Jeugdhulp

Jeugdhulp

Zuid-Nederland

1 oktober 2018

Onder de loep

LVB’ers: hoe ga je met ze om, wat kun je van ze leren?

Jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) gaan op hun 18e jaar van de Jeugdwet naar de Wmo. Veel gemeenten verliezen dan het zicht op ze. Terwijl hun specifieke problemen om speciale aandacht vragen. Waar moeten gemeenten dan rekening mee houden? En wat kunnen ze van LVB’ers leren?

In onderzoek naar de omgang van professionals met jongeren met een LVB heeft het Lectoraat Sociale Veerkracht Fontys een aantal spanningsvelden vastgesteld. Op nummer 1 staat betuttelen versus ondersteunen. Het is de kunst LVB’ers wel fouten te laten maken maar het niet uit de hand te laten lopen. Het tweede spanningsveld is dat tussen stigmatiseren en signaleren. Oftewel: niet uitsluiten maar wel rekening houden met het feit dan iemand een LVB heeft. Tenslotte is er de spanning tussen lange termijn en resultaatgerichtheid. Met als conclusie: ga als gemeente niet over een nacht ijs bij je LVB-beleid, maar geef het de tijd.

Het onderzoek van Fontys heeft ook uitgewezen dat er al veel ervaringsdeskundigheid is. Hoe kun je dat als gemeente dan benutten? Martien en Yvon zijn twee van zulke LVB’ers. Híj ondersteunt jongeren met een rugzakje bij het werken in het bedrijfsleven (“ik ben goed in netwerken en krijg dingen voor elkaar die anderen niet kunnen”), zíj is van een dood vogeltje veranderd in een jonge vrouw die haar verhaal aan een groep vreemden durft te vertellen. Van hen is het merendeel van de tips hieronder afkomstig.

Tips voor ambtenaren

  • Laat iemand met een LVB met één gemeenteambtenaar contact houden.
  • Heb geduld.
  • Zeg nooit ‘dit kan je niet’.
  • Zoek eerst uit wat LVB’ers kunnen voor je ze bij een productiebedrijf plaatst.
  • Praat niet óver mensen met een LVB maar mét hen.
  • Vraag eerst aan de LVB’er of je het hem moet vragen of diens begeleider.
  • Kijk ook eens op Vraagapp, ontwikkeld voor mensen die de maatschappij ingewikkeld vinden.
  • Wijs LVB’ers op steffie.nl waar moeilijke dingen op een makkelijke manier zijn uitgelegd.

Reactie

‘Een goeie: ze houden ons beperkt’

“Vanuit mijn positie als voorzitter van de Werkplaatsen Sociaal Domein kom ik niet dagelijks met cliënten in contact. Daarom ga ik graag naar bijeenkomsten als deze. Dan zie je hoe belangrijk het is dat je de tijd neemt voor mensen met een LVB. Je ziet hoe ze denken. En hoever ze kunnen komen als je rekening met ze houdt. Wat dat betreft zal een opmerking me altijd bijblijven: ‘Ze houden ons beperkt, veel beperkter dan we zijn’.”

Erna Hooghiemstra (Werkplaatsen Sociaal Domein)

Onder de loep

Amsterdam | Gezin centraal werkt domein-overstijgend

Amsterdam is de transitie van het sociale domein goed doorgekomen. Maar bij die transitie is zo sterk gefocust op het bieden van continuïteit van zorg, dat er geen ruimte was om het systeem fundamenteel anders in te richten.

In Amsterdam draaide een pilot om de specialistische jeugdzorg beter te laten aansluiten op de leefwereld van cliënten, vertelt Kiran Shriemisier, projectmedewerker van Spirit Jeugdhulp. “Onderdeel daarvan is dat je heel nadrukkelijk vraagt wat de jongere (of het gezin) zelf wil: wat biedt perspectief? Vervolgens is de vraag: wat kan iemand zelf? Met acties op korte termijn en op lange termijn. Hiermee stimuleer je eigen kracht. En dan hoop je op doorbraken.”

Het plan is de basis, stelt Shriemisier. Dat is domein-overstijgend “Als begeleider ben je de leeuw van het plan. Daar ga je voor staan. Je moet ervoor zorgen dat het wordt uitgevoerd zoals het gezin dat wil. Maar er zijn partners die eraan sjorren. Soms zit ik met elf ketenpartners aan tafel: van de Wmo, de leerplichtambtenaar, Jeugdhulp…”

Daarnaast hanteert Shriemisier nog een ander lijstje om domein-overstijgend te werken, de Big 5 van bestaanszekerheid: 1) Support – hoe is het gesteld met het netwerk, 2) de woonsituatie, 3) dagbesteding, 4) financiën en 5) gezondheid. “Als die domeinen niet op orde zijn levert dat veel stress op. Per domein kijken we hoe de huidige situatie is en wat de ideale situatie is. Daar knopen we acties aan vast. Dat biedt overzicht voor de jongere zelf.”

