Perspectief op Werk

Verslag vierde landeljke bijeenkomst Perspectief op Werk, 14 september 2020, Muntgebouw Utrecht

De vierde landelijke bijeenkomst van Perspectief op Werk vond op 14 september 2020 plaats in het Muntgebouw in Utrecht. Met dit keer slechts een beperkt aantal deelnemers ‘live’ ter plaatse, gezien de coronacrisis. Er waren daarnaast echter veel deelnemers die het programma online volgden. Het programma zoomde in op de huidige stand van zaken van Perspectief op Werk, de invloed van de coronacrisis op deze plannen en recente ontwikkelingen op landelijk gebied. Dit verslag bevat de hoogtepunten van de bijeenkomst.

De arbeidsmarktregio’s zijn sinds het najaar van 2019 bezig met het uitvoeren van hun regionale Perspectief op Werk-actieplannen. Deze zijn geschreven in tijden van een krappe arbeidsmarkt en hebben tot doel om via een betere samenwerking in de arbeidsbemiddeling meer mensen te laten deelnemen aan de arbeidsmarkt. Mensen die willen en kunnen werken, maar zelf de weg naar werk niet kunnen vinden. De coronacrisis heeft echter een grote weerslag op de arbeidsmarkt, is inmiddels duidelijk. Veel werkgevers hebben het moeilijk en er is een forse toename van werkzoekenden. Veel arbeidsmarktregio’s zien zich daarom genoodzaakt om (een deel van) het actieplan aan te passen. Tijdens de bijeenkomst van 14 september was het voor deelnemers mogelijk fysiek en online ervaringen uit te wisselen, van elkaar te leren en wensen voor de toekomst te definiëren.

Staatsecretaris Bas van ’t Wout in videoboodschap:

'Nog steeds alle reden om optimistisch te zijn'

Arbeidsmarktregio’s zitten in een lastige periode. Maar ondanks de coronacrisis is staatssecretaris Bas van ’t Wout niet somber over de toekomst en over Perspectief op Werk. “Ik geloof dat er, gezien de basis die er staat en met alle kennis en ervaring die wij gezamenlijk hebben, nog steeds alle reden is om optimistisch te zijn”, stelde hij in een korte videoboodschap. Zo zijn er nog steeds werkgevers en sectoren op zoek naar personeel. “Daar ligt een taak voor arbeidsbemiddeling om te zorgen dat vraag en aanbod elkaar vinden”, aldus de staatssecretaris. Het belang van regionale samenwerking kan daarin, in zijn optiek, niet genoeg benadrukt worden.

En toen was er corona...

Raak je net op stoom om in jouw arbeidsmarktregio de actieagenda van PoW te realiseren, duikt er ineens een zeer gevaarlijk virus op. Hoe ga je daar dan mee om?

Dat alles anders is dan voorheen, werd al duidelijk in de opzet van de vierde PoW-bijeenkomst, georganiseerd door het Landelijk Ondersteuningsteam in het Muntgebouw in Utrecht. Die stond niet alleen inhoudelijk in het teken van corona en hoe nu verder. Ook had corona invloed op het aantal fysieke deelnemers.

Dat aantal deelnemers werd – vanwege datzelfde virus – beperkt tot maximaal dertig. Daar stond tegenover dat zo’n vijftig deelnemers uit het hele land virtueel aanhaakten, het plenaire programma op afstand konden volgen en in online ‘gesprekstafels’ met elkaar ervaringen konden uitwisselen.

De andere opzet heeft de kwaliteit van de opbrengsten niet in de weg gezeten. Van de online gesprekstafels zijn aantekeningen gemaakt die in dit verslag verwerkt zijn. Bovendien werd gedurende een aantal momenten de ‘chat’ van de online deelnemers ‘live’ gedeeld tijdens het plenaire programma in het Muntgebouw. Bijvoorbeeld op de vraag om de invloed van corona in één woord te beschrijven.

Dat leidde tot woorden als ‘anders’, ‘bijzonder’, ‘uitdagend’, ‘spannend’ en ‘inspirerend’. Maar de opvallendste bijdrage was in meer dan slechts één woord, maar wel de moeite van het delen meer dan waard: ‘Corona was de eerste test of de samenwerking lukt’.

Uit de opbrengsten van dit verslag zal blijken dat PoW in dat opzicht geslaagd is. 

Analyse: Waar loop jij nu tegenaan?

Even werd in verschillende arbeidsmarktregio’s aan de noodrem getrokken, vanwege corona. Maar al snel werd de PoW-draad weer opgepakt. Centrale vraag is nu wat de nieuwe werkelijkheid betekent voor de uitvoering van de actieplannen. Wat zijn de problemen waar we tegenaan lopen? Aan twaalf fysieke en online gesprekstafels wisselden deelnemers daarover hun ervaringen uit. Met als bovendrijvende conclusie: samenwerken is juist nú essentieel.  

