Gemeenten hongerig om van elkaar te leren

Inspiratie opdoen bij succesprojecten van andere gemeenten, onderzoeks­vragen stellen en laten financieren met partnerorganisaties: samen sta je sterker. De Praktijk­Voorbeelden­Parade laat zien hoe. En elke gemeente is welkom.

Cees van Eijk
Henk smid

Nu de eerste fase van de decentralisatie van zorg, werk en jeugdhulp voorbij is, zoeken gemeenten kennis en ervaringen van anderen, merkt Cees van Eijk. Hij is wethouder werk & inkomen, jeugd en diversiteit in Amersfoort. “Eerst zochten ze vooral zekerheden, vooral financieel. Maar nu slaan ze een enorme inhoudelijke slag. Ze krijgen er lol in.”

En gemeenten realiseren zich meer dan ooit dat ze elkaar nodig hebben. Van Eijk: “Vroeger wilden we nog wel eens prat gaan op onze eigen ideetjes, die we allemaal zelf lokaal gingen uitvoeren. Nu willen we zien wat zich bij anderen al bewezen heeft. Geld kun je immers maar één keer uitgeven. Wat we doen, willen we gelijk goed doen.”

Praktijkgericht onderzoek

Dat is koren op de molen van Henk Smid, directeur van financieringsorganisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie ZonMw. Smid is altijd blij met een pleidooi voor meer uitvoering op basis van gedegen kennis, óók binnen gemeenten. “Wij stimuleren praktijkgericht onderzoek, dat relevant is voor hun uitvoeringspraktijk. Er zijn tal van ZonMw-programma’s die zich op gemeenten richten. Mooi om te zien dat veel projecten die wij ondersteunen zich presenteren op de PraktijkVoorbeeldenParade en in dit magazine zijn te lezen.”

Stapje op de ladder

Een mooi voorbeeld vindt hij een project uit Leeuwarden waarbij mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt elkaar helpen aan contacten en zelfvertrouwen. “Indrukwekkend hoe mensen die laag op de participatieladder staan, samen toch weer dat stapje naar boven vinden. Daarvoor zijn moet moed en doorzettingsvermogen nodig. Dat gemeenten in zo’n project investeren, vind ik bemoedigend.” Onderzoek laat zien wat de meest effectieve bestanddelen van de aanpak zijn. “Handig voor andere gemeenten die iets soortgelijks willen opzetten.”

Armoede

Van Eijk kijkt voor Amersfoort onder andere naar Twente voor inspiratie. Zijn parel: Academische Werkplaats Transformatie Jeugd. “Een prachtproject waarbij allerlei organisaties de krachten bundelen om gezinnen in armoede beter te ondersteunen. Praktijkinstellingen, gemeenten, onderzoekers en onderwijsinstellingen werken nauw samen en delen alle kennis en ervaring die ze hebben. Een schoolvoorbeeld van regionale netwerkvorming.”

Van vraag naar bruikbare uitkomst

Stimuleren van dergelijke samenwerkingsverbanden is zo’n beetje de kerntaak van ZonMw. Smid: “Wij financieren onderzoek dat op tal van gebieden toepasbare kennis oplevert. Die kennis moet wel goed gebruikt worden. Daarom is het belangrijk dat ook lokaal organisaties de handen ineenslaan. Het begint met vragen van gemeenten of vragen van mensen uit het veld. Die moeten leiden tot gedegen onderzoek voor onderzoek voor praktijk en beleid.”

Kennisbehoefte

Kun je dan als gemeente zomaar bij ZonMw aankloppen met een onderzoeksvraag? “Natuurlijk”, zegt Smid, “dan kunnen we kijken of dat past binnen onze programma’s. Het zou echter nog beter zijn als gemeenten samen met andere instellingen duidelijk maken aan welke kennis behoefte is. Hoe mooi zou het zijn als gemeenten hun kennisvragen over bijvoorbeeld jeugdzorg, arbeidstoeleiding of sociale wijkteams zouden formuleren? Daar zouden we gezamenlijk iets moois van kunnen maken.”

Hetzelfde schuitje

Ondertussen wordt al veel kennis ontwikkeld voor de lokale praktijk. Het gevaar is dat door de gedecentraliseerde aanpak andere gemeenten onvoldoende van die kennis profiteren. “Juist daarom is het initiatief van de VNG voor zo’n PraktijkVoorbeeldenParade belangrijk”, zegt Van Eijk. “Alle gemeenten zitten in hetzelfde schuitje. Dus we willen weten: hoe doe jij dat nou? Wat kan ik van jou leren?”

Wiel uitvinden

Voorheen werden volgens Van Eijk vaak juist de lokale verschillen benadrukt. “Dan hoorde je: ‘Ja, maar wat in Rotterdam werkt, werkt niet in Houten’. En dus werd overal het wiel opnieuw uitgevonden.” Dat is er nu wel van af: “Tegenwoordig is het veel meer: wat werkt bij jou, waarom werkt het bij jou en wat kan ik daar voor mijn gemeente van leren? Daarom hoop ik dat veel gemeenten bij de PraktijkVoorbeeldenParade vertegenwoordigd zijn om onderling kennis en ervaringen uit te wisselen. Samen weten we meer. Samen leren we meer.”

Dit artikel is gebaseerd op een interview dat eerder in de nieuwsbrief van ZonMw heeft gestaan.

Navigatie