De jeugdhulpverlener schakelt tussen verschillende rollen. Als er veel ketenpartners zijn, dan voert hij de regie. Als er acute actie wordt gevraagd komt hij in een uitvoerende rol. En hij is de coach die naast de cliënt gaat staan als deze zelf iets gaat doen. Het is een werkwijze die ook bij buurtteams past.

Het werkt, maar er is nog veel te doen, stelt Judith Suurmond, programmamanager hervorming zorg bij de gemeente Amsterdam. “Een plan maken is niet zo ingewikkeld, maar in je eigen organisatie krijg je al snel te maken met kritische collega’s. En buiten je eigen organisatie schermen ketenpartners met regels. In een pilot is iedereen enthousiast. Maar implementeren betekent afscheid nemen van heilige huisjes. Dat is ingewikkeld en tijdrovend.”

Tips

  • Verminderen van stress werkt. Aandacht voor de Big 5 geeft overzicht en daarmee rust voor het gezin en de jeugdige.
  • Laat de jeugdige en het gezin in gesprek gaan over hun toekomstwensen en toekomstplan.
  • De bedoeling van de wet geeft veel ruimte. Als betrokken hulpverleners de ruimte in de wet durven te gebruiken, lukt het goed om samen maatwerk te leveren.

Reactie

‘De professionals moeten de doorbraken realiseren’

“Domein-overstijgende oplossingen gaan buiten de gebaande paden. Maar deze nieuwe manier van werken is wel de nieuwe weg in het sociaal domein. Wij doen zelf onderzoek in wijkteams naar wat nodig is bij onze inwoners. Maar dat is hard werken. Het zijn de professionals die de doorbraken moeten realiseren.”

Jacques van de Ven (manager kwaliteit en ontwikkeling bij Stichting Jeugdteams Zuid-Holland Zuid)

In het kort

Utrecht | Specialisten in de wijk bieden jeugdhulp op maat

In Utrecht hebben specialisten, waaronder psychologen, systeemtherapeuten en orthopedagogen, in vier wijken een werkplek in de buurt. Door hen als team een plek te geven in de wijk is het mogelijk om ondersteuning en zorg beter op cliënten af te stemmen. De specialisten werken in teamverband met huisartsen, jeugdartsen en buurtteams.

Met de multidisciplinaire aanpak van de pilot ‘buurtgerichte specialistische jeugdhulp’ moeten de schotten tussen de werkvelden GGZ, zorg voor kinderen met een beperking en Jeugd- en opvoedhulp doorbroken worden. “We willen goed georganiseerd maatwerk per klant en voorkomen dat er trajecten worden gestapeld”, zegt Suzanne Verdoold, kwartiermaker buurtgerichte specialistische jeugdhulp. “We willen ook af van de specialist die een kind alleen ziet in de behandelkamer. Beter is het om het kind in zijn context beter te begrijpen en te ondersteunen.”

Het voorkómen van uithuisplaatsing is één van de doelen van de buurtgerichte specialistische jeugdhulp op maat. Verdoold: “In het gunstigste geval kan het team van specialisten in samenwerking met de buurtteams intensieve zorg bieden waardoor een kind thuis kan blijven wonen. Als het echt niet anders kan willen we een kind of jongere een veilige plek bieden in een gezin, of in een zelfstandige woning, maar met ondersteuning. Ook hier kunnen het buurtteam en het specialistenteam meerwaarde bieden.”

Tips

  • Zorg dat de inhoud altijd leidend is (en dus niet de systemen en de regeltjes).
  • Kijk goed naar de context van het kind.

In het kort

Breda - Ziekenhuis CJG-er als verbinder tussen medisch en sociaal domein

Kinderartsen worden in de dagelijkse praktijk regelmatig geconfronteerd met klachten waarbij (psycho)sociale factoren een rol spelen. Daarom werken in Breda sinds 2015 drie jeugdverpleegkundigen als verbindingsprofessional tussen kindergeneeskunde en het sociaal domein: de ziekenhuis CJG-er.

Kinderen worden verwezen naar de ziekenhuis CJG-er als de kinderarts denkt dat (psycho)sociale factoren een rol spelen of dat ouders opvoedondersteuning kunnen gebruiken. “De kinderarts ziet de kinderen en ouders alleen op de polikliniek. De ziekenhuis CJG-er ziet kinderen ook thuis. Zo komen we sneller tot betere hulp”, vertelt Julia van Engelen, adviseur onderwijs en jeugd bij de gemeente Breda.

“De ziekenhuis CJG-er legt, waar nodig, verbinding met professionals uit de vrij-toegankelijke ondersteuning of versterkt het eigen netwerk van het gezin. Zij werkt domein-overstijgend.” Daarnaast kan de ziekenhuis CJG-er, wanneer nodig, verwijzen naar gespecialiseerde jeugdhulp.

“De eerste resultaten zien er goed uit”, aldus Van Engelen. “Ouders en kinderen zijn tevreden met de geleverde zorg en alle partijen staan positief tegenover de samenwerking.” Om echt inzicht te krijgen over de effectiviteit van deze aanpak wordt momenteel de werkwijze onderzocht.

Tip

Leg een vanzelfsprekende verbinding tussen ziekenhuis en het CJG.

Navigatie