  • Corona betekent voor veel arbeidsmarktregio’s een onderbreking van het proces. Er is aanvankelijk onzekerheid over ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en wat te doen.
  • Werkgevers geven ook aan in grote onzekerheid te verkeren.
  • Regiogemeentes willen nog weleens op de rem trappen omdat zij druk zijn met uitvoering van de ondersteuningsmaatregelen. Daardoor is er even minder focus op wat er regionaal moet gebeuren. Ook andere partners waren aanvankelijk even vooral intern gericht.
  • Corona dwingt om keuzes te maken. De ene regio kiest voor fasering van de oorspronkelijke plannen, en aanpassing van de doe-agenda, de andere gaat juist door met de bestaande ambities. De ene regio kiest voor een focus op de meest kwetsbaren en weer een andere voor het in kaart brengen van kansrijke sectoren. De respons is verschillend. Sommige projecten vallen ook tijdelijk stil.
  • Tegelijkertijd geven regio’s aan dat er weliswaar wat vertraging is opgetreden en er sprake was van een tijdelijke stilstand, maar dat de plannen nog steeds overeind staan en projecten nog (of weer) grotendeels doorlopen. Ook geven regio’s aan dat men elkaar weer heeft gevonden. Punt van zorg is dan weer wel de communicatie, nu partijen elkaar niet meer fysiek kunnen ontmoeten: online blijft wennen.
  • Het was vooral een zware tijd voor praktijkleren en werkfit-trajecten. Daar zijn veel initiatieven compleet stilgevallen.
  • Vraag is ook: hoe ga je om- en bijscholen? Op zo’n manier dat het de pilots en kleinere projecten ontstijgt? Zodat iedereen er ook echt iets aan heeft, en de oplossingen dus duurzaam zijn.
  • Er is een neiging om te gaan handelen, zonder dat er een duidelijk beeld is van wat er precies nodig is. Zo geven verschillende regio’s aan kandidaten voor werk niet goed in beeld te hebben. Ook is de behoefte bij werkgevers niet helder. Dus hoe weten we dat we de goede dingen doen?
  • Geld is vaak het probleem niet. Overal zijn potjes met geld. Maar je moet de weg weten. Dat vraagt om financial engineering. Waar zit wat? Dat overzicht ontbreekt nu nog.
  • Duidelijk is inmiddels ook dat bepaalde sectoren het moeilijk hebben (denk aan de horeca), maar dat er in andere juist weer kansen liggen. Genoemd als kansrijk worden logistiek, techniek en zorg. Maar daar is weinig ruimte om te investeren in de opleiding.
  • Breed gedeeld wordt de conclusie dat samenwerken juist nu essentieel is. De urgentie was er al, door corona wordt deze extra onderstreept.

Reflectie: Wat werkt de afgelopen periode wél of zelfs beter?

Corona heeft de PoW-wekelijkheid flink overhoop gegooid. Maar gelukkig niet alleen in negatieve zin. In veel arbeidsmarktregio’s zien creatieve en innovatieve oplossingen het levenslicht, en dat leidt soms tot verassende resultaten. Een inventarisatie van wat (nog steeds) werkt of zelfs beter werkt, opgehaald uit de gesprekken aan de twaalf gesprekstafels.

 

  • De samenwerking tussen de partijen is ook tijdens corona doorgegaan. Door corona was er soms ook net iets meer ruimte in de agenda’s. Vooral door op de inhoud en beoogde resultaten te blijven zitten. Corona gaf ook juist regelmatig een boost in de samenwerking en communicatie, en leidde in een enkel geval zelfs tot een versnelling. Want de urgentie wordt door iedereen gevoeld.
  • Ook heeft corona het eigenaarschap van partners vergroot. En er ontstond soms ook extra energie en slagkracht vanwege die toegenomen urgentie.
  • Overal ontstaan ook creatieve nieuwe initiatieven, zoals een werkgeverspanel over de invloed van corona (met 400 reacties), jobhunters (Zeeland) die matches maken over organisatiegrenzen heen, sectortafels (Zwolle) en het aanstellen van regionale bedrijfsadviseurs die meegaan met de adviseurs van VNO-NCW om werkgelegenheidsvraagstukken te verbinden aan het WSP (Midden-Utrecht). Doel: dichter op de huid van werkgevers kruipen.
  • Soms is de keuze om PoW juist bewust iets kleiner te maken in de uitvoering. Om daarmee tijd te kopen om na te denken over de toekomst en focus aan te brengen, bijvoorbeeld op kansrijke sectoren.
  • Digitale dienstverlening (o.a. online matchingsplatforms en coaching op afstand) neemt in belang toe. Er kan opeens heel veel digitaal wat eerst niet kon. Denk ook aan de ontwikkeling van NLWerktDoor. Dat vraagt om meer aandacht voor de ontwikkeling van digitale tools in relatie tot bijvoorbeeld scholing. Maar fysieke dienstverlening blijft van belang.
  • Om mensen van werk naar werk te begeleiden is het UWV in o.a. Rotterdam, Tilburg en Utrecht gestart met mobiliteitsteams. Zij gaan op zoek naar matches tussen werknemers die op de bank zitten en grote werkgevers. Deze business-to-business benadering is gericht op bemiddeling tussen bedrijven. Ook zijn in sommige regio’s arbeidsbureaus aangehaakt in regionale actieteams. Zij handelen snel en pakken door.
  • Er is ook sprake van bemiddelingen die juist makkelijker gaan. Denk aan distributiecentra die ontploften, zoals Picnic. Dat leidde soms tot snel af te handelen bulkaanvragen (van 100 personen).

