Perspectief op Werk

Verslag derde landeljke bijeenkomst Perspectief op Werk, 28 oktober 2019, Suoernova Utrecht

Op maandagmiddag 28 oktober vond in Supernova in Utrecht de derde Landelijke Bijeenkomst van Perspectief op Werk plaats. De bijeenkomst had, net als de twee eerdere bijeenkomsten, het karakter van een werkconferentie. Doel is actief kennisdelen. Zodat deelnemers met energie en nieuwe inspiratie met de uitvoering van hun plannen aan de slag kunnen. Dit verslag bevat de hoogtepunten van de werkconferentie.

Staatsecretaris Tamara van Ark ziet al mooie voorbeelden

Tamara van Ark, staatssecretaris van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ziet nu al mooie voorbeelden, voortkomend uit Perspectief op Werk (PoW). Tijdens de derde landelijke bijeenkomst trapte zij af met deze videoboodschap, waarin zij het nut en belang van PoW onderstreept: “Het is nodig en urgent, want te veel mensen staan nu nog langs de kant: mensen die kunnen en willen werken.” 

Zij roept op tot een structurele samenwerking tussen alle betrokken partijen in de verschillende arbeidsmarktregio’s: publieke en private partijen. “Want PoW gaat nu naar een nieuwe fase: die van het ‘doen’. Dus laten we van elkaar leren, ervaringen uitwisselen en elkaar blijven inspireren.”

Vier arbeidsmarktregio’s: zover zijn zij!

Hoe ver zijn de arbeidsmarktregio’s met de uitvoering van hun PoW-plannen? Een rondje langs de velden: de situatie in de Achterhoek, Zuid-Kennemerland en IJmond, Haaglanden en Zeeland.

 

Edwin van der Vliet, Achterhoek:

‘Vier kansrijke sectoren benoemd’

“In de Achterhoek staan wij aan het begin van een mooie doe-agenda, gebaseerd op de uitkomsten van een arbeidsmarktanalyse. Op basis daarvan hebben wij vier kansrijke sectoren benoemd: zorg, techniek, handel en schoonmaak (in dit laatste geval betreft het de beroepsgroep). We zijn trots op de gezamenlijke focus. Maar nu moeten we het nog wel gaan doen. Dat is de vervolgstap waar we voor staan. Grote vraag daarbij is hoe we verschillende initiatieven voor verschillende doelgroepen met elkaar gaan verbinden. Want er is al best veel en elk project heeft een eigen opdrachtgever en eigen financieringslijnen. Het kost veel kracht, tijd en aandacht om daar de juiste verbindingen tussen te leggen.”

 

Annemiek van Outvorst, Zuid-Kennemerland en IJmond:

‘Qua uitvoering aan het begin’

“Haarlem neemt als centrumgemeente het voortouw, maar we staan qua uitvoering nog wel echt aan het begin. PoW heeft ons gedwongen om ons meer op werkgevers- en werknemersorganisaties te richten. Zo zijn er meer bestuurlijke contacten met regionale werkbedrijven en dat is positief. Inhoudelijk hebben we een aantal kansrijke sectoren benoemd: zorg, horeca, energie, techniek en dienstverlening. We proberen bovendien in kaart te brengen wat we al per doelgroep doen, om de verbinding tussen de activiteiten scherp te houden. Ook willen we de werkgeversdienstverlening gaan versterken. Zorg is wel hoe we alle ideeën gaan uitvoeren, want als beleidsambtenaren moeten we dit ‘erbij’ doen.”

 

Jorg Bauer, Haaglanden:

‘De structuur staat’

“Ook wij staan aan het begin. De structuur staat. We hebben een projectgroep, een stuurgroep en drie werkgroepen: Werkgever centraal, Kandidaat in beeld en Kandidaatontwikkeling. In de projectgroep zit een goede energie en er is veel commitment. In de werkgroepen is het nog meer een kwestie van aftasten. Daar hebben we te maken met verschillende organisaties met hun eigen dynamiek, en hun eigen belangen. We zijn trots op de beweging die we samen maken, maar de vraag is nu wel hoe we het samenwerkend vermogen nog meer kunnen vergroten. En wat er na twee jaar blijft staan van alles wat we gaan ondernemen.

