kwetsbaar (jong) ouderschap.
    Sondeijker: “Voor de meeste hoogrisicogroepen zijn er interventies, maar er is nog weinig onderzoek gedaan naar de effectiviteit ervan voor die groepen. Ook is er informatie over de inzet van ervaringsdeskundigen, maar of die inzet helpt bij voorkomen van onbedoelde zwangerschap weten we niet.”
  3. Ondersteuning en zorg bij onbedoelde zwangerschap en kwetsbaar (jong) ouderschap.
    Sondeijker: “Interventies voor kwetsbaar (jong) ouderschap zijn vaak niet specifiek gericht op hoogrisicogroepen. In de literatuur was dan ook weinig informatie beschikbaar over de aansluiting bij hoogrisicogroepen.”

ZonMW gebruikt de kennissynthese voor de verdere invulling en concretisering van het programma en het opstellen van een kennisagenda.

Meer informatie

Op 5 november 2019 vertelt ZonMw tijdens een bijeenkomst meer over de inhoud van de subsidieoproepen van het nieuwe programma ‘Onbedoelde zwangerschap en kwetsbaar (jong) ouderschap.’

Meer informatie

Op 5 november 2019 vertelt ZonMw tijdens een bijeenkomst meer over de inhoud van de subsidieoproepen van het nieuwe programma ‘Onbedoelde zwangerschap en kwetsbaar (jong) ouderschap.’

  • Conferentie Uitgerekend nu?! (preventie) onbedoelde (tiener)zwangerschappen Wietske Kruyswijk, eigenaar Weerbaar in Seksualiteit

‘Ik zie direct kansen’

“Het is moeilijk om een goed overzicht te krijgen van beschikbare kennis, dus ik was benieuwd naar de kennissynthese. Die inventarisatie van onderzoeken wil ik wel hebben. ZonMw nodigde ons uit om mee te denken. Als ik hoor dat er weinig kennis beschikbaar is over dak- en thuislozen, dan zie ik direct kansen. ‘Met welke partners zou ik daarvoor kunnen samenwerken?’, denk ik dan.”

  • Van onbedoeld zwanger naar een weloverwogen besluit

Schroom en isolatie door stigma over abortus

Kennis biedt jonge vrouwen macht in de strijd tegen ongewenste zwangerschappen. Stigma, onbekendheid en schroom hinderen een autonome keuze over zwangerschap en het eventueel afbreken ervan.

Het aantal tienermoeders daalde in tien jaar van 2.543 naar 1.410 en het aantal afbrekingen van de zwangerschap van 4.751 naar 2.658. De complexiteit neemt echter toe. Je wordt je in Nederland al vroeg bewust gemaakt van je eigen seksualiteit, maar als tienermoeder word je als afwijkend gezien.
Ongewenste zwangerschappen komen in de leeftijdscategorie tot 24 jaar vooral voor onder Surinaamse, gelovige en laagopgeleide meisjes. Ook vluchtelingenvrouwen uit landen waar geen aandacht is voor seksualiteit en al helemaal niet voor anticonceptie, vormen een risicogroep.

Pro-life

Tegelijkertijd neemt het stigma over abortus onder jongeren juist toe. Mogelijk doordat ze steeds later voor het eerst seks hebben. Of dat ze onder invloed staan van de pro-life beweging of door de tijdgeest waarin je als jongere zelf keuzes ‘moet’ maken. In ieder geval neemt de druk toe op vrouwen die de zwangerschap willen afbreken. Ze zwijgen erover, raken geïsoleerd en ervaren stress. Hoewel deskundigen van mening verschillen over de relatie tussen abortus en psychische problemen – ‘waren er niet sowieso al problemen?’ – kun je als risicofactoren hiervoor zien:

  1. Druk van anderen
  2. Weerstand van de partner
  3. Gevoelens van betrokkenheid bij het kind
  4. Gebrek aan steun
  5. Anti-abortusactiviteiten
  6. Persoonskenmerken zoals weinig eigenwaarde
  7. Gebruik van ontkennings- en vermijdingsstrategieën
  8. Eerdere abortus

Adoptie

Wanneer de zwangerschap zo ver is dat abortus niet meer kan, kiezen moeders steeds minder vaak voor het afstaan van het kind ter adoptie. Meestal kiezen ze ervoor het zelf op te voeden en soms voor pleegouderschap, waarbij ze het kind nog kunnen zien.

  • Conferentie Uitgerekend nu?! (preventie) onbedoelde (tiener)zwangerschappen