Vooruitblik: Wat heb je (voor Perspectief op Werk) nodig?

Nu de eerste schok verwerkt is en de PoW-samenwerkingsverbanden de blik weer op de uitvoering van hun plannen hebben gericht, is het ook goed nog wat verder vooruit te kijken. Wat hebben we nodig voor de volgende stappen? Onderstaand een bloemlezing van de belangrijkste inzichten, gedestilleerd uit de gesprekken aan de virtuele en fysieke gesprekstafels tijdens de vierde landelijke conferentie.

  • Inzicht, draagvlak, vertrouwen en actiegerichtheid. Dat is allemaal nu nodig. En het vermogen om over je eigen grenzen heen te kijken.
  • PoW staat in de steigers en de opgezette structuur werkt doorgaans prima. Het is belangrijk om ook EZ hier meer in mee te nemen. Immers: de verwachte instroom van werkzoekenden zal een brede ondersteuning en human capital agenda nodig hebben. Immers: niet alleen de klassieke kwetsbare groepen gaan hun baan verliezen.
  • Het is belangrijk om beter de verbinding te maken met werkgevers. Hun input is van belang. Communicatie via de achterban van VNO-NCW kan bijvoorbeeld beter. Er is ook netwerkverbreding nodig met het regionale mkb, voor meer respons uit de markt. Per sector en per branche, bijvoorbeeld via werkgeverspanels. Al is het maar om goede voorbeelden te delen. Het is nodig vaker met elkaar om tafel te gaan en de stip op de horizon te zetten. En om de deuren nog meer open te zetten.
  • Sector- en branchegerichte samenwerking kan helpen om de werkgever te ontzorgen. Het is van belang dan steeds aan te geven wat het de werkgever oplevert.
  • Zet nu in op opleiden in praktische zin. Voor de grote projecten waar BV Nederland mee bezig is: onderhoud van infrastructuur, woningbouw, het bereiken van duurzaamheidsdoelstellingen. Zoek de relatie met bedrijven en laat opleiden daar een deel van zijn. En ontwikkel landelijk projecten op een bepaald aantal sectoren.
  • Ontwikkel een gezamenlijk opleidingstraject voor UWV en gemeenten: hoe gaan we verder? Met daaraan gekoppeld een werkwijze 2.0.
  • Zorg ervoor dat de aandacht niet te veel gaat naar nieuwe doelgroepen, want dan verschuift de focus te veel weg van de groep met een afstand tot de arbeidsmarkt.
  • Maak de opbrengsten inzichtelijker: creëer daarvoor een PoW-dashboard.
  • PoW staat voor samenwerking en vertrouwen. Dat zou ook in de verantwoording verankerd moeten zitten. Daarbij past het niet om je tussentijds te moeten verantwoorden over aangepaste plannen. Dat kost alleen maar onnodig energie. Ook is het zaak de regio’s daarbij voldoende vrijheid te geven: iedereen zit immers in een andere fase.
  • Er is nu veel druk en een roep om nieuwe ideeën en crisisdienstverlening. Daarbij is de vraag: hoe gaan we alles wat we nu al doen goed borgen? Want er is al veel. Het gaat er om dat wat er is te versterken. En niet in de reflex te schieten om heel veel nieuwe dingen op te tuigen.
  • Geef meer tijd dan de einddatum van 1 april 2021. En biedt ruimte voor hogere doelen op een hoger abstractieniveau en voor meerjarenplannen die anticyclisch zijn. Zo maken we PoW duurzamer.

‘De opgave is niet voorbij’

Niet alles opnieuw doen, maar binnen de bestaande structuren volgende stappen zetten: dat is wat Camiel Janssen, projectleider van Perspectief op Werk voor de komende periode belangrijk vindt.

Hij onderkent dat de nieuwe realiteit voor de arbeidsmarktregio’s een lastige is. “Juist dan is het goed om met elkaar inzichten te delen en even aandacht te geven aan wie wat extra ondersteuning nodig heeft. Want de opgave is nog niet voorbij.”

Vacatures in kaart brengen en vervolgens zo goed mogelijk matchen: langs die lijn moeten we ook nu verder, stelt hij. “En dan bij voorkeur binnen de bestaande structuren. Zodat we niet alles opnieuw gaan doen.”

Hulp komt er wel in de vorm van regionale mobiliteitsteams. Met ontschot budget om de stap naar werk te maken. “Hoe we dat precies gaan invullen, daar zijn we nog niet uit. We hebben bovendien geen berg aan financiële middelen tot onze beschikking, dus we zullen dat slim moeten doen.”

 

error: Content is protected !!