 

Peter Meulenberg, Zeeland:

‘De flow is positief’

“In het voorjaar hebben wij met alle partijen een kwantitatieve opgave gedefinieerd: hoeveel mensen we uit de bakken naar werk willen toeleiden. Daarbij kiezen we voor duurzame plaatsing, met alles wat daarbij hoort. Belangrijk voor ons is daarnaast om de werkgeversdienstverlening in Zeeland meer te uniformeren. Nu zijn er vier WSP’s met elk een eigen werkwijze en eigen cultuur. Doel is om via een gezamenlijke stip op de horizon tot integratie van taken te komen. Dat zou echt een fikse stap voorwaarts zijn. De flow is positief. Ik ben wel benieuwd hoe het gaat uitpakken als we echt aan de slag gaan.” 

9 Aandachtspunten

Aan acht tafels bogen vertegenwoordigers van de verschillende arbeidsmarktregio’s zich over de leerpunten, aandachtspunten en openstaande vragen voor de toekomst. Negen besproken aandachtspunten uitgelicht.

  1. Soms zijn de snelheden van de partners (in aanpak) verschillend. Zo hebben onderwijsinstellingen voor besluitvorming vaak veel tijd nodig, terwijl werkgevers juist snelheid willen. Soms moet een proces ook gewoon de tijd krijgen.
  2. De organisatie van de samenwerking in de regio is belangrijk, niet (per se) de (plaatsings)targets. Hoe kunnen we het samenwerkend vermogen vergroten? Want die is vaak nog fragiel. Dat onderwerp moet continu op de agenda blijven staan.
  3. Lastig blijft: hoe regisseer je verschillende projecten met verschillende eigenaren van diverse organisaties? Hoe kom je dan tot actie?
  4. Pas op voor verkokering. Er zijn veel regelingen, subsidies en programma’s met overlappende doelen. Hoe verbindt je die? Zonder dat dit veel tijd en energie kost?
  5. Hoe gaan we het project ‘bemensen’? Want je komt er niet door het er even ‘bij’ te doen. Het is nodig om daar capaciteit voor vrij te maken, liefst in de vorm van iemand die onafhankelijk van de partijen staat.
  6. Hoe krijgen we ook werkgevers van het mkb aangehaakt? Die zijn vaak minder georganiseerd en gefragmenteerd. Hoe bouw je daar een band mee op?
  7. Hoe verder te handelen nadat werkgever en werkzoekende elkaar gezien hebben? Hoe kan je de volgende stap maken naar de juiste dynamiek? En hoe koppelen we überhaupt? Een eenduidig profiel ontbreekt. Per regio zijn er verschillen over wat een ‘profiel’ precies inhoudt.
  8. Er zou meer communicatie moeten zijn over relevante landelijke ontwikkelingen, zoals competentietaal. Zodat regio’s beter weten wat ze nu al kunnen doen.
  9. Aandachtspunt blijft ook om regionale en lokale belangen bij bestuurders goed te managen. Want lukt het hen om het lokale niveau te ontstijgen? Dat vraagt wellicht om een goed plan op regionaal niveau.

Tafelronde 2

Doorpraten op urgente thema's

Wat zijn de meest urgente thema’s om over door te praten? Dat was de vraag die centraal stond bij tafelronde 2. Per tafel werd een keuze gemaakt. Favoriete onderwerpen waren de aansluiting van werkzoekenden- en werkgeversdienstverlening en het betrekken van werkgevers. Een greep uit de punten die bij deze thema’s besproken zijn:

Aansluiting werkzoekende- en werkgeversdienstverlening

– Het is een uitdaging te voldoen aan de (kwalitatieve) vraag van werkgevers. Vaak blijkt er geen match met het kandidatenbestand mogelijk. Bovendien is na plaatsing nazorg belangrijk. Wellicht via Troubleshooters of ‘ontzorgingsteams’? Daar is dan wel budget voor nodig… En wellicht een onderzoek naar de (bestaande) aanpak van maatwerk.

– Het huidige dienstverleningssysteem werkt niet. Er is wellicht bij gemeenten meer interne sturing nodig. 

– De overheid kan wellicht meer richting geven over hoe de dienstverlening georganiseerd moet worden in de regio’s. Denk aan de SUWI wetgeving. Duidelijke kaders helpen.

– Het is belangrijk om alle instrumenten in kaart te brengen en hoe we daarmee om kunnen gaan. Meer harmoniseren kan wellicht helpen.

– Er is behoefte aan generieke definities. Werkfit is bijvoorbeeld een containerbegrip. De definitie ervan wordt nu vooral door de werkgever bepaald. Maar wanneer ben je dat eigenlijk? En kunnen we hen ertoe aanzetten om anders te denken: minder in diploma’s, meer in competenties?

– Idee kan zijn om de twee werelden echt fysiek bij elkaar te brengen, bijvoorbeeld door zowel vanuit werkgevers- als werknemersdienstverlening gezamenlijk de gesprekken af te nemen. Zoals ze in N-W Veluwe doen. Het resultaat is dat ze van elkaar leren en elkaar beter snappen.

– Insteek bij matching zou niet zozeer een functieprofiel moeten zijn, maar focussen op wat een werknemer en werkgever gemeen hebben (op competentieniveau).

– Hoe zorgen we ervoor dat zowel voor werknemers als voor werkgevers duidelijk is hoe het proces eigenlijk gaat en wie waarvoor verantwoordelijk is? Daar duidelijkheid in scheppen kan ook helpen.

Betrekken van werkgevers

– Hoe laten we werkgevers en de publieke sector met elkaar praten? Hoe zorgen we ervoor dat ze elkaar beter snappen en het ‘goede’ gesprek voeren? Wellicht door regiomanagers van de ‘publieken’ in een zaal te zetten met accountmanagers van de werkgevers: ga het maar organiseren, dat toekomstgerichte samenwerken…

– Werkgevers moeten meer geholpen worden. Zij hebben niet altijd door dat de arbeidsmarkt veranderd is, omdat zij niet altijd vacatures hebben. Zij doen het dan zoals zij altijd al deden… Weten we bovendien wel wat zij exact nodig hebben? Kunnen de voormalige SW-bedrijven daar misschien een rol in spelen?

– Het aanboren van grotere groepen werkgevers is heel lastig. Vaak lukt het wel op het individuele niveau. Maar hoe maak je dat groter? Hoe bereiken we bovendien die laag van werkgevers die nu nog niets doet? Waar vinden we het mkb? En wat hebben we precies wel en niet aan branche-organisaties?

– Kunnen we meer gebruikmaken van het mbo? Dat heeft namelijk vaak al veel contact met werkgevers.

– Als we werkgevers eenmaal mee hebben is het belangrijk om ze erbij te houden. Nu krijgen ze vaak te maken met een enorme formulierenstroom. Met het risico op afhaken. Kunnen we deze stroom vereenvoudigen? Of een servicedesk inrichten? En wellicht helpt het ook om bijeenkomsten over inclusieve thema’s te organiseren, met een interessant programma. Namens alle partijen. Zoals: “Hoe gaan we samen het aanbod van morgen maken?”

KplusV begeleidt lerende evaluatie

Leren van wat de verschillende arbeidsmarkregio’s onderweg tegenkomen bij uitvoering van hun PoW-plannen: dat is wat Loes Bijskens van KplusV ‘lerend evalueren’ noemt. KplusV heeft van het Landelijk Ondersteuningsteam PoW de opdracht gekregen om zo’n lerende evaluatie vorm te geven.

Bijskens: “Idee is dat we gedurende het proces de leeropbrengsten continu monitoren. Dus niet alleen na afloop, maar juist ook onderweg. We doen dat niet kwantitatief. In plaats daarvan kijken we naar het proces: wat gebeurt er en wat zijn de mechanismen daarachter? Zo monitoren we op inhoud met behulp van structurele feedbackloops.” Op dit moment werkt KplusV een evaluatiekader uit dat richting gaat geven aan dit proces.

Dit heb ik geleerd

Wat hebben deelnemers aan de derde landelijke bijeenkomst van Perspectief op Werk (PoW) opgestoken? Wat nemen zij aan kennis of nieuwe inzichten mee naar huis?

Brian Verweij, Noord Holland-Noord:

‘We hoeven niet alles zelf te bedenken’

“Ik vond het interessant om te merken dat we allemaal met dezelfde dingen bezig zijn, maar dat de ene regio net iets verder is dan de andere. We hoeven niet alles zelf te bedenken. Ik heb nieuwe kennis opgedaan over competentiegericht werven. Omgekeerd hoop ik dat deelnemers iets van mij geleerd hebben.”

Annemiek van Outvorst, Zuid Kennemerland en IJmond:

‘Meer inzoomen op governance’

“Het is goed om te zien dat overal zo’n beetje dezelfde knelpunten spelen. Volgende keer zou ik wel graag wat meer op governance willen inzoomen. Want hoe krijg je die omslag die je met elkaar wilt, als je met meerdere partijen samenwerkt? Wie heeft het dan op welk moment voor het zeggen? Dat is nog best een lastig vraagstuk.” 

Anne Deelen, VNO-NCW Brabant en Zeeland:

‘Goede voorbereiding is het halve werk’

“We maken afspraken met onze partners en staan aan de vooravond van de start. Dat gaat soms minder snel dan we willen. Vandaag heb ik geleerd dat ik soms nog meer duidelijkheid nodig heb. Een pas op de plaats kan daarbij helpen. Eerst kijken waar we staan en zorgvuldig te werk gaan. Want een goede voorbereiding is het halve werk.”

Ondersteuningsteam blijft actief

Het Landelijk Ondersteuningsteam van Perspectief op Werk (PoW) blijft op verschillende manieren arbeidsmarktregio’s helpen bij de uitvoering van hun plannen. Dat stelt PoW-projectleider Camiel Jansen.

Volgens Jansen blijft het Ondersteuningsteam landelijke bijeenkomsten en intervisie organiseren, gericht op kennis delen en op nieuwe kennis ontwikkelen. “De landelijke bijeenkomsten zijn bedoeld om met elkaar te bespreken wat er goed en wat er minder goed gaat. Maar ook om suggesties van anderen te horen en geïnspireerd te raken door andere aanpakken. Daarnaast ontwikkelen we een  leeragenda waarin we thematische werken en goede aanpakken en instrumenten uitwerken in richtinggevende adviezen voor structurele samenwerkingsverbeteringen.” Ook blijft het Ondersteuningsteam actief regio’s helpen die bij de uitvoering ondersteuning nodig hebben.

Daarnaast komt er ondersteuning op het gebied van communicatie. Jansen: “We hebben een communicatiebureau opdracht gegeven om onze boodschap helder voor het voetlicht te brengen. Ook komt er een toolbox voor communicatie in de regio’s.”

Op korte termijn komt er bovendien een extra themabijeenkomst aan over wat ‘de btw-kwestie’ is gaan heten, nu de financiële impuls per arbeidsmarktregio tot verrassing van sommigen inclusief btw blijkt te zijn. “We komen niet met een oplossing, maar kunnen wel financiële kennis uitwisselen om de schade zoveel mogelijk te beperken.”

error: Content is